Ik ging nieuwe hoofddoekjes kopen met twee vrouwen uit Maleisië

De markt is erg onderhevig aan trends. Een kapje aan de voorkant is hopeloos oubollig en oranje is de shit.

|
nov. 27 2013, 10:46am

Op het eerste gezicht is het een gewone winkel. Rekken met stoffen in verschillende kleuren; nietszeggende muziek op de achtergrond; een man die klaarstaat om te helpen. Maar dan zie je dat de paspop geen lichaam heeft, maar alleen een hoofd en nek. Meer is er niet nodig om de tudung, de Maleisische hoofddoek, te tonen.

De doekjes die moeder Nurul uit de rekken tevoorschijn trekt, hebben allemaal een stevige kap aan de voorkant, bijna zoals een pet. Dochter Siti trekt van achter haar moeder een vies gezicht; zo'n kap is iets voor oude wijven. Ik ontmoette moeder en dochter tijdens mijn ontbijt in Kuala Kangsar. Na drie koppen melkthee beloofden ze me mee te nemen naar hun dorp, Geri, aangezien ik toch die kant uit moest. Onderweg stoppen we bij een winkelcentrum omdat Nurul een nieuwe hoofddoek wil. Ze heeft een duidelijk beeld van waarnaar ze op zoek is: twee lagen stof, waarvan de bovenste lichtblauw is en de onderste perzikroze. Volgens Siti zal de tudung in een doos in de kast verdwijnen, samen met honderden andere.

In 1957, toen Maleisië onafhankelijk werd, droegen de meeste islamitische vrouwen er nog geen hoofdbedekking. Die gewoonte ontstond later en begon op de campus, na de Iraanse revolutie eind jaren zeventig en de komst van ayatollah Khomeini. Als je nu iemand zonder hoofddoek ziet, kan je er vergif op nemen dat die tot de minderheden van de Chinezen of Indiërs behoort.

Siti trekt iets uit de rekken dat zij zou dragen: drie lagen licht doorschijnende stof, waarvan het oranje verloopt in geel. Maar, zegt ze met een glimlach, de mode verandert constant. Intussen heeft Nurul een nieuwe hoofddoek over degene die ze al droeg getrokken. Ze laat hem zien maar zegt gelijk al dat de kleur van de flap niet bevalt. Te roze, te meisjesachtig.

In Maleisië heerst officieel vrijheid van religie. Boeddhisten, christenen en hindoes kunnen vrijuit hun geloof belijden in de islamitische staat. Daarmee is nog niet gezegd dat je ook zomaar kan veranderen van religie. Een boeddhist zou zich kunnen bekeren tot de islam, maar andersom gaat het een stuk moeilijker. De rechtszaak van Lina Joy, die probeert van de islam naar het christendom te bekeren, toont aan hoe moeilijk het gaat. Oftewel: geboren als moslim betekent leven als moslim.

Zodra we zijn neergestreken om met Siti's zussen een bijzonder pittige laksa, vissoep met noedels,te eten, zie ik alle verschillen in hoofdbedekking om me heen. Wat ik eerder gewoon als hoofdbedekking zag, is plotseling mode. Niet alleen bestaat er veel variatie in kleur, maar ook in model. Bovendien wordt de stof onder de nek vastgezet met een broche. Siti legt uit dat ze net als veel andere vrouwen onder haar hoofddoek oorbellen en kettingen draagt, die alleen haar naaste familie zal zien. Met de broche heeft ze ook voor de buitenwereld een sieraad. Zij heeft een haar hoofddoek vastgezet met een vlindervorm ingelegd met nepdiamanten; haar moeder draagt een verticale rij van vier rode cirkels, waarvan de randen uit glitters bestaan.

Ik vraag Siti of zij nooit eens zin heeft om het ding van haar hoofd te trekken. Ze antwoordt dat de Koran voorschrijft dat ze zich bedekt, dus is ze dolgelukkig dat te doen. Ik vraag door: een moslima uit Somaliland, die haar kroeskrullen aan de hele wereld laat zien, vertelde me bijvoorbeeld dat de Koran helemaal geen duidelijk statement geeft over het bedekken van het haar. Waarom zou er anders zowel een niqaab als een burqa als een hijab bestaan? “Dit is hoe het in de Koran staat,' zegt Siti. 'Die vriendin van je was geen goede moslima.”

Foto's: Eline van Nes

Meer VICE
VICE-kanalen