De andere kant van oorlog

FYI.

This story is over 5 years old.

Fotos

De andere kant van oorlog

Mariëlle van Uitert reist als freelancefotograaf naar gevaarlijke conflictgebieden, om te laten zien dat je in oorlog ook liefde en kracht kunt vinden.
1.5.15

Alle foto's door Mariëlle van Uitert. Foto's zonder bijschrift zijn genomen in het vrouwenopvangtehuis in Kabul.

In november 2012 was Mariëlle van Uitert in Aleppo in Syrië om de Arabische Lente in beeld te brengen. Nadat ze korte tijd was ontvoerd door rebellen en voor haar leven moest vrezen, werd ze vlak na haar vrijlating getroffen door een mortieraanslag. Na vijf dagen in Aleppo keerde ze terug in een rolstoel, met 21 granaatscherven in haar been.

Advertentie

Mariëlle trekt sinds 2006 als freelancefotograaf op eigen houtje naar conflictgebieden. In 2014 legde ze de oorlogen in Oekraïne en in Gaza vast, en maakte ze een fotoserie van door zuuraanvallen verminkte vrouwen in Bangladesh. Het jaar daarvoor fotografeerde ze de verwoestingen in de Filipijnen, na tyfoon Haiyan. Tussen haar reizen door verdient ze geld met commerciële klussen in Nederland, zodat ze daarna weer genoeg geld heeft om de wereld over te reizen en de verhalen te vertellen die ze zelf wil vertellen.

Voor haar laatste project bezocht Mariëlle verschillende vrouwenopvangen in Afghanistan. Ze verbleef twee weken in geheime opvanghuizen voor kindbruiden en misbruikte vrouwen, waar deze vrouwen zich verschuilen totdat ze op een of andere manier een echtscheiding eruit weten te slepen. Tot dat moment leven ze in totale afzondering. Ook portretteerde ze aan opium verslaafde prostituees in Kabul, en een jonge 'bacha posh', oftewel een Afghaans meisje dat voor de trots van de familie als jongen door het leven gaat. Ik sprak Mariëlle over haar werk als oorlogsfotograaf en over haar soms gevaarlijke reizen naar landen als Afghanistan en Syrië.

VICE: Je fotoseries gaan vaak over de problemen van vrouwen. Waarom wil je juist dat laten zien?
Mariëlle van Uitert: De grootste kracht gaat uit van de vrouwen. Vrouwen worden onderdrukt en mishandeld, maar moeten ondanks alles een gezin bij elkaar zien te houden. Als vrouw ben je niets waard in die landen. De mannen daar vechten tegen de taliban of sluiten zich aan bij IS. Ze komen vaak getraumatiseerd terug – als ze al terugkeren – en raken vaak aan de drugs en de alcohol. Ik wil die vicieuze cirkel van de oorlog laten zien; wat zo'n oorlog met een gezin doet. Ik wil de impact op individuen vastleggen en het daarmee heel klein maken.

Dat wilde ik ook in Syrië, maar door die kidnapping en die mortieraanslag is er toen niks van terecht gekomen. Je ziet nu op mijn foto's alleen maar mannen met geweren, maar dat is eigenlijk niet het verhaal wat ik wilde vertellen. Zou je nog een keer terug willen naar Syrië, als de situatie nog steeds hetzelfde is?
Ik ga niet meer naar Syrië nee, er zijn zoveel collega's vermoord. De verhalen die ik wil maken kan ik daar nu niet maken, want daarvoor zou ik me echt veel te diep in moeten graven. Dat is me mijn leven gewoon niet waard.

Is het contrast tussen deze projecten en je commerciële werk niet raar?
Als ik in oorlogsgebieden ben kom ik veel collega's tegen die van de ene oorlog naar de andere gaan. Dan zie je dat het licht uit hun ogen is. Je moet ook leuke, luchtige dingen ernaast doen. Op het moment dat het me niet meer raakt zou ik er meteen mee kappen.

Ik vind die combinatie juist wel fijn, omdat het me onafhankelijk maakt. Ik doe alles zelf. Daarnaast werkt het ook een beetje helend. Ik kan echt niet constant in de oorlog zitten, want op een gegeven moment word je daar helemaal murw van. Ik ga pas op pad als ik genoeg geld heb en een project heb bedacht wat me echt aan het hart gaat.

Advertentie

Het viel me op dat je de vrouwen ondanks hun situatie nooit echt als slachtoffers afbeeldt. Doe je dat bewust?
De meisjes uit het opvanghuis voor kindbruiden hebben zoveel meegemaakt. Eén meisje zit er al twaalf jaar, een ander was al uitgehuwelijkt toen ze drie was, en in één geval heeft de vader van een van de meisjes haar moeder onthoofd. Je kan wel focussen op die zielige kant, maar je kunt ook kijken naar de kracht die er uit hun ervaringen voortkomt. Door juist positieve te laten zien, zoals de liefde tussen die meisjes onderling, krijg je een hele andere indruk. Soms doneren mensen juist aan goede doelen na het zien van mijn foto's die kracht uitstralen, omdat ze zien hoe zelfvoorzienend de vrouwen zijn en hoe graag ze verder willen. Daar ben ik dan wel trots op. Je ziet heel weinig actie in de foto's, maar dat is wel hoe het is. De vrouwen zitten daar gewoon opgesloten; ze kunnen de poort niet uit, want dan worden ze vermoord. Wij konden de poorten ook niet uit, en ook al was dat maar voor twee weken, je ervaart dan wel het claustrofobische gevoel dat die meisjes moeten voelen. Ik vind het wel belangrijk om zo'n gevoel aan den lijve te ondervinden als je zo'n soort fotoserie maakt – de meeste journalisten die naar zo'n opvang gaan schieten hun foto en gaan gelijk weer weg.

Is het lastig om te fotograferen in situaties waar mensen zo hard hulp nodig hebben?
Absoluut, maar ik ben er altijd heel eerlijk over. Ik geef ze geen valse hoop. Ze vragen me wel eens om hulp bij een verblijfsvergunning, maar daar kan ik ze helaas niet bij helpen. Ik probeer wel te doen wat ik kan: als ik kinderen tegenkom die niets te eten hebben koop ik vaak een broodje voor ze. In Kabul gingen we winkelen als het veilig genoeg was, en als ik in Syrië ergens met een gordijn een bot van een jongetje kon spalken dan deed ik dat. Hoe dan ook, mijn taak is uiteindelijk om het vast te leggen.

Kijk, ik kan ze wel een schouder bieden. Ik praat veel met ze. Bij de getraumatiseerde meisjes in Kabul legde ik vaak urenlang mijn camera weg, om ze het gevoel te geven dat ik er voor ze was. Dit is heel waardevol, je ziet ze er echt door opleven. En ik merkte bij de prostituees, die echt de ultieme verstotelingen zijn, dat ze enorm dankbaar zijn dat je hun verhaal vertelt, omdat ze gewoon geen stem hebben. Dat is wat ik als journalist kan bieden.

Advertentie

Word je niet doodongelukkig van al dat leed om je heen?
Nee, helemaal niet. Dit is m'n leven. Mensen vragen wel eens: "Waarom toch altijd die oorlogen?" In oorlog zit ook heel veel liefde en kracht verwikkeld. Het is niet alleen maar ellende. Na Syrië heb ik er wel even goed doorheen gezeten, ik ben toen vier maanden niet weggeweest. Ik zat natuurlijk ook nog eens in een rolstoel. Ik kon er een jaar niet over praten, dus heb ik de media grotendeels afgehouden. Alleen je merkt toch dat de problemen dichterbij komen voor je publiek als je er wel over praat. Het is mooi dat er dan toch nog iets positiefs uit komt.

Hoe voelde het om na je tijd in Syrië opeens zelf het nieuwsonderwerp te zijn?
Verschrikkelijk was dat. Ik heb wel honderd verzoeken gekregen. Op een gegeven moment heb ik zelfs mijn gordijnen dichtgedaan. Ze waren echt agressief, zo van: "We staan morgenochtend zo en zo laat voor je deur, of je nou wil of niet." Ze wilden alleen maar mijn persoonlijke verhaal horen, terwijl het daar helemaal niet om ging. Omdat ik niet praatte werd er gespeculeerd dat ik bezig was met aandacht trekken, door te overdrijven. Dat deed wel echt pijn, moet ik zeggen. Had ik dan mijn been moeten laten zien om te bewijzen dat ik door een mortieraanslag? Fuck dat, dat doe ik dus niet.

Kijk voor meer foto's en projecten van Mariëlle op www.paralleluniversum.nl

Fahim (14) werd als vierde dochter van haar gezin opgevoed als jongen.

Asifa (24) werd als 3-jarig meisje uitgehuwelijkt aan een 30 jaar oudere man. Op haar negende trouwden ze, en op haar dertiende liep Asifa weg van huis.

Nouria (32) vluchtte naar Afghanistan om een nieuw leven te beginnen toen haar man opgepakt werd, maar kwam door haar opiumverslaving in de seksindustrie terecht.