CMS5
Kunst

In het Molenbeekse Decoratelier krijgt publieke ruimte een nieuwe betekenis

“Voor mij is een publieke ruimte namelijk echt open. Ik word er geaccepteerd. Ik ben een witte man, heb een huis, geld en heb gestudeerd. Dat is niet voor iedereen zo.”
Deborah Seymus
Antwerp, BE
21.8.20

Langs het kanaal in Brussel ligt Decoratelier, ietwat verscholen, net naast Recyclart. Achter de blauwe deur ligt een parel voor opkomend artistiek talent, dat door een sociaal-economische of etnische achtergrond niet altijd evenveel kansen krijgt in Brussel. Jozef Wouters, die vijf jaar geleden samen met Menno Vandevelde het virtuele collectief Decoratelier oprichtte, wordt vergezeld door Menna Agha. Menna is doctoraal onderzoeker aan de Universiteit van Antwerpen en is te gast in Decoratelier om het fluïde zomerprogramma “Something when it doesn’t rain” af te trappen met een film, gevolgd door een gesprek over exclusieve publieke ruimtes.

DECORATELIER x VICE-48.jpg

Menna en Jozef bij Decoratelier

VICE: Hey Menna en Jozef, hoe is het idee van Decoratelier ontstaan?Jozef: Menno en ik maken al 15 jaar samen scenografie. Vijf jaar geleden gingen we een samenwerkingsverband aan met Damaged Goods (het in Brussel gevestigde dansgezelschap van choreografe Meg Stuart). Ze nodigden mij uit als artist-in-residence en Menno en ik besloten om niet als individuen apart op te treden, maar als één duo. De naam waarmee we onszelf introduceerden, was Decoratelier. We kozen voor die naam, omdat we op die manier een onderdeel van een groter project konden zijn, maar bonden ons nooit aan een specifieke plaats en bleven virtueel. We hadden geen fysieke locatie.

Na een tijdje besloten we om Decoratelier een “echte” locatie te geven in de Liverpoolstraat. In mei 2019 zijn we naar onze huidige locatie verhuisd in de Manchesterstraat. Je zou kunnen zeggen dat we op dit moment in een overgangsfase zitten. We waren altijd  een organisatie die voor 80% draaide op scenografie en de overige 20% beschikbaar stelden voor andere artiesten en evenementen. Sinds we verhuisd zijn, beschikken we over veel meer oppervlakte, inclusief een gigantische binnenplaats. Sindsdien hebben we genoeg ruimte voor vijf artiesten die hun projecten hier tot uitvoering kunnen brengen dankzij  subsidies van de overheid.

DECORATELIER x VICE-9.jpg

De binnenplaats bij Decoratelier

Wat betekent het woord publieke ruimte voor jullie?
Menna: Ik ben een derde generatie Fadikka Nubia uit Egypte. Gezien onze geschiedenis kan je wel stellen dat het begrip publieke ruimte, voor mijn vorige generaties niet altijd evident geweest is (Nubiërs zijn vroeger verdreven uit hun territorium red.).

“Toen ik Decoratelier voor het eerst binnenstapte, zag ik een groep buitenbeentjes die niet altijd geaccepteerd wordt door de maatschappij: mensen met een getinte huid, queers, mijn soort mensen dus.” – Menna

Het woord ‘publieke ruimte’ komt oorspronkelijk vanuit het Engels en andere Europese talen. Als je het woord vertaalt naar het Arabisch krijgt het een volledig andere betekenis. Dat zet je aan het denken: heeft de term te maken met publiek versus privé of koppel je het begrip aan een plek waar sociale en politieke meningen geuit kunnen worden? En wie bepaald waar de term nu eigenlijk voor staat? Toen een vriendin me vertelde dat een kennis van haar een project opstartte in Brussel, om een publieke ruimte te creëren voor Molenbeek, dacht ik eerst: serieus? Wat doet een witte gast met dat project juist daar in Brussel?

DECORATELIER x VICE-32.jpg

Dansers bij Decoratelier

Maar toen ik Decoratelier voor het eerst binnenstapte, zag ik een groep buitenbeentjes die niet altijd geaccepteerd wordt door de maatschappij: mensen met een getinte huid, queers, mijn soort mensen dus. Door mijn huidskleur en mijn afkomst voel ik me in België vaak anders dan anderen. Toen Jozef me vertelde over deze plaats en zijn visie daarover, was ik enorm geïntrigeerd. Ook al is Decoratelier een in fysieke ruimte beperkte plaats, het gedachtegoed erachter is dat niet.

Het idee dat een plek vanuit het niets begint en met de tijd gecreëerd wordt als publieke plaats door artiesten, trok me heel hard aan. Creatievelingen uit de buurt bouwen dus eigenlijk aan een publieke ruimte terwijl ze er hun optreden middenin uitvoeren. Dat idee was nieuw voor me en ik vind dat alle kunstscholen op die manier zouden moeten werken. Dit is de beste manier om een artistieke ruimte open te stellen voor het publiek.

DECORATELIER x VICE-45.jpg

Decoratelier

Jozef: Als met de mensen die in Decoratelier komen spreek, merk ik dat zij vaak een heel ander idee hebben van hoe een publieke ruimte ingericht zou moeten worden. Die visie en kennis is vaak gelinkt aan ruimte en architectuur zoals ze die kennen in Noord-Afrika. Ik heb het geluk gehad mee te mogen werken aan een project in Tunesië. Ik werkte op een 16e eeuws paleis in typisch Arabische architectuurstijl. In de medina, wat in het Arabisch ‘stad’ betekent, ontstonden netwerken van binnenplaatsen die aan elkaar grensden. Dat is een heel andere manier om een publieke ruimte in te vullen dan we hier gewoon zijn. Ik denk dat het concept van publieke ruimte hier in het Westen een ander gedachtegoed heeft. Hannah Arendt, heeft hier een grote invloed op gehad. Wanneer je het plein opgaat, word je publiek. Je toont jezelf, je gaat in dialoog met de stad en je wordt politiek gevormd. Politieke meningen en sociale interactie worden transparant gedeeld. Als je kijkt naar onze racistische maatschappij momenteel, bestaat het idee van die openheid niet meer. Het is bijvoorbeeld voor veel mensen niet oké om een boerka te dragen in het openbaar. Mijn kennis over publieke ruimte is super gelimiteerd door hoe ik eruit zie. Voor mij is een publieke ruimte namelijk echt open. Ik word er geaccepteerd. Ik ben een witte man, heb een huis, geld en heb gestudeerd. Dat is niet voor iedereen zo.

“Je kan dit project niet uitbreiden zonder Molenbeek- en Heyvaertbuurt erbij te betrekken.”

Hoe zijn jullie eigenlijk op het idee gekomen om hier een sportruimte te realiseren?
Jozef: Buiten de vijf artiesten die hier vast verblijven, hebben we een budget apart gehouden voor aanvragen van artiesten in Molenbeek. Het was het idee van de buurtbewoners om hier een sportruimte en podium te bouwen waarop iedereen zich op creatieve wijze kan uiten.

Het is belangrijk dat we geen onderscheid maken tussen de artiesten die we kennen via het werkveld en de lokale creatievelingen uit de buurt. Dat is uiteindelijk ook de bedoeling van dit project, je kan dit project niet uitbreiden zonder Molenbeek- en Heyvaertbuurt erbij te betrekken. Bij elke vraag die we ons stellen volgt direct de vraag: ‘Hoe kunnen we de buurt hierin betrekken?’ Maar, het is niet zo omdat je je deuren open gooit voor iedereen, dat elk georganiseerd optreden of evenement ook toegankelijk is voor iedereen. Bij een georganiseerd evenement voor queers, bijvoorbeeld, ben ik ook niet welkom.

Veel organisaties denken dat de deuren openen voor iedereen iets goeds is, maar ook daar moet je keuzes en afwegingen in maken. Het is iets waar je in moet blijven groeien: bij welke evenementen zet je de deuren open en is iedereen welkom en bij welke evenementen houd je de deuren gesloten?

DECORATELIER x VICE-5.jpg

Kreeg Jozef te maken met kritiek, omdat hij als witte man een project opzette voor de buurt?
Menna: Als Jozef ervoor had gekozen om op een patriarchische manier, bij de aanvragen van subsidiëring, rekening te houden met welke artiest het meest aantrekkelijk zou lijken, vast wel ja. Maar dat heeft hij juist niet gedaan. Hij heeft een groep vaste artiesten gekozen afkomstig uit buurt, hier in Molenbeek, die samen Decoratelier vormen.

Jozef: Ik kreeg wel van een iemand specifiek veel weerstand toen ik met het idee van dit project op de proppen kwam. Zij runde een tijd geleden een project in het centrum van Brussel, juist voor die buitenbeentjes. Tijdens de discussie die ik met haar voerde over mijn plannen met Decoratelier, zei ze me rechtuit: “wel, het zou heel wat beter zijn als het project gerealiseerd werd door iemand anders dan jij”, waarmee ze refereerde aan mijn witte huidskleur. Ik denk nog regelmatig dat ze daar een punt had.

Advertentie

Hoe heeft de coronacrisis Decoratelier beïnvloedt?
Jozef: Tijdens de lockdown moest het systeem, dat zorgt voor de mensen in de marge van de Brusselse samenleving, opnieuw uitgevonden worden. Veel kleine organisaties, die vaak niet op overheidsgeld kunnen rekenen, vonden elkaar en vormden samen een grotere organisaties in Brussel, met elk hun eigen idee van ondersteuning. Decoratelier maakt daar ook deel van uit. Wij helpen door architecturale constructies te bouwen, iets wat de andere organisaties vaak niet hebben.

DECORATELIER x VICE-46.jpg

Sportruimte bij Decoratelier

Waaruit is de inspiratie voor jullie zomerprogramma, Something when it doesn’t rain, ontstaan?
Jozef: Eerst en vooral vormt ons zomerprogramma een eerbetoon aan alle organisaties in Brussel die het niet gemakkelijk hebben door de coronacrisis. De titel van Something when it doesn’t rain verwijst naar de onzekere omstandigheden waarin het zomerprogramma plaatsvindt, waarbij de regen een metafoor is voor de coronacrisis. We weten niet of het gaat regenen vanavond, net zo min als we weten of onze optredens kunnen plaatsvinden. De something verwijst naar een optreden over “iets”, door onze artiesten. Omdat het kan gebeuren dat de avond wordt afgelast, maar ook omdat we de artiesten zo veel mogelijk vrijheid willen bieden in het uitwerken van hun concept, leggen we op voorhand geen onderwerp vast. Decoratelier wil op die manier een vrije publieke ruimte aanbieden, waar iedereen zichzelf kan zijn.

Meer info over het programma van Something when it doesn’t rain vind je hier.

Volg VICE België ook op Instagram.