G
Afbeelding door Lia Kantrowitz
Kiezen met VICE 2021

De ggz is kapot en het is van levensbelang dat het zo snel mogelijk wordt gemaakt

Er is amper plek in de ggz voor mensen die ernstig psychotisch, suïcidaal of verstandelijk beperkt zijn. Maar dat zijn nou net de mensen die de zorg het allermeest nodig hebben. Hoe kan dit?
25.2.21

Afgelopen zomer beëindigde de 23-jarige Ilona haar leven. De judoka wilde naar de Olympische Spelen in 2024, maar door corona verloor ze perspectief. “Ze is niet gestorven aan corona, maar wel door corona,” vertelden haar ouders aan het AD

Het verhaal van Ilona is een van de vele verontrustende verhalen die de laatste maanden voorbijkomen. Door een gebrek aan sociaal contact en een ellendig toekomstperspectief zou het hartstikke slecht gaan met de mentale gezondheid van Nederlanders, en vooral met die van jongeren

De impact die het virus heeft op onze mentale gezondheid is moeilijk meetbaar. Toch staat de Nederlandse gezondheidszorg zwaar onder druk – mede door de coronacrisis. Zo zag de ggz afgelopen december het aantal crisismeldingen bij jeugdinstellingen tot zestig procent stijgen. Het zou vooral gaan over suïcidale jongeren of mensen met een zware eetstoornis. 

Experts verwachten dat dit een moeilijk jaar zal worden, in het VK is zelfs de verwachting dat de vraag naar geestelijke gezondheidszorg met twintig procent zal stijgen

Advertentie

Een flink probleem, aangezien de ggz al in een crisis verkeerde voor corona: uit cijfers van 2017 bleek dat zo’n 1,1 miljoen Nederlanders werden behandeld, maar 90.000 Nederlanders stonden op een wachtlijst, waarvan bijna 38.000 Nederlanders wachtten op specialistische zorg – dus zorg voor complexere gevallen, zoals eetstoornissen of suïcidaliteit. Mensen voor wie het leven ondragelijk is geworden, krijgen te horen dat er simpelweg geen plek is. Zij moeten dan maar even wachten. 

Het probleem is al veel langer bekend. Maar hoe heeft het zo uit de hand kunnen lopen? En waarom worden niet alle zeilen bijgezet om dit op te lossen?

De ggz als verdienmodel

Jim van Os is hoogleraar psychiatrie aan het UMC in Utrecht, gespecialiseerd in ‘public health’ en de gezondheidszorg. Hij probeert al jarenlang een gesprek op gang te brengen over wat er mis is met onze mentale gezondheidszorg.

Er is genoeg geld, maar er wordt te weinig geïnvesteerd in specialistische zorg voor mensen die het echt nodig hebben, vindt hij. Er wordt te veel gefocust op ‘lichtere ziektes’, zoals een burn-out of milde depressieve klachten. Zware ziektes komen dan in het gedrang. “Psychisch lijden komt heel veel voor: zo’n twintig procent van de populatie heeft hier jaarlijks weleens last van,” vertelt hij aan VICE. “Veel van dat psychisch lijden is existentieel: mensen zitten in een verkeerde relatie, baan of studie. Daar is de ggz nu te veel op ingericht.”

Advertentie

De grootste oorzaak van alle problemen in de ggz is dat het een verdienmodel is geworden, volgens van Os. Het ggz-model is in essentie gebaseerd op die van Michael Porter, een econoom aan de Harvard Business School. Hij kwam met het idee om het concurrentiemodel van het bedrijfsleven toe te passen op de zorg, wat in 2006 werd overgenomen door Nederland. Op die manier zou de zorg kwalitatiever worden, maar de realiteit is dat onze mentale gezondheidszorg nu bepaald wordt door geld. 

“Het typisch Nederlandse neoliberale gedachtegoed is doorgedrongen in de zorg. In het Michael Porter-model moeten zorgverzekeraars resultaat kunnen zien. De instelling die goed kan laten zien dat zijn patiënten beter worden, aan de hand van een gestandaardiseerde methode, krijgt het meeste geld,” vertelt van Os. “Er zijn tienduizend ggz-instanties in Nederland die allemaal op zoek zijn naar ‘relatief makkelijke’ patiënten om zo geld te verdienen. Het is nog ingewikkelder bij de jeugdzorg: daar moet de gemeente als een soort zorgverzekeraar de zorg gaan inkopen bij zorginstellingen. Zij overtuigen de gemeenten dat ze nodig zijn, terwijl ze gericht zijn op één aspect van de zorg, en niet het behandelen van meervoudige problematiek, die een brede, multidisciplinaire aanpak vraagt. De gemeenten hebben dan zelf ook geen flauw idee en dreigen te worden uitgekleed door organisaties die hen vanalles beloven.” 

Advertentie

Ggz-instanties hebben dus een voordeel bij het selecteren van patiënten die als het ware vanzelf beter worden. Daardoor worden de behandelingen specifiek: ze zijn er voor mensen die problemen hebben met hun relaties of voor bijvoorbeeld mensen met hoogfunctionerend autisme, die je redelijk gemakkelijk handvatten kan meegeven om goed te kunnen functioneren in de maatschappij. 

Er wordt nu bijvoorbeeld ook steeds meer geïnvesteerd in commerciële verslavingszorg, omdat je daarmee een kraakhelder resultaat kan laten zien binnen een bepaalde periode. “Mensen die ernstig psychotisch, suïcidaal, agressief, verslaafd, verstandelijk beperkt zijn, geen Nederlands spreken, niet lineair zijn in hun gedrag... die raken huisartsen daarentegen niet kwijt in de ggz,” vertelt van Os. En dat zijn nou net de mensen die de zorg het allermeest nodig hebben.

“Dokters zeiden dat ze me niet konden behandelen, omdat ik suïcidaal ben en er een kans bestond dat ik zou overlijden. Maar dat is toch het hele ding? Daarom heb ik je hulp nodig!”

Journalist Charlotte Bouwman bevestigt dat. Zij werd vorig jaar het gezicht van de crisis in de psychiatrie nadat ze wekenlang op de stoep zat voor het ministerie van VWS. Bouwman heeft een dissociatieve stoornis. Op het moment dat ze demonstreerde, was ze al acht jaar suïcidaal. Hoewel ze meerdere keren haar leven probeerde te beëindigen, stond ze jarenlang op een wachtlijst voordat ze geholpen kon worden. 

“Dokters zeiden dat ze me niet konden behandelen, omdat ik suïcidaal ben en er een kans bestond dat ik zou overlijden. Maar dat is toch het hele ding? Daarom heb ik je hulp nodig!” Volgens Bouwman is dit een probleem dat al jaren speelt. “Ik ken bijna niemand die in de specialistische zorg vlot hulp heeft gekregen,” vertelt ze. 

Dat herkent ook Gillian Ludwig (27). Ze is tijdens haar mbo-opleiding seksueel misbruikt door een leraar. Ze zocht hulp, maar kreeg te maken met een enorme wachtlijst, verkeerde diagnoses en administratief gerompslomp. In 2018 vertelde ze haar verhaal aan VICE, waarna haar pijn weer naar boven kwam. “Ik heb toen een tijdje op een wachtlijst voor de Bggz (basisgezondheidszorg) gestaan, maar zij vonden mij te complex om te behandelen,” vertelt ze. “Uiteindelijk had ik een intake bij de Universiteit van Amsterdam voor een nieuwe methode voor de behandeling van ptss, maar omdat ik meerdere trauma's had, was ik niet geschikt voor deelname.” Na een half jaar kon ze eindelijk terecht bij Psytrec, een organisatie gespecialiseerd in ptss. “Het is zo schadelijk: wanneer je eindelijk de moed bijeengeraapt hebt om aan te kloppen voor specialistische hulp, moet je wachten. Er is niemand die jou in de tussentijd helpt.”

“Wat we vaak vergeten is dat sommige mensen meer nodig hebben dan een uurtje per week praten. Ze hebben een sterk netwerk nodig dat ze door moeilijke momenten sleurt.”

Standaardtherapieën en onderbetaald personeel

Het idee van wat gezondheidszorg zou moeten zijn, is volgens van Os veel te nauw. In het huidige systeem wordt er vastgeklampt aan ‘evidence-based richtlijn therapieën’, dus gestandaardiseerde therapieën die gebaseerd zijn op de gemiddelde mens. “Wat we vaak vergeten is dat sommige mensen meer nodig hebben dan een uurtje per week praten. Ze hebben een sterk netwerk nodig dat ze door moeilijke momenten sleurt. Natuurlijk heb je dan ook wat aan psychotherapie. Maar dat soort standaardtherapie zou je eerder als een soort training, ritueel of motivatie moeten zien om het leven weer aan te kunnen,” vertelt van Os. Hij vergelijkt het belang van zo’n uitgebreid netwerk, waar je meer dan een uurtje per week terecht kan, met met Anonieme Alcoholisten-werkgroepen waarbij je je sponsor elk uur van de dag kan bellen zodra je de nood voelt om alcohol te drinken. 

Nog een probleem: hoewel sommige ggz-instanties genoeg te besteden hebben, wordt personeel zelf zwaar onderbetaald, met als gevolg een tekort aan personeel. In 2018 bleek uit onderzoek dat het geld vooral gaat naar administratieve rompslomp, en dus niet naar de zorg zelf. “Mensen willen soms niet meer in de zorg werken, want je wordt ondergewaardeerd, terwijl een groot deel van kwaliteit van de zorg komt van mensen die goed zijn in zich relationeel verhouden tot patiënten,” vertelt van Os.

Advertentie

Ook Bouwman vindt de ggz zoals die nu is te veel gericht op efficiëntie, waardoor het juist inefficiënt wordt. “Het is belangrijk dat hulpverleners de vrijheid krijgen om zelf in te schatten hoe ze iemand moeten helpen, zonder dat alles strak afgelijnd wordt en ze elke beslissing moeten verantwoorden.” 

Lijm de Zorg

Afgelopen januari luidde actiegroep Lijm de Zorg, waar zorgmedewerkers en patiënten zoals Bouwman onderdeel van uitmaken, de noodklok. Dat deden ze vorig jaar ook al, en hoewel er nu iets meer door de politiek gefocust wordt op de ggz, is er in een jaar maar barweinig veranderd. De druk op de ggz is inmiddels opgevoerd door de coronacrisis, en daarom stelden ze een praktisch noodplan op, waarin ze vier punten benadrukken: erken dat er een probleem is, garandeer als overheid dat iedereen die het nodig heeft een plek krijgt bij de jeugdzorg en ggz, hervorm het systeem voor eens en voor altijd en creëer een weerbare samenleving. 

Zowel Bouwman als van Os hebben hebben dus wel een idee van hoe het beter kan.

Radicale hervormingen

Zo vinden ze dat de ggz er vooral moet zijn voor mensen met een complexe problematiek. Volgens van Os zouden mensen met lichtere klachten onderdeel moeten worden van een ‘publieke ggz’, waarbij gewerkt wordt met online communities waarbij je terecht kan, buddies die er voor je zijn wanneer je ze nodig hebt en laagdrempelige ontmoetingen met een psycholoog waarmee je even kan sparren wanneer je je niet goed voelt.

Daarbij wil van Os dat er meer gebruik wordt gemaakt van herstelacademies. Dat zijn plekken geleid door ervaringsdeskundigen die je leren omgaan met psychisch lijden. “Je leert er bijvoorbeeld waarom je ‘s ochtends uit bed moet stappen,” vertelt hij. Die leergroepen zouden gecombineerd kunnen worden met de ggz. Wanneer iemand toch meer hulp nodig heeft, dan kunnen er bijvoorbeeld aanvullend vijf emdr-sessies aangeplakt worden. “Dus je draait het om: het leerproces is het primaire proces en de ggz gaat heel flexibel, modulair invliegen.”

Advertentie

Bouwman schrijft in het manifest van Lijm de Zorg dat ze het belangrijk vindt dat er preventief gewerkt wordt. Maak de samenleving weerbaar, leer mensen dat het oké is om je klote te voelen. “Door corona hebben heel veel mensen psychische klachten. Dat betekent niet dat je meteen naar een psycholoog moet,” vertelt Bouwman. Door preventief te werken, kan de ggz zich focussen op wie echt ziek is en wordt er sneller ingegrepen, waardoor mensen minder intense – en vaak traumatiserende – therapieën moeten volgen wanneer ze er eigenlijk al doorheen zitten. 

Ook van Os onderstreept hoe belangrijk dit is. Hij vindt dat de manier waarop we kijken naar psychisch lijden moet veranderen. “We hebben de bevolking geleerd dat als je je rot voelt, je een diagnose moet krijgen en een specialist jou moet behandelen,” vertelt hij. “Psychisch lijden is enorm divers. Het is normaal om je nu en dan slecht te voelen en je kan misschien wel een zorgbehoefte ontwikkelen en daar hulp in krijgen, maar psychische variatie moeten we omarmen als onderdeel van de menselijke soort.”

“Mensen zeggen al jarenlang dat het systeem kapot is. Op een gegeven moment moet iemand de leiding nemen en zeggen: zo gaan we het doen. Mensen zijn hierdoor gestorven. Ik ben bijna dood gegaan hierdoor.”

Daarbij moeten we volgens van Os af van het bureaucratisch gedoe. We zouden geen onderscheid meer moeten maken tussen de sociale zorg, zoals de begeleiding van mensen die omwille van bijvoorbeeld sociale problemen niet alleen kunnen wonen, en de ggz, aangezien je jezelf als mens niet kan onderverdelen in deels een diagnostische ziektebehandeling en deels een sociale problemen-behandeling, wat juist vaak hand in hand gaat. “In Nederland zijn dit twee totaal gescheiden bureaucratieën, die niet met elkaar praten. Dat is echt rampzalig,” vertelt hij. Ook hebben we, volgens hem, een sterke publieke functie nodig, en dus moeten we af van de marktwerking. “Dit is weer het neoliberale discours dat ervan uitgaat dat er een soort magische markt is die alle publieke problemen gaat oplossen. Maar dat gebeurt totaal niet.”

“Mensen zeggen al jarenlang dat het systeem kapot is. Op een gegeven moment moet iemand de leiding nemen en zeggen: zo gaan we het doen. Mensen zijn hierdoor gestorven. Ik ben bijna dood gegaan hierdoor,” vertelt Bouwman.

Bouwman heeft na jaren op de wachtlijst te hebben gestaan eindelijk therapie. “Het is zo’n bizar verschil. Ik dacht op een gegeven moment dat het niet ging komen, dat ik de reden was waarom ik niet geholpen werd, dat er misschien geen therapie voor mij geschikt was. Maar dat was er wel. Het was gewoon niet goed georganiseerd.” Ook Ludwig herkent die wanhoop. “Die wachttijd is een verschrikkelijke periode en veel mensen weten niet hoe ze die tijd moeten overbruggen. Ik heb destijds moeten dreigen dat ik mezelf van kant zou maken voordat ik geholpen werd. Op dat moment had ik gewoon geen energie meer om te wachten.”

Help nu, hervorm later

Hoewel de radicale hervormingen voor de langere termijn broodnodig zijn, is de situatie momenteel zo kritiek dat er volgens Bouwman nu meteen actie ondernomen moet worden. “Een structurele hervorming moet er komen, maar we zitten in een noodsituatie, dus we moeten er nu eerst voor zorgen dat er genoeg ruimte is in de crisisopvang voor de mensen die in acuut levensgevaar zijn,” vertelt ze. “GroenLinks diende hier al een motie voor in en die is gelukkig ook goedgekeurd.”

Het is dan alsnog belangrijk om het systeem na de crisis grondig aan te pakken. “Mensen hebben door corona ontdekt hoe fragiel je mentale gezondheid kan zijn. Er zijn nu dan ook best veel partijen die dit in hun verkiezingsprogramma hebben opgenomen,” vertelt Bouwman. “Toch wordt mentale gezondheid nog steeds behandeld als iets wat minder urgent is dan fysieke gezondheid. Er zit nog steeds een enorm stigma op praten over mentale gezondheid.  Mensen zeiden dat ik dapper was toen ik demonstreerde, maar het enige wat ik zei is dat ik ziek ben. Als ik diabetes had, zouden mensen mij toch ook niet moedig vinden als ik ze dat vertel. Dit is gewoon mijn leven.”