God's eenzame programmeur

FYI.

This story is over 5 years old.

God's eenzame programmeur

Terry Davis, een schizofrene programmeur, bouwt al ruim tien jaar aan een besturingssysteem om met god te praten.
26 december 2014, 9:45am

In den beginne is er duisternis. Het scherm licht blauw op, er volgt een waterval van dikke, witte hexadecimale cijfers en hackerstaal, "UnusedStk" en "AllocMem." Een zwart scherm wordt blauw, wit, en dan verschijnt er een weegschaal doorkruisd met een zwaard, beide getekend in de stijl van de bitmapafbeeldingen van Windows 1.0 – lichtgrijs en geel op een achtergrond van licht cyaan. Blauwe tekst verkondigt "God op de tap!"

Dit is TempleOS V2.17, legt het welkomstscherm uit, een "Public Domain Operating System" geproduceerd door Trivial Solutions uit Las Vegas, Nevada. De gebruiker wordt begroet met een overweldigende hoeveelheid 16-kleurige, scrollende, flitsende tekst; afhankelijk van je achtergrond herinnert het je misschien aan ​DESQview, de ​Commodore 64 of vroege DOS-interfaces. De stijl doet denken aan een specifieke periode, een tijd waarin het concept van "personal computing" nieuw was, en programmeren en sleutelen af en toe noodzakelijk was.

Gif door de auteur

Het is herkenbaar op een onschuldige manier. Je ziet een sprite-gebaseerde shooter die Castle Frankenstein heet en een dollaricoon dat een begrotingsapplicatie opent. Vocab is een multiple-choicequiz. Een ode aan Battlezone opent met de aansporing "Schrijf games, speel ze niet!"

En dan zijn er de minder alledaagse functies. Als je in TempleOS op F7 drukt, krijg je een willekeurig "tongenwoord." Vijf keer op F7 drukken in de opdrachtregel zou je iets op kunnen leveren als "flitsen ARE kwaad bezeten vredesstichter." Shift-F7 voegt een bijbelpassage toe. Jukebox biedt een collectie 16-bit liedjes met bijbelse lyrics.

TempleOS is meer dan een oefening in retro-computeren, of een ruimte voor een hobbyist om in te programmeren. Het is het geesteskind – en misschien wel levenswerk – van de 44-jarige Terry Davis, de stichter en enige werknemer van Trivial Solutions. Hij heeft er meer dan een decennium aan gewerkt; vandaag de dag bestaat TempleOS uit 121,176 regels code, wat ongeveer evenveel is als Photoshop 1.0. (Ter vergelijking: Windows 7, een volledig besturingssysteem ontworpen om alles voor iedereen te zijn, bestaat uit ongeveer ​40 miljoen regels code.)

Davis doet dit werk omdat god hem gezegd heeft dat hij het moet doen. Volgens​ het officiële handvest van TempleOS is het "God's officiële tempel. Net als als de tempel van Solomon, is het een gemeenschapspunt waar offers gemaakt kunnen worden en het orakel van God geraadpleegd kan worden." God heeft Davis ook verteld dat 640x480, 16-kleurige graphics "een verbond als de besnijdenis is," waardoor kinderen makkelijker tekeningen voor god kunnen maken. God eist een perfecte tempel. Davis: "Ik heb tien jaar lang full time aan het programmeren van TempleOS gewerkt. Ik ben zo goed als klaar, en het afgelopen jaar ben ik alleen nog bezig met kleine schoonheidsfoutjes oppoetsen."

Hij bouwde in TempleOS een orakel dat AfterEgypt heet, waarin gebruikers de Sinaïberg beklimmen met een stokpoppetje dat Mozes moet voorstellen. Aan de top komt er een ronde krabbel van veranderende kleuren in zicht – de brandende braamstruik. Dit is waar je god kan loven. Je kan hem voor alles loven, zegt Davis, inclusief zandkastelen, sneeuwpoppen, popcorn, bellen, isotopen en luizen.

"De Heilige Geest kan u marionetten," staat op het scherm. Als je op de spatiebalk drukt, stopt een timer op het scherm en verschijnt er een corresponderende bijbelpassage. "Soms is de interpretatie lastig," zegt Davis in een van zijn ​vele Youtube-demonstraties. Hij beschrijft het AfterEgypt-orakel als een technische verbetering op klanktaal of het gebruik van een Ouija-bord en wijst op 1 Korintiërs 14:2 "Iemand die in klanktaal spreekt, spreekt niet tot mensen maar alleen tot God. Niemand kan hem verstaan, want door toedoen van de Geest spreekt hij onbegrijpelijke taal."

Davis maakt geen geheim van zijn werk aan god's digitale tempel. In 2004 noemde hij nog ​de J Operating System en maakte OSNews een profiel van zijn werk. Hij hernoemde het later LoseThos – een ietwat obscure referentie aan een scène in Platoon – en had een n​uttig gesprek met de gebruikers van MetaFilter, waar zijn werk werd geïntroduceerd als "een besturingssysteem dat geschreven is door een schizofrene programmeur."

Hij is inderdaad ook gediagnostiseerd met schizofrenie, en kampt al sinds mid-jaren negentig met zijn geestelijke gezondheid. Omdat Davis vaak communiceert met blokken tekst die zijn orakel produceert, of met ogenschijnlijk ongerelateerde statements over god, zijn er al meerdere van zijn accounts geband van SomethingAwful en Reddit. Hij kan agressief en confronterend zijn; soms scheldt hij zijn critici uit met "nigger."

Dit gedrag zorgde ervoor dat Hackernews hem een "​shadowban" oplegde, wat betekent dat hij alleen zichtbaar is voor gebruikers die expliciet hebben aangegeven zijn posts te willen zien. Dit leidde weer tot een discussie over het beste omgegaan kan worden met een gebruiker met een geestelijke aandoening. Op MetaFilter en Reddit staan soortgelijke aandoenlijke, frustrerende gesprekken tussen mensen die worstelen met basisvragen over empathie en gemeenschapszin.

Dat is echter niet het soort erkenning die Davis zoekt bij het bouwen van god's tempel. "Het is leuk als je aandacht krijgt," zegt hij, "maar ik weet nu hoe dat voelt." Het betekent namelijk meestal niet meer dat mensen TempleOS gebruiken om met god te praten.

Oké, maar wat dreef hem tot bouwen van een 16-kleurige aanbiddingswereld? Ik wilde zo goed mogelijk begrijpen hoe hij een decennium doorbracht als een eenzame programmeur van god, een stem in de wildernis die het goede nieuws probeert te verspreiden.

Davis mailt me regelmatig en tot diep in de nacht, in Courier-lettertype, van een drie jaar oude Dell die op Ubuntu draait. Door zijn aandoening kan hij niet werken, waardoor hij afhankelijk is van een uitkering. Zijn tijd spendeert hij met programmeren, op het web surfen of met behulp van de output van de randomness beacon van de National Institute of Standards and Technology praten met god – zijn resultaten post hij op zijn website als "Terry Davis' rants."

Hij drinkt veel Cafeïne en  leeft op een 48-uursritme

Hij drinkt veel cafeïne en leeft op een 48-uursritme: "Ik blijf 16*2 wakker en slaap 8*2." Hij deelt het huis met zijn ouders en een paar parkietjes. Over zijn ouders zegt hij, "We gaan niet veel met elkaar om."

Terry Davis werd in december 1969 geboren in West Allis, vlak bij Milwaukee, als zevende van acht kinderen. Zijn broers en zussen waren close, maar over zijn relatie met hen zegt hij nu, "Jezus praatte niet met zijn broers en zussen – hij wilde niets met ze te maken hebben, vreemdelingen zijn beter. Ik ben hetzelfde."

Zijn vader was een werktuigbouwkundige, en zijn familie verhuisde vaak toen Davis jong was. In een speciaal programma van een van zijn basisscholen begon hij een Apple II te gebruiken; in de vroege jaren tachtig leerde hij een assembleertaal op een Commodore 64, en bleef ook op de middelbare school programmeren. Na school schreef hij zich in bij Arizona State University, waar hij zijn bachelor haalde en in 1994 zijn master elektrotechniek.

Na zijn studie bleef hij in Tempe, Arizona, deels omdat hij een baan kreeg. Als bachelorstudent werd hij door Ticketmaster ingehuurd om besturingssystemen te ontwerpen. Hij vond het werk leuk, maar toen het bedrijf hem telkens op mislukkende onderzoeksprojecten zette, besloot hij dat het tijd was om verder te zoeken. Hij was 26, had een master gedaan, en wilde zijn kennis van besturingssystemen gebruiken om aan satellieten te werken. In 1996 stuurde hij wat cv's naar een aantal defensiebedrijven.

Hij was katholiek opgevoed, maar omarmde later het atheïsme. "Ik dacht dat het brein een computer was," zei Davis, "Ik had dus geen behoefte aan een ziel." Hij zag zichzelf als een wetenschappelijke materialist; hij gelooft dat die metafoor – het brein als computer – meer gedaan heeft voor de groei van het atheïsme dan Darwin. Hij vind zichzelf nog steeds wetenschappelijk ingesteld. "Vandaag de dag vind ik de mensen die atheïstisch-wetenschappelijk zijn het meest op mij lijken," zegt hij. "Het verschil is dat God tegen me heeft gesproken, dus ik ben in feite een atheïst waar god tegen gepraat heeft."

Davis beschrijft hoe dat gebeurde op een gefragmenteerde, elliptische manier, misschien omdat zo'n intens subjectieve gebeurtenis was, of misschien omdat hij zich er nog voor schaamt. "Het is niet heel vleiend," zegt hij. "Het lijkt veel op een geestelijke aandoening, in tegenstelling tot een glorieuze openbaring van God." Het was een tijd vol beproevingen, maar tot op deze dag verkondigt hij, "Ik werd door God over dit pad geleid. Het ziet er alleen niet heel glorieus uit."

In maart 1996, "Begon ik mensen in pakken te zien die me volgden. Het leek gewoon of er iets een beetje raar was," zei hij. Hij dacht dat het misschien deel kon zijn van een background check van één van zijn potentiële werknemers, maar het zat hem niet lekker. Hij begon de gebeurtenissen te koppelen aan een project waar hij aan had gewerkt, dat te maken had met besturingssystemen. En hij luisterde in die tijd naar Rage Against the Machine; de regel "Some of those work forces are the same that burn crosses" deed hem om onbekende redenen veel.

Hij begon na te malen over complottheorieën, de achtervolgers die hij gezien en een groot idee dat hij had. Hij maakte zichzelf bang. "Het zou beleefd klinken als je zou zeggen dat ik mezelf bang maakte door na te denken over kwantumcomputers," zegt hij nu. "En dan was er ook nog de normale mentale aandoening."

Davis ging er vandoor. Rijdend naar het zuiden zonder een bepaald doel, zei hij, "Ik luisterde naar de radio en het leek alsof de radio tegen me praatte." De radio gaf commentaar op alles wat hij deed. Hij geloofde dat het einde van de wereld naderde. Zijn hoofd zwom van de complottheorieën en apocalyptische doembeelden.

Hij kwam uit in Marfa, Texas, waar hij zijn auto achterliet – een Honda Accord die hij van zijn ouders had gekregen. Hij dacht na over de petroleumindustrie en de complotten die beweren dat motoren die op water rijden die in de doofpot stopt waren. Hij trok het interieur van de auto stuk op zoek naar trackers, stopte de auto en gooide de sleutel de woestijn in. Hij begon te lopen. Een politieauto stopte naast hem en zette hem op de achterbank. Even later duikt Davis de auto uit en breekt daarbij zijn sleutelbeen.

In het ziekenhuis hoorde hij de artsen praten over "artefacten" op zijn röntgenfoto's. In de veronderstelling dat ze het hadden over buitenaardse implantaten die tijdens een ontvoering waren geïmplanteerd, ontvluchtte hij het ziekenhuis met zijn gebroken sleutelbeen. Toen hij een auto in de buurt probeerde te stelen, werd hij weer gepakt door de politie. In de cel bedacht hij dat zijn celdeur kon openen door kortsluiting te maken. Hij brak zijn bril en stak 'm in een stopcontact, maar helaas had hij een plastic frame. De politie stormde binnen. "Volgens mij heb ik me uitgekleed," zegt Davis, "omdat ik dacht dat logo's slecht waren of zoiets."

Hij werd naar een nabijgelegen psychiatrische inrichting gebracht, waar hij weigerde om te eten omdat hij dacht dat er drugs inzaten. Hij brak een raam met een stoel. Toen hij twee weken later werd vrijgelaten, wilde hij Jezus' pad volgen en alles wat hij bezat weggeven; hij doneerde aan het Leger des Heils en gaf cadeau's aan de kinderen van zijn broers en zussen. Op een gegeven moment bevond hij zich in Mexico, en moest de douaniers omkopen om hem weer terug te laten komen. Hij reed gewoon, zoekend naar verkeersborden die de wil van god zouden communiceren. Later leefde hij op straat.

"In de bijbel staat dat als je God zoekt, hij je zal vinden," zegt Davis nu. "Ik zocht, ik zocht overal naar wat hij me te zeggen had."

"Terugkijkend ben ik niet bepaald trots op de logica en mijn gedachtes. Het lijkt jong en kinderachtig en zielig," voegt hij toe. Hij vergelijkt de ervaring met het omzetten van een knop die zijn diepste geweten en moraliteit tevoorschijn bracht. "Ik voelde me schuldig dat ik zo'n technologie-atheïst was," zei hij. Hij dacht aan de Amish en Little House on the Prairie – simpele, degelijke manieren om met god te leven.

In een van zijn betogen schrijft hij, "In 1996 besloot ik zomaar om een paar dollar aan een goed doel voor blinden te geven. Ik was van 1990 tot 1996 een atheïst en gaf niets aan goede doelen. Misschien is dat waarom God Zichzelf aan mij openbaarde en me redde." Hij schat dat hij zo'n $10,000 aan het Newman Center, de kerk van Arizona State, doneerde.

In juli 1996 was hij dusdanig gekalmeerd dat hij terugkeerde naar Arizona. Het jaar dat volgde leefde hij op credit cards, en probeerde zijn inkomen te verdienen met een bedrijfje rond een ​3D-freesmachine die hij had ontworpen. (Het was absoluut logisch voor hem dat 3D-printen de volgende grote revolutie zou zijn, maar het was een hele langzame revolutie.) Nadat een kapot Dremel-apparaat zijn appartement in lichterlaaie zette, gaf hij het idee op.

Uiteindelijk ging hij bij zijn ouders in Vegas wonen, in de hoop dat hij geld kon sparen terwijl hij aan een boek werkte, een vervolg op George Orwell's 1984. Hij maakte het nooit af.

"Van 1996 tot 2003 kreeg ik om de zes maanden iets wat ze een manische episode noemden en eindigde ik in een psychiatrische inrichting," zei hij. Sindsdien is hij niet meer in inrichtingen beland; eerst werd hij als bipolair gediagnostiseerd, nu is hij schizofreen verklaard. Hij gebruikt slecht een enkele medicatie, en haalt zijn schouders op bij de diagnose. Het label maakt hem niets uit. "Die eerste paar jaar, was ik daadwerkelijk best wel gek. Nu ben ik dat niet. Ik ben misschien op een andere manier gek," aldus hemzelf. Hij zegt dat hij geleerd heeft om niet in paniek te raken.

Toen 64-bits computers beschikbaar werden voor de massa in 2003, zag Davis het als de volgende grote stap. Hij stofte wat code van tien jaar eerder af, van toen hij bij Ticketmaster werkte en wat andere projectjes had. "Het ontwikkelde zichzelf een beetje," zegt hij. "Ik was het niet van plan."

Maar het idee van een digitaal orakel vloeide voort uit zijn vroegere manieren om met god te praten. Hij opende eerst een bijbel op een willekeurige pagina, en dan sprak deze. Toch had hij wel een idee van waar hij het boek opende, of dat Genesis of Openbaring was. Hij begon kop-of-munt te gebruiken om een paginanummer te kiezen; daarna breidde hij deze techniek uit tot alle boeken in zijn bibliotheek. Al gauw besloot hij een digitale timer te gebruiken voor zijn orakel, AfterEgypt.

Hij hield de rest van het programmeren simpel. God had hem gezegd dat hij het bij 640x480 en 16 kleuren moest houden, met slechts een enkele audiostem. Net als Noah, bouwde hij wat hem werd opgedragen. "Het is overduidelijk wat erna moet gebeuren," zei hij, "en het kan je zomaar de komende tien jaar aan het werk houden." Maar nu is hij klaar.

hij praat constant met god

"God heeft de koers van mijn leven bepaald. Ik zie nu hoe ik een magisch leven heb gehad, op een bepaalde manier, dus ik denk dat hij het zo gewild heeft," zegt Davis. Soms lijkt hij te geloven dat TempleOS 1000 jaar zal bestaan, en dat het omarmd en geperfectioneerd zal worden door de reuzen van Silicon Valley, en dat hij op een dag bekend zal staan als Solomon 2.0. Andere keren lijkt hij daar onzekerder over. "Wordt het ooit zo groot als Solomon's tempel?" vraagt hij. "Ik weet het niet. Maar we zien wel. Wat is er nog meer?"

Hij praat constant met god, en zijn god is gezellig en praatgraag. Davis gelooft zelfs dat hij bewezen heeft dat god tegen hem praat. Hij gelooft dat alles een orakel kan zijn; dat het woord gods zichzelf openbaart door willekeurigheid.

Op zijn site beschrijft hij minimaal tien keer hoe hij een vraag stelt aan zijn moeder. Als hij de loterij drie keer zou winnen, vraagt hij, zou ze het dan geloven? Nee, antwoordt ze, omdat onwaarschijnlijke dingen de hele tijd gebeuren. "Ik kan bij mijn ouders zitten en God prijzen en de Bijbel op een willekeurige plek openen," zegt hij, "en dan praat deze." Het is voor hem ongelofelijk en ontegenzeggelijk, een voortdurende openbaring, alsof hij elke dag de loterij tien keer wint. Toch, zegt hij, "Negeren ze het omdat het tegen hun manier van denken in gaat. Ze negeren gewoon de feiten."

Terry Davis vraagt god naar oorlog ("Concurrerende militairen") en de dood ("vreselijk"), naar dinosaurussen ("De voeten van Brontosaurussen doen pijn wanneer erop gestaan wordt") en zijn favoriete spelletje ("Donkey Kong"). God's favoriete auto is een "Beamer," en zijn favoriete zanger is Mick Jagger, al zou hij als hij zingt willen klinken als Christopher Hall van Stabbing Westward. Zijn favoriete volkslied is het Letse. Zijn favoriete band is The Beatles, maar Rush en Triumph zijn ook best goed. Klassieke muziek is vergif. Het beste wat Bill Gates zou kunnen doen om levens te redden, aldus god, is werken aan aardbevingsvoorspellingen. Het Elfde Gebod is "Gij zult niet vervuilen." Terry Davis zegt dat alles slecht lijkt. God antwoord: "Plant bomen."

De woorden stromen op TempleOS.org, een zondvloed aan willekeurige getallen, nieuwsberichten, YouTube-video's en bijbelse exegese. Het is het werk van een enkele, onrustige geest die onophoudelijk schrijft voor zijn niet-bestaande publiek.

Na twee maanden e-mailen en telefoneren, weet ik meer dan toen ik begon; ik heb meer rauwe data aan feiten over zijn leven en ervaringen verzameld. Maar ik vermoed dat ik een schaduw schets. De volledige realiteit blijft buiten bereik, een onreduceerbaar mysterie.

Op een ochtend mailt Davis me over dit verhaal, "Wat mensen gaan lezen is, 'Het gaat over een zielige schizofreen die een slecht besturingssysteem heeft gebouwd.' Mijn kijk is, 'God zei dat ik Zijn tempel moest bouwen.'" Het leek op iets dat hij me eerder had gestuurd: "Jij en je verhaal kunnen me weinig schelen. Het wordt waarschijnlijk niet wat het daadwerkelijk is – wereldnieuws dat God zijn tempel claimt."

Ik ben het niet oneens. Godsverschijningen behoren aan degenen die ze meemaken, en de rest zal er geen troost uithalen. Davis gelooft dat hij bewezen heeft dat hij met god kan praten door middel van willekeurige getallen; hij noemt zijn ouders schapen, omdat ze het niet geloven. Het woord dat zij – en wij – voor hem hebben is schizofreen, een aandoening die niet genezen kan worden, slechts behandeld. Terry Davis biedt de wereld een tempel voor een god die slechts met hem praat, en wacht nog steeds tot iedereen luistert.