The Chi Factory is eerder punk dan new age

Stonede jazzmuzikanten, gekraakte boerderijen en mystieke ervaringen in een Griekse grot.
23 maart 2017, 11:35am
Alle foto's door Milan Boonstra

The Chi Factory is een tamelijk obscure, maar invloedrijke ambient-band uit Rotterdam. Ze waren ooit een van de eerste bands in Europa die live ambient maakten op een podium. Begin jaren tachtig brachten ze een cassette uit, die vorig jaar opnieuw werd uitgebracht op vinyl door het Britse label Astral Industries – dat ook dingen uitbracht van iconische ambient-technomeesters als Wolfgang Voigt en Deepchord. Omdat The Chi Factory op zondag 2 april optreedt op Rewire, en omdat Astral Industries binnenkort een nieuwe Chi Factory-plaat uitbrengt (The Kallikatsou Recordings__) sprak ik af met oprichter Hanyo van Oosterom in zijn thuis-studio in Rotterdam.

Het is lastig om in een paar zinnen te beschrijven wie Hanyo van Oosterom is en wat hij allemaal doet: hij is een ambient-muzikant, singer-songwriter met een Indianennaam, organisator van festivals, temmer van wilde paarden, de ontdekker van Michael Prins, voormalig yogaleraar en ex-punker. O ja: hij is ook een soort holbewoner. Dat laatste mag hij zelf even uitleggen.

THUMP: Chi is ontstaan in een grot op een Grieks eiland. Wat deed je daar?
Hanyo van Oosterom: Ik was een beetje de weg kwijt. In het Engels noemen ze dat een nervous breakdown. Ik zat eind jaren zeventig in een beroemde soul-funkband [The Frog, red.] waar ik driehonderd shows per jaar mee speelde. We deden voorprogramma's van Kool & the Gang en Tina Turner. Het was een enorme hype en het liep uit de hand. Ik was de weg kwijt in de muziek, dus ik besloot om op vakantie te gaan. Toen kwam ik op het Griekse eiland Patmos terecht, in een grot. Daar heb ik toen een paar maanden gewoond. Er deed zich het rare fenomeen voor dat ik 's nachts muziek begon te horen. Midden in de nacht. Heel zacht, terwijl ik half droomde. Maar als ik wakker was, hoorde ik het nog. Toen ben ik naar huis gegaan, en ben ik met die funkband gestopt en gaan proberen om de muziek uit de grot na te maken. Zo is The Chi Factory begonnen.

Wie waren er nog meer bij betrokken?
Chi doe ik samen met Koos Derwort, een hele goede saxofonist. Hij was altijd al een muzikant waar ik naar opkeek. Toen ik nog een puber was, liep ik een keer weg van huis. Toen heb ik bij hem ingebroken en gewacht tot-ie thuiskwam. Vond-ie geweldig. Ik mocht zo lang blijven als ik wilde. We waren ook samen in die grot op Patmos. Later hebben we Willem Cramer en Michel Banabila erbij gevraagd. Op Rewire treden we samen op met nog wat mensen.

Ik las ook iets over een gekraakte boerderij waar jullie repeteerden.
Ik had een vriend met een oude boerderij. Ik dacht: je moet niet een avondje repeteren, dat leidt tot niks. Je moet drie dagen lang, en dan ook daar slapen op een matje op de grond. We sjouwden een hele PA-installatie mee, dus we zaten in een enorme sound te spelen. Dat inspireert enorm. Er was geen verwarming, dat was wel kut. Maar de omstandigheden kunnen je wel helpen om goede muziek te laten ontstaan. Dat is het: de muziek komt vanzelf. Ik doe maar wat. Dat geldt voor alles: ik bekommer me niet om resultaten. Dat zien we wel. Als het rotzooi is, dan gooi je het weg. Soms gooi je een prullenbak leeg en dat vind je ineens weer allemaal leuke dingen.

Iets anders: je begon je muzikale carrière als drummer in een punkband. Hoe kom je van punk bij ambient terecht?
We hadden met Chi een cassette gemaakt, die kwam uit bij Staalplaat, dat is gewoon een punklabel. De punks snapten onze muziek. De ambient die ik mooi vind is duister, dat graaft. Als je die punk niet hebt, wordt het esoterisch en dan krijg je new age. Daarom heb je een duistere onderlaag nodig, dan wordt het punk. Wat men new age noemt vindt ik voor 99 procent oninteressant. Dat is geen waardeoordeel, dat is mijn smaak. Punk is een revolutionair ding, een vrijheidsding. Je ergens tegen afzetten. Dat is ambient ook: dat gaat tegen alles in, dingen wegstrepen. Het werd niet makkelijk begrepen. Wij hebben zalen leeggespeelt. Bij onze première in Rotterdam kwam er een oude vriend naar me toe, die begon te schelden. "Fuck man, wat een kutmuziek is dit. Ik zag visioenen van het einde der tijden." Maar hij kocht wel een cassette. Als muziek diep gaat, kan het duister worden. Dat maakt het interessant.

De muziek van die cassette is vorig jaar opnieuw uitgebracht door Astral Industries. Hoe kwamen zij bij jullie terecht?
Dat ging via Deepchord, de dubtechnomuzikant. Hij vond een zwarte cassette in Detroit, zonder label of iets erop, van Chi. Hij stuurde het op naar Astral Industries. Hoe ze het hebben gedaan weet ik niet, maar ze hebben ons getraceerd, en die plaat is uitgebracht.

Voor wat voor mensen maak jij eigenlijk muziek?
Ik denk daar niet over na. Ik denk niet eens dat ik muziek maak voor mensen. Ik heb heel lang voor m'n kat muziek gemaakt. Die was altijd in de studio. Dat vond ik net zo belangrijk. Bij een optreden, dan ben ik er wel voor de mensen. Anders moet je niet gaan optreden. Dan wijk ik ook van m'n pad af desnoods. Ik deed laatst de support voor Moritz von Oswald. Ik had een hele ambient-set voorbereid. Ik trad samen op met Eni-Less, een turntablist. Dat vonden ze daar al een beetje raar. Toen zag ik die soundcheck van Moritz von Oswald en dat vond ik zo saai! Hij had allemaal apparaten bij zich, maar ik zag hem niks gebruiken. Ik dacht: ik ga niet net zoiets doen, dus ik zeg tegen Enio: vind je het goed als we het helemaal omgooien? Ik had buiten een vuilnisbak gevonden, en daar ben ik toen met trommelstokken op gaan slaan. Die ruimte was een soort galmbak, dus dat klonk waanzinnig. Zo hebben we die hele show gedaan. Ik ben Afrikaans gaan zingen, snap je? En toch was het ambient.

Haha, dat is briljant. Heb je nog zo'n leuke anekdote?
Ik speelde een keer met Archie Shepp, een legendarische saxofonist. Hij was hier in Rotterdam, en hij wilde spelen. Er was alleen een probleem: hij had geen band. Toen zei iemand tegen hem dat-ie mij moest vragen. Ik zat toen in een groep met twee slagwerkers, en ik deed iets met een hele verzameling cassetterecorders, een mengtafel en een basgitaar met een tape echo. Wij hadden dat allemaal opgezet en Shepp komt binnen, ziet al die spullen staan – het waren echte slagwerkers met concertpauken en marimba's – en hij zegt: wat is dit nou weer? Ik zie het nog voor me, als een film. Hij pakte een pijp – hij had net een geeltje wiet gehaald. Dat rookte ik soms wel in een dag op, maar hij gooit die hele zak leeg in z'n pijp. Hij vraagt twee whisky aan de barman, rookt die pijp in drie trekken op, slaat de whisky's achterover en begint te toeteren. We begonnen te spelen om een uur of vijf. Om negen uur kwam het publiek binnen en om een uur 's nachts waren we nog bezig. Dat gevoel heb ik altijd geprobeerd vast te houden.

The Chi Factory staat op zondag 2 april op Rewire Festival in Den Haag.