Kunstenaars vertellen over hun belabberde bijbanen

“Ik schreef een emotioneel lied over kranen waar water uitkomt, voor een bedrijf dat kranen maakt.”
17.1.17

De afgelopen jaren heb ik veel baantjes gehad. Het waren er zoveel dat mijn vrienden mij tegenwoordig negeren als ik zeg dat ik nog eens ergens anders wil werken. Ze weten inmiddels dat ik toch nooit tevreden ben. Of ik nou als creatief erotisch tekstschrijver, huiswerkbegeleider, Airbnb-host of toegepaste virtual reality-assistent werk, het zal altijd ondergeschikt zijn aan waar ik voor gestudeerd heb, namelijk de kunst.

Veel mensen hebben het romantische denkbeeld dat het leven van een kunstenaar bestaat uit uren slijten in een atelier, starend naar een doek met een fles rode wijn tegen de lippen om uiteindelijk met een fluorescerende stift een streep te zetten. Maar helaas is het kunstenaarspakket vrij prijzig. Een atelier kost al minimaal driehonderd euro per maand, en dan heb je nog materiaal nodig en natuurlijk tijd waarin je kunt nadenken en werken. En die tijd kost geld, omdat je niet meteen iets verdient. De meeste kunstenaars zullen er dus een baantje naast moeten hebben om hun kunstenaarschap te financieren.

Deze baantjes hebben vaak een aantal gemeenschappelijke kenmerken: ze zijn tijdelijk, uiteenlopend en hebben de neiging om stom te zijn. Zo moest ik bijvoorbeeld ooit werken met een meisje die een zweetziekte had en continu opsomde welke stoffen ze wel of niet allemaal kon dragen. Ik schepte ijs met een man die alleen maar hardcore draaide, niet sprak en naar vis stonk. Vandaag de dag krijg ik nog steeds te horen dat ik gierig ben als ik een milliliter te weinig jenever schenk.

Lees verder op The Creators Project.