Advertentie
Identiteit

Ik sprak Mariska en Marlies van Boerejongens over wietcultuur en hun wietimperium

“Vrouwen hebben een boegbeeld nodig om wietgebruik wat meer te normaliseren – bijvoorbeeld BN’ers of belangrijke mensen die er openlijk voor uitkomen dat ze blowen."

door Lisa Lotens; foto's door Claire Bontje
13 oktober 2017, 12:15pm

Mariska (41) en Marlies (29) runnen samen de succesvolle coffeeshopketen Boerejongens, volgens onze studentenenquête de favoriete coffeeshop van de Amsterdamse millennial. En binnen bij Boerejongens ziet het er heel anders uit dan donker, sjofel en rokerig: de inrichting is van marmer, de werknemers lopen rond in lange witte jassen en achter de balie staat een grote houten medicijnkast.

Mariska is in 2007 begonnen met Boerejongens, en inmiddels zijn er drie filialen in Amsterdam: eentje in de Utrechtsestraat en twee in de Baarsjes. En er zijn niet de shops zelf, ze produceren ook hun eigen cannabiszaden, Amsterdam Genetics, samen met onder meer de eigenaren van de Dampkring en De Tweede Kamer. En vorige week openden ze ook het allereerste coffeeshop-informatiecentrum van Amsterdam, op Prins Hendrikkade nummer 10.

Ik ging langs bij Boerejongens op de Baarsjesweg, en sprak met Mariska en Marlies over hun succes en aanpak, welke rol zij spelen in een veranderende wietcultuur, en wat er moet gebeuren om het sjoemelige imago van coffeeshops op te krikken en wietgebruik in Nederland te normaliseren.

Alle foto's door Claire Bontje

Jullie runnen drie coffeeshops, produceren cananabiszaden, en hebben net een infocentrum geopend. Hoe zijn jullie ooit begonnen?
Mariska: Ik volgde een opleiding tot goudsmid, maar dat vond ik eigenlijk niet zo leuk. Toen ik 22 jaar was werkte ik in een coffeeshop als personeelslid, maar ik wilde ondernemer worden. Ik zag tijdens het werken in de coffeeshop dat er veel dingen beter konden, bijvoorbeeld de kwaliteit van de zaden. Ik pakte de Gouden Gids om een growshop te vinden waar ik kon beginnen. Ik wilde het liefst zo snel mogelijk een bedrijf in plantenvoeding beginnen, maar zo vlot gaat dat niet. Je moet hard werken, zakelijk inzicht hebben en een heleboel geluk. In 2007 kreeg ik uiteindelijk de kans om een coffeeshop op de Baarsjesweg over te nemen, en begon ik met Boerejongens. Een aantal jaar later kwam er een winkel vrij op de Utrechtsestraat, en op die manier kon ik zowel Oost en West van dienst zijn. Dat was een strategische keuze.

Had je zo'n grote passie voor cannabis?
Mariska: Nou, blowen deed ik eigenlijk niet, ik vond het niet zo boeiend. De plant vond ik wel interessant. Het is namelijk niet één gewas waar een product vanaf komt, maar een heel grote en zeer fijn verweven familie van plantensoorten, met exotisch klinkende namen.

Is de manier waarop je je winkels inricht ook strategie? Het lijkt niet op een groezelige shop, waarvan er best veel zijn in de stad.
Mariska: Ik vind het belangrijk dat mensen binnenkomen en denken: dit is klasse. Ik hou van kunst en ik hou van de architectuur van de Amsterdamse School, de stijl die je ook ziet in dit pand [in de Baarsjes]. De hele inrichting is een persoonlijke stijlkeuze – het voelt 'rijk' door het marmer en het oogt vriendelijk.

Ik heb het idee dat deze nette uitstraling, en de nadruk op kwaliteit, een verschuiving in de wietcultuur kenmerkt. Van een sjofel wietje naar een bijna verfijnde beleving.
Mariska: Er zijn inderdaad nog een paar partijen die ook doen wat wij doen. De nadruk wordt steeds meer gelegd op kennis, het weten wat je rookt en wat het best bij je past. Ik vind het ook belangrijk dat iedereen zich welkom voelt, en dat bijvoorbeeld ook vrouwen zich uitgenodigd voelen om naar binnen te stappen. Ik wil graag dat de buurvrouw een kopje koffie bij ons komt drinken.

Marlies legt me uit waar je kwalitatief goede wiet aan kan herkennen - onder andere aan de geur, en aan de felheid en melkachtige kleur van de thc-kristallen.

Wordt wiet mainstream?
Mariska: Ja, het wordt meer geaccepteerd. En dat heeft denk ik vooral te maken met de opmars van medicinale wiet en de pijnverlichtende functie van CBD – de niet-psychoactieve cannabinoïde. De buurvrouw is ziek, hoort erover, en denkt: ik probeer het gewoon. Zij vertelt het dan weer aan haar buurvrouw. Wij willen bijdragen om het wat meer te normaliseren.
Marlies: We zijn nu op een punt beland dat niemand meer kan ontkennen dat mensen baat hebben bij het gebruik van cannabis of extracten ervan. De populariteit van medicinaal wietgebruik groeit, waardoor ook het recreatief gebruik uit het schimmige hoekje wordt getrokken. Zolang het allemaal maar met mate gebeurt.

Springen jullie ook op de medicinale wiettrein?
Mariska: Jazeker. In een aflevering van Radar werd laatst blootgelegd dat er bij de cbd-olie van de drogist vaak niet wordt vermeld hoeveel er nou écht in zit. Ik wil dat mensen weten wat ze nemen. Dus ik ben twee jaar bezig geweest om een cbd-supplement te maken waarbij we precies weten wat er in zit, en dat ook kunnen vermelden op de verpakking.

Dat heeft zolang geduurd omdat het moeilijk is om een partij te vinden die zulke kwaliteit kan leveren. Wij testen in het Proxylab – een plek waar je je drugs kan testen, en precies weet welke stoffen erin zitten. Dat is iets wat je ook niet zomaar kan doen, als coffeeshop. Het Ministerie van Volksgezondheid en Bedrocan, een aanbieder van gestandaardiseerde medicinale cannabis, test daar ook. Omdat wij samenwerken met medische partijen mochten we daar ook terecht. Op die manier hebben we de supplementen kunnen maken, en die gaan we verkopen in het coffeeshop information center - maar ook online.

Er gaat nu geëxperimenteerd worden met gereguleerde wietteelt, maar ondertussen blijft Nederland een beetje hangen in een web van conservatieve wetgeving. Sommige staten in de VS en landen in Europa streven ons voorbij.
Mariska: In de VS mogen coffeeshopeigenaren inderdaad zelf de kweek doen, en ze mogen een hogere voorraad hebben. Maar voor de rest is het hetzelfde. Bij ons duurt het reguleren van de teelt wat langer, inmiddels al veertig jaar. Je kan wel mokken, maar je kan ook roeien met de riemen die je hebt.
Marlies: De kennis zit nog altijd hier in Nederland.

Beroemde Amerikaanse vrouwen, zoals bijvoorbeeld Rihanna, Miley Cyrus of comedian Sarah Silverman, komen er openlijk voor uit dat ze graag wiet roken. Hier in Nederland zie je dat niet zo. Hoe komt dat?
Mariska: We hebben veel vrouwelijke klanten, maar de mannen zijn nog steeds in de meerderheid. We hebben een gezicht nodig, een boegbeeld, om wietgebruik wat meer te normaliseren. Meer BN'ers dus, of belangrijke mensen, die er openlijk voor uitkomen.
Marlies: Hier in Nederland durft niemand – misschien zijn ze bang voor het verliezen van boekingen of hun sponsorcontract. In de VS is het blijkbaar zo sociaal geaccepteerd, dat ze daar niet bang voor hoeven te zijn. We hebben bijvoorbeeld Bella Hadid en Kendall Jenner als klant – als zij in Nederland zijn komen ze naar ons toe.

In de VS treden vrouwen meer op de voorgrond in de wietindustrie – een theorie is dat dit komt doordat de industrie daar nog vrij nieuw is en er daarom geen glazen plafond in de weg zit. Hoe zit dat in Nederland?
Mariska: Hier zijn er zeker ook vrouwen, maar die laten zich niet zo publiekelijk zien. Wij moeten toch alles op zoldertjes doen, en achter de schermen. Maar toen ik 22 was en net begon, waren er al heel veel vrouwelijke eigenaren en entrepreneurs aan het werk. Vrouwen hebben zelfs een streepje voor: je wordt minder snel gezien als concurrent, en mensen hebben sneller vertrouwen in je. Het is geen mannenwereld – wietvrouwen treden gewoon niet zo gretig op de voorgrond.
Marlies: Dat is in de VS anders inderdaad, kijk maar naar iemand als Cheryl Shuman. Zij heeft haar imago gebouwd rondom wiet.

Met welke grote projecten zijn jullie nu bezig?
Mariska: We hebben Nederlandse zaden in Marokko geïntroduceerd, en daar laten de Marokkaanse boeren het groeien. In de zomer bijvoorbeeld, is het moeilijk voor coffeeshophouders om een product te maken dat voldoet aan kwaliteitseisen. Veel mensen uit de industrie zijn op vakantie, en op zolderkamertjes waar gegroeid wordt is het bloedheet - kortom, de kwaliteit is minder. We stuurden onze zaden naar Marokko om te experimenteren. Het resultaat was een mooie indicasoort (block hasj) - die laag was in cbd en hoog in thc. Als een klant in de zomer zijn wietje wilde kopen, die we dus niet konden aanbieden omdat het kwalitatief gezien niet haalbaar was, konden we hem of haar wel een vergelijkbare block hasj aanbieden, die zelfs ruikt en smaakt naar wiet.

Bedankt Mariska en Marlies!