Quantcast
water

Hoe toerisme op Bali het water op het eiland opslurpt

Het overgrote deel van het grondwater op Bali gaat naar luxe villa’s en golfbanen. Nu steelt de lokale bevolking van hun buren om aan hun watervoorraad te komen.

Jed Smith

Jed Smith

Zeewierboeren werken in het volle zonlicht op Geger beach in Nusa Dua, op bali. Op de achtergrond de kranen die een nieuw resort op het eiland bouwen. Foto door Olivia Rondonuwu/Reuters

Wayan* weet nog hoe het leven op Bali was, voor het eiland werd overgenomen door villa’s en hotels. Toen de rijstvelden nog werden gewaardeerd om de rijst die ze opleverden, en niet omdat ze er zo leuk uitzagen op foto’s.

“Voordat de toeristen kwamen, vonden we het leuk om boer te zijn,” zegt Wayan. “Het leven was eenvoudig. We dachten nooit aan rijk worden, omdat het leven zo gemakkelijk was. Nu wil iedereen alleen maar meer. Veel mensen hebben last van stress vanwege het geld.”

Toen de veertigjarige Wayan jong was, werkte hij met zijn familie in de rijstvelden. Hij stond vroeg op, zodat hij samen met zijn vader in de ochtendzon kon werken, voordat het te heet werd. Veel van wat ze nodig hadden konden ze dankzij die velden kopen. Het toerisme op Bali begon net op te komen, maar had nog niet het dorpje in Cemagi aan de westkust bereikt, waar Wayan woonde. Cemagi gold toen nog als afgelegen. Vandaag de dag staan er villa’s te koop voor een miljoen en stijgen de prijzen van vastgoed gestaag.

Een paar kilometers noordelijker, in Tanah Lot, worden plannen gemaakt om een enorm resort te bouwen – een project van de Indonesische vastgoedmagnaat Hary Tanoesoedibjo en zijn Amerikaanse zakenpartner Donald Trump. Het is een van de laatste gevallen van buitenlands geld dat in de lucratieve toeristische sector wordt gepompt.

De economie van Bali draait voor tachtig procent op toerisme, waarvan het overgrote deel in handen is van buitenlandse investeerders. Veel eilandbewoners, waaronder Wayan, plukken de vruchten van het toerisme niet. Zijn familie heeft hun land verkocht omdat het boerenbedrijf te moeilijk werd om te onderhouden. Vandaag de dag werkt hij als beheerder van de villa’s, hotels en resorts van een groot bedrijf. Hij moet drie keer zo veel werken als toen hij nog boer was, omdat de kosten van levensonderhoud steeds hoger worden.

“Toen de toeristen kwamen, werd alles duur,” vertelt hij. “We kunnen geen groente en rijst meer verbouwen omdat de Balinese mensen hun land bleven verkopen. Er zijn veel gebouwen, maar er is niet zo veel groente meer op Bali.”

Het begon Wayan op te vallen dat er nog iets anders verdwijnt: water. Balinese boeren begonnen voor het eerst met het bouwen van gemeenschappelijk irrigatiesystemen in de negende eeuw. Sindsdien hadden boeren toegang tot water voor hun gewassen en drinkwater voor zichzelf. Maar dat water raakt nu op. “We hadden voorheen nooit problemen met water, maar nu, als het droogteseizoen komt, hebben we problemen. Soms hebben we genoeg water, soms niet.”

De lokale boeren zijn nu begonnen met ’s nachts elkaars water te stelen. Om dat tegen te gaan, zijn er boeren die ’s nachts in hun veld slapen. Een groot verschil met de tijd dat het water een gemeenschappelijk bezit was. Niemand dacht toen aan diefstal.

Wayan denkt even na over waar al dat water heen kan zijn gegaan. “Misschien komt het door klimaatverandering,” zegt hij.

De echte boosdoener is toerisme. Volgens een aantal onderzoeken wordt 65 procent van het grondwater op het eiland gebruikt door de toeristische sector. Uit die onderzoeken bleek ook dat over het hele eiland hotelkamers en villa’s gemiddeld drieduizend liter water per dag verbruiken.

En dan wordt het water voor zwembaden, lang douchen, bouwprojecten (je hebt water nodig om cement te maken) en golfbanen (zoals de nieuwe golfbaan die bij het resort van Trump komt) nog niet eens meegerekend. Bij elkaar heeft de toeristische sector ervoor gezorgd dat 260 van de 400 rivieren op Bali droogstaan. Het waterpeil van het grootste zoetwaterreservoir op het eiland, het Buyan-meer, is drieënhalve meter gezakt. De aquifer zal snel een punt bereiken waarna er geen weg meer terug is en er zeewater in het zoetwater terechtkomt.

Experts noemen het een watercrisis. “Dit is van groot belang,” zei een onderzoeker die veel weet over het onderwerp. “Hoe meer water we uit de grond halen, hoe groter het gat wordt waar zoutwater in kan stromen, omdat er enorm veel druk wordt gezet op het land door de oceaan.” Als het grondwater op Bali verontreinigd raakt, is de schade onomkeerbaar. De expert die het uitlegt wenst anoniem te blijven, omdat hij met de dood bedreigd werd nadat hij zich eerder uitsprak over de zaak.

“Kustgebieden waar het grondwater teveel gebruikt wordt, zullen lijden onder verdere lekkage van zoutwater. Dat proces is onomkeerbaar en betekent afhankelijkheid van dure ontziltingsinstallaties voor de bewoners, landbouw en het toerisme op Bali,” zegt Ida Bagus Puta Bintana, een civiele ingenieur verbonden aan de universiteit Politeknik Negeri Bali.

Tot nu toe wordt de impact alleen gevoeld door boeren die dichtbij toeristische gebieden zitten. In andere gebieden op het eiland wisten boeren aan VICE te vertellen dat alles normaal verloopt, met twee tot drie oogsten per jaar.

“Ik denk dat de situatie op de rijstvelden de komende vijf jaar normaal blijft,” zegt Ketut Karda, 65 jaar en lid van de gemeenteraad in Singaraja Subak, acht kilometer landinwaarts van het toeristische gebied. Hij denkt dat de situatie er voor veel boeren juist beter op is geworden.

“Nu is alles goed geregeld,” zegt hij. “Vroeger was er geen steun van de overheid. Nu kun je als boer financiële steun krijgen om je oogst te maximaliseren.”

Desondanks zal de watercrisis groter worden als de overheid en de toeristische sector er niets aan doen. Bali hoopt in 2018 zeven miljoen buitenlandse bezoekers te trekken.

“Hoe meer toerisme er komt, hoe lager het water komt te staan,” zegt de onderzoeker. “Op de korte termijn is water geen probleem. Op de lange termijn is het echter een veel groter probleem, omdat de waterstand naar beneden gaan en in de kustgebieden komt er al zoutwater bij het grondwater terecht.”

Er is een oplossing. IDEP, een NGO voor waterrechten, vertelde me over een systeem met ‘oplaadbare waterputten’. De regen die tijdens het regenseizoen valt zou de ondergrondse watervoorraad kunnen opvullen. Dit systeem kost slechts een miljoen dollar – dat is een hoop geld, maar niet in vergelijking met wat de hotels die worden gebouwd kosten. Toch lijkt de overheid of de toeristische industrie weinig haast te hebben om het project te starten.

“Water is praktisch gratis, dus er is geen noodzaak om het te beschermen en het grote deel van de industrie en de overheid denken aan de korte termijn,” legt de onderzoeker uit.

Ik nam contact op met het hoofd van de Balinese Hotelvereniging om te kijken of hij iets wist over de dreigende watertekorten op het eiland. Wayan Marta vertelde me dat hij nog geen “formele informatie” had gekregen van de overheid, maar dat er wel meerdere NGO’s contact hadden opgenomen om het vertellen dat “de Balinese watercrisis eraankomt.”

Hij gaf ook toe dat de toerismesector een rol speelt in het versnellen van de crisis.

“De snelle ontwikkelingsgroei en toenemende bevolking,” waren zeker een factor, zei hij in een reactie via e-mail, en voegde toe dat “het ombouwen van groen landschap in bebouwd landschap een van de hoofdredenen is dat we denken dat de watercrisis versnelt.”

Volgens Marta onderneemt de hotelvereniging actie door hun leden “aan te moedigen” of “groene initiatieven te starten.”

“We delen veel kennis en we discussiëren over hoe we waterverbruik kunnen terugdringen, hoe we water kunnen hergebruiken en hoe we die dingen op onze terreinen kunnen invoeren,” schreef Marta in de e-mail. “We installeren zuinigere kranen, geven gasten de kans om te bepalen of hun handdoeken en lakens elke dag gewassen worden en gebruiken was- en afwasmachines alleen als ze helemaal vol zitten.”

Maar zelfs met deze aanpassingen is er weinig twijfel dat Bali onomkeerbaar veranderd is door toerisme, en dat die veranderingen niet altijd positief zijn. Wayan betreurt het feit dat zoveel land niet meer in handen in van de Balinese bevolking. Hij vraagt zich af hoe de toekomst eruit zal zien voor de oorspronkelijke bewoners, als ze nog maar zo weinig van hun eigen eiland in bezit hebben.

“Ik denk dat het een verkeerde gedachte is, omdat hun land weg zal zijn en ze niks meer hebben in de toekomst voor hun zonen,” vertelde hij me. “De Balinese bevolking zal er niet meer zijn.”

*Wayan is niet zijn echte naam. Hij wilde graag anoniem blijven omdat het onderwerp gevoelig ligt.