Tech by VICE

Wat er gebeurt als alle vissen in de oceaan zijn uitgestorven

Het zeeleven is al eerder massaal uitgestorven, en we zijn goed op weg om dat kunstje te herhalen.

door Mike Pearl
25 september 2019, 8:51am

Illustratie door Cathryn Viriginia

Meld je aan voor onze Climate Coverage Now-nieuwsbrief als je onze klimaatverhalen van over de hele wereld wil ontvangen. Als je geen zin hebt om te wachten: lees hier wat we tot nu toe hebben geschreven over de klimaatcrisis.

Stel je even een strand voor: een lange strook zand met duinen erachter, ruisende golven en een zon die in de verte in het water zakt. Beeld je dan in dat er bij de kustlijn allemaal mensen in een grote kring staan, en iets aanstaren dat moet zijn aangespoeld. Kinderen hangen aan de mouwen van hun ouders, en vragen wat dat voor dood wezen is, dat daar op het zand ligt. Journalisten komen aangesneld met camera’s en blocnotes. Is het een soort zeldzame walvis die verdwaald was? Nee, het is een doodnormale vis. Maar wel de laatste die nog in de oceaan zwom.

Een scenario waarin er geen enkel dier meer in de oceaan leeft – geen vissen, geen zoogdieren, zelfs geen plankton – is helemaal niet zo sciencefictionachtig als je waarschijnlijk denkt. Dat zegt Jonathan Payne, paleobioloog aan de Stanford-universiteit en deskundige op het gebied van massa-uitstervingen in de zee. Het is wel eens eerder voorgekomen dat er massaal dieren in de oceaan zijn uitgestorven, en we zijn goed op weg om dat kunstje te herhalen.

Om te begrijpen wat hij daar precies mee bedoelt, moeten we eerst even twee periodes in de geschiedenis belichten. Allereerst de periode van voor de dinosauriërs, waar we een voorloper kunnen vinden van de huidige, dreigende massa-uitsterving, en vervolgens bekijken we de afgelopen paar eeuwen om te begrijpen waarom een uitgestorven toekomst eigenlijk, helaas, ongeveer al hier in ons heden is.

Zo’n 250 miljoen jaar geleden gebeurde er iets dat je best heftig mag noemen: bijna alle levende wezens die op dat moment op aarde rondliepen gingen in rap tempo van enkele miljoenen jaren dood. Dit is trouwens weer een ander moment dan toen er 65 miljoen jaar geleden een meteoriet insloeg, waardoor alle dinosauriërs uitstierven. Of nou ja, uitstierven: veel dino’s bleven eigenlijk ook gewoon in leven, alleen kennen we ze tegenwoordig vooral als ‘vogels’, en sommige landdieren overleefden het ook, en evolueerden uiteindelijk tot mensen, in een betrekkelijk korte tijd. Maar bij dat eerdere moment, 250 miljoen jaar geleden, vond een gebeurtenis plaats die we de Perm-Trias-massa-extinctie noemen. Of in de termen van paleontologen, die zich soms ook eens lekker dichterlijk willen uitdrukken, de ‘Grote Sterfte’. De aarde was inderdaad best een tijdje stil na dit moment – en de oceaan al helemaal.

In 2017 onderzochten Payne en zijn collega’s wat de oorzaken zouden kunnen zijn geweest van deze Grote Sterfte. Ze concludeerden dat ongeveer 70 procent van het verlies veroorzaakt werd door temperatuurafhankelijke hypoxie – zuurstofverlies door temperatuursveranderingen. De boosdoener: "snelle en extreme klimaatopwarming." Niet alleen Payne en zijn collega’s vergeleken dit met de klimaatverandering die we vandaag de dag zien. Een eerder onderzoek had al uitgewezen dat de Grote Sterfte het gevolg was van stijgende koolstofemissies – wat destijds weer veroorzaakt werd door geothermische processen – die hadden plaatsgevonden over een periode van twintig millennia. Oftewel: voor geologische begrippen een fractie van een seconde.

“Wat we nu te weten zijn gekomen, is dat de manier waarop de aarde toen opwarmde en het zuurstofverlies in de oceaan die verantwoordelijk was voor de massa-uitsterving, dezelfde patronen laat zien als nu,” legt Curtis Deutsch uit, een chemisch oceanograaf aan de Universiteit van Washington en een van de wetenschappers die aan Payne’s onderzoek meededen.

Aangezien de huidige mens van behoorlijk wat markten thuis is, loopt het plan om al het zeeleven opnieuw te verwoesten buitengewoon goed op schema. Dit zijn de voornaamste strategieën:

  • We dumpen ieder jaar tonnen plastic afval in de zee.
  • Doordat we vissen door sleepnetten over de oceaanbodem te trekken, zijn grote delen van de oceaan aan het veranderen in “uitgestorven woestijnen en zeer verarmde bodemlandschappen,” volgens een rapport uit 2014 over de langetermijneffecten van deze wijdverbreide praktijk.
  • De planeet warmt in rap tempo op, waardoor er nu al soorten uitsterven. (Al zal het leven op de oceaanbodem daar met de huidige opwarmingssnelheid pas over een paar eeuwen wat van merken.)
  • Ook de verzuring van de oceaan – naast opwarming een belangrijk effect van CO2-uitstoot – heeft massale uitstervingen tot gevolg, vooral op het gebied van koraalriffen, die we tot de meest biodiverse ecosystemen ter aarde konden rekenen.
  • De oceaan wordt vergiftigd door meststof en pesticiden, en in combinatie met de bovengenoemde factoren leidt dat tot zogeheten ‘dode zones’: bijna zuurstofloze plekken in de oceaan waar amper leven mogelijk is. Volgens een paper dat vorig jaar in Science werd gepubliceerd, is het totale gebied aan dode zones sinds 1950 vier keer zo groot geworden.
  • De voornaamste reden dat er steeds minder levende wezens in de oceaan leven, is dat wij ze opeten. Op sommige plekken wordt op een duurzaam tempo gevist – wat inhoudt dat we niet sneller vissen dan de oceaan aankan – maar de visindustrie hanteert over het algemeen zo’n hoog tempo dat de visbalans nogal wordt verstoord. (Momenteel zijn we bezig om zo’n 90 procent van de wereldwijde visvoorraad binnen te hengelen, volgens de VN.) Dus als er niet al enorm veel vissen sterven als gevolg van onze industrieën, gaan ze wel dood doordat wij mensen ze massaal oppeuzelen.

Een kleine kanttekening is wel dat de Grote Sterfte niet voor de volle 100 procent door opwarming werd veroorzaakt. Wel weten we dat 286 van de 329 ongewervelde soorten zeedieren het leven lieten, waaronder alle trilobieten en blastoïden. Er zijn waarschijnlijk maar weinig mensen die daar rouwig om zijn, aangezien ze toch niet weten wat trilobieten en blastoïden überhaupt zijn. En dat laat eigenlijk precies zien waarom we niet doorhebben dat we het oceaanleven verwoesten. Er is zelfs een sociologische term voor dit fenomeen: de shifting baseline.

De shifting baseline gaat over je basisbegrip van de natuurlijke wereld. De term verwijst naar onze neiging om de manier waarop we zelf de natuur vanaf onze jeugd hebben ervaren als norm zien, en alles wat we later zien juist niet. Om het even met een niet-oceaangerelateerd voorbeeld uit te leggen: zelf weet ik nog goed dat ik vroeger in de zomer vaak Californische padden in de straatgoot zag. Twintig jaar later zijn die padden er nauwelijks meer – ze zijn waarschijnlijk gestorven aan chytride schimmelinfecties. Dat geeft mij het idee dat de natuurlijke orde in Zuid-Californië in zeer korte tijd is verdwenen, terwijl de schade die de mensheid hier aanricht eigenlijk veel verder teruggaat en op veel grotere schaal plaatsvindt dan de afname van één paddensoort (een soort die hier van nature niet eens voorkomt). Er zijn al eeuwenlang veel ernstigere afnames in biodiversiteit geweest, maar ik mis geen dieren als de grootoorkitvos, die hier al een eeuw niet meer leeft, simpelweg omdat ze zich nooit op mijn ijkpunt hebben begeven.

Daarom zal collectieve paniek om de dood van al deze vissen ook uitblijven, volgens Deutsch. Wanneer het zover is zullen onze referentiepunten zo ver verschoven zijn dat we het inmiddels doodnormaal vinden dat er geen vissen in de oceaan zwemmen.



Terug naar de vraag die ik aan de wetenschappers stelde: hoe zou een visloze zee eruit zien?

Esthetisch gezien zal het volgens Payne niet veel anders zijn. Een punt dat ik voor dit stuk meerdere keren heb gehoord is dat een helderblauwe oceaan vaak relatief weinig leven bevat. Het is lastig om aan de aanblik van de oceaan te beoordelen of er veel leven in zit – zelfs alleen plantenleven. “Het is niet bedekt met groen als het land, er zijn niet overal cellen die fotosynthetiseren,” zegt Payne. “De kleur die je ziet komt vooral doordat het water licht absorbeert.”

We houden pas sinds kort bij hoeveel verschillende diersoorten er precies in de oceanen leven, dus het is lastig om exacte getallen te noemen, maar volgens een rapport van het Wereld Natuur Fonds uit 2015 is tussen 1970 en 2012 49 procent van alle gewervelde dieren uitgestorven. In de vroegmoderne tijd was dat wel anders. Als de ontdekkingsreizigers uit de vijftiende en zestiende eeuw naar onze wereld zouden tijdreizen, zegt Deutsch, dan zouden ze waarschijnlijk denken: jeetje, wat een dode boel.

“Ze beschreven hoe ze in de Caribische Zee vaarden en niet eens aan land konden komen omdat er te veel zeeschildpadden waren,” zegt Deutsch. Ook toen Columbus aankwam in Amerika, botsen er ‘s nachts zoveel schildpadden tegen zijn schip dat zijn bemanningsleden de hele nacht niet konden slapen. Vandaag is het al een behoorlijke prestatie om überhaupt een zeeschildpad te zien: het aantal zeeschildpadden in de Caribische zee ligt nu op 3 tot 7 procent van wat het was toen de ontdekkingsreizigers kwamen.

Ik heb zelf precies één wilde zeeschildpad in mijn leven gezien, en dat komt doordat ik er gericht naar op zoek was.

Dat was toen ik aan het snorkelen was in het Great Barrier Reef, in de hoop om tenminste mijn eigen referentiepunt een beetje te corrigeren. Ook als je zelf nooit het voorrecht hebt gehad om een koraalrif van dichtbij te zien, en je beeld ervan vooral gebaseerd is op Finding Nemo of een natuurdocumentaire van de BBC, dan weet je dat het er wemelt van het leven – en eigenlijk een van de weinige plekken waar het woord ‘wemelen’ daadwerkelijk op z’n plaats is.

Toch viel het me best mee wat voor gekleurde Disney-wereld het was. Tenzij je de juiste lensfilters hebt en de weersomstandigheden optimaal zijn, is een koraalrif niets meer dan een stukje van de oceaan waar van alles in leeft. Op het eerste gezicht dan, want als je iets beter kijkt, zie je allerlei fotogenieke, charismatische dieren tussen de koralen en in de anemonen. Soms vraagt je gids “Wie wil Nemo zien?” en wijst hij naar een anemoonvis, omdat anemoonvissen voor het koraal zijn wat de Eiffeltoren voor Parijs is. Toch zien de anemoonvissen er wat bleek en bruin uit, en lijken ze op geen enkele manier op de felgekleurde personages die je uit animatiefilms kent. (Ik wil trouwens echt niet zeggen dat het Great Barrier Reef niet indrukwekkend is, want dat is het wel, maar het ziet er in ieder geval een stuk ‘normaler’ uit dan je zou denken.)

Dichter op het oppervlak zwemmen ondertussen duizenden bruine vissen rond in scholen, die zo nu en dan ineens totaal van richting veranderen. De dichtheid van deze biodiversiteit ontroerde me, vooral als ik dacht aan hoeveel soorten er hiervoor moesten zijn geweest. In 2016 stierf in een enkel jaar 30 procent van het koraalri af, wat de schattingen van de totale afname richting de 50 procent bracht. Als je na wat uurtjes in dit gedenkteken voor de zeebodem weer terugkeert kun je je nieuwe indrukken eens langs de lat leggen van je oude voorstelling van de zee, wanneer je geen enkel visje voor je eigen strandje ziet zwemmen. Natuurlijk kan het niet overal welig tieren, maar geen zee hoort zo leeg te zijn: dat is je shifting baseline aan het werk.

Als we weer een Grote Sterfte gaan meemaken, zullen niet alleen vissen verdwijnen uit het aftakelende ecosysteem, maar vooral ook de kleine soorten die door vissen worden opgegeten – algen, plankton, krill, wormen en alle andere beestjes onderaan de voedselketen. Dat zou weer het gevolg hebben dat soorten afsterven die deze organismen eten, waaronder de meeste walvissen, dolfijnen, zeehonden en pinguïns.

De Grote Sterfte heeft er niet toe geleid dat álle vissen zijn uitgestorven: de coelacanth bijvoorbeeld, een monsterlijke vis die we tot 1938 alleen maar van fossielen kenden, maar toen nog gewoon bleek te bestaan. Als we dan toch mierenneuken moet ik ook vermelden dat vissen biologisch gezien een enigszins onduidelijke taxonomische categorie vormen – genetisch heeft een haai meer gemeen met zeepaardjes dan met een coelacanth, die weer DNA deelt met salamanders dat haaien niet hebben. Dus als ik het woord ‘vis’ zeg, doel ik eigenlijk op alle gewervelde zeedieren met kieuwen die geen viervoeters zijn – geen salamanders dus. Misschien denk je nu: het zal allemaal wel, maar deze uiteenzetting scheelt weer heel wat boze reacties van meelezende biologen.

Als we ervan uitgaan dat er een nieuwe Grote Sterfte plaatsvindt, en 96 procent van het zeeleven daarmee verdwijnt, wat gebeurt er dan?

Voor grote bedrijven zou het nog best voordelig zijn. Niet alleen ontdekkingsreizigers ondervonden problemen door aanvaringen met zeebeesten, ook hedendaagse goederenvervoerders als Walmart, Amazon en Alibaba moeten zich aan strenge regels houden om de leefomgeving van zeedieren in zijn waarde te laten. De containerschepen moeten speciale routes nemen om deze plekken te omzeilen, en voorkomen dat ze het water bevuilen met hun dieselmotoren van 100 duizend pk. Ook mogen ze geen te harde geluiden maken, of juist geluiden onder de 100 hertz aangezien dieren als walvissen op die frequentie met elkaar communiceren. Dit soort regels zijn niet meer nodig als de zee te erg verwarmd en verzuurd raakt, aangezien baleinwalvissen tegen die tijd al lang zijn uitgehongerd. Ook zal een nagenoeg levenloze zee het makkelijker maken om afvalwater te dumpen, en zal er minder verontwaardigd gereageerd worden op olievlekken die dieren besmeuren – die dieren zijn er namelijk niet.

Dat wil verder niet zeggen dat deze bedrijven ook meer winst boeken, en aan de andere kant zal bodemsanering, een industrie die zo hard groeit dat de waarde voor 2021 wordt geschat op 123,13 miljard dollar (112 miljard euro, ofwel de hele omzet van Google) instorten als er geen vraag meer is om olievlekken op te ruimen. Hoewel, de groei kan ook weer niet enorm tegenvallen – er zal best wat plastic op te ruimen blijven dat we niet in zee kwijt kunnen.

Wat dat dumpen in ieder geval als gevolg zal hebben, is dat de zeevisserij niet zoveel meer met ‘vissen’ te maken zal hebben. Het zal alleen kunnen overleven met de hulp van aquacultuur.

Ook viskwekerijen zijn namelijk een groeiende business. Neem blauwvintonijn, een marketingterm waar eigenlijk vrij uiteenlopende grote, zilverachtige vissen onder vallen die allemaal bedreigd worden. Elke dag takelen we blauwvintonijn op schepen, en snijden we de lekkere stukjes eruit om ze vervolgens voor achttien euro op de menukaart zetten met het Japanse woord ‘toro’ erbij. Dat is al een behoorlijk luxeproduct, en dat wordt het alleen nog maar meer als drie à vier van dit soort vissoorten ergens de komende decennia zullen uitsterven, en hun prijzen daarvoor omhoog schieten.

Om hier wat tegen te doen, wordt er ook blauwvintonijn in tanks gekweekt, zoals bij het lab van Yoni Zohar bij de Universiteit van Maryland in Baltimore County. Hun doel is om vislarven – waaronder blauwvintonijn – samen met kleinere soorten zoals zeebaars te kweken, zodat er levensvatbare jonge visjes in de overbeviste stukken zee kunnen worden losgelaten om de uitgedunde populatie aan te vullen. Dit plan werkt echter alleen zolang er ook wilde tonijn blijft leven, en het is maar de vraag voor hoelang dit nog het geval is: vijf van de acht soorten wordt met uitsterven bedreigd. Dat betekent dat, als deze luxeproducten blijven bestaan, ook de tanks mee moeten groeien. Tonijn moet er meerdere decennia in kunnen overleven – lang genoeg om van een microscopisch klein larfje te transformeren in een dier van honderden kilo’s zwaar.

Bij dolfijnen vinden we dit soort gevangenschap meestal wreed, maar aangezien tonijn nu eenmaal beter smaakt dan dolfijn en ze niet zo blij naar kinderen piepen, zullen er waarschijnlijk weinig mensen naar omkijken. Het zit er dik in dat er grote kwekerijen voor tonijnen zullen ontstaan, en voor andere grote zeevissen die mensen willen blijven eten omdat er geen alternatief mogelijk is. Los van ze gewoon niet te eten dan, maar oké.

Dat laatste is trouwens makkelijker gezegd dan gedaan, want aangezien er steeds meer mensen op aarde bij komen, zullen er ook steeds meer monden gevoed moeten worden. “Als we geen vis meer zouden eten, zouden er ook veel meer mensen honger lijden,” zegt Payne, de paleobioloog. Zorgonderzoeker Christopher Golden schreef in 2016 in Science dat 845 miljoen mensen – ongeveer een tiende van de wereldbevolking – met ondervoeding te maken zal krijgen als de armste mensen in de wereld geen vis meer kunnen eten.

Een reden dat de oceaan als een soort put voor koolstofdioxide werkt, is dat plankton vanwege de fotosynthese koolstofdioxide opneemt, en omzet in organische stof, benadrukt Payne. Als de fotosynthese afneemt, zal meer koolstofdioxide in de atmosfeer blijven hangen, en de opwarming van de aarde versnellen, vooral rond de evenaar. Dit verklaart waarschijnlijk ook waarom de oceanen tijdens de Grote Sterfte zo’n hoge temperatuur hadden – gebieden die nu rond de 28 graden zijn, hadden toen temperaturen van minstens 40 graden.

Los daarvan zullen we volgens Payne snel kunnen zien dat “stormen op een andere manier de kust zullen beïnvloeden, want als er niks op de koraalriffen leeft, zullen deze riffen uit elkaar vallen. Daardoor zullen ze minder goed in staat zijn om zichzelf van sterke golfbewegingen te beschermen tijdens stormen.”

Maar ook als het oceanische ecosysteem in één grote uitgestorven zeewoestijn verandert, zouden we nog altijd wat oases over kunnen houden. Een consortium van toeristische bedrijven en het Reef and Rainforest Research Centre in Australië stelden in 2017 voor om zes bijzonder winstgevende plekken bij het rif te beschermen door letterlijk miljoenen aan koud water in zee te pompen, om de effecten van klimaatverandering te compenseren. Dit idee is nogal bekritiseerd, aangezien het bijna op hetzelfde neerkomt als water naar de zee dragen en slechts een pleistertje op een grote wond betekent. Er moet actie plaatsvinden op grote schaal.

Maar zolang die actie uitblijft, wat vooralsnog wel het geval is, zullen we het met die pleistertjes moeten doen.

Dit stuk is een fragment uit The Day it Finally Happens van Mike Pearl. Copyright © 2019, Mike Pearl. Opnieuw gepubliceerd met toestemming van Scribner, onderdeel van Simon & Schuster, Inc.

Volg Mike Pearl op Twitter.