Dit artikel verscheen oorspronkelijk in het Borders Issue van VICE Magazine, waarin we verhalen vertellen over zowel zichtbare als onzichtbare grenzen, en hoe deze scheidslijnen de levens beïnvloeden van mensen die er wonen. Bekijk ook onze special over de grenzen van Europa.
Deze serie is gesteund door het Pulitzer Center.
Het is een zonnige ochtend in juli, 2018. Stof dwarrelt door de lucht en kippen kakelen erop los. Aan de rand van de Pakistaanse hoofdstad Islamabad spelen kinderen in een geïsoleerde nederzetting met autobanden. De nederzetting is voor veel van deze kinderen het enige thuis dat ze ooit hebben gehad.
Pakistan herbergt een van de grootste vluchtelingenpopulaties ter wereld. De vluchtelingen zijn vooral afkomstig uit Afghanistan. Officieel zijn er 1,4 miljoen Afghaanse vluchtelingen, maar volgens de meeste schattingen zijn er ook nog een miljoen niet-geregistreerde vluchtelingen en migranten. Veel van de ouderen in deze nederzetting zijn al in Pakistan sinds ze in 1979 uit Afghanistan vluchtten voor de Sovjet-invasie, en hebben sindsdien nieuwe generaties voortgebracht. Officieel geregistreerde vluchtelingen krijgen er een tijdelijke juridische status, maar mogen er niet investeren in onroerend goed, voertuigen of simkaarten kopen, of naar de openbare school of universiteit gaan.
Ondertussen hangt de vluchtelingen constant uitzetting boven het hoofd, zoals 600.000 van hen overkwam in 2016. Toen Imran Khan vorig jaar zomer president werd, beloofde hij om burgerschap aan ze te verlenen, maar hij liep tegen een hoop bureaucratische rompslomp en discriminatie aan. Een jaar later kreeg hij het in elk geval voor elkaar dat vluchtelingen nu het recht hebben om een bankrekening te openen.
Met name de kinderen leiden een leven dat in tweeën is gespleten – ze komen niet uit Pakistan, maar ook niet echt uit Afghanistan. Zelfs als ze de poreuze grens tussen beide landen zouden oversteken, blijft ‘thuis’ een concept dat niet op hen van toepassing is – het is een luxe die voorlopig ver buiten hun bereik ligt.
Een huis in de nederzetting, waar volgens het Hoog Commissariaat voor de Vluchtelingen 505 geregistreerde families o
Meisjes bij een school, waar ze de Koran bestuderen.
De nederzetting aan de rand van Islamabad
Een oudere vluchteling poseert met zijn zoon
Een meisje in de nederzetting speelt in de vroege ochtend.
Een klein meisje slaapt in een kolonie voor dakloze Pakistanen. Ook Pakistanen die in dit soort nederzettingen leven zijn kwetsbaar voor discriminatie en misbruik, en in de afgelopen jaren zijn meerdere leefgebieden voor zowel Pakistanen als Afghanen gesloopt om plaats te maken voor luxe appartementencomplexen.
Een moeder en haar kind bij de nederzetting poseren voor een portret. Volgens een recent rapport van Unicef heeft Pakistan een van de hoogste babysterftes ter wereld: bijna een op de twintig kinderen sterft voordat ze een maand oud zijn. Voor vrouwen die vluchteling zijn, en weinig toegang hebben tot goede gezondheidszorg, kan het ook zelf gevaarlijk zijn om moeder te worden.
Duizenden Afghaanse vluchtelingen wonen in huisjes van modder.
Jongens bij de nederzetting op een ezelkar, die vroeger gebruikt werd om goederen mee te vervoeren
TJJonge meisjes in de nederzetting krijgen koranles. Volgens het Hoog Commissariaat voor de Vluchtelingen is hier maar één overheidsschool, waar 71 Afghaanse en 79 Pakistaanse kinderen les krijgen
Met de nationale verkiezingen in het vooruitzicht zijn er steeds meer afbeeldingen van politici zichtbaar op straat. Hier bijvoorbeeld van Pakistan Tehreek-e-Insaf (PTI) en Muttahida Majlis-e-Amal (MMA), bij de Wazir Khan-moskee in Lahore. De voormalig cricketspeler Imran Khan is de premier van Pakistan en maakte PTI vorig jaar de grootste partij in het parlement