Cultuur

Joost Klein schreef een kort verhaal over een wilde nacht in Berlijn

'Brüders auf Berlin' is een verhaal dat Joost schreef voor 3PAK, dat nog tot en met dit weekend gratis te verkrijgen is bij boekhandels en bibliotheken. Lees hier een fragment.
25 september 2019, 12:11pm
JOOSTxVIC
Foto door Patrick Ebu-Mordi

Dit is een fragment uit het verhaal dat Joost Klein schreef voor 3PAK. Dat is een bundel met drie korte verhalen die speciaal zijn geschreven voor de Boekenweek voor Jongeren, die nog deze hele week duurt. Ga voor het hele verhaal naar de bibliotheek of boekwinkel. Lees hier ook een interview met Joost over lezen, schrijven en teleurstellingen in een Egyptische tempel.

Hoe komt hij opeens aan cash?’ Ik keek naar Gurb, maar die ontweek mijn blik. Louis had nooit geld en haalde het zoveelste rondje. Ondertussen werd er een nummer van Moby gedraaid en niets klopte. ‘Als hij geld heeft voor drankjes, kan hij mij ook wel terugbetalen, toch?'

Een paar uur geleden was ik nog alleen in Berlijn. Nu tien uur later sta ik ineen vage techno-club met mijn beste vrienden. Luide rockmuziek met dronken geblèr. ‘Hey, Miss Murder, can I make beauty stay if I take my life?’ Ik was die dag wakker geworden met een halve kater van de eenzame, doch met mensen gevulde, avond ervoor. Perfecte omstandigheden voor een 20-jarige drop-out. Het Hardrock Café was de mooiste lelijke plek in Berlijn. Gurb had zeven uur non-stop gereden in de auto van z’n moeder, maar daar merkten we niks van. Een iconische zwarte Mini Cooper. Je lichaam leidt je mind, de beat stopt nooit en je kan de wereld aan. Louis gooide nog een gek dansje. We waren blij.

‘Wil je nog wat drinken, brother?’ vroeg Gurb half schreeuwend aan mij. Eenavond gevuld met retorische vragen. Hij zag me dansen en wist het antwoord al. Gurb had altijd wel geld. Louis daarentegen nooit. Louis was ook de jongste van ons drie. Hij was net 18. Een sluwe vos wil ik hem niet noemen. Wél ’t manusje van alles. Zo heeft hij ooit op een Waddeneiland heel veel geld verdiend met eengroepje jongens. Ze verkochten grote blokken hasj.
‘Gekke manna!’ riep ik naar hem. Hij joelde wat terug.
‘Weet je nog vroeger?’ zei Louis.
‘Vroeger? Vroeger? Ja man, sowieso!’ Ik had geen idee wat hij bedoelde. ‘Bedoel je fuif?’
‘Bedoel je fuif, zegtie! Deze manna. Als ik zo naar je kijk hierzo, maakt mij dat happy. Precies hetzelfde jongetje staat hier los te gaan zoals vroeger op ’t gymnasium!’ We kenden elkaar van de middelbare. Hij kwam op school toen ik in de tweede zat. Hij was heel intelligent. Veel te jong, veel te veel kennis van de wereld. Zijn moeder komt uit Brazilië. We gingen vaak naar zijn moeder om daar te spelen op de Playstation van Louis en mij. Die hadden we ooit samen gekocht. Ik woonde in die tijd letterlijk overal. In de crisisopvang waar ik een tijdje zat, mocht ik bijvoorbeeld geen Playstation hebben. Dus zetten we deze neer op een toegankelijke plek, vlakbij school. Het was altijd lachen met Louis. Samen naar de Apple Store gaan. Allemaal foto’s maken met alle webcams, deze op Hyves zettenen weer weggaan. Louis wist mij altijd op te vrolijken.

‘Aaaaaaaaaa!’ Daar stond Gurb met vijf drankjes in zijn handen. Gurb had een blauwe geruite blouse aan. Twee knoopjes los. Haar strak naar achter. ‘Je ziet er goed uit, brother!’
‘Jij ziet er ook fris uit! We zien er allemaal frisjes uit!’ zei Gurb vol enthousiasme. Louis had een volledig witte outfit aan. Deze hadden we snel gekocht voordat we op stap gingen. Ook had hij zijn haar geblondeerd.‘ Je lijkt een beetje het Braziliaanse neefje van James Dean in deze kleren’, zei ik. Louis moest lachen. ‘Laat me een foto nemen.’
Opeens ging de dj over op een soort techno. ‘Ah, hier doet Berlijn eventjes zijn masker af.’ Ik vond het allemaal prima. Louis stond met een dame te praten. Voluptueuze borsten, dacht ik bij mezelf. Hij gaf haar één van zijn twee drankjes. ‘Hij staat weer even met een vrouwtje en hij denkt weer met zijn pik,’ zei ik tegen Gurb. ‘Laat ’m maar lekker, vanavond is Berlijn van ons!’
De bass dreunde maar door. ‘Ik heb simpelweg niet écht het geduld voor de club,’ zei ik tegen Gurb. Hij keek verbaasd. Als een lieve hond, zo schuin met ze hoofd. ‘Ik ben gewoon aan ’t wachten op morgen. Kan hier niet me ding doen. Heb geen geduld voor het reeds bekende. Ik wil avontuur en ik wil het nu! ’Gurb begon te lachen. ‘Geduld is een schone zaak.’ Ja. Geduld is héél leuk en aardig, maar ik vind het zonde van mijn tijd. Gurb pakte me bij mijn schouder. ‘Denk dat ’t maar eens tijd is voor nog een biertje.’
Louis en ik liepen een jaar geleden door Leeuwarden en opeens stopte er een rode Ford Ka voor onze neus. Het was Gurb die zomaar een rondje reed door de stad. Hij nodigde ons uit in zijn bolide. We sprongen in de auto. Sinds die middag waren we met zijn drieën. Paar maanden later had Louis een tattoo op zijn rib gezet ter ere van onze vriendschap. Het was de naam van onze groepschat. Braddar Force Indigo.
Er kwamen ook dagen dat Gurb mij meenam om een stukje te rijden door Friesland. Hij liet mij weer inzien dat Friesland mooi is. De wereld draait daar niet. De kranten die ik in 2011 weggooide in het bos van Stiens, konden bij wijze van spreken nog steeds op diezelfde plek liggen.

Net voorbij middernacht bevond ik mijzelf in de wachtrij voor de wc. Mijn ogen vielen op een paar opvallende schoenen. De sigarettenrook drong voor de vierde keer mijn neus binnen. ‘Müssen Sie eine Zigarette haben?’ sprak eenvrouwenstem tegen mij. Ik voelde mij Tom Hanks in de eindscène van Angels &Demons, waar de nieuwe paus voor het eerst het balkon betreedt. De coulissen gingen open. Daar stond ik dan toe te kijken naar een belangrijk moment in de geschiedenis. Er werd mij net verteld hoe ik gezonden was door God, maar mijn oren wilden hier niks van weten. Althans zo voelde ik me. Mijn mond was leeg. Ik had geen woorden meer over. Toen wist ik het zeker. Berlijn is misschien wel écht zo crazy als letterlijk iedereen zegt.
Donkerblond, zijdezacht haar. Was dit dan échte schoonheid? Zou haar geen 40 jaar geven, maar ik denk dat ze dat wel was. Een echte vrouw. Prachtig in al haar elegantie. Ik maakte altijd al grapjes over dat ik interesse had in oudere vrouwen, maar vanavond stond er eentje voor mijn neus. ‘I don’t smoke,’ zei ik tegen haar.Iemand tikte me aan. ‘Please, just go to the toilet!’ Hij had gelijk. Ik had ook al een tijdje niet geplast. Mijn urine was troebel. ‘Glomerulonefritis,’ zei ik tegen mezelf op de wc. Dit is een ongewone aandoening. Het is een ontsteking in de nieren, dacht ik mij te herinneren. Ze hadden mij nooit toegang tot Google moeten geven.
De avond vorderde en Louis bleef rondjes geven. ‘Maar nu even serieus.Hoe komt Louis opeens aan al dat geld voor drank?’ vroeg ik aan Gurb. Hij stond met een groep Zwitserse meiden buiten te roken. Ik had mezelf tactisch gepositioneerd, zodat ik in geval nood altijd de crimescene kon verlaten.
‘Moet je niet aan mij vragen,’ zei Gurb. Hij was wat aan ’t lachen met de vriendinnengroep van het tijdelijke vrouwtje van Louis. Gurb heeft een baard.Vinden veel chicks nou eenmaal leuk. Snap ik ook wel.
Hoe leuk ik ’t ook vond dat Louis en Gurb hier voor mij waren, iets zat me niet lekker. Het kon niet alleen ’t geld zijn. ‘What’s up with him?’ hoorde ik één van deZwitserse meisjes zeggen tegen Gurb.
Dat soort vragen maken mij écht moe. ‘Not much, with you?’ antwoordde ik.
Ze begonnen allemaal te lachen. ‘Zo bedoelde ze ’t niet, brother’ sprak Gurb.
‘Maakt me geen reet uit of ze ’t wel of niet zo bedoelde. Sla dat beugelbekkie van d’r zo terug naar Zwitserland. Maak me niet gek, he!’
Eigenlijk had ik nog niet zoveel gedronken die avond. ‘Two vodka Sprite, please!’ Het komt zelden voor dat ik één drankje haal. ‘I always get two drinks, then you have to wait shorter for the third one!’ Misschien deed de alcohol me toch iets meer dan ik wilde toegeven. Ach, het was toch ons drie tegen de wereld.
‘Nice shoes, are those Prada?’ vroeg ik aan een willekeurig meisje bij de bar.
‘No, these are fake. Why would I buy real ones for 600 dollar if I could just buy these for 20?’
‘...’
Ik ben daar niet zo goed in. Praten. Met vrouwen.
Louis en Gurb waren nu in de rokersruimte. Deze stond minder blauw dan de dansvloer zelf. Mijn kleren stonken toch al, dus een bezoekje aan de rokersruimte kon geen kwaad. ‘These people are so underground!’ schreeuwde Gurb. Louis was hem aan ’t filmen met zijn telefoon. ‘These people...’ Eventjes bleef het stil. Alsof Gurb de enige tekst die hij had, vergat. ‘...so underground!’ Alle drie begonnen we keihard te lachen. De alcohol stroomde door ons bloed alsof het kwam uit de zuiverste bergen. De mensen leken dubbel en de kamer was vol. We waren al eenaantal uur in dezelfde club in Berlijn.
‘Leonardo! What are you hiding from the big boss?’ Ik noemde Louis weleens DiCaprio. ‘You a rich guy, now?’ zei ik, met een accent alsof ik uit de Bronx kwam.
Louis begon te lachen. ‘Eh, you know nothing. Bullshit talk.’
Ik moest ook lachen. Waar maakte ik me ook zorgen om. Vrienden zijn vrienden, met of zonder geld. Dat hoort niet uit te maken. Louis zal wel gewoon gewerkt hebben voor dat geld. Misschien viel het ook wel mee. Misschien had hij nét genoeg om rondjes te geven. Maar wat als mijn onderbuikgevoel klopte? Dat gevoel zat er nooit naast. Behalve die ene keer in ’t Holland Casino in Groningen. Dat overkomt zelfs de beste. Ik zat mezelf gewoon weer op te fokken. Louis is als puntje bij paaltje komt één van de liefste jongens die ik ken. Ik moest het loslaten. Het blijft ten slotte Louis.
‘Ik ga denk ik zo seks hebben, man,’ sprak Louis.
‘Met wie?’ vroeg ik direct.
‘Dat ene meisje.’
‘Welke?’
‘Die met die borsten.’
‘Oh, die. Pas je wel op.’
‘Wat is dat nou weer voor reactie?’ vroeg Louis verontwaardigd.
Ik had pas vier drankjes op, maar ik gedroeg me als een labieltje. Louis had gelijk. Ik snapte niks van mezelf. Waar zat ik met mijn hoofd. Ben hier in Berlijn, ik hoor de beste tijd van mijn leven te hebben, maar meneer voelt zich weer eenzaam en verdrietig. Joost had weer eens zijn emoties niet onder controle. ‘Sorry,’ zei ik plots tegen Louis. ‘Sorry voor mijn gedrag. Doe de hele avond al stom tegen je. Is niet nodig.’ Soms heb ik dat. Last van moodswings. ‘Weet dat criminaliteit nooit de oplossing is. Hier hebben we ’t zo vaak over gehad. Ja, het is verleidelijk en soms heel makkelijk geld verdienen. Ik vind het ook soms lachen, maar dat is altijd hypothetisch. Vraag mij om hulp. Ik kan je helpen, zelfs met illegale dingen. Ik zal altijd je rug hebben.’ Het dansen was wel een beetje gedaan. De woorden die ik zojuist op ’t bord van Louis had gelegd kwamen uit mijn hart. Mijn Friese, onregelmatige jongenshart.

Huilen in de club. Zo had ik mezelf nog nooit gezien. Huilend wel. In de club niet. Heb nooit begrepen wat het taboe rondom huilen was. Of überhaupt emoties. Ik zag mezelf in de spiegel. Het waren geen tranen van geluk. Het waren ook geen tranen van verdriet. Het was ik die alles liet vallen. Alle emoties die ik ooit voelde. De emoties die ik voelde tussen mijn broer en zus en mijzelf omdat zij een ouderlijke rol over mij wilden nemen, maar ik zat in de puberteit, dus ik duwdeze weg. De emoties die ik voelde toen mijn oude buren op mijn hond gingen passen, maar niet vertelden dat hij was gebeten door één van hun honden. Ze hadden geen geld voor de operatie, vertelden ze later. Ze schaamden zich voor hun gebrek aan geld. Mijn hond is overleden aan deze verwonding. Zelfs de emoties die allemaal tegelijk stonden te springen tijdens de herkansing voor mijn zwemdiploma A, liet ik los. Even geen emoties. Eventjes niks voelen. Is dat nou teveel gevraagd?