Ik leerde viool spelen in de gevangenis

Vanaf dat moment kon ik muziek gebruiken om mijn vaders dood te verwerken.

door Jason Naradzay; illustraties door Sarah Mazzetti
|
jul. 8 2018, 4:00am

Allereerst, laat me je meenemen naar de plek waar ik was: deuren die dichtslaan, mensen die schreeuwen, bewakers die je afblaffen. Er is non-stop lawaai in de gevangenis en er is ‘s nachts vaak meer geluid dan overdag. In de nacht schreeuwen veel gevangenen die worden achtervolgd door hun trauma’s.

Ik had vaak de behoefte om met ze mee te doen. De eerste drie jaar maakte de herrie hier me echt gek. Ik liep erbij als een zombie—noch dood noch levend. Ik had een lange baard en niemand om mee te praten. Mijn hygiëne was zo slecht dat een nieuwe vriend me vertelde hoe belangrijk het was om mijn gezicht gewassen en tanden te poetsen.

Na verloop van tijd begon ik me aan te passen aan de situatie. Mijn leven verbeterde. Ik werd tuinman. Daar zag ik van heel dichtbij hoe hoe leven begint als zaadje, uitgroeit tot een plant en in de herfst weer sterft. Ik besefte dat dat precies was wat mij overkwam: een deel van mij was in die eerste paar jaar doodgegaan, maar ik wist niet wat hierna zou komen.

Ik zat in Sing Sing, een gevangenis iets buiten New York die veel educatieve mogelijkheden biedt voor gedetineerden. En daar heb ik zeker van geprofiteerd. Ik schreef me in voor een studie theologie. Ik verdiepte me in mijn geloof. Maar na een tijdje voelde ik me alsof ik in een soort niemandsland zat, omdat ik veel had geleerd over wat ik niet moest doen. De meeste slechte gewoonten had ik al opgegeven en ik heb mezelf grondig laten onderzoeken door zowel professionals als andere gevangenen, maar ik had nog steeds geen echt doel. Er was niets dat ik wel kon doen.

De gevangenis had een programma genaamd Musicambia, waarin elke week muziekdocenten langskwamen voor lessen over muziektheorie en optredens. Ik ging naar een van hun concerten en was stomverbaasd. Ik zag jongens die ik kende, ze gingen er helemaal in op. Het clubje voelde zo compleet, en ze hadden echt plezier met elkaar. Wij, het publiek, voelden ons er ook onderdeel van. Ik dacht: ik moet hieraan meedoen.

Maar eerst moest ik een instrument leren bespelen. Op de middelbare school speelde ik een jaartje op de kleine trom, maar zo’n trommel was te groot om de hele tijd met me mee te zeulen. In Sing Sing mag je oefenen in je cel, dus vroeg ik een vriend van buiten de gevangenis om een viool voor me te kopen. Voor 85 euro kocht ze een beginnersviool en een boek met de titel Viool spelen voor dummies.

In het begin speelde ik echt verschrikkelijk slecht. Het beste wat ik kon was bewakers laten wegrennen door een symfonie te spelen die klonk als het gejank van een stervende kat. Een van de bewakers had mijn nieuwe hobby opgemerkt en maakte melding van verstoring van de orde.

Musicambia kwam elke zaterdag naar Sing Sing en ik gebruikte alle zes de dagen daartussen om te oefenen. Ik begon kleine deuntjes te schrijven, maar meestal schreef ik akkoorden uit voor viool-, altviool- en cellopartijen. Daarna heb ik mensen verzameld voor een strijkersensemble: ikzelf, een eerste violist, een violist en een cellist. We noemden onszelf het Riverside Kwartet, aangezien Sing Sing aan de rivier de Hudson ligt.

De auteur, links, en het Riverside Kwartet. Foto door JP Chirdon voor Strings Magazine

In oktober 2015 overleed mijn vader op de respectabele leeftijd van 95 jaar. Ik kreeg toestemming om naar zijn begrafenis te gaan, maar moest kotsen in het busje op weg ernaartoe – ik had al jaren niet meer gereden en ik was gefrustreerd, nerveus en verdrietig. Omdat ik in de boeien moest blijven tijdens de dienst, kon ik amper in de buurt komen van mijn zitplaats in de kerk. Mijn familie heeft me moeten ondersteunen. Ik hield een toespraak, maar ik struikelde over mijn woorden en heb het verpest. Ik kon niet praten, voelde me verdrietig en ik was aan het rouwen omdat ik zijn laatste dagen gemist had. Ik was overstuur, maar kon het niet uiten. Eenmaal terug in de gevangenis voelde ik me depressief en heb ik de hele nacht over hem liggen piekeren.

Ik kreeg een idee: ik moest hem herdenken door middel van een lied.

Elliot Cole, een docent van Musicambia, hielp me met het schrijven van basismelodieën, en leerde me hoe je akkoorden kunt maken door de snaren te bespelen. Als inspiratiebron voor de tekst herlas ik “The Man With the Blue Guitar” van Wallace Stevens. Ik noemde het: “Ode aan mijn vader John.”

Toen ik voor het eerst mijn compositie hoorde tijdens de repetitie – ik componeerde het maar speelde niet mee – moest ik huilen. Het lied werd gespeeld voor alle gevangenen en de docenten van Musicambia hadden ervoor gezorgd dat de beroemde operazanger Joyce DiDonato er was voor de uitvoering. Toen ze de laatste regel zong—“Tot ziens, papa”—verdwenen al mijn angsten als sneeuw voor de zon. Ik besefte dat ik op een gezonde manier aan het rouwen was. Anderen vertelden me dat ze ontroerd waren door het lied. Ik voelde dat ik een nieuw talent had ontdekt dat verder verkend moest worden.

Muziek zit diep in mijn ziel en is een manier van communiceren die mij beter ligt dan praten. In muziek kan ik echt mijn emoties kwijt. Ik voel me licht als een veertje, en niet benauwd, angstig en depressief zoals ik me vroeger voelde. Ik voel me dichter bij de ware ik.

Jason Naradzay werd in juni 2016 voorwaardelijk vrijgelaten nadat hij twaalf jaar had vastgezeten voor poging tot doodslag en een poging tot inbraak. Inmiddels is hij adviseur in de verslavingszorg in New York.

Meer VICE
VICE-kanalen