FYI.

This story is over 5 years old.

Luc de Vos is dood en dat is verschrikkelijk

Zaterdag voelde ik voor het eerst in mijn leven hoe het is om is om diep geraakt te worden door de dood van iemand die je niet persoonlijk kent.
1.12.14

Misschien ken je Luc de Vos niet. Noisey besteedt om begrijpelijke redenen weinig aandacht aan vijftigers die Nederlandstalige liederen zingen, bij voorkeur met ontbloot bovenlijf en onvaste stem. Misschien gaat hij ook na het bekijken van de clips in dit artikel niet helemaal lekker in je playlist met Amerikaanse gedetineerde rappers. Toch leg ik je graag uit waarom Luc de Vos in ons taalgebied op eenzame hoogte stond. En waarom ik zaterdag, toen ik van zijn overlijden hoorde, voor het eerst voelde hoe het is om diep geraakt te worden door de dood van iemand die je niet persoonlijk kent.

Advertentie

Helden herken je vaak gelijk. Ze zeggen iets of staan ergens voor waarin je jezelf herkent. Vaak op een leeftijd dat niemand lijkt te begrijpen wie je bent, laat staan wat je wil. De eerste woorden van Luc de Vos hoorde ik via een ernstig aan acne lijdende kerkmakker. “Misschien is dit wel iets voor jou”, sprak Jan Floris, alsof hij wel voelde dat ik hem daar, brandend in de hel, nog steeds dankbaar voor zou zijn.

Op mijn gereformeerde jongenskamer hoorde ik even later Luc ‘breek de boel af, leef in zonde’ (uit: Wie zal er voor de kinderen zorgen) zingen. Het was slechts een flard, een eerste uitnodigende trede naar een wereld waarin Luc en zijn band Gorki profeteerden over een leven dat grootser was dan Gods oersaaie bedoeling met ons. Luc zong verder, nu over zijn tijd als soldaat.

Lieve tijger, ik geef je alles. Maar doe je hoerenkleren aan, om naar te kijken. Dan zal ik niet ten onder gaan.’
Het duurde lang voordat ik begreep wat hij bedoelde, ik voelde wel gelijk dat dit smachtende lied over eenzaamheid en troost meer waarheid bevatte dan de wekelijks uit mijn hoofd te leren psalmen.

Luc de Vos was namelijk eenzaamheid. Maagd tot zijn zesentwintigste, onbegrepen rockster zonder publiek. In de prachtige documentaire van Lola da Musica vertelt hij dat hij zo’n tien jaar als een soort kluizenaar bij zijn moeder leefde. Een leven als dat van zijn vader die jong was gestorven na een zwaar leven in de fabriek, was niets voor Luc die op zijn tiende al wist dat hij een rockster was. In de parochiezaal van Wippelgem, onder de rook van Gent, trad hij voor het eerst op. Luc was zeventien en het hele dorp was op het lentefeest afgekomen, zelfs zijn broers en zussen. “Het was de eerste en gelijk ook de laatste keer dat ze zijn komen kijken”, vertelt hij. Het duurde nog ruim tien jaar voordat hij op een podium zou staan waar hij wel begrepen zou worden.

Advertentie

Dat moment kwam in 1990, Luc was inmiddels 28 en stond met zijn band Gorky in de finale van Humo’s Rock Rally. De derde plaats in de wedstrijd waar zo ongeveer elke grote Vlaamse band zijn eerste sporen verdient, was genoeg om een debuutalbum op te nemen. Dat album, Gorky, verscheen in 1992 en na de openingszinnen ‘Soms vraagt een mens zich af hoe we het in godsnaam overleven. De nacht vol boze dromen en de wekker om half zeven’ begreep ieder levend mens dat Luc de Vos niet alleen rockster was, maar ook nog één die voor het eerst liet zien dat de Nederlandse taal ook buiten de kringen van de platte volksmuziek geloofwaardig, ja zelfs hartverscheurend, kon klinken. Gorky staat vol nummers die, zeker in het Nederlandse taalgebied, slechts zelden in urgentie en schoonheid zijn overtroffen.

Lieve Kleine Piranha (‘als de nacht komt wil ik dat je blijft. Want ik ben bang dat de wereld zal vergaan. Jij drinkt bloed dat alleen voor jou stroomt. Jij breekt mijn hart dat alleen voor jou slaat’),

Anja (‘Ik blijf je altijd trouw en als het donker wordt, en je niet meer weet waarom het ooit begon, blijf ik je altijd trouw.’)

Wacht Niet Te Lang (‘Maar Eddy, jongen toch, ga terug naar je oude dorp. Kruip op de tank, spreek tot het volk, zwaai met de vlag, bundel de strijd, grijp dan je kans, grijp dan de macht. Maak geen steen van je hart en regeer als een man, maar wacht niet te lang.’)

En natuurlijk Mia, een b-kantje waarmee Luc de Vos zich, zeker in Vlaanderen, onsterfelijk maakte. Het werd meerdere malen bekroond tot beste Vlaamse nummer aller tijden en was gister de reden voor een korte verbroedering tussen de supportersgroepen van aartsrivalen Anderlecht en Club Brugge.

De onbegrepen arbeiderszoon uit Wippelgem werd een held. Hij schreef columns, boeken en elf volgens zijn fans steeds mindere albums. De Luc de Vos van die eerste jaren, toen de eenzaamheid hem nog hoorbaar op de hielen zat, was ouder geworden. Het mooiste moment uit de Lola da Musica documentaire is als Luc in de parochiezaal waar hij voor het eerst optrad, het pijnlijk eerlijke nummer Molly zingt. De tekst is een samenvatting van vrijwel alles wat Luc zong. Molly, waar ben je gebleven? Ik mocht niet van je houden, waarom niet? Ik mocht niet met je trouwen, waarom niet? Het mocht niet van je verloofde, daarom. En ik was een armoedzaaier, daarom. En Molly, toen je me pijpte, was ik eigenlijk niet gelukkig. Want ik wist al dat je me zou verlaten. Even later, op het kerkhof van zijn vader, vertelt Luc op een typerende manier dat hij eigenlijk nergens anders over kan en wil schrijven. “Veel van mijn teksten gaan over dat kereltje van zestien die op de kostschool de hand aan zichzelf slaat op een tamelijk erotiserende manier.”

Uiteindelijk probeerde Luc het wel. Er verschenen conceptalbums, over een dode Russische astronaut, of kritische analyses over onze nieuwe tijd. Hij schreef columns, boeken en voor elk nieuw album ook wel minstens drie goede liedjes. Ook een oudere Vos verliest immers niet zijn streken.

Vorig jaar stond Luc de Vos in Tivoli de Helling. Vooraf twijfelde ik nog of ik zou gaan. De laatste keren dat ik hem zag, was Luc vooral de grappenmaker. Een rol die hem paste, hij was grappig, maar ook een rol die hem steeds verder afdreef van de vertolker van die

gevoelens.

Het werd een fantastisch concert. Hard, goed, grappig en tijdens weer zo’n hit die mijn gereformeerde jongenskamer in vuur en vlam had gezet, keek ik naar mijn beste vrienden. Eenzaamheid was niet alleen voor Luc de Vos voltooid verleden tijd. God, wat hadden we de boel afgebroken. En mama, wat leefde ik in zonde.

Niemand kon zich voorstellen dat Luc de Vos afgelopen zaterdag levenloos en met een takelwagen uit zijn appartement werd getild. Het was misschien daarom wel een afscheid dat ik zal blijven koesteren tot aan die verdomde hemelpoort waar Luc de Vos ook al over zong, in Joeri. Ik sta hier voor de hemelpoort
Nergens is een god te zien
Volgens mij bestaat hij niet
De winter komt naar Siberië
Binnen staat de wodka klaar
Moeder naait een beremuts
De winter komt
Meer is er niet