FYI.

This story is over 5 years old.

Al acht jaar domineren De Fotomeisjes het festivalbeeld van Nederland

Een interview met de oprichter.
28.8.15

Je kunt het je bijna niet voorstellen, maar ooit was de maandag een belangrijke dag in het leven van lijkbleke, brakke koppen die met pijn in de kaken op school of werk verschenen. Na een ochtendje F5’en verschenen de partypics van Partyflock op het beeldscherm. Hartjes begonnen te bonzen alsof het nog zaterdagnacht was. De hele avond kwam weer voorbij – voor zover je je er nog iets van kon herinneren. Voor de rest van Nederland was Partyflock net zo belangrijk. Om de fotoseries viel altijd te lachen. Zo rauw, ongecensureerd en goudeerlijk kreeg je ze nergens anders.

Advertentie

Hoewel er nog wekelijks foto’s worden geplaatst, is Partyflock al lang niet meer de standaard als het gaat om het vereeuwigen van pillenslikkend Nederland de Nederlandse festivals en clubavonden. Enter De Fotomeisjes, voor zover bekend het enige Nederlandse collectief voor partypics. Al acht jaar lang domineren ze het beeld dat na het festival op je timeline verschijnt. Waar festivalorganisaties gruwelden van de foto’s op Partyflock, worden De Fotomeisjes door zo’n beetje elk zichzelf serieus nemend festival – van PITCH tot Dekmantel – gevraagd om foto’s te maken. Een gesprek met oprichter Iris Ooms.

Noisey: Ha Iris, je kunt niet meer om De Fotomeisjes heen en toch is er weinig over jullie bekend. Dus vertel eerst eens: hoe is De Fotomeisjes ontstaan?
Iris Ooms: Vrij spontaan. Mijn beste vriend was dj en ik ging vaak met hem mee naar feesten en festivals. En elke keer zag ik daar dezelfde fotograaf aan het werk. Ik had geen verstand van fotografie, was eigenlijk helemaal geen uitgaanstype, maar ik dacht wel: waarom zijn partypics altijd zo geposeerd? Dat moet toch anders kunnen? Dat ben ik gaan doen: mensen in het moment fotograferen, de sfeer en alles wat erbij komt kijken. Al snel werd ik ‘dat fotomeisje’ genoemd. Toen ik me inschreef bij de Kamer van Koophandel dacht ik: waarom noem ik mijn bedrijf niet gewoon zo. Misschien een beetje corny, maar het werkt wel.

Wanneer wist je dat het een schot in de roos was?
In 2008 had ik al acht fotomeisjes. Ik werkte van donderdag tot en met zondagnacht, maar dat was niet lang vol te houden. Met zo’n ritme ga je naar de gallemiezen, dus sinds een paar jaar stuur ik de andere fotomeisjes aan en houd ik me bezig met de eindredactie. Ik ben al twee jaar niet meer als fotograaf in een club geweest.

Advertentie

Wat was je eerste grote opdrachtgever?
Dat was ID&T. Ik liep tijdens de Gouden Kabouter awards een jongen tegen het lijf. Hij was verkleed als boerenkinkel met een WK-shirt aan.

Hij kwam op me af van “hé, wil je een foto van me maken? En stuur je die dan morgen naar me op?” Ik fronste, alsof ik niks beters had te doen. Maar de volgende dag ontving ik een mailtje van die gast met zijn leeuwenshirt, bleek het Duncan Stutterheim te zijn. Ik heb die foto opgestuurd, natuurlijk. Daarna kwam ik hem nog een paar keer tegen, en het contact was goed. Op een gegeven moment zette hij ons in voor Sensation, daarna volgden al hun festivals.

Dit is wel een Fotomeisje: opperhoofd Iris Ooms. Foto: Raymond van MIl

Je had geen idee hoe een fototoestel werkte. Jouw succes moet de professionele fotograaf pijn hebben gedaan.
Een club is de beste leerschool voor elke fotograaf. Het licht is er altijd anders, daar leer je van. Als professioneel fotograaf denk je al snel in een bepaalde techniek, terwijl het misschien ook anders kan.

Benader je ze zelf?
Meestal gaat het via via.

Wanneer weet je of iemand geschikt is?
Je wil zeker iets horen over het uiterlijk van de meisjes?

Ja.
Het zijn inderdaad allemaal knappe meisjes. Niet eens per se knap, maar wel bijzonder. Aparte types met gevoel voor mode. Daar let ik op. En ze moeten op hun strepen staan. Niet brutaal, maar het moet wel een meisje zijn dat weet wat ze wil. Je hebt ook te maken met dronken, vervelende mensen die aan je camera gaan trekken. Daar moet je tegen opgewassen zijn. En nuchter blijven vind ik belangrijk. Een drankje of twee mag, om een beetje op het niveau van de mensen te komen, maar geen drugs. Dat tolereer ik niet.

Advertentie

Je tolereert ook geen mannen.
Haha, het zou ook gek zijn om met zo’n naam mannen aan te nemen. Daarbij is fotograaf van oudsher een mannenberoep. Het is misschien onbewust vanuit een feministisch idee ontstaan. Ik denk dat meisjes een andere interactie hebben met het publiek. Er wordt naar mijn idee ook beter op gereageerd, door beide seksen.

Wat me opvalt aan jullie foto’s, is dat de pillenkoppen ontbreken.
We vinden het vanzelfsprekend dat we niet die dude die tegen een hek out staat te gaan fotograferen. We gaan voor de leuke momenten. Je zoekt het feest op, niet de mensen die boring aan een tafeltje een flesje water drinken, want iedereen weet wat daar aan de hand is. Raymond van Mil doet dat bijvoorbeeld wel. Die laat het gewoon zien, dat is ook wel weer mooi. Het is soms best jammer dat wij het niet doen.

Zo haal je wel alle oneffenheden van een festivaldag weg.
Het is een balans tussen ons eigen concept en wat het festival wil. Ik heb nu eenmaal gekozen om het op deze manier te doen, dan kun je niet zo snel ook het rauwe gaan laten zien. Het is misschien wel mooier dan het is. Maar goed, daar betalen ze ook voor.

Wat is het mooiste compliment dat je hebt gekregen?
Ik vind het een mooi compliment dat we elke maandag in het Parool staan. Het is een bekende, goede krant. Dat we daar elke week een paginagrote reportage in hebben staan vind ik bijzonder.

Wat is volgens jou een geslaagde partypic?
Een goede partypic is een herinnering aan een legendarische beleving of een belangrijke periode in iemands leven. Als het mij lukt om daar iets aan bij te dragen, is dat tof. Ik merk wel dat mensen steeds meer bewust zijn van de camera. Ze hebben sneller door dat ze worden gefotografeerd en ze doen hun uiterste best om er goed op te staan. Maar dat wil je eigenlijk niet: als ze niets door hebben, dan heb je ze hoe ze echt zijn, dan heb je de waarheid. Straks zijn we tien jaar bezig, dan is er een archief van een hele generatie club- en festivalgangers. Daar moet sowieso een boek van komen.