Waarom hedendaagse popmuziek zo geweldig deprimerend klinkt

Deze artiesten zijn allemaal zo relevant, omdat ze kunnen vatten hoe het voelt om in gebroken, onzekere tijden te leven.
21 april 2016, 9:13am

Kijk naar deze live-uitvoering van Drakes Know Yourself: voor een gigantisch publiek haalt Drake traag herinneringen op uit zijn jonge jaren in Toronto. De ploeterende beat valt stil bij de nu al legendarische zin ‘I was running through the 6 with my woes’. Dan, uit de kille opbouw, verschijnt een ijle, bijna valse xylofoon; een soort melancholische verlossing die buitengewoon bedroevend is.

Het publiek gaat uit z’n dak en begint op en neer te springen. Dit is geen extatische danshit, geen catchy meezinger, maar een kaal, donker nummer dat beter zou passen op een moderne begrafenis dan in een uitverkochte arena. Toch is dit soort slome, subaquatische muziek misschien wel het meest kenmerkende populaire geluid van de laatste jaren.

Van Drakes klaagliederen tot de sensuele droefheid van FKA twigs: er vloeit een melancholische onderstroom door veel hedendaagse muziek. Waarom raakt die zoveel luisteraars?

Talloze muziekcritici hebben Drake al de stem van een generatie genoemd. In zijn nummers beschrijft hij scènes met de helderheid van instagramfoto’s, deelt hij zijn privéleven op een vage facebookmanier (waar een verre tante of ex je profiel ijverig volgt) en verzint hij hapklare hashtag-slogans als geen ander. Maar Drake is vooral zo herkenbaar omdat hij de schaduwkant belicht van de YOLO-levensstijl die hij zowel verheerlijkt als betreurt. Meer dan elke andere grote rapper is hij vertrouwd met de ervaringen en twijfels van een generatie die opgroeit in de jaren 2010. Hij slaagt erin om de zegen van jong zijn en de vrijheid die daarbij hoort te vertolken: het ontzagwekkende vooruitzicht op onbeperkte mogelijkheden. Maar hij is een even scherpe waarnemer van de verwoestende vrijheid van een leven waarin traditionele wegwijzers (kerk, gezin, collectieve moraal) zijn weggevallen. En al heeft Drake de weg naar de top gevonden, hij weet dat het uitzicht ook daar schraal kan zijn.

Drakes muziek is, zowel tekstueel als muzikaal, in wezen treurig. Hij verwierf bekendheid in het rapgenre met de conflicterende emoties, angsten en verlangens van Take Care. Op Nothing Was the Same en If You’re Reading This It’s Too Late leerden we zijn triomfantelijke houding en woeste strijdlust kennen, maar ook de ontevredenheid en kille paranoia na het succes. Zelfs Hotline Bling, een tropische uitzondering in zijn mistige repertoire, roept geen lange, zonnige vakantieavonden op – nee, daar piekert Drake subtiel seksistisch over een oude geliefde. Ook al is hij schaamteloos trots op zijn carrière, veel van zijn werk is doordrongen van een nostalgie naar een eenvoudigere tijd. Elk gepoch over geld en vrouwen wordt gebalanceerd met beelden van eenzame nachtelijke ritjes door Toronto. Ondanks zijn succes – of misschien juist door zijn succes – lijkt Drake een zeer ongelukkig individu; kijk maar eens naar de rijke schat aan ‘sad Drake’-memes. Al heeft Drake zich expliciet afgezet tegen deze karikatuur, de emotie die meeste fans zoeken (en vinden) in zijn muziek, is die van een melancholische malaise.

Als die leegte niet altijd overkomt in zijn teksten, dan doet het dat wel in zijn sound. Samen met zijn vertrouwde producer Noah ‘40’ Shebib heeft Drake een karakteristiek klankenpalet ontwikkeld van dreigende synths, ijle piano’s, vervormde samples en diepe, gedempte drums. Op If You’re Reading This werd dat geluid alleen maar ruwer en kaler. Het emotionele gezang van vroeger maakte nu definitief plaats voor een afstandelijke en hardvochtige Drake. Eigenlijk is het ongelooflijk hoe Drakes populariteit alleen maar is toegenomen, terwijl zijn albums telkens ontoegankelijker werden. Zijn groeiende faam ging ook hand in hand met een bredere verandering in het genre: een soort rapmuziek die duisterder, vreemder, minimalistischer en meer introspectief is.

Het model hiervoor werd in 2008 gemaakt door Kanye West (wie anders?) met zijn meesterwerk over verlies en desillusie:

808s & Heartbreak

. Terwijl Drake die kille sfeer naar de mainstream bracht, dreven anderen deze nog verder. Tyler, The Creator trok voor het eerst onze aandacht toen hij

zichzelf ophing

. Zijn voormalige crewmate Earl Sweatshirt is ondertussen steeds dieper gezakt.

Grief,

van zijn laatste album

I Don’t Like Shit, I Don’t Go Outside,

is misschien wel de meest deprimerende single ooit. Met een pijnlijk trage beat en teksten als

‘I’mma wallow when I lie in that / I just want my time and my mind intact’

, roept het nummer een gevoel op van een beklemmende onderwereld van gedrogeerde angst. Al heeft Kendrick Lamar nieuwe wegen geopend met de rijke klanken en het engagement van

To Pimp a Butterfly

, zijn eerste hit scoorde hij met het sombere minimalisme van

Swimming Pools.

En dan is er nog Childish Gambino’s debuut

Because the Internet

(2013); een conceptalbum over postmoderne vervreemding in een gedigitaliseerde wereld. Op

Zealots of Stockholm

mijmert hij:

‘Heathen, it’s a struggle just to keep breathing / Existential asthmatic, puff puff pass addict’

,

‘Same sex every day, monotonous / Lost God, never prayed, forgotten us’

. In de zweterige sfeer van wat Jon Caramanica de “

liquefaction of R&B

” heeft genoemd, hebben artiesten als

Tinashe

en

FKA twigs

een soortgelijke duisternis verkend. Deze artiesten zijn allemaal zo relevant en (ondanks hun ‘feel-bad’-vibes) vaak ook zo populair, omdat ze kunnen vatten hoe het voelt om in gebroken, onzekere tijden te leven.

Veel rockmuziek is in verouderde thema’s en klanken blijven steken, maar enkele bands hebben ook dat hedendaagse onbehagen kunnen oproepen. Na de release van Modern Vampires of the City, lijkt Vampire Weekends debuut uit 2008 op het openingshoofdstuk van een roman over de val van naïeve jeugd naar zwartgallige volwassenheid. Modern Vampires verkende gewichtige onderwerpen als dood, leven en betekenis in een goddeloos universum, maar werd niettemin een van de meest populaire en geprezen albums van 2013. De groep nam afstand van het sprankelende gitaarspel en de gejaagde ritmes, vertraagde haar sound en richtte zich op elektronische drumklanken, trillende keyboards, tikkende klokken en veel open ruimte daartussenin. Op het neerslachtige openingsnummer Obvious Bicycle zingt Ezra Koenig: ‘No one’s gonna watch you as you go / From a house you didn’t build and can’t control / You ought to spare your face the razor / Because no one’s gonna spare their time for you’. Eenzaamheid te midden van sociale overvloed, structuren die men niet kan controleren – het nummer lijkt wel een scherpzinnig portret van twintigers die nu al levensmoe, ontgoocheld en verloren door de grote stad lopen.

Met de hoge jeugdwerkloosheid, gebroken economieën over de hele wereld, de voortschrijdende klimaatverandering en een groeiende instabiliteit in de internationale politiek, is dit pessimistisch beeld niet eens zo ver van de waarheid. En al heeft de wereldwijde economische recessie niet iedereen even hard geraakt, het heeft toch zeker gezorgd voor een algemeen gevoel van onzekerheid en futiliteit. Nu de betoverende glans van de moderne wereld begint af te brokkelen, doemen haar donkere effecten weer op. Nu het té comfortabele leven van het Westen begint te wankelen, voelen consumptie en genotzucht meer als lege verstrooiingen dan authentiek plezier. Terwijl we nog in het duister tasten, zoekend naar nieuwe zekerheden, blijven de meesten gewoon leven zoals ze dat altijd gedaan hebben. Maar nu wordt die levensstijl geplaagd door een bedreigende leegte – een onttoverde stemming die vandaag in veel levens en hedendaagse muziek schuilt.

Wellicht belichaamt niemand dit beter dan Abel Tesfaye, de man achter The Weeknd. Als dichter van zijn eigen Dionysische zelfdestructie, klom hij vorig jaar in de hitlijsten met nummers over lijnen snuiven en sekspartijen. Onbeschaamd stort Tesfaye zich in de afgrond van het hedonisme. Met al zijn financieel en erotisch succes zou je verwachten dat hij tevreden is, maar toch lijkt The Weeknd er niet echt van te genieten; hij documenteert zijn levensstijl op een apathische manier. Neem de muziekvideo voor

Often

: terwijl de camera traag door een luxueuze hotelsuite glijdt, zien we talloze vrouwen komen en gaan. Elke notie van tijd vervaagt in de eindeloze opvolging van affaires die we zien, en in het midden van dit alles zit Tesfaye met een lege blik naar de camera te staren, compleet onverschillig. Zijn zangstijl is soms soulvol, maar vooral zijn koele toon valt op. Soms stopt hij zelfs in het midden van een zin met het lipsyncen. Al gaat het nummer expliciet over hoe vaak Tesfaye seks heeft, is het geen klassiek voorbeeld van macho-opschepperij. De constante herhaling van het woord ‘often’ benadrukt vooral hoe leeg en onverzadigd Tesfaye blijft na de repetitieve excessen van zijn decadente levensstijl.

Maar vat dit niet op als een ethisch oordeel. Er heerst een soort amorele berusting in de muziek van The Weeknd. Net als in het koele realisme van Vince Staples op Summertime ’06, lijkt er niet eens een werkbaar alternatief voorhanden. Na de financiële crisis van 2008 hebben velen hun geloof in de vooruitgang verloren. Traditionele ideologieën lijken tekort te schieten of zijn in diskrediet gevallen, met een collectieve desillusie tot gevolg. Zolang er zich nog geen nieuwe waarden hebben kunnen vestigen (en die zoektocht voltrekt zich in de Amerikaanse presidentsverkiezing, in de tumultueuze Europese politiek, maar ook in Lamars To Pimp a Butterfly en in Oughts Sun Coming Down), worden veel mensen geconfronteerd met een gapende leegte.

Dit is dus niet de sociale kritiek van de jaren zestig of de diepe depressie van postpunk. Ook niet de ironische afstandelijkheid en zelfhaat van de jaren negentig. Dit is de schaduwkant van een triomferend laatkapitalisme, het onbehaaglijke gevoel na de voldoening, de leegte na het orgasme. Nadat alle tradities en grenzen zijn afgebroken, rest er enkel de verontrusting van helemaal vrij te zijn maar geen idee te hebben. Het is de keerzijde van leven alsof je morgen kan sterven: de angst voor zinloosheid en vluchtigheid. Op verschillende manieren, bewust of onbewust, hebben artiesten van Vampire Weekend tot The Weeknd een pertinent dilemma van onze tijd verkend: hoe leef je betekenisvol in een wereld waarin alle oude zekerheden en waarden achterhaald zijn? Wanneer er geen duidelijke antwoorden komen bovendrijven, kunnen we ons altijd in de chaos storten, op zoek naar schoonheid achter de waanzin.