FYI.

This story is over 5 years old.

Agoraphobic Nosebleed is de meest legendarische en traagste grindcoreband ter wereld

Zo speelden ze onlangs voor het eerst op Europese bodem - twintig jaar na oprichting - waar ik ze sprak over hoe het in godsnaam komt dat ze opeens doom maken.

Scott Hull, Katherina Katz en Richard Johnson - alle foto’s door Niels Vinck

Agoraphobic Nosebleed speelde twee weken geleden voor het eerst ooit in Europa, op Netherlands Deathfest in Tilburg, waarna de stad in puin achterbleef. Het grindcore-collectief maakt er al sinds 1994 een auditieve smeerboel van en bracht in die tijd vier langspelers en een hele berg splits, EP’s en meer uit. Er zijn zo’n drie zangers actief in de band, maar de drums worden al sinds dag één ingespeeld door een drumcomputer. Dat maakt de band ook zo uniek: drumritmes zijn binnen grindcore heel erg hectisch en staan bovendien centraal in de muziek. De band gebruikte door de jaren heen steeds doelbewust een drumcomputer, en dat definieerde hun sound; niet verbazingwekkend dat ze nu tot de grootste in de grindcore-wereld horen. Omdat live spelen met zo’n drumcomputer niet vanzelfsprekend is, en omdat ze nu eenmaal albums maken met méér dan honderd nummers die afklokken op twintig minuten, duurde het tien jaar voor ze overtuigd waren en hun debuutshow speelden op Maryland Deathfest, de Noord-Amerikaanse grote broer van Netherlands Deathfest. Een Europese tour kwam er tot nu toe nog niet van, dus was het festival in Tilburg het uitgelezen moment om ze hier voor het eerst te laten spelen. Ik spreek met de drijfkracht achter de band, ‘homo universalis’ Scott Hull (ook bekend als frontman van het even gerenommeerde Pig Destroyer en ex-lid van Anal Cunt) en twee van de drie zangers; Katherine Katz en Richard Johnson. De derde zanger, Jay Randall, was jammer genoeg niet mee naar 013. Een gesprek over Europa, hoe het in godsnaam komt dat ze opeens doom aan het maken zijn, en wat ze vinden van black metal.

Advertentie

Noisey: Welkom jongens, het is goed jullie eindelijk op Europese bodem te hebben.
Scott: Bedankt! Het was een lange vlucht, en Kat moest nog eerst naar school, dus het was vrij hectisch. We zijn best wel moe, maar het is fantastisch hier te zijn. Wat denk jij? (wijst naar Kat)
Katherine (lacht): Dit is de eerste keer dat ik aan deze kant van de planeet ben, dus het is best spannend.

Ben je ook met je vorige band Salome – een doom-band die in 2011 stopte – nooit naar Europa gekomen?
Kat: Nee, het is er nooit van gekomen.
Scott: Haar band Salome kwam jammer genoeg ten einde voordat die band echt tot volle wasdom is gekomen.

Jullie speelden met Agoraphobic Nosebleed ook pas tien jaar na de oprichting. Dat is best opmerkelijk.
Scott: Onze allereerste, officiele optreden was op Maryland Deathfest in 2014. Daar hebben we toen ook echt voor geoefend. Het was ook toen dat ik besloot alles uit te werken: hoe de drums en de andere technische snufjes live zouden werken en of het überhaupt allemaal wel haalbaar was.

Live spelen jullie dus ook niet met een echte drummer?
Scott: Nee, we gebruiken een drumcomputer. Je zal wel zien hoe het werkt. Er ontbreekt alleszins écht niets op het podium, het is echt overdreven hard en luid.
Richard: Voor de rest van de band is het makkelijker, omdat Scott alle muziek schrijft en opneemt.
Scott: Arc had veel eerder kunnen uitkomen, maar door het optreden op Maryland Deathfest hebben we ons eerst daar vollledig op gestort.
Richard: We hebben veel gerepeteerd. We bleven ook maar nummers toevoegen aan de setlist, tot we helemaal tevreden waren. Die setlist speelden we opnieuw en opnieuw tot we er klaar voor waren.
Scott: Zoals je merkt duurt het bij deze band best lang om iets van de grond te krijgen.

Advertentie

De laatste ep Arc is het eerste deel van een serie waar elke release volledig rondom één muzikant in de band draaien. Kat, met haar verleden in de doomband Salome, is verantwoordelijk voor de eerste. Betekent dit dat de rest van de band er nauwelijks aan heeft gewerkt?
Scott: Richard en Jay zijn niet betrokken geweest, het is vooral Kat en ik die aan de muziek hebben gewerkt. Het idee achter de serie is dat ik telkens bij een nieuwe release samenwerk met een van de zangers. Samen gaan we op zoektocht: niet alleen in de muziek, maar ook voor het artwork. In het geval van Arc kreeg Kat de volledige vrijheid, behalve over de muziek: die maakte ik in samenspraak met haar. Nu wacht me dezelfde klus met de komende ep’s samen met Richard en Jay [Randall], maar ik heb al wel een vermoeden waar het heen zal gaan.

Arc is een afschrikwekkend beest dat je bij de keel grijpt en niet loslaat voor de outro van het laatste nummer, Gnaw.
Scott: Gnaw heb ik jaren geleden al geschreven, ongeveer in 2007. Ik dacht erover om een nummer te maken dat een soort cyclische structuur had, een beetje zoals Dopesmoker van Sleep. Daar luister ik veel naar en het valt me op hoeveel dat nummer vertelt over ruimte, en over het durven rekken van je muziek. In de plaats van alle elementen in minder dan een minuut durende nummers te steken, zoals het meestal gaat bij grindcore.
Scott: Exact. Ik was echt aan het experimenteren met hoe lang ik een nummer kon maken voor het uit elkaar valt. Was dat iets dat je voorheen niet met Agoraphobic Nosebleed of je andere band, Pig Destroyer, kon doen?
Scott: Klopt, ik had het niet gedaan als er geen goeie reden voor was. Ik denk dat ik de beslissing om doom te gaan spelen, maakte rond de tijd dat Blake [Harrison] en ik een Hatebeak [deathmetal met een papegaai als zanger] versie van Dopesmoker gingen maken, dat had natuurlijk ook fantastisch geweest. (lacht)

Advertentie

Je moet me toch eens vertellen hoe het komt dat muzikanten die in een grindcore-band spelen ook indrukwekkend goed zijn in het maken van doom of sludge?
Scott: Ik denk dat die muzikanten gewoon houden van het extreme aan beide kanten van het spectrum en niet gaan voor een gulden middenweg. Zoals bijvoorbeeld Keijo van Rotten Sound, die ook in Morbid Evils speelt. Veel trager als dat wordt het gewoon niet. Er is volgens mij een soort aantrekkingskracht voor grindcore-bands om ook ultratrage nummers te maken, net omdat het zo tegenovergesteld is.
Richard: Heb je ooit gehoord van dat magazine Short Fast and Loud? Ergens aan de binnenkant staat: “If it’s short, fast and loud, or even if it’s long, slow and loud.” Ik wil maar zeggen, het past gewoon.

Ik hoorde ook dat er dit jaar nog een langspeler komt?
Richard: DIT JAAR? (Allemaal beginnen ze te lachen)
Kat: Dat kan wel eens mijn fout zijn.
Scott: Dat zit wel goed – ik ben nu eerst bezig met de nieuwe plaat van Pig Destroyer. Het gaat iets langer duren omdat we die dus eerst moeten opnemen.
Kat: Maar die is wel bijna klaar hè?
Scott: Hij is ongeveer halverwege, en dan ga ik aan Agoraphobic beginnen. Het is allemaal best wel een klus.

Jij werkt dus echt 24/7 aan deze shit?
Kat: Hij is echt het brein achter alles, daarom duurt het ook best lang soms.
Scott: En ik ben ook echt alles aan het doen: de opnames, het programmeren, de demo’s, alles. Dat neemt tijd in beslag. Maar ik hoop dat je het resultaat nog eind dit jaar kan zien, en anders begin 2017.

Kunnen we dan wat cybergrind en black metal verwachten op de komende EP’s?
Richard: Black metal?! (lacht)
Kat: Ik hou heel veel van black metal, maar de rest is er niet echt fan van, geloof ik. (lacht)

Thanks!