FYI.

This story is over 5 years old.

Punkrock door de ogen van een dertiger

Je bent zelf kinderachtig!
1.10.14

Punkfans van boven de 25, bestaan ze überhaupt? De overtuiging van velen is dat punkrock onvolwassen is, muziek voor tieners, pubermuziek gemaakt door jongens met gekke kapsels die hun uiterste houdbaarheidsdatum al lang gepasseerd zijn. Ze zouden niets relevants meer te zeggen hebben en vernieuwend is het allerminst, aldus de critici.

Maar punkrock is zoveel meer dan verwaande miljonairs die verveeld hun oude hits staan af te stoffen. Sterker nog: er zijn weinig genres die de laatste jaren zo vernieuwend zijn als good old punkrock. Posthardcore (dat ik ook tot punk reken, ‘hardcore’ is voluit natuurlijk ‘hardcore punk’) is aan een revival bezig en ook punkrock slaat nieuwe wegen in. De muziekpolitie lijkt het niet te willen zien. Vandaar dat we de vier meest voorkomende vooroordelen tegenover het genre doornemen. En ontkrachten.

What's my age again?

Vooroordeel 1: punkrock is kinderachtig.

Mensen die dat zeggen kijken niet verder dan Sum41, NoFX, Simple Plan en Blink182. Puristen die hun neus ophalen voor alle muziek die niet gemaakt wordt door serieuze jongens en meisjes met Radiohead-posters op hun kamer. Maar juist de laatste jaren zijn er veel bands die wel iets zinnigs te zeggen hebben.

En dan heb ik het niet over quasidiepzinnige, gekunstelde teksten over Grote Thema’s of moeilijke conceptalbums, maar over een band als The Wonder Years, die zogezegd realist poppunk maken. Zes jongens van ver in de twintig die zingen over volwassen worden in een klein stadje onder de rook van een metropool. Klinkt simpel, toch? En dat is het eigenlijk ook. Zanger Dan Campbell heeft een hele directe, persoonlijke, manier van teksten schrijven, wat nummers zoals dit pareltje oplevert:

Een coming of age-nummer over het vinden en vooral behouden van stabiliteit in het leven. Vrienden, familie, een thuis, een baan, het zijn zekerheden die allemaal zo weg kunnen vallen. Ook al ben je op dit moment even gelukkig, je stelt je al in op wat er komen gaat. The first thing that I do when I walk in, is plan a way out for when shit gets bad.

Vooroordeel 2: punk is simpel.

Drie akkoorden, een paar whoa’s en oeeh’s en je hebt een nummer. Maar zo is het al lang niet meer. Neem de bands die zich verzameld hebben in The Wave, een Amerikaanse stroming van posthardcorebands die zich kenmerkt door een geluid dat teruggrijpt op bands als At The Drive-In, maar tegelijkertijd nieuwe invloeden niet schuwt. Bands als La Dispute, Pianos Become The Teeth, Make Do And Mend, Defeater en Touché Amoré zijn andere namen binnen deze specifieke, nieuwere punk.

Die laatste maakte met Is Survived By een van de beste platen van de laatste jaren. En dat vind ik niet alleen, ook Pitchfork was enthousiast over het album. De nummers gaan over klassieke emo-onderwerpen als liefde, relaties en het leven, maar het verschil met veel andere bandjes is de gelaagdheid van de muziek. Hardcore, indie, punk, het vijftal trekt zich niets aan van genres.

Vooroordeel 3: punkbands hebben niets zinnigs meer te melden.

Inderdaad wordt in veel punkbands vooral de liefde en het gebrek hieraan bezongen. Soms tenenkrommend, soms prachtig. Maar waar zijn de bands met idealen? Punkers die de barricades opgaan? Ze zijn er, en dan heb ik het niet over punkers met hanenkammen die niet veel verder komen dan ‘fuck the system’. Against Me! is zo’n band die al zes platen lang allerlei maatschappelijke en politieke problemen aan de kaak stelt. Het mooie is: naar mate je ouder wordt, veranderen je idealen.

Niemand die dat zo mooi verwoordde als Tom Gabel in I Was A Teenage Anarchist van het album White Crosses (2010). Maar Against Me! heeft meer te vertellen: de laatste plaat, Transgender Dysphoria Blues, vertelt het verhaal van een man geboren in een verkeerd lichaam. De track gaat over Laura Jane Grace – zoals Gabel inmiddels heet – zelf. De frontman is een frontvrouw geworden. Een aangrijpende, maar ook opbeurende plaat. Een echte punkplaat bovendien, want juist dat is punk: geen enkel onderwerp is taboe.

Vooroodeel 4: er zit geen vernieuwing in het genre.

Zoals bij zoveel stromingen zijn er ook in punk en hardcore nogal wat copycats. Toen emo een paar jaar geleden populair werd, moest iedere band ineens screams en cleane refreinen hebben en werden de baggy skatebroeken massaal ingeruild voor skinny jeans. Maar de hype is over en de bands die nu komen bovendrijven doen wel degelijk nieuwe dingen.

Alle bands die ik tot nu toe heb genoemd zijn op hun eigen manier vernieuwend bezig; en zelfs een door de muziekpolitie niet serieus genomen band als My Chemical Romance heeft vier albums gemaakt die onderling totaal van elkaar verschillen en allemaal duidelijk vernieuwingsdrang laten horen. En Fucked Up maakte met David Comes To Life (2011) ineens een moderne rockopera, een plaat waarin alle registers werden opengetrokken: rauwe maar swingende schreeuwzang, powerriffs gecombineerd met jaren tachtig-indie en een verhaal dat steeds nieuwe vragen op blijft roepen.

Zomaar vier bands die boven het maaiveld uitsteken, en ik zou er nog tientallen kunnen noemen. Nieuwsgierig geworden? Luister dan vooral naar bands van langgeleden, zoals naar At The Drive-In, Sunny Day Real Estate, Mineral of Fugazi. Of naar hardcorepunk van iets minder lang geleden, bijvoorbeeld naar Thursday, Boysetsfire, Thrice en Alexisonfire. En The Hotelier, Title Fight en Balance And Composure zijn bands van nu die het checken waard zijn.

Als je punkrock of hardcore nog altijd kinderachtige muziek vindt: dikke doei en ga lekker met je broek op je enkels kijken naar gasten (met of zonder snorren) die stijfjes op een podium, netjes naast elkaar, zogenaamde ‘volwassen’ muziek maken. Zonder emotie en allemaal netjes binnen de lijntjes.