FYI.

This story is over 5 years old.

De popartiest Panda Bear wordt met uitsterven bedreigd en dat is prima

Op zijn album ‘PBVSGR’ pakt hij de dood cryptisch bij de kloten.
13.1.15

Het nieuwe jaar is nog maar net bezig, en met het tempo waarin je goede voornemens sneuvelen wordt de popmuziek artiesten rijker. Dat was vorig jaar zo en in 2015 is dat niet anders. Ik heb het over artiesten, maar de meesten verdienen de verzamelnaam ‘artiest’ nog niet helemaal. Je zou ze hooguit muzikant willen noemen. De een zingt, de ander kan leuk gitaarspelen en het aantal mensen dat handig is met Ableton nadert het inwoneraantal van Litouwen. Stuk voor stuk musici, maar wat onderscheidt de muzikant van de artiest in popmuziek anno 2015?

Wat mij betreft is de popartiest een muzikant die zijn talenten gebruikt om op meer dan alleen muzikaal vlak tot de verbeelding van zijn publiek te spreken. Noah Lennox, beter bekend onder zijn artiestennaam Panda Bear, doet dat. Al jarenlang is hij een van de vedetten in de Eredivisie van de popmuziek. In seizoen 2014/2015 blijkt hij deze titel opnieuw waardig, winterstop of niet. Ik sprak Panda Bear in de lobby van een Amsterdams hotel over zijn nieuwste en misschien wel meest gewaagde project tot nu toe. Hij was kalm, vriendelijk en lichtelijk vermoeid. “Het maken van dit album is ontzettend tijdrovend geweest. Daardoor ben ik een beetje moe, maar ik ben ook blij dat ik er eindelijk over kan praten.”

De dag voorafgaand aan de release heeft Panda Bear – als één van de eerste artiesten ooit – een show in het MoMA in New York gegeven, die live uitgezonden werd via

The Boiler Room

. Ook in hogere kunstkringen wordt hij dus gewaardeerd als meer dan muzikant alleen. Hij schuwt het concept niet en weet toch ook vernieuwend te blijven, zonder daarin onnavolgbaar of zweverig te worden. Van de opbouw van zijn tracks tot het in elkaar zetten van zijn liveshows: alles is meer dan goed doordacht, maar conventioneel is hij allerminst: “Ik ga zeker secuur te werk. Toch wil ik ook genoeg aan het toeval overlaten.”

Het feit dat Panda Bear op alle vlakken het experiment opzoekt vind ik het meest bewonderenswaardig. Zelfs de manier waarop zijn nieuwe album gepresenteerd wordt is vernieuwend. In de aanloop naar de release gingen zijn tracks om de dag in première, elke dag op een ander radiostation ergens ter wereld. Onlangs ging de website

PBVSGR.com

live, een hele trippy website waarop je interactief het album kunt previewen en de live-visuals van videokunstenaar Danny Perez kunt bekijken. En dan was er dus nog die Boiler Room-show. Nu begrijp ik ook wel dat labels bij dit soort marketingcampagnes heel wat te zeggen hebben – toch leent Panda Bears muziek zich uitstekend voor dit soort gewaagde en eigenlijk zelden geflopte probeersels.

Panda Bear maakt ook deel uit van Animal Collective. In die band gaan ze op eenzelfde manier te werk wanneer het op tracks maken aankomt: de kern van een track wordt vastgesteld, daarna live uitgeprobeerd, voorafgaande aan een album of EP. Dan komt het album en wordt er getourd. Na de tour is er weer plek voor het experiment met nieuwe nummers, en is de cirkel weer rond. “Toch zal ik nooit iets live spelen als ik het gevoel heb dat het dat nog niet waard is. Ik probeer gesimplificeerde versies van de basis uit. Je kunt het zien als een nummer dat nog allemaal verschillende outfits aan het aantrekken is voordat het echt uitgebracht wordt. Op het album kan ik het zo uitgebreid maken als ik zelf wil, je kunt het honderd keer terugluisteren. Live wil ik dat het gevoel per track in één keer overweldigt.”

“Ik laat vaak de setlist door iemand anders samenstellen, en dan moet ik live maar zien hoe ik van track A naar track B ga. Meestal lukt dat. Soms totaal niet. Maar ook uit die dooie dingen ontstaan weer mooie dingen.” Die gedachten over leven en dood vormen de rode draad op zijn nieuwe album,

Panda Bear VS. The Grim Reaper

. Zo is

The Grim Reaper

een verwijzing naar de dood. “De titel is zo cryptisch als je hem zelf wil maken, maar toch ook heel straightforward. Je kan het ook letterlijk zien als een gevecht tussen het levende en het sterfelijke. In eerste instantie maakte ik dat hele strijdtoneel tussen mij en de dood om iets duisters en negatiefs neer te zetten als iets grappigs en luchtigs, uiteraard zonder het onnodig klein te maken. Er staat een nummer op dat bijna letterlijk gaat over de dood van mijn vader, maar je hoeft het ook allemaal niet zo zwaar te nemen. Je kunt het ook zien als een noodzakelijk kwaad. Een dodelijke ziekte is ook weer een levend wezen dat wil voortbestaan. Ik maak mijn tracks uit kleine bouwstenen – als die in mijn ogen ‘dood’ zijn, en dus niets met me doen, laat ik ze achter. Soms moet je dingen achterlaten voordat er iets nieuws kan ontstaan.”

Lennox schakelde ook bij dit album de hulp in van Peter Kember, die eerder productiewerk deed voor MGMT, en ook Panda Bears vorige album mixte en masterde. “Peter is stukken geduldiger dan ik. Hij beluistert de schetsen van nummers minder vaak dan ikzelf, maar ondanks dat geeft hij het de tijd. Hij parkeert nummers rustig een paar maanden. In dat proces van bijschaven neem ik het liefst rigoureuze beslissingen. Dit moet weg, dat moet anders, de intro toch eruit.”

Dat het duo zijn tijd neemt, komt de nummers ten goede want het merendeel van Panda Bears nummers druppelt pas later bij de luisteraar naar binnen. Mede door het de grote soep aan ritmes en melodieën klinkt dit album in eerste instantie net zo trippy en vloeibaar, maar dat maakt het zeker niet onverteerbaar: hoe dichter je bij de bodem komt, hoe stevig de fundamenten zijn vormgegeven, en hoe krachtiger de melodieën. “Die basis is ook écht waar het om draait in de nummers. Die moet je fysiek voelen.”

Wat hij aflevert zijn vaak complete geluidscollages, bestaande uit tientallen, zo niet honderden sporen vol samples, loops, drumbreaks die eindeloos weer getweakt worden. Ik vroeg me af wanneer hij het moment bereikt dat hij het allemaal wel welletjes vindt met al die oneindige aanpassingen. Door al dat vallen en opstaan raak je immers al snel de draad kwijt. “Als ik naar een nummer kan luisteren zonder te moeten denken over rigoureuze aanpassingen, die de hele puzzel weer overhoop gooien, dan weet ik dat het de vibe heeft waar ik voor dat nummer naar op zoek was. Ook tijd is belangrijk, omdat ik al zo lang bezig ben met dit album dat het ook wel een keertje af

mag

zijn. Als die twee categorieën aangeven dat het mooi is geweest, dan weet ik dat ik moet stoppen met sleutelen.”

Dat gevoel per track is op dit nieuwe album heel verschillend, maar in elk nummer is onmiskenbaar het geluid van Panda Bear terug te horen. Het is deze manier van liedjes maken die hem goed ligt en die hij zich heeft toegeëigend. “Het is alsof je bovenop een berg staat met een emmer water. In de verte zie je het punt waar het water naartoe moet, helemaal onder aan de berg. Je mag niet met de emmer van de berg aflopen maar je moet hem leegkiepen. Je begint te kiepen en moet telkens bijsturen waar het water naartoe gaat.”

Het combineren van gewaagde marketingcampagnes en het zorgvuldig in elkaar zetten van trippy geluidscollages, maken hem tot een volwaardig artiest. En ondanks deze vlijmscherpe visies is Panda bear ontzettend bescheiden gebleven; zeker anno 2015 maakt hem dat een zeldzaam exemplaar. Een vreemde eend in de bijt van de popmuziek. De eend wordt misschien niet met uitsterven bedreigd, maar de pandabeer wel. Juist dat maakt deze artiest zo speciaal.

Het album Panda Bear vs. The Grim Reaper is vanaf vandaag te koop via iTunes.

Check ook The Creators Project over PBVSGR.com, Panda Bears website.