RoXY: De Club in Amsterdam Waar Alles Kon

Het gordijn gaat open en daar hangt ze: een performer in een kooi, langzaam van het plafond naar beneden zakkend terwijl de dansvloer onder haar trilt op ruwe Chicago-house. Niemand lijkt verbaasd. In deze club is dit gewoon een andere avond. 

Geen trendy line-ups op Instagram, geen gastenlijst of VIP-ruimtes, en geen smartphones op de dansvloer. Alleen een oude bioscoop, een groep extreem bevlogen kunstenaars en een nachtclub die meer lijkt op een levend kunstwerk. 

Videos by VICE

Het was de plek waar het allemaal begon. Die club heette RoXY. 

Tussen 1987 en 1999 groeide RoXY uit tot een legendarische plek waar muziek, performancekunst, gigantische decors en totale sociale vrijheid samenkwamen. Het was een club waar je kon dansen, neuken, verkleden als een alien of Lenin, en waar de meest absurde performances gewoon onderdeel waren van de avond – zoals een levensechte tornado die midden op de dansvloer werd nagebootst.

Het begin

RoXY ontstond uit het tijdschrift Vinyl van uitgever en directeur Arjen Schrama en het culturele platform Aorta van kunstenaar en architect Peter Giele. In eerste instantie was Giele op zoek naar een ruimte waarvan hij een kunstenaarshotel kon maken, waar elke ruimte door verschillende kunstenaars werd samengesteld. Hij kreeg de tip om naar de oude RoXY-bioscoop te gaan kijken.

Het begon allemaal via de achterdeur van een kledingwinkel. 

Schrama weet nog precies hoe Giele hem voor het eerst meenam naar de verlaten bioscoop. “We kwamen binnen via de Kalverstraat,” vertelt hij. “Het was een kledingwinkel. Achterin zat een klein deurtje. Als je daar doorheen ging, kwam je ineens in de leegstaande RoXY-bioscoop.” Wat ze aantroffen voelde als een tijdcapsule. “Alles stond er nog. Loges, een balkon, het podium, alle bioscoopstoelen. Art deco-decoraties, een gigantisch plafond. Echt de grandeur van vroeger.” Midden in het drukste winkelgebied van Amsterdam stond een complete bioscoop leeg te verstoffen. Het plan was simpel: één feest geven. 

Dat plan liep volledig uit de hand.

Giele, Schrama en dj Eddy De Clercq besloten de bioscoop om te bouwen tot nachtclub. Niemand had ervaring met het oprichten van een club. “Met vrienden en kennissen zijn we gewoon begonnen,” zegt Schrama. “Slopen, bouwen, financiering regelen, een huurovereenkomst proberen rond te krijgen.” Het oorspronkelijke budget was 150.000 gulden. Uiteindelijk werd het anderhalf miljoen. “Het project liep volledig uit de klauwen.” Een groot deel van die chaos kwam door Giele zelf, een visionair die simpelweg niet geloofde in kleine plannen. “We konden bijvoorbeeld afspreken dat we geen balkon zouden maken omdat dat technisch niet haalbaar was,” zegt Schrama. “En dan kwam je de volgende ochtend terug en zei Peter: moet je kijken.” Het balkon stond er dan al. “Soms kwam ik ’s ochtends binnen en was hij in slaap gevallen met een drilboor in zijn hand, nog vast in de muur.”

Toen de club bijna klaar was, kwam er een onverwacht voorstel binnen: de Europese lancering van MTV wilde plaatsvinden in club RoXY. “Fantastisch natuurlijk,” zegt Schrama. “Maar we moesten alles af hebben voor die datum.” Dat was het niet.

Tot op de laatste minuut werd er nog geschilderd en gebouwd. Volgens lichttechnicus James Di Angelo lag de vloer nog vol gereedschap toen de eerste limousines arriveerden. “MTV kwam met camera’s uit de hele wereld,” zegt hij. “En er kwamen artiesten aan, onder andere Elton John.” De trap naar beneden had alleen nog geen leuning. “Elton John durfde bijna niet naar beneden,” vertelt Di Angelo lachend. “Dus hij legde zijn hand op mijn schouder en we liepen samen de club in.” De verf was nog nat, maar RoXY was open.

Club RoXY
Fotografie: Cleo Campert

Crisis

Na die spectaculaire opening leek de toekomst veelbelovend, maar de eerste maanden waren allesbehalve succesvol. Niemand wist nog precies wat RoXY moest zijn. Soms stonden dj’s voor bijna lege zalen te draaien. Daarnaast lag de straat voor de club ook nog eens open door werkzaamheden. “Mensen gingen niet op hun mooie schoenen door de modder naar de club,” zegt Di Angelo. 

Maar het échte probleem zat ergens anders. 

In 1988 begon mede-oprichter en dj De Clercq iets nieuws te draaien: house. Ruwe beats uit Chicago en New York. Hard, repetitief en hypnotisch. Het publiek wist niet wat ze ermee moesten. Financieel directeur Michiel Kleiss herinnert zich hoe onzeker het werd. “Het was zo stil dat personeel begon te staken. Mensen dachten: dit gaat mis.” Binnen RoXY ontstond paniek. Moesten ze ermee stoppen? De Clercq hield vol. Hij haalde zelfs Amerikaanse artiesten naar Amsterdam, die voor halflege zalen draaiden. Maar toen gebeurde het. “Op een gegeven moment viel het kwartje,” zegt Schrama. Binnen een paar maanden veranderde RoXY in een hysterisch succes. House explodeerde. “De muziek heeft ons uiteindelijk gered,” zegt Di Angelo.

Maar muziek was maar een deel van het verhaal.

RoXY als totaal kunstwerk

RoXY was nooit bedoeld als gewone discotheek. Volgens decorbouwer Lennart Vader werd de club zelfs liever een “culturele nachtsociëteit” genoemd. Bezoekers konden lid worden en kregen een ledenpasje, en binnen ontstond een verzamelplek voor creatief Amsterdam: kunstenaars, theatermakers, modeontwerpers en allerlei excentrieke types. “Het publiek was eigenlijk ook onderdeel van de show,” zegt hij. “Mensen kwamen al verkleed en extravagant binnen. Dat was bijna een performance op zich.”

Het theatrale karakter ging verder dan alleen de gasten. De club had een eigen decorploeg die werkte zoals een theatergezelschap. Overdag werd gebouwd, ’s nachts werd er gefeest. Elke paar weken kreeg de club een compleet nieuw thema. “Dan was het een onderwaterwereld,” zegt Vader. “Of het Romeinse Rijk. Of Bollywood. Of een gigantische flipperkast.” Het publiek was net zo onderdeel van de gekte als de performers. Zo stond er tijdens een kerstfeest een levende kerststal op het podium en mochten bezoekers met lasers schieten. Raakte je het doel? Dan schoot baby Jezus omhoog uit de krib. Op een andere avond werd de club een Sovjetbureau, waar je formulieren moest invullen om goedkope wodka te krijgen. 

De club maakte slim gebruik van de oude bioscooparchitectuur. Het podium en het grote gordijn werkten als in een theater: achter het doek werd al een nieuw decor opgebouwd terwijl de club gewoon open bleef. “Als het moment kwam, ging het gordijn open en stond er ineens een totaal andere wereld,” zegt Vader. Sommige ideeën sloegen nergens op. Bij het thema genaamd “De Snelkookpan” hing een enorme metalen koepel aan het plafond die langzaam naar beneden zakte terwijl de avond vorderde. Binnenin zaten lampen die steeds meer hitte gaven. “Aan het eind van de nacht voelde het alsof je werd gefrituurd in een pan,” lacht Vader.

Bij RoXY was decor nooit slechts decor.

Het liep naadloos over in performance, licht, muziek en zelfs geur. “Er waren geur-dj’s die toepasselijke geuren verspreidden,” zegt Vader. “En het kon gebeuren dat de muziek ineens stopte omdat iemand een presentatie wilde geven. Of er kwam een spoken word-optreden tussendoor. Het was echt theater.” De club bestond uit één ruimte: een dansvloer van elf bij elf meter, met plek voor maximaal zeshonderd mensen. Juist die krapte maakte de ervaring intens. “In moderne clubs heb je verschillende zalen,” zegt Vader. “Hier kwam alle energie op één plek samen.” Op woensdag was er een gay night, op andere avonden techno, hiphop of drum & bass. Soms werd er tango gedanst. En soms botste alles tegelijk. “Dan had je bijvoorbeeld een apocalyptisch decor, en daar werd dan gewoon een tangomiddag in gehouden.”

Binnen de club bestonden sociale regels nauwelijks.

In dezelfde ruimte stonden excentrieke clubgangers, kunstenaars en zakenmannen zij aan zij op de dansvloer. Internationale beroemdheden kwamen er ook graag, maar bij RoXY was iedereen gelijk. Zelfs Prince moest ooit gewoon achteraan aansluiten toen hij probeerde voor te dringen.

Niemand keek vreemd op als iemand halfnaakt rondliep of een sok over zijn penis had getrokken. “Op de gay night werd er wel eens openlijk seks gehad op het podium,” zegt Inez Giele-De Jong, weduwe van Peter Giele en voormalig cultureel manager bij RoXY. “Of er was een vrouw die vuur uit haar kut kon spuwen. Ik zat er dan wel naast met een natte lap en een brandblusser.” Voor haar was dat gewoon een normale werkdag.

“Er gebeurde in RoXY van alles waar mensen aanstoot aan hadden kunnen nemen. Het ging soms echt ver. Maar er was vertrouwen dat het met elkaar kon. Er was een soort stilzwijgende afspraak.” In die wereld maakte het weinig uit wie je was. “Of je nou man was, vrouw, gay of lesbisch – dat maakte allemaal geen fluit uit,” zegt Giele-De Jong. “Het was een spel.” Dat is vrijheid, denk ik. Dat je soms over grenzen gaat, maar dat je die grenzen samen bepaalt. En dat niemand zich onveilig voelt. Dat is fantastisch.”

RoXY Girls
Fotografie: Cleo Campert

Het theatrale karakter van RoXY leeft nog steeds voort in het huis van Giele, waar Giele-De Jong ooit met hem samenwoonde. Het interieur is volledig door hem ontworpen en voelt meer als een klein museum dan een gewone woning. Overal staan herinneringen aan de club: decorstukken, kunstwerken en relikwieën. Op een plank in de keuken ligt bijvoorbeeld een van de stenen penissen die ooit boven de bar hing. “Elke piemel was anders,” zegt Giele-De Jong terwijl ze de volgende souvenir erbij pakt. “Dit is een mensen-dijbeen. In brons. Loodzwaar. Daarvan hingen er drie op een rij, vlak naast de deur van RoXY.” Giele-De Jong beheerde de kunstcollectie, met museumwaardige werken die zelfs in de wc van RoXY te bewonderen waren. Giele ontwierp het vaste interieur tot in elk klein detail: voor de bar timmerde hij een kast van geïmporteerd tropisch hardhout uit Costa Rica en Panama, afgewerkt met koperen ornamentjes die speciaal voor hem werden gemaakt. Niets was kant-en-klaar; alles was maatwerk. Zo voelde RoXY tegelijk luxueus en uniek.

Voor Giele was de club nooit alleen een discotheek. Het was een totaal kunstwerk.

“Het eerste wat mensen me altijd vragen is: wat was nou het concept van RoXY?” zegt Giele-De Jong. “Alsof je dat even in één zin kunt uitleggen. Alsof het een soort formule is die je gewoon kunt kopiëren.” Volgens haar werkte het niet zo. “Het was een mentaliteit,” vertelt ze. “Natuurlijk begon het met een idee. Peter schreef ook voor Aorta en maakte lange teksten om subsidies of financiers te krijgen. Daar zat altijd een visie achter. Maar zoiets moet ook gaan leven.” RoXY werd uiteindelijk iets wat niemand van tevoren precies had kunnen plannen. “Dat die muziek ineens zo aansloeg bijvoorbeeld,” zegt ze. “House kwam precies op het goede moment. En het paste natuurlijk ook bij de tijd. Er werd in die periode ook veel ecstasy gebruikt.”

Volgens Vader zat de echte magie ook in de filosofie van de club. RoXY was geen winstmachine zoals de meeste clubs. “Het idee was niet om zoveel mogelijk geld te verdienen,” zegt hij. “De filosofie was: investeer in expressie.” Winst werd simpelweg weer in de club gestoken – in decor, kunst en performances. “We waren piepjong,” zegt Vader. “En ineens konden we onze wildste ideeën uitwerken. We hadden budgetten waar je als twintigjarige alleen maar van kan dromen.” 

Die vrijheid om te experimenteren maakte RoXY tot een broedplaats voor cultuur. Volgens Kleiss zit er iets fundamenteels in het nachtleven. “In de nacht begint veel cultuur,” zegt hij. “Het is een kraamkamer van verandering.” En precies dat was RoXY: dj’s die er draaiden werden later internationale sterren, kunstenaars en ontwerpers vonden er hun publiek, en performers testten ideeën die nergens anders konden. Het was een plek waar mensen zichzelf echt konden uiten.

RoXY Girls (Shirley, Lenn en Jet)
Fotografie: Cleo Campert

Eén avond sprong er voor veel mensen bovenuit: de jaarlijkse Love Ball. Een benefietfeest voor het Aidsfonds, dat uitgroeide tot een van de grootste clubnachten van Amsterdam. Artiesten traden belangeloos op en de club pakte groter uit dan ooit. “Dat was echt het feest van het jaar,” zegt Vader. Volgens Giele-De Jong was de RoXY-tijd ook een tragische tijd, omdat aids ontzettend veel slachtoffers eiste. “De hele tijd was daar die dreiging, waarbij jonge mensen heel vroeg geconfronteerd werden met dood, verderf en vergankelijkheid. En toen zijn we begonnen met Love Ball. Het uitgangspunt was geld ophalen voor het Aidsfonds en mensen bewust maken van de ziekte.”

Een knallend einde

Het einde van RoXY voelt achteraf bijna te symbolisch om waar te zijn. 

RoXY-oprichter Giele overleed op 44-jarige leeftijd onverwachts aan een hersenbloeding. Op 21 juni 1999, de laatste langste dag van het millennium, werd hij begraven. Zijn uitvaart trok als een surrealistische stoet door de Amsterdamse grachten: een open kist op een boot, vuurspuwers – iets wat vandaag de dag niet meer zou worden getolereerd – en daarachter boten vol vrienden en clubgangers. Na de begrafenis trok iedereen naar RoXY voor een afscheidsfeest. Diezelfde avond brak er brand uit en brandde de club volledig af. Er vielen geen gewonden. Giele had altijd een motto:  Ab igne ignem capere – mijn vuur zal andere vuren doen oplaaien. “Gekker kan je het niet bedenken,” zegt Schrama. Met het afbranden van de club kreeg RoXY een mythische betekenis.

RoXY werd nooit herbouwd. Op de plek staat nu een kledingwinkel, maar de invloed van de club is nog altijd voelbaar. Nederland werd een wereldmacht in EDM, dj’s werden internationale supersterren en festivals groeiden uit tot massaproducties. Toch denken veel oud-RoXY-gangers dat er ook iets verdwenen is. “Nu zijn clubgangers vooral toeschouwers,” zegt Schrama. “In RoXY was je onderdeel van het geheel.” Het was geen concept, het was een moment – alsof je een film binnenliep. “Mensen hebben alles tegenwoordig al gezien voordat ze ergens naar binnen gaan. Ze laten zich niet meer zo verwonderen,” zegt Giele-De Jong. Misschien is dat waarom RoXY een legende werd: een oude bioscoop in hartje Amsterdam die elke avond transformeerde in een nieuwe wereld van muziek, kunst en totale gekte, waar de nacht even voelde alsof alles kon.

Fotografie: Cleo Campert 

starprints.nl/collections/prints-club-roxy

Thank for your puchase!
You have successfully purchased.