FYI.

This story is over 5 years old.

Muziek

Gerd Janson voelt zich een kleine naast Marcel Dettmann

“Laatst draaiden we op dezelfde plek op Ibiza. Nadat hij klaar was met zijn set, zei ik hem dat ik meteen naar huis ging om te oefenen voor onze dj-set op Dekmantel Festival, omdat ik niet vernederd wil worden.”

Gerd Janson, je weet wel, die dj waar ik vorige week al kort over vertelde in het interview met Marcel Dettmann, is op vakantie op het Spaanse eiland Mallorca. De uit Frankfurt afkomstige Janson is dj en labelbaas van Running Back. Hij produceert samen met Philip Laurer onder de naam Tuff City Kids en spreekt over de hele wereld namens de Red Bull Music Academy met de belangrijkste (underground) spelers van de elektronische muziekwereld. Op het Dekmantel Festival op 25 augustus draait hij samen met Dettmann.

Advertentie

Noisey: In de tijd dat ik op je wachtte voordat je op Skype kwam, heb ik wat gelezen over Mallorca. Het eiland blijkt de populairste bestemming onder Duitsers te zijn. Wat is er zo aantrekkelijk aan het eiland voor Duitsers?

Gerd Janson: Dat gaat terug naar vlak na de Tweede Wereldoorlog, ten tijde van de Wirtschaftswunder waar de economie een boost werd gegeven. Een paar slimme Duitse touroperators hebben hier enorme betonnen hotels gebouwd en reizen naar Mallorca georganiseerd voor iedereen die het een beetje kon betalen. Sindsdien gaat half Duitsland nog altijd naar dit eiland toe.

En jij dus ook. Ben je typisch Duits?
Ik zit in het noorden van het eiland. In het zuiden zitten de meeste Duitsers, daar ligt het zuipgebied. Hier is het vrij rustig. Het is hier een beetje zoals Ibiza maar dan zonder de boem boem boem. Het is trouwens ook de eerste keer dat ik hier ben. Ik zou me niet als typisch Duits willen omschrijven. Eigenlijk pas nu, nu ik ouder ben, voel ik me comfortabel bij het Duits zijn. Ik ben geboren in een klein dorp in Roemenië als kind van twee Duitsers. Ik heb me in Duitsland lange tijd een buitenstaander gevoeld, met een vrij groot schuldgevoel en hyperzelfbewustzijn. Ik ben nog een keertje teruggeweest, dat was toen ik een jaar of vijf was. Toen woonde er nog familie, nu niet meer. Wat weet je van de dancescene daar?
Minimal house en techno zijn er populair. Ik heb zelf een keer in Boekarest gespeeld. In een kleine kelder op een disco/house-feestje. Dat was erg leuk.

Advertentie

Over je dj-set met Marcel…
Ja, dat kwam nogal als een verrassing. Maak je je zorgen?
Marcel Dettmann is een grote naam. Hij belichaamt de perfectie van Duitse techno. Ik denk dat ik me wel klein naast hem zal voelen. Hij IS techno. Ik ben ook al lang geïnteresseerd in techno en ik kom uit Frankfurt en ja, ook dat is een technostad, dus techno zit ook in mijn bloed. Maar ik heb last van ADD. Ik kan niet lang bij één genre blijven in mijn sets, terwijl het bij techno om de groove gaat. Dan kun je niet totaal iets anders gaan doen.

Wie zal die zondag de leiding nemen?
Marcel is van de slimme en snelle oplossingen. Ik ga vooral mijn best doen. Laatst draaiden we op dezelfde plek op Ibiza. Nadat hij klaar was met zijn set, zei ik hem dat ik meteen naar huis ging om te oefenen voor onze dj-set omdat ik niet vernederd wil worden.

foto’s: Merlijn Hoek

Voordat je het dj-en oppakte was je muziekjournalist. Had je een bepaalde missie door dat beroep te kiezen?
Van jongs af aan verzamel ik muziek, maar ik dacht lange tijd dat dj’en er niet in zat voor mij. Omdat ik graag actief ben in de muziekwereld, besloot ik over muziek te gaan schrijven. Dat was de reden. Ik zou wel zien waar ik terecht zou komen. Op een gegeven moment wordt er dan gezegd dat je muziekjournalist bent. Nu ik een eigen label heb en af en toe ook wat produceer, zoals remixes, neem ik er liever afstand van. Het voelt niet goed om dan nog over anderen te schrijven. En voor de Red Bull Music Academy doe ik natuurlijk nog veel interviews en leid ik panels, dus echt helemaal stoppen gebeurt niet.

Is muziekjournalistiek belangrijk voor dance?
Nee, dat denk ik niet. Als je kijkt naar de populairste tracks en albums, dan zijn het vaak die albums waar door de muziekcriticus negatief over wordt geschreven. Het lijkt dus vrij zinloos. Maar aan de andere kant hebben we de behoefte om over muziek te praten; het te evalueren en zo veel mogelijk in hokjes te stoppen en subgenres te bedenken. Er zijn ook zo veel verschillende benaderingen in het schrijven over muziek: analytisch, of vanuit het perspectief van een fanboy. Dat geeft uiteindelijk toch wel een mooie touch aan de muziekwereld. Sorry, ik heb er nogal een handje van om mezelf tegen te spreken. Waar zouden we de rol van muziekjournalistiek dan moeten plaatsen binnen de dancewereld en de ontwikkeling ervan?
Dancemuziek was in eerste instantie bevrijdend. Het was gezichtsloos, anders dan in de rockmuziek waar het draait om gezichten; het imago van de muzikanten. Dat was in het begin bij dance niet zo. Daar ging het om de muziek, niet om de makers ervan. Toch is het nu ook die kant op gegaan. Daar heeft het internet natuurlijk een rol in gespeeld, maar ik denk ook de journalistiek. Mensen en de journalistiek zijn nu eenmaal op zoek naar larger than life-personen. Over je eigen producties. Je was bezig met het opzetten van je eigen studio. Is die inmiddels af?
Dat was-ie, maar toch ook weer niet. Mijn collega’s en vrienden maken er al grappen over. “Zit je ooit wel eens in je studio?” Dan zeg ik: nee, ik heb dit nog nodig om aan de slag te kunnen gaan. Dit gaat nu al een paar jaar zo. Het leek me vooral handig voor mijn samenwerking met Philip Laurer, waarmee ik de Tuff City Kids ben. Zodat we dan samen konden Skypen over onze muziek. [lacht]

Maar wanneer kunnen we iets onder je eigen naam verwachten?
Ik vraag me af of dat er ooit zal komen. En dan zal ik toch voor een andere naam kiezen en niet iets onder mijn eigen naam uitbrengen. Mijn probleem is ook beetje dat ik op zo veel manieren met muziek bezig ben, dat ik me soms afvraag: moet ik nou echt ook nog iets toevoegen aan de lijst van alle shitty dingen die er zijn uitgebracht?