Advertentie
Music by VICE

Almere heeft niets om trots op te zijn en toch is Esko er zielsgelukkig

We zochten de producer op in zijn woonplaats voor een gesprek over zijn muziek, zijn rotjeugd en al het talent dat er in Almere rondloopt.

door Souf Kinani
24 november 2015, 7:20am

Veel mensen denken dat ze naar de grote stad moeten trekken om het in de creatieve sector te maken. Gek is dat natuurlijk niet als je bedenkt dat de ogen van publiek en media vaak op grote steden als Amsterdam zijn gericht, je sneller gelijkgestemden gaat vinden en dat je bijna op elk feestje een invloedrijke schakel aan je netwerk kunt toevoegen. Toch is het te kortzichtig om alleen naar de hoofdstad te kijken, want daarbuiten gebeurt genoeg. Zo ook in de hiphop.

Sevn en zijn vaste producer Esko zijn momenteel twee van de meest poppin’ figuren in de scene en ze komen allebei uit Almere, een stad met een even rampzalige reputatie als die van een kleine kernramp. Ik besloot de stoute schoenen aan te trekken en voor het eerst in mijn leven de trein naar het idyllische Allie te pakken om Esko op te zoeken, om hem beter te leren kennen, maar vooral om te achterhalen hoe het komt dat er steeds meer goede dingen uit zijn stad komt.

Terwijl ik van Almere Centraal naar de studio van Esko in de Bouwmeesterbuurt afreis, worden bijna al mijn arrogante Amsterdamse vooroordelen over Almere bevestigd. De gigantisch brede straten en lanen zijn er uitgestorven waardoor de sfeer constant tussen geestdodend en griezelig balanceert. Voor de architectuur hoef je er ook niet per se heen. Het is alsof iemand zich bij Rollercoaster Tycoon begon te vervelen, ‘copy, paste’ dacht en maar overal hetzelfde gebouw begon te neer knallen. De nare vibes stoppen wanneer de 21-jarige rapper en producer mij warm onthaalt in zijn studio.

Esko’s passie voor hiphop begon al op vroege leeftijd, maar het balletje begon pas echt te rollen toen Rasskulz van Gooise Goons in zijn bescheiden thuisstudiootje wilde opnemen. De rapper bevestigde dat zijn producties dope waren en stelde hem voor aan Bokoesam die bij Nindo tekende. Via Sam ontmoette hij ook Negativ en Keizer, en werd hij een van de vaste producers van het label. “Tegenwoordig doe ik alleen bijna niets meer voor ze,” zegt hij terwijl hij een slok van zijn Aquarius neemt. “Ik ben nog helemaal cool met die guys hoor. Sam en Keizer spreek ik bijna elke dag. Maar ik ben nu vooral druk met mijn eigen label Van Klasse. Ik werk nu veel met mijn artiesten Latifa en Hans Grants, daarnaast heb ik nog wat eigen projectjes. Ik vind het nog steeds tof om met anderen samen te werken. Ik kom bijvoorbeeld net van een schrijverskamp met Turk, sta op het album van Lijpe en ik produceer de nieuwe plaat van Sevn Alias, maar ik wil gewoon ook in alle vrijheid aan mijn eigen dingetje kunnen bouwen.”


Vrijheid kreeg Esko wel bij Nindo, maar zijn naam werd onlosmakelijk verbonden aan het label, terwijl hij steeds meer onder zijn eigen naam en vlag wilde opereren. “Een hoop mensen worden gelukkig van in dienst zijn, maar ik niet. Ik wil de touwtjes in handen hebben om zo mijn eigen visie met de wereld te delen. Ik ben nog jong en ik weet dat ik er nog lang niet ben, maar ik kan nu al zeggen dat ik trots ben op wat ik heb neergezet, solo en met Van Klasse."

Het succes van Van Klasse is natuurlijk te verklaren door de muziek die het label uitbrengt, maar volgens Esko is er nog een hele belangrijke factor die niet vergeten mag worden. “Ik heb de beste manager ever man! Hij heeft met mij Van Klasse opgezet en doet het hele financiële plaatje, van sponsors zoeken tot de KVK en belastingdingen. Bart van Houten man, hij is hiervoor alleen van één act manager geweest en dat is de Osdorp Posse.”

Bart kwam in het leven van Esko toen hij door een moeilijke periode ging. “Ik was echt een probleemkind,” bekent hij. “Echt een straatschoffie. Toen mijn ouders gingen scheiden ging ik steeds meer op straat hangen en toen ging het langzaam mis. Ik begon een beetje te dealen in pilletjes en wiet, stelen en vooral weinig uitvreten. Ik was gewoon een mongooltje.” Hij begint keihard te lachen. “Ja, ik weet niet hoe ik het anders moet uitleggen. In die periode gingen vrienden van mij naar een jongerencentrum om muziek te maken en dus ging ik een keertje mee. Toen was Bart daar en hij vond dat ik veel talent had. Hij vertelde me dat ik de straat en alle ongein moest laten voor wat het was. Hij had toen ook allemaal dure muzieklessen voor mij geboekt, maar die heb ik toen geskipt omdat ik een joint wou roken of zoiets doms.”

Het moest eerst even nog slechter gaan, voordat het beter werd. “Op een gegeven moment moest ik een jaar lang naar een besloten internaat. Het heeft me volwassener gemaakt. Er gebeurde echt fucking heftige shit daar, ik zag bijvoorbeeld een meisje van een viaduct afspringen, eentje voor de trein en een meisje uit mijn groep sneed haar polsen door. Het was een grimmige plek die me deed beseffen dat ik echt iets aan mijn leven moest veranderen. Toen herpakte ik mezelf met de hulp van Bart.”

Aan deze verhalen te horen, en ook aan de straatraps van Esko en Sevn, gebeurt er veel grimmige shit in Almere, iets wat totaal niet past bij wat ik net heb aanschouwd in de zielloze en uitgestorven stad met rijtjeshuizen. “Veel plekken zijn inderdaad rustig, maar Almere heeft echt wel zijn plekken. Er gebeurt genoeg rare shit, maar het is allemaal undercover. Bij mij in de buurt is er bijvoorbeeld een soort trap house waar de hele tijd junkies naar binnen gaan om high te worden. Maar dat zie je er niet aan af, omdat het van buiten gewoon een normaal huis is. Daarnaast had Almere ook de meeste inbraken van Nederland volgens mij.”

Dit werd overigens na het interview, tijdens de fotoshoot, bevestigd toen we staande werden gehouden door de politie op verdenking van ‘het voorbereiden van een inbraak’. De ironie zat er vooral in dat de politie weer moest oprukken omdat er iets verderop een echte inbraak plaatsvond. “Stedenwijk, waar Sevn vandaan komt, is best wel een achterstandswijk. Voor Almere Buiten geldt eigenlijk hetzelfde.”


In Almere gebeurt misschien wel meer dan op het eerste oog lijkt, maar het gaat nog steeds net te ver om het als een roerig of zelfs inspirerende plek te bestempelen. “Almere is an sich niet inspirerend, maar de jongeren om mij heen zijn dat wel.” Stilte. “Je kunt dus misschien toch wel zeggen dat Almere inspirerend is, want zij zijn wel echt de stad. Er staan de laatste tijd veel mensen op uit Allie, maar ik kan het eerlijkgezegd niet zo goed verklaren. Al zag ik het wel al een tijdje gebeuren. Er loopt veel talent rond. Er zijn overigens wel meer rappers die hier vandaan komen: Ali-B, T-Slash, Keizer woont hier, maar niemand zet het echt op de kaart.”

Esko en Sevn representen Almere eigenlijk ook maar mondjesmaat. Het is wel een bekend feit dat ze er vandaan komen, maar ze brengen het niet naar buiten met de trots waarmee artiesten uit andere steden dat doen. “Dat is ook niet zo gek. Wat is er nou om trots op te zijn? Het is een nieuwe stad. Het bestaat iets van veertig jaar of zo. We hebben gewoon geen geschiedenis. Kijk alleen naar het voetbal uit de grote steden. Wij hebben niks. Ik hoop wel dat mensen over een paar jaar zeggen: ‘Vriend! Esko kwam ook uit Almere!’ Het zou fucking hard zijn als ik op deze manier mijn steentje kan bijdragen aan de geschiedenis van de stad.”

Zelfs na dit hele gesprek kan ik de band tussen Almere en haar artiesten moeilijk peilen. Aan de ene kant lijken de vooroordelen die ik als Amsterdammer heb niet alleen maar op mijn verwaandheid gebaseerd te zijn. Aan de andere kant gebeurt er toch meer dan er op het eerste oog lijkt en bruist het stadje toch ergens onder de oppervlakte. Hoe het ook zij, Esko is er gelukkig. “Ik zal Almere echt nooit verlaten. Ik vind het zo belachelijk chill dat het hier rustig is. Ik hou van Amsterdam hoor, mijn ouders komen er vandaan, maar ik zou er nooit kunnen wonen. Al die drukte en gekke scheve huisjes. Nee man, ik ben gelukkig hier.”