De Franse Revolutie brak misschien wel uit omdat mensen massaal gingen zuipen

Volgens alcoholoog Michel Craplet was de Bastille nooit bestormd als de opstandige massa het niet zo op een drinken had gezet. “Alcohol is wat dat betreft het echte opium van het volk.”
Alexis Ferenczi
Paris, FR
3.5.21
R
Beeld: La prise de la Bastille par Jean-Pierre Houël (1789), Bibliothèque nationale de France / Publiek domein

De Franse psychiater en alcoholoog Michel Craplet is een beetje zoals dat jongetje uit The Sixth Sense – alleen ziet hij niet overal dode, maar dronken mensen. Alcohologie is een onderzoeksgebied dat in de jaren zestig ontstond dankzij de Franse arts Pierre Fouquet, die de medische, sociologische en culturele dimensies van alcohol wilde bestuderen. Veel onderzoekers in dit veld behandelen ook mensen met een alcoholverslaving, en Craplet vormt daar geen uitzondering op. En naast dat hij individuele patiënten helpt, is hij ook voorzitter geweest van Eurocare, een Europese ngo die zich hard maakt voor de preventie van alcoholisme.

“Ik denk dat als je iemand wil helpen om te stoppen met drinken, je moet begrijpen welke rol alcohol speelt in onze samenleving,” zegt Craplet aan de telefoon. “En dat gaat ook op voor de geschiedenis.” Hij kan het weten, want hij is de archieven ingedoken om onderzoek te doen naar de rol van alcohol tijdens de Franse Revolutie, met als resultaat het boek De dronkenschap van de Revolutie (alleen beschikbaar in het Frans, onder de titel L'ivresse de la Révolution – Histoire secrète de l'alcool 1789-1794).

“Toen ik archivarissen interviewde, zeiden ze dat ze verrast waren door mijn onderzoeksonderwerp,” zegt Craplet. “Maar ik ben toch echt op meer dan genoeg bronnen gestuit.”

Advertentie

De Franse Revolutie is vanuit veel perspectieven onderzocht – bijvoorbeeld hoe de Revolutie zich verhield ten opzichte van theater, de marine of zelfs brood – maar op de alcoholconsumptie in die tijd hebben maar weinig wetenschappers zich gericht. “Door de eeuwen heen hebben historici als Hippolyte Taine het wel gehad over dronkenschap in de revolutionaire massa’s, maar de meeste anderen voelden zich er niet zo comfortabel bij en hebben het onderwerp nooit aangesneden,” legt Craplet uit.

Zelf heeft Craplet veel verhalen verzameld over hoe er stevig op los gedronken werd tijdens de rellen in Parijs, die op 11 en 12 juli 1789 het startschot vormden van de revolutie. Hij zegt bewijs te hebben van plunderingen van wijnkelders, talloze geïmproviseerde drankfestijnen en zelfs van het feit dat de koninklijke wacht van koning Lodewijk XVI zo dronken was dat zijn ontsnapping uit Parijs nogal vertraagd werd.

In de achttiende eeuw werd alcohol natuurlijk niet op zo’n massale schaal geproduceerd als nu, dus de meeste mensen dronken alleen tijdens speciale gelegenheden in kroegen en herbergen, waar drank werd verkocht die ter plekke was gebrouwen. Maar volgens Craplet lieten veel uitbaters mensen die achter de revolutie zaten er gratis drinken, omdat ze de revolutie een goede zaak vonden. Er werd bij dit soort vieringen ook geregeld gestolen drank gedronken, of drank die gedoneerd was door aristocraten die de sympathie van de massa probeerden te winnen – die anders misschien wel hun hoofden zouden afhakken.

Advertentie

Volgens Craplet heeft de grote beschikbaarheid van alcohol en de toenemende onvrede er samen toe geleid dat normale mensen transformeerden in bloeddorstige rebellen. In september 1792 zorgde de woedende menigte er bijvoorbeeld voor dat er in Parijs binnen een tijdsbestek van vier dagen maar liefst 1600 gevangenen werden geëxecuteerd. En dat waren wat Craplet betreft zeker geen monsters. “Het waren gewoon leden van de bourgeoisie, opgehitst door de ontremmende effecten van alcohol.” Hij durft zelfs te speculeren dat de bestorming van de Bastille op 14 juli 1789 waarschijnlijk niet eens mogelijk was geweest zonder de festiviteiten in de dagen hiervoor, waarbij mensen behoorlijk diep in het glas hadden gekeken.

Afbeeldingen waarin alcohol voorkwam werden volgens Craplet vaak gecensureerd in reproducties. Deskundigen die deze beelden door en door dachten te kennen, waren verrast toen ze ineens de ontbrekende details uit de originele afbeeldingen zagen. “Je moet een beetje geobsedeerd zijn door alcohol om ze te kunnen zien – wat bij mij zeker het geval is,” zegt hij.

Als voorbeeld hiervan laat Craplet een illustratie uit 1761 zien van café Ramponeau, dat vlak buiten Parijs lag. “Rechtsonder in de hoek kun je zien dat een man aan het overgeven is,” zegt hij. “Echt een prima kotspartij. Maar in de meeste reproducties is dit detail weggehaald.”

Le Cabaret de Jean Ramponeau à Courtille

Café Ramponeau. Historic Images / Alamy Stock Photo.

Nadat Lodewijk XVI wegvluchtte uit Parijs werd hij in karikaturen vaak afgebeeld als dronkaard en veelvraat, maar dat beeld werd volgens Craplet al snel afgezworen. “In de tijd van de Franse Republiek durfden historici nooit te zeggen dat koning Lodewijk XVI van drank hield, alsof dat uit respect naar hem was,” zegt hij. “Opvallend genoeg waren ze een stuk minder terughoudend met de geruchten dat Marie Antoinette een – laten we zeggen – wispelturige vrouw was.”

In een eerder boek schreef Craplet over hoe alcohol door de geschiedenis heen door machtige mensen is gebruikt om onderdrukte groepen onder de duim te houden. Europese kolonisten gebruikten sterke drank bijvoorbeeld als een soort onderhandelingstroef met de inheemse Amerikanen, die vervolgens gedemoniseerd werden omdat ze een verslaving ontwikkelden. “Wat mij betreft is alcohol het echte opium van het volk,” zegt Craplet.

Maar een volk dat het massaal aan het zuipen zet kan ook juist de grootste nachtmerrie worden van de heersende elite – en zo geschiedde ook bij de Franse Revolutie. Craplet legt uit dat Napoleon III, de laatste monarch die over Frankrijk regeerde, drinkgelegenheden streng liet controleren om te voorkomen dat het “broeinesten van opstand en samenzweringen” zouden worden.

Nu de Franse horeca gesloten is, is er volgens Craplet en andere alcohologen ook een correlatie tussen het feit dat mensen thuis drinken en de toename van huiselijk geweld. “De schrijver Alphonse Allais heeft eens gezegd dat de hemel een oneindig caféterras is,” zegt hij. “Nu is dat misschien wat overdreven, maar ik begrijp heel goed dat mensen de behoefte hebben om de gezelligheid daar weer op te zoeken.”

Dit artikel verscheen oorspronkelijk bij VICE Frankrijk.

Volg VICE België en VICE Nederland ook op Instagram.