Seks

Niet iedereen die van seks houdt is seksverslaafd

Er bestaan praatgroepen die je van je seksverslaving af willen helpen, maar wie bepaalt eigenlijk wanneer je te veel seks hebt?

door Suzannah Weiss
30 oktober 2019, 11:46am

Foto door Arman Zhenikeyev via Getty Images

Als je op de hoogte wil blijven van onze beste stukken zonder je suf te scrollen, schrijf je dan in voor onze wekelijkse nieuwsbrief.

Toen de 31-jarige Taylor nog studeerde, had ze meerdere keren per week seks met scharrels. Haar vrienden waarschuwden haar dat ze moest oppassen dat ze geen seksverslaving zou krijgen. Volgens haar therapeut zat daar misschien wel wat in, aangezien ze op haar 21ste het slachtoffer was geworden van wraakporno. “Ik dacht dat het allemaal mijn eigen schuld was,” zegt ze. “Daarom gaf ik me over en accepteerde ik de ‘diagnose’ dat ik aan seks en liefde verslaafd was.”

Taylor bezocht vier jaar lang een praatgroep genaamd Sex and Love Addicts Anonymous (SLAA). Daar werd hetzelfde twaalfstappenmodel toegepast als bij Alcoholics Anonymous. Een aantal leden zei dat ze misschien een seksueel trauma uit haar jeugd had onderdrukt, en het goed zou zijn als ze een jaar geen seks zou hebben. Toen ze er negen maanden op had zitten, volgde ze het voorbeeld van de andere vrouwen in de groep door voortaan alleen seks te hebben binnen een monogame relatie. “Ik deed mijn best om niet in mijn ‘oude gewoontes’ terug te vallen en sleepte mezelf naar de meetings,” vertelt ze. “Ik voelde me soms net een zombie.”

Maar na een tijd vroeg Taylor zich af waarom ze zo werd aangemoedigd om seks als een soort ziekte te zien. Die vragen stelde ze ook bij de SLAA-meetings: wie bepaalt er eigenlijk wanneer je te veel seks hebt? Wanneer weet je dat je verslaafd bent?

Veel bevredigende antwoorden kreeg ze niet, dus besloot ze een sekstherapeut te bezoeken. “Kan het zijn dat je niet seksverslaafd bent, maar gewoon een vrouw die van seks houdt en in een maatschappij leeft waarin vrouwen dat niet mogen?” vroeg hij. Ze begon te huilen van opluchting.

Seksverslaving is nooit een officiële diagnose geweest. De term is vooral populair gemaakt door behandelcentra en boeken zoals Out of the Shadows: Understanding Sexual Addiction van Patrick Carnes, maar binnen de geestelijke gezondheidszorg is er veel kritiek op – uit onderzoek blijkt namelijk dat seks niet dezelfde invloed op het brein heeft als verslavende middelen. Uit een studie uit 2016 van seksonderzoeker Nicole Prause bleek bijvoorbeeld dat mensen die risicovol seksueel gedrag vertoonden gevoeliger waren voor genitale stimulatie, en niet ongevoeliger, zoals de theorie achter seksverslaving had voorspeld.

De American Psychological Association heeft meerdere voorstellen afgewezen om seksverslaving of “hyperseksuele stoornis” aan de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM) toe te voegen. Voor de 2018-editie van de Internationale Classificatie van Ziekten wees de Wereld Gezondheidsorganisatie het label ook af, en nam het in plaats daarvan de “compulsieve seksuele gedragsstoornis” op. Veel psychologen geven de voorkeur aan de laatste definitie omdat het een gedragspatroon beschrijft, in plaats van een verslaving, en het meer de nadruk legt op wat eronder ligt dan het direct aanpakken van het seksuele gedrag zelf.

Voordat hij zich in sekstherapie had verdiept, maakte psychotherapeut Joe Kort gebruik van een behandelmodel dat uitging van seksverslavingen. Maar toen hij erachter kwam dat deze aanpak niet werkte, besloot hij ervan af te zien. “Die methode zit vol met informatie over verslavingen en trauma’s, maar gaat nauwelijks in op seksualiteit,” zegt hij. Kort heeft het idee dat de term te veel wordt toegepast op mensen die simpelweg van seks genieten, maar zich er verder niet emotioneel verbonden bij voelen. “Een therapeut die van seksverslavingen uitgaat begrijpt niet wat seksuele gezondheid inhoudt, en projecteert zijn eigen beeld en morele overtuigingen op iets wat voor een patiënt zelf heel natuurlijk kan zijn,” zegt hij.

Volgens Prause worden vooral lhbt’ers vaak ten onrechte tot seksverslaafde gebombardeerd. Uit een review uit 2014 bleek dat er te weinig wetenschappelijk onderbouwd bewijs was dat pornoverslavingen bestaan – daar wordt meestal gebruik van gemaakt bij onderzoek naar seksverslavingen, omdat het nu eenmaal makkelijker is om mensen seksplaatjes te laten zien dan ze daadwerkelijk seks te laten hebben. Ook bleek dat een onevenredig aantal van de mensen die dit zouden hebben bestond uit lhbt’ers.

“De manieren om de diagnose ‘seksverslaving’ te geven zitten zo in elkaar dat ze homomannen discrimineren,” zegt Prause. “Uit vragenlijsten komen meer homomannen met problemen naar voren dan statistisch redelijk zou zijn. De oververtegenwoordiging van homoseksuele mannen in seksverslavingscentra is wat mij betreft sterk bewijs dat de diagnose vooral gebruikt wordt om controle uit te oefenen, en minder om daadwerkelijke ziektes te behandelen die ieder persoon kan krijgen.”

Ook sekswerkers worden gepathologiseerd. Daniella Valentina, een 32-jarige sekswerker die in Hawaii en Nevada woont, moest in therapie gaan als deel van een programma tegen mensenhandel, en werd gediagnosticeerd als seksverslaafde. “Seks is mijn beroep; ik ben nergens verslaafd aan en ook geen gevaar voor mezelf of anderen,” zegt ze. “Ik vertoon helemaal geen compulsief gedrag. Ik denk dat mijn psycholoog me veroordeelde omdat ik van seks geniet, en het een stoornis noemde omdat het een realiteit is die hij niet wilde accepteren.”

Volgens Prause kunnen mensen die issues hebben qua seksueel gedrag beter individueel benaderd kunnen worden dan in groepen. “Als het je maar niet lukt om condooms te gebruiken terwijl je dat wel zou moeten, zijn er goede, bewezen interventies om condoomgebruik te stimuleren,” zegt ze. “Als je seks hebt buiten je monogame relatie, zijn er ook uitstekende methodes om ontrouw te behandelen. En als je seks hebt om een depressie te verwerken, zijn er ook goede manieren om die depressie te behandelen.”

Toch zien genoeg vrouwen toegevoegde waarde in het seksverslavingsmodel. Erica Garza bijvoorbeeld, de schrijver van het boek Getting Off: One Woman's Journey Through Sex and Porn Addiction. Zij zegt dat doordat ze SLAA-meetings bezocht – die haar meerdere keren hielpen om even tijdelijk geen seks te hebben, porno te kijken of te masturberen – en andere behandelingen haar hielpen om haar seksuele drang te vervangen door gezondere gedragspatronen. “Ik heb mijn aangeleerde ideeën dat seks iets vuils en slechts is herzien, en ervaar het nu als iets gezonds, eerlijks en veiligs,” zegt ze.

Volgens Alexandra Katehakis, sekstherapeut en klinisch directeur van het Center for Healthy Sex, kun je wel echt seksverslaafd zijn. Ze wijst naar een onderzoek in JAMA Network Open, dat liet zien dat 8,6 procent van de Amerikanen aangaf “klinisch significante hoeveelheden angst en klachten te ervaren die verband houden met moeite om seksuele gevoelens, behoeftes en gedragingen te beheersen.” Ze heeft niks tegen andere benamingen zoals compulsief seksueel gedrag, maar denkt dat dat wat anders is. Volgens haar laat een seksverslaving zich kenmerken door teruggetrokken gevoelens als iemand stopt bepaald seksueel gedrag te vertonen, ongevoeligheid en een aanhoudende drang naar een volgende ‘high’, terwijl het bij compulsief gedrag meer gaat om problemen met het beheersen van je impulsen.

Als iemand denkt dat hij of zij een seksverslaafde is als gevolg van een conservatieve opvoeding of gendernormen, zal Katehakis diegene niet behandelen als seksverslaafde. Maar als hun seksuele gedrag uit de hand loopt of schade veroorzaakt, past ze cognitieve gedragstherapie toe, om ze met wat voor gedrag dan ook te laten stoppen dat schadelijk aanvoelt. “Beide kanten moeten erop letten dat ze geen problemen bagatelliseren, maar ook geen problemen maken van dingen die helemaal geen probleem zijn,” zegt ze.

Tegenwoordig heeft Taylor een goed seksleven. Ze heeft een open relatie gehad en meerdere partners. Haar oplossing om met haar angsten en depressie om te gaan was niet om minder seks te hebben, maar om in therapie te gaan, te leren communiceren over haar geestelijke gezondheid en zich niet voor seks te schamen. “Ik heb een goede relatie met seks omdat het authentiek en van mij is,” zegt ze. “Ik heb het soort seks dat ik wil hebben, met de mannen met wie ik dat wil, en zo vaak of weinig als ik wil. En ik zie geen reden om dat te verantwoorden aan mensen die het niet begrijpen.”

Dit verhaal verscheen oorspronkelijk op VICE US

Tagged:
hyperseksualiteit
seksuele gezondheid
sekstherapie