Advertentie
amazon

Ik kreeg een rondleiding in een hartstikke leuk Amazon-magazijn

Het bedrijf probeert zijn slechte reputatie als het aankomt op werkomstandigheden wat op te vijzelen met speciale tours.

door Jennifer Hahn
29 november 2019, 12:19pm

LINKS: HET AMAZON FULFILMENT CENTRE; RECHTS: DE AUTEUR HEEFT HET GEWELDIG NAAR HAAR ZIN IN HET AMAZON FULFILMENT CENTRE

Als je veel waarde hecht aan dingen als 'goede arbeidsomstandigheden' is het misschien slim om niet in een distributiecentrum van Amazon te gaan werken – dus ook niet in die ene die binnenkort vlak over de Duitse grens wordt geopend om de Nederlandse markt te bedienen. In 2011 vielen er medewerkers in Pennsylvania flauw omdat het er zo heet was, en er zijn ook gevallen geweest waarbij mensen in flessen plasten omdat ze geen pauze durfden te nemen. Sinds 2013 zijn er in Amerikaanse distributiecentra zelfs 13 mensen gestorven.

Afgelopen maand vergeleken werknemers in het Britse Essex hun baan met moderne slavernij, en in september stierf de 48-jarige Billy Foister nadat hij in een distributiecentrum in Ohio een hartaanval had gekregen. Zijn lichaam zou twintig minuten lang op de grond hebben gelegen, terwijl collega's te horen kregen dat ze weer aan het werk moesten. Zelf zegt Amazon “binnen een paar minuten” te hebben gehandeld.

Wat dat betreft verbaasde met het wel een beetje toen ik laatst deze video van Amazon zag, waarin een paar werknemers – het lijkt erop dat ze gegijzeld zijn? – vrolijk vertellen hoe ontzettend leuk het wel niet is om in een distributiecentrum te werken:

Sean bijvoorbeeld, die zegt een “totaal niet te kunnen dansen!”, of Jackie, die ieder pakketje knuffelt voordat het wordt verzonden. In het filmpje werd gezegd dat ik dit soort zeer geloofwaardige personages (en absoluut geen betaalde acteurs) in het echt kon ontmoeten door me aan te melden voor een tour van het Amazon Fulfilment Centre. Om hun reputatie een beetje te herstellen heeft Amazon dit jaar meer van dit soort tours georganiseerd, en deze peperdure campagne heeft het doel om mensen daar enthousiast voor te krijgen.

Nu sta ik daar zelf best voor open. En dus loop ik op een typisch Britse (lees: regenachtige) zaterdagochtend over een industrieterrein in Peterborough, op zoek naar het gigantische distributiecentrum waar ik een rondleiding ga krijgen.

Nog geen vijf seconden nadat ik voet heb gezet op Amazon-grondgebied, komt er een beveiliger op me af die vraagt of ik hier voor de tour ben. De eerstvolgende twee uur wordt elke beweging die ik maak in de gaten gehouden door een gids. We mogen geen foto's maken en moeten gele hesjes dragen, zodat ze ons kunnen vinden als we verdwaald raken. “We zullen je altijd kunnen vinden hoor,” zegt onze gids lachend, een vrouw van eind twintig met een hoop tatoeages.

Ik kom in een groepje terecht van vijftien mensen, vooral logistiek-nerds en ouders die blijkbaar ieder mogelijk gezinsuitje binnen een straal van 100 kilometer hebben uitgespeeld. De tour heeft iets weg van een wandeling door een pretpark. We worden langs een aantal strategisch geplaatste attracties geleid, terwijl onze gids af een ingestudeerd grapje vertelt in de microfoon die naar onze koptelefoon leidt.

Op de muren hangen foto's van evenementen voor kinderen met kanker, of schoolreisjes die het Fulfilment Centre hebben bezocht. Er hangt ook een groot zwart bord waarop 'recycling week' staat geschreven. Het moet medewerkers eraan helpen herinneren dat ook zij hun steentje bijdragen aan een gezonde planeet. Want je kunt als bedrijf dan wel een CO2-uitstoot hebben van 44.4 miljoen ton , maar als Sean of Jackie hun zakjes chips in de juiste afvalbak gooien scheelt dat toch weer.

Vervolgens liepen we langs een aantal prikborden, waarop onder andere stond dat werknemers “niet meer dan zes dagen per week en niet meer dan elf uur per dag” mochten werken. Op een andere stond dat het laatste “zichtbare incident 227 dagen geleden” was.

Wat ze precies onder 'incident' verstaan weet ik niet. Misschien wel het aantal telefoontjes om een ambulance te laten komen, wat in Britse distributiecentra meer dan 600 keer gebeurde in drie jaar (dus gemiddeld een keer per dag). Of misschien gaat het wel speciaal om alle oproepen die hulpdiensten hebben gekregen van mensen die zelfmoordpogingen hadden ondernomen of mentale problemen hadden – wat er tussen 2013 en 2018 om precies te zijn 189 waren in Amerikaanse distributiecentra.

Amazon benadrukt graag dat dit vergeleken met andere transport- en distributiebedrijven nog best prima cijfers zijn, maar Mick Rix van de vakbond GMB zegt dat het niet bepaald normaal is. “Zoveel mensen die hun botten breken, bewusteloos raken of naar het ziekenhuis moeten? In andere industrieën gebeurt dat nooit.”

Mick heeft ook ervaring met bedrijven als Hermes en ASDA Walmart, en het valt hem op dat Amazon als enige partij structureel weigert om met vakbonden samen te werken. Ze maken zelfs instructievideo's voor managers over hoe je kunt herkennen wanneer werknemers zich verenigen, en hoe je dat kunt stoppen.

amazon warehouse tour

In het distributiecentrum is mijn doel om een werknemer te spreken gedoemd te mislukken. Los van onze drie bewakers kunnen we alleen een paar werknemers vanaf een afstandje zien, wanneer we van de verzendafdeling naar de plek lopen waar de producten binnenkomen.

Uiteindelijk komen we aan bij de hoofdattractie: een eindeloos doolhof van planken, waarop alles ligt wat je ooit maar zou willen bestellen, inclusief genoeg proteïnepoeder om een heel leger mee te voeden.

Dit is ook de oorzaak van een hoop klachten. Om een Amazon-pakket samen te stellen, moeten de 'pickers' zelf eerst deze planken uitkammen om alles te vinden wat je hebt besteld.

Pickers moeten altijd een bepaald quotum behalen. De gids wil niet vertellen wat het quotum precies is, maar weet wel dat het door een algoritme wordt bepaald. Volgens schattingen zouden het tot 320 producten per uur kunnen zijn. En dat dus keer tien, per dag.

Van hun twee pauzes van een half uur waar ze elke dag recht op hebben, is er maar een doorbetaald. Buiten deze tijden worden werknemers volgens een onderzoek van Mirror altijd ontmoedigd om rust te nemen. Als ze hun quotum niet halen, zal dat worden opgemerkt door het systeem, waarna ze in aanmerking komen voor ontslag. In een distributiecentrum in Baltimore werden op een gegeven moment binnen een jaar 300 mensen ontslagen omdat ze er niet in slaagden.

Volgens Mick lopen werknemers soms wel 30 kilometer per dag. In een vragenlijst onder Amazon-medewerkers, die was opgesteld door GMB, gaf 87 procent aan dat ze elke dag pijn hadden.

“Mensen kunnen amper met elkaar praten,” legt Mick uit. “Want als ze dat doen, zullen hun teamleiders zeggen dat ze niet hard en snel genoeg werken.” (Amazon heeft eerder weleens aangegeven dat het bedrijf een “veilige en positieve werkomgeving biedt voor duizenden mensen in het Verenigd Koninkrijk”.)

Dit alles wordt natuurlijk niet verteld tijdens onze tour. In plaats daarvan staan we een half uur lang te wachten terwijl onze gids in geuren en kleuren uitlegt hoe het categorisatiesysteem precies werkt. Als de rondleiding eindelijk verder gaat, komen we langs een bord waarop staat: “Werk hard, heb plezier, schrijf geschiedenis.” Ook ligt er een overdreven groot Monopoly-bord midden op onze route – zo duidelijk dat je het niet echt subtiel kunt noemen.

De gids vertelt dat bij de wekelijkse vergadering één gelukkige werknemer de gigantische, pluizige dobbelsteen mag gooien, in de hoop een fantastische prijs te winnen zoals “een extra pauze” of, nog beter: “swaggies”. Dat blijkt de interne munteenheid van Amazon te zijn, die werknemers in de Amazon-winkel kunnen uitgeven. Daar zijn allerlei producten te koop, van truien tot GoPro's en luidsprekers voor in de douche – de enige overeenkomst is dat er overal een mooi Amazon-logo op zit. Ook zijn er af en toe dagen waarop iedereen in zijn onesie of pyjama naar werk mag komen, krijgen we te horen. “Ik wist niet dat mijn baas een SpongeBob-onesie had, maar daar kwam ik toen wel mooi even achter,” zegt de gids met een toon die verraadt dat ze die zin al een paar honderd keer heeft uitgesproken. Er worden ook badges uitgedeeld aan werknemers die zich voorbeeldig gedragen, alsof je bij scouting een speldje krijgt. Want ja, waarom zou je ook fatsoenlijke werkomstandigheden willen als je ook dat kunt krijgen?

Bij onze laatste stop – de plek waar alles wordt ingepakt – wordt in detail toegelicht hoe Amazon-pakjes worden samengesteld. Vervolgens mag iedereen zijn eigen kartonnen doos in elkaar zetten en mee naar huis nemen als souvenir. Een soort goodiebag dus, maar dan wat minimalistischer.

Na een snel vragenrondje waarbij niemand een echt lastige vraag stelt, word ik buiten bij de autoweg gedropt. Ik vertrek met niets meer dan een lege kartonnen doos, en een nieuwe indruk van een bedrijf dat amper belasting betaalt en de opbrengsten daarvan liever uitgeeft aan een domme propagandacampagne dan het verbeteren van zijn eigen werkomgeving.

“Ze zouden best gewoon eens met onze vakbond in gesprek kunnen gaan,” stelt Mick voor. “Voor veel bedrijven heeft dat goed gewerkt, om hun systeem veiliger te maken en de tarieven goed in de gaten te houden. En hun efficiëntie en productiviteit is toegenomen, omdat de veranderingen vooral betrekking hadden op de werknemers. Dit bedrijf heeft een fundamenteel probleem, en dat is dat het zijn eigen werknemers niet respecteert.”