Advertentie
Leven met een fetisj

Ik word geil van afval en dat maakt me erg eenzaam

Ik geniet van de smerigheid, de sterke geur en de kleverige zakken.

door Anoniem; zoals verteld aan Djanlissa Pringels
16 mei 2019, 6:00am

In de serie ' Leven met een fetisj ' onderzoekt Djanlissa Pringels de wereld van fetisjen. Niet alleen laat ze mensen in de fetisjwereld hun verhaal doen, ook gaat ze langs bij fetisjisten om het zelf te ervaren. Bijvoorbeeld als ze zich in de touwen laat hangen door een bondagefetisjist . Ditmaal spreekt ze Joris* (26) die een fetisj heeft voor vuilniszakken en afval.

Mijn leven is eenvoudig. Ik woon nog bij mijn ouders, ga elke dag met plezier naar mijn werk, en na een lange werkdag ga ik graag met mijn vrienden wat drinken in het café. Maar op het gebied van seks is mijn leven een stuk gecompliceerder: ik word opgewonden van seks met vuilniszakken en masturberen in volle containers.

Al sinds ik me kan herinneren hou ik van de textuur van vuilniszakken. Ik hield van de geur en het gevoel van het plakkerige plastic tegen mijn lichaam tijdens zaklopen op kinderfeestjes. Ik was me er niet van bewust dat er een seksuele lading aan dat gevoel zat, maar ik wist wel dat mensen het gek zouden vinden als ik zou vertellen over het warme gevoel dat ik kreeg van dat plastic tegen mijn huid.

Een paar jaar later veranderde mijn liefde voor plastic in een fetisj voor afval. Dat kwam voornamelijk door een traumatische gebeurtenis. Tot mijn vijftiende werkten mijn spieren niet naar behoren, waardoor ik tot mijn late tienerjaren een luier moest dragen. Tijdens gym of in de zomer kon je de contouren van de luier door mijn broekjes zien, waardoor ik jarenlang gepest werd op school. Op mijn tiende werd ik door een groep jongens in een volle container gegooid, “bij het afval waar ik hoorde.” Ze hielden de deksel dicht, zodat ik er niet uit kon. Ik vond het verschrikkelijk, maar tegelijkertijd werd ik ook rustig in die container. Ik dacht: zolang ik hier zit, tussen het afval, kan niemand me iets doen. Dat gaf me – hoe vreemd het ook was – een fijn en veilig gevoel.

Vanaf dat moment begon ik ook een fascinatie te krijgen voor afval. Als ik ergens afval zag, wilde ik het aanraken. Als mijn moeder iets weggooide, hield ik de inhoud van de vuilnisbak in de gaten. Langzaam maar zeker veranderde die fascinatie in geilheid.

Toen ik rond mijn dertiende mijn seksualiteit begon te ontdekken, bedacht ik dat ik kon masturberen met vuilniszakken. Ik vulde een vuilniszak met kussens en dekens, en soms knipte ik een gaatje in de vuilniszak, zodat ik er seks mee kon hebben. De eerste keer dat ik dat deed, was heerlijk. Maar na een tijdje was masturberen met een lege vuilniszak niet genoeg. Ik wilde afval ruiken en afval voelen. Ik verlangde naar de penetrante geur van een volle vuilniszak. Hoe sterker de geur, hoe beter.

Ik begon te masturberen op filmpjes van afval dat in een vuilniswagen geplet werd en ik merkte dat ik het allerliefst gewoon weer in een container zou liggen. Rond mijn veertiende raapte ik al mijn moed bij elkaar. Ik kleedde me in vuilniszakken en kroop ‘s nachts stiekem in een volle container. Ik genoot van de smerigheid, de sterke geur en de kleverige zakken.

Een keer lag ik diep onderin een container. Terwijl ik onder al die afvalzakken lag, werden er andere zakken bij gepropt. Door de druk op de overvolle, strak dichtgeknoopte afvalzakken, begonnen ze te barsten. Er stroomde afval uit en ik werd geplet onder het gewicht van het vuilnis. Het deed pijn, maar dat was deel van de ervaring: een vuilniszak klaagt ook niet.

Hoewel ik veel verdriet heb gehad doordat ik als kind werd gepest en vernederd, vind ik het nu juist fijn om die vernedering te voelen. Soms voelt het alsof ik bezwijk onder de druk van het leven en voel ik mezelf minderwaardig. Door mezelf te vernederen, kan ik mijn angst om minderwaardig te zijn beter verdragen. Mijn grootste fantasie is om zelf afval te zijn.

Ik ben altijd bang dat ik betrapt word door vrienden of familie. Op mijn vijftiende gebeurde dat bijna. Ik zat in een container te masturberen, toen er een groep jongeren langskwam en iets in de container wilde gooien. Toen ze de deksel openden, wurmde ik mezelf nog dieper, zodat ze me niet zouden zien. Mijn hart stond stil van de spanning. Toen ze weggingen, ben ik direct naar huis gerend.

Waar ik ook bang voor ben, is dat mijn ouders thuis ruiken dat ik in een afvalcontainer heb gelegen. Daarom douche ik soms wel drie keer achter elkaar om de geur weg te krijgen. Het klinkt misschien gek, maar thuis ben ik extreem schoon. Ik eet bijvoorbeeld nooit op mijn kamer, omdat ik dat smerig vind.

Ondanks dat ik erg geniet van afval, zorgt het er wel voor dat ik me eenzaam voel. Ik ben doodsbenauwd dat mijn vrienden erachter komen. Als ik een relatie heb, doe ik er alles aan om mijn fetisj aan de kant te schuiven. Ik zou het vreselijk vinden als ze iets zou ruiken en erachter komt. Afval is smerig, dus ik snap waarom mensen mij ook smerig zouden vinden.

Ik heb lange tijd gedacht dat ik de enige was met deze fetisj, tot ik een keer op internet wat informatie zocht en erachter kwam dat er meer mensen zijn die van afval houden. Nu heb ik vrienden over de hele wereld met wie ik mijn dromen kan delen. Toch heb ik nog nooit mijn fetisj met iemand anders kunnen uitoefenen. Ik heb wel contact met een man die ervan houdt om andere mannen te vernederen. Hij wil me graag tussen het afval gooien, maar zijn voorwaarde is dat we dan ook seks hebben. Daar heb ik moeite mee, want ik wil geen seks met een andere man.

Ik heb vaak geprobeerd ervan af te komen, maar telkens als ik mezelf forceer om mijn fetisj te vergeten, dringt het zich aan me op. Soms houd ik het een half jaar vol, maar dan zie ik een overvolle container, klaar om opgehaald te worden door de vuilniswagen, en dan is het zaadje geplant.

Toen ik vijftien was, heb ik hulp gezocht. Maar als je onder de zestien bent, moet je toestemming van je ouders hebben om naar een psycholoog te gaan. Die krijgen dan ook de reden te horen. Dat zag ik niet zitten. Sindsdien is de drempel om hulp te zoeken alleen maar hoger geworden. Soms vraag ik me af of ik überhaupt wel hulp nodig heb. Ik doe niemand kwaad met mijn fetisj en ik zie mezelf ook niet als slachtoffer. Mijn liefde voor vuilnis begon met een jeugdtrauma, maar nu haal ik er steun uit.

*zijn echte naam is bekend bij de redactie.