Identiteit

Jonge Nederlandse moslima’s vertellen waarom de nikab zo belangrijk voor ze is

”Een islamitische man zei eens dat ik mijn gezicht niet mocht verbergen van de profeet. Ik zuchtte en dacht: het is jammer dat je niet kan zien dat jouw mening me totaal niet boeit.”

door Sara Bolghiran
28 april 2019, 7:00am

Foto door Sara Bolghiran, collage door Dymphie Huijssen

Als je op de hoogte wil blijven van onze beste stukken zonder je suf te scrollen, schrijf je dan in voor onze wekelijkse nieuwsbrief.

Vanaf augustus mogen vrouwen in Nederland geen nikab meer dragen in ziekenhuizen, overheidsgebouwen, het onderwijs en openbaar vervoer. De ‘Wet gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding’, waaronder ook bivakmutsen en motorhelmen vallen, wordt volgens het kabinet ingevoerd om de veiligheid in de publieke ruimte te kunnen garanderen. Wanneer je wél besluit je sluier uit de kast te trekken en de bus in te stappen, kan een boete oplopen tot vierhonderd euro.

Er is veel ophef over de wet geweest. De Amsterdamse burgemeester Femke Halsema liet bijvoorbeeld weten dat ze de wet niet bij Amsterdam vond passen, en in Rotterdam en Utrecht klonken geluiden dat het “niet de hoogste prioriteit” zal hebben om de wet te handhaven. De nikab – een kledingstuk waarbij alles van je lichaam is verhuld, behalve je ogen – wordt vooral in Saoedi-Arabië gedragen, hoewel het daar sinds vorig jaar niet meer verplicht is. Hoeveel vrouwen er precies in Nederland een nikab dragen is niet bekend, maar schattingen gaan uit van een paar honderd.

De nikab wordt nog weleens gezien als symbool van onderdrukking. Vrouwen zouden het dragen onder dwang van hun vader, echtgenoot, of broers. Of het zou juist een manier zijn voor moslima’s om zich van anderen te onderscheiden. “Ben jij dan de reinste vrouw, de heiligste vrouw?” zei columnist Nazmiye Oral bijvoorbeeld eind vorig jaar tegen vrouwen die een nikab dragen, in het tv-programma De Nieuwe Maan. Het deed haar pijn om ze gesluierd te zien.

Ik ben zelf moslima en draag geen nikab – voor mij is het niet de manier om mijn geloof uit te dragen. Maar ik ben nooit in gesprek gegaan met vrouwen die dat wél doen. Omdat ik benieuwd was hoe jonge moslima’s die gesluierd over straat gaan zelf denken over hun keuze om een nikab te dragen, hoe dat hun dagelijks leven beïnvloedt en hoe ze zich daarmee verhouden tot de Nederlandse moslimgemeenschap, sprak ik daarover met Fahmida, Hajar en Batoul.

Fahmida, 26

Toen ik klein was droeg mijn moeder een nikab. Dat begreep ik niet, want ik had het gevoel dat ik mijn geloof ook prima kon uitoefenen zonder. Dat hebben mijn ouders altijd gerespecteerd: zij vonden dat ik zelf moest onderzoeken wat het betekent om een sluier te dragen en wat de gevolgen daarvan zijn.

Inmiddels draag ik er wel een. Voor mij is het zo dat als je een nikab draagt, je jezelf profileert als onderdanige van God. Je richt je tot hem, jezelf en je spirituele ontwikkeling. Het leven van een niqaabi, Arabisch voor een vrouw die een nikab draagt, is verder helemaal niet zo mysterieus. Je hoort vaak dat we ertoe gedwongen worden door een man, dat we er niet goed over hebben nagedacht en we het gewoon maar doen om onze vent tevreden te houden, maar ik zie het eerder andersom. De meeste vrouwen dragen hun nikab juist als ze weer single zijn, omdat ze daarmee onafhankelijk worden van hun oude relatie.

Mannen zijn namelijk vaak de reden waarom vrouwen hun nikab afdoen. Mijn nichtjes, die in Londen wonen, zijn een hijab gaan dragen omdat hun mannen de nikab toch te heftig vonden. Hun mannen waren bang dat ze gediscrimineerd zouden worden op straat, islamofobische reacties zouden krijgen of moeilijker aan een baan zouden komen. De laatste uitgebreide discussie die ik erover had, was met een islamitische man. Hij zei: “Vrouwen mogen hun gezicht niet verbergen van de profeet, jullie gaan te ver!” Ik zuchtte en dacht: het is jammer dat je niet kan zien dat jouw mening me totaal niet boeit.

Ook vanuit islamitische vrouwen die zelf geen nikab dragen is er vaak onbegrip. Ze denken bijvoorbeeld weleens dat we op ze neerkijken, en voelen zich dan bedreigd in hun status als moslima. Het komt ook voor dat zogezegd progressieve moslima’s mij het licht willen laten zien, om me over te halen naar ‘hun kant’.

Los van de moslimgemeenschap merk ik ook vaak dat er in de Nederlandse samenleving angst en onbegrip is. Ik heb bijvoorbeeld weleens meegemaakt dat ik de bus instapte en de buschauffeur pas weg wilde rijden als ik weer uit zou stappen. Niemand nam het voor me op. Passagiers zeiden zelfs dat ze de chauffeur wel begrepen, en dat ik heus wel met de bus kon reizen als ik me “Nederlandser” zou kleden. Dat was wel pijnlijk.

Een keer liep ik van de moskee naar huis met mijn vriendinnen, ook niqaabi’s, en gooiden wat jongens blikjes bier over ons heen. Mensen zagen het gebeuren, maar opnieuw greep niemand in. We stonden daar verstijfd van de schrik. Ik merk dit soort dingen vooral als er een politieke discussie is opgelaaid, zoals de afgelopen maanden over het boerkaverbod.

Hajar, 26

Ik draag een nikab sinds ik 23 ben, en sindsdien voelt het net alsof ik een soort wandelend moreel kompas ben geworden voor andere moslima’s. Ze vragen me advies over het geloof, omdat ze het idee hebben dat ik hun spirituele tekortkomingen kan aanwijzen. Puur omdat ik me zo sluier. In het begin genoot ik daar stiekem wel van, en geloofde ik zelfs dat ik ook echt een betere moslima was dan zij. Ik had me immers volledig toegewijd aan het geloof. Maar mijn imam vond het op een gegeven moment wel welletjes geweest met mijn eigendunk. Want wie ben ik om tegen mensen te zeggen hoe ze moeten leven?

Ik besef dat ik een bepaalde verantwoordelijkheid heb, juist omdat je duidelijk kunt zien dat ik een moslima ben. Maar het dragen van een doek, of dat nou een nikab of een hijab is, zegt niets over hoe je bent als mens.

Omdat ik mijn gezicht verberg, kan je mij alleen leren kennen via mijn woorden, gedrag, talenten en persoonlijkheid. Maar daarnaast heeft een nikab ook heerlijke praktische voordelen. Ik kan makkelijk eten tijdens de les, of iemand omzeilen die ik liever niet wil zien. Een keer kwam ik mijn baas tegen na werk en had ik totaal geen zin in een gesprek over koetjes en kalfjes. Dus liep ik gewoon voorbij zonder dat ze het doorhad – wist zij veel wie er onder die sluier zat. Het is ook altijd handig als je mensen van de basisschool tegenkomt in de supermarkt, en je geen zin hebt om te vertellen ‘wat je tegenwoordig allemaal uitspookt’.

Ik ben blij dat er bij Femke Halsema weerstand was tegen het boerkaverbod. Volgens mij was de bedoeling van het verbod ook om mensen te motiveren om hun sluier af te doen, je kunt anders immers bijna niet meer meedoen in de samenleving. Maar ik denk dat het juist andersom werkt, en zo’n verbod ervoor zorgt dat deze vrouwen zich nog verder terugtrekken. Hijabi’s en niqaabi’s hebben het meeste last van islamofobie omdat ze zo zichtbaar moslim zijn, waardoor deelnemen aan de maatschappij al behoorlijk lastig is. Maar door zo’n boerkaverbod al helemaal.

Ik had het plan om naar Birmingham te verhuizen, waar meer niqaabi’s zijn. De samenleving is er daar aan gewend: ze hebben zelfs speciale ruimtes waar niqaabi’s samen kunnen komen. Maar Nederland is toch mijn thuis. En ik zal hard moeten werken om anderen dat ook te laten inzien.

Batoul, 25

Ik was een keer bij een lezing over spiritualiteit en verbinding tot God in België, en daar ontmoette ik meerdere niqaabi’s. Er hing een enorme kalmte en sereniteit om ze heen. Het raakte me en ik wilde ervan meegenieten.

Ik begon mijn nikab te dragen toen ik negentien was. Mijn vrienden en familie vonden het in eerste instantie vrij heftig. Waar ik vandaan kom draagt niemand een hijab of nikab: mijn moeder draagt zelf geen hoofddoek en mijn vader was er ontzettend op tegen dat vrouwen zich sluieren. Ze waren ook bang dat ik geen werk zou kunnen vinden. Mijn vrienden dachten dat ik verliefd moest zijn geworden op een radicale jongen, en ik het nooit uit mijn eigen vrije wil zou dragen.

Zelf moest ik er ook wel aan wennen, maar ik besefte dat alleen de hijab me niet de voldoening gaf die ik nodig had. De nikab was een manier om me minder te concentreren op de buitenwereld en me meer met God bezig te houden. Ik hield vol, en langzamerhand begon ik me er steeds comfortabeler in te voelen. Mijn familie staat nu ook achter me, omdat ze weten dat het me gelukkig maakt en me rust geeft. Ik heb ook het gevoel dat ik vrijer kan bewegen: in een drukke winkel kan ik bijvoorbeeld toch een vlug schietgebedje doen zonder dat anderen het doorhebben.

Mijn nikab is een feministisch symbool. Door mijn gezicht te verbergen en mijn lichaamsvormen onduidelijker te maken, zeg ik dat ik de baas van mijn lichaam ben. Dat ik bepaal wie wat ziet, en niemand me kan vertellen wat ik met mijn lichaam moet doen. Voor mij betekent het niet dat ik me van de samenleving afsluit, maar juist dat ik ‘m betreed, op mijn eigen voorwaarden. Het is de ultieme manier om vrij en geëmancipeerd te zijn, omdat ik me niet hoef aan te passen aan de manier waarop vrouwen er volgens de samenleving uit horen te zien.

Ik heb het idee dat je als vrouw altijd wel in een hokje wordt geplaatst. Als je je te bloot kleedt is het meestal problematisch, maar als je jezelf te veel bedekt is het ook weer niet goed.

Veel mensen denken dat mijn nikab een grote middelvinger is naar Nederland en de westerse wereld, maar het gaat puur om mezelf, mijn lichaam en mijn relatie tot God. In Nederland heb je de vrijheid om te zijn wie je bent, en wat mij betreft valt ook dit daaronder. Soms vraagt iemand “of ik wel weet dat ik in Nederland ben”, en dan antwoord ik: “Ja, en dat is precies waarom ik draag wat ik wil dragen.”