Identiteit

Mannen op cursus over mannelijkheid en hoe ze van gewelddadig gedrag afkomen

Mannen in de Verenigde Staten werken actief aan het afleren van ‘toxic masculinity’ – voor de maatschappij en voor zichzelf.

door Isabelle Kohn
03 december 2018, 1:51pm

Beeld door Michelle Thompson 

In 2006 kreeg de 56-jarige Nathan ruzie met zijn tienerstiefdochter Mandy, over de manier waarop ze haar huishoudelijke taken uitvoerde. De ruzie werd fysiek; Nathan duwde haar achteruit en op de grond. De twee hadden wel vaker onenigheid, maar nog nooit was het zo erg uit de hand gelopen.

“Het is een van de ergste dingen die ik ooit heb gedaan,” vertelt Nathan me. “Het was alsof ik buiten mijn lichaam trad. Mijn woede explodeerde op een afschuwelijke manier die totaal niet in verhouding stond tot de situatie. Ik moet zeggen, de manier waarop ik reageerde heeft mij waarschijnlijk bijna net zo bang gemaakt als ik haar.”

Daarna realiseerde Nathan zich dat hij hulp nodig had bij het voelen en verwerken van zijn emoties. Hij was het soort ruimdenkende, doorgaans zachtaardige man die geld had ingezameld voor liefdadigheidsorganisaties, wegliep bij gewelddadige films, en zich totaal niet zo gedroeg als de archetypen van ‘toxic masculinity’ waar we zoveel over horen. Maar Nathan was, zoals de meeste mensen, opgegroeid met de gedachte dat fysieke dominantie een mannelijke eigenschap is. Als iemand die zijn hele leven voetbalde, leek het altijd alsof het onderdrukken van pijn en stoer zijn bij mannelijkheid hoorden – dat was hoe mannen zich moesten gedragen.

Een paar maanden na de ruzie met zijn dochter ontdekte Nathan het ManKind Project, een non-profitorganisatie voor trainingen en cursussen, die ‘experimentele en persoonlijke ontwikkelingsprogramma’s voor mannen’ organiseert. Hij schreef zich in voor een intensieve driedaagse training, gevolgd door een tien weken durende ‘integratiegroep’.

Qua marketing richt ManKind zich op een traditionele mannelijke doelgroep – hun initiatieven worden ‘ New Warrior Training Adventures’ genoemd –, maar ze besteden veel tijd aan stereotypisch gezien zogenaamd ‘onmannelijke’ dingen, zoals emotie. Tijdens de cursus leerde Nathan om zijn gevoelens te bestuderen en uit te zoeken waar ze precies vandaan komen, zegt hij. Hij werd ook geholpen om proactieve check-ins bij zichzelf te doen, en hij leerde hoe hij zijn woede kan beheersen.

“Er was veel zelfreflectie nodig om in te zien dat ik frustraties over mijn eigen leven op Mandy had geprojecteerd,” zegt hij. “Ik wist wel dat verantwoordelijkheid nemen en emotioneel werk doen ook bij mannelijkheid kunnen horen, maar door ze in mijn eigen leven in de praktijk te brengen, heb ik de relatie met mijn gezin compleet kunnen veranderen.”

1542303510961-Stocksy_txp87198926eU9200_Small_1227935
Foto door GIC, via Stocksy

Toen in oktober 2017 het Harvey Weinstein-schandaal in het nieuws kwam, steeg het aantal zoekopdrachten naar ‘toxic masculinity’ op Google met 50 procent. Van ‘t ene op ‘t andere moment werd de filmproducent – die uiteindelijk door meer dan 80 vrouwen werd beschuldigd van seksuele intimidatie en/of aanranding – het boegbeeld van wat bekendstaat als ‘toxic masculinity,’. Oftewel de bekrompen, pesterige vorm van mannelijkheid die seksuele verovering, geweld en de onderwerping van anderen verheerlijkt.

De afrekening door de daaropvolgende #MeToo-beweging deed het voorkomen alsof we op een keerpunt stonden als het gaat over verantwoordelijkheid en genderdynamiek. Maar de gebeurtenissen van het afgelopen jaar – van de dodelijke ‘incel’ aanvallen tot Brett Kavanaughs gedrag tijdens zijn benoeming tot rechter van het Hooggerechtshof – bewijzen dat we nog een lange weg te gaan hebben. Toch is er een groeiend aantal mannen in de Verenigde Staten dat, zoals Nathan, een poging doet om de afstand te overbruggen.

The Mankind Project is onderdeel van een landelijk type cursussen en programma’s – geleid door genderonderzoekers, maatschappelijke organisaties, NGO’s en artiesten – die bekend zijn komen te staan als de ‘healthy masculinities movement’. Die beweging is een poging om de manier waarop mannen hun mannelijkheid definiëren en belichamen, te hervormen. Op die manier kunnen mannen hun problemen beter de baas en leren ze om van vormen van giftige mannelijkheid af te komen. Vaak houdt dat in dat ze moeten leren om hun woede en agressie terug te dringen, maar de cursussen gaan over veel meer.

Het is niet precies duidelijk hoeveel van dit soort programma’s er zijn, maar sommige, zoals Promundo en Men Can Stop Rape, beweren miljoenen mannen te hebben bereikt die op zoek zijn naar gezondere manieren om mannelijkheid tot uitdrukking te brengen. Ze doen dit voornamelijk door mannen een nieuwe definitie van mannelijkheid aan te bieden. Die definitie wordt vaak aangeduid als ‘progressieve’ of ‘moderne’ mannelijkheid. Het idee is dat de traditionele definitie van mannelijkheid wordt opgerekt of zelfs wordt verworpen.

“Progressieve mannelijkheid gaat over het in contact staan met je emoties en niet bang zijn om kwetsbaar te zijn,” zegt Stephen Hicks, die voor het eerst leerde over dit nieuwe type mannelijkheid bij het project ReThink Masculinity, dat hij nu samen met iemand anders leidt. “Het gaat om het vragen van hulp als je dat nodig hebt, het komen opdagen, verantwoording nemen, en het emotioneel ondersteunen van de groepen en mensen van wiens harde werk je hebt geprofiteerd. Het gaat om de realisatie dat je geen recht hebt op iemands lichaam of tijd, je leert wat consent of instemming precies is, en we laten zien hoe verschillend mannen, mannelijkheid en het omgaan met gevoelens kan zijn.”

ReThink Masculinity (RTM) is ontstaan uit een samenwerking tussen belangengroepen Collective Action for Safe Spaces en ReThink, en het DC Rape Crisis Center. Het is een twee maanden durende cursus in Washington DC die is gericht op het bevorderen van gelijkheid. Ook wil ReThink Masculinity gendergerelateerd geweld voorkomen door mannen over 'progressieve mannelijkheid' te leren.

Tijdens de cursus lezen de twintig deelnemers elke week voorgeschreven literatuur over emotionele arbeid (het idee dat een partner de ander emotioneel veel meer ondersteunt dan andersom), micro-agressie (kleine, beledigende uitspraken) en geweld. Nadat ze alles gelezen hebben, komen de deelnemers samen om over de teksten te praten en oefeningen te doen. Bij zulke sessies worden ze bijgestaan door oud-cursisten.

Tegen Broadly zegt Hicks dat de lessen in week vier gaan over wederzijdse instemming en verkrachtingscultuur. Die materie is vaak het lastigst voor de cursisten. De discussies worden geleid door een professional die gewend is om slachtoffers van verkrachting bij te staan. Tijdens zo’n sessie praten de mannen over wat hun rol is binnen verkrachtingscultuur. Ook als ze geen zelf geen daders zijn, is het wel de bedoeling van de cursus dat de mannen nadenken over hoe ze onderdeel zijn van een groter, overkoepelend systeem van ongelijkheid. Dat systeem zorgt er namelijk voor dat seksueel geweld nog steeds een groot probleem is.

Tijdens de cursus leren de deelnemers hoe ze die ongelijkheid in hun dagelijks leven zelf aan kunnen pakken. Deelnemers tekenen een vertrouwelijkheidsovereenkomst en Broadly mocht dan ook niet bij de lessen zijn. Maar Hicks vertelde wel dat het gedurende de cursus vaak duidelijk wordt dat veel deelnemers wederzijdse instemming een complex en lastig onderwerp vinden. Soms openbaren mannen zich als dader, terwijl anderen juist weer delen dat ze slachtoffer zijn van seksueel geweld, vertelt hij – en ook dat sommige mannen beide kanten kennen.

Nadat de deelnemers hun persoonlijke verhalen hebben gedeeld, wordt er gediscussieerd over culturele bewegingen. Het gaat dan bijvoorbeeld over #MeToo en mensen zoals Harvey Weinstein en Bill Cosby, maar er wordt ook gesproken over wie nu precies een podium krijgt in de media en wie niet. Tijdens zo’n sessie wordt stilgestaan bij de gevoelens van de deelnemers, en hoe zij zich verhouden tot de onderwerpen. Daarna is er ruimte voor het onderdeel ‘actief luisteren’. De cursisten spelen rollenspelen waarbij ze wederzijdse instemming leren bespreken. “We leren ze dat ‘nee’ juist voor veiligheid en zelfvertrouwen kan zorgen”, aldus Hicks. “Als je weet dat je naar iemands wensen geluisterd hebt, kan dat heel prettig voor je eigen zelfvertrouwen zijn.”

1542303634868-Stocksy_txp87198926eU9200_Small_589773
Foto door Julia Forsman, via Stocksy.

Hicks zegt dat hij in zijn werk als uitsmijter heel veel gehad heeft aan de cursus. Zoals de meeste uitsmijters viel hij vaak terug op agressie en fysiek overwicht om de situatie in bars en clubs in de hand te houden. Agressie tonen op die manier wordt ook wel ‘occupational masculinity’ genoemd, ofwel fysieke dominantie gebruiken voor je werk. Maar juist dat leidt veel eerder tot conflicten tussen bezoekers en uitsmijters, blijkt uit onderzoek. Hicks houdt nu meer rekening met de behoeften van bezoekers wanneer er iets naars gebeurt, zegt hij. Hij haalt een glas water voor ze, zoekt hun vrienden en regelt een taxi. Ook informeert hij naar hoe bezoekers zich voelen en maakt hij bij zijn manager altijd melding van geweldsincidenten. Oke, het liefst verkoopt hij agressievelingen die clubgasten lastigvallen nog steeds een dreun, maar dat doet hij niet, vertelt hij.

Hicks kwam er als jongvolwassene achter wat de voordelen zijn van progressieve mannelijkheid via een cursusprogramma voor middelbare scholen, Maine Boys to Men. Dat programma probeert pubers over mannelijkheid te leren in een periode in hun leven waarop ze zich nog erg ontwikkelen. Juist als je vroeg over dergelijke onderwerpen begint, kunnen jonge jongens er later veel aan hebben en leren ze hoe ze een volwaardig en voldoenend leven kunnen leven. Aangetoond is namelijk dat jonge mannen die erg terugvallen op stereotyperend mannelijk gedrag, vaker problemen hebben met agressie, drugs en criminaliteit. Ook hebben ze vaker geestelijke problemen en hebben ze moeite met gelijkheid binnen hun relatie.

Het programma van vier weken dat MBTM op scholen organiseert, is bedoeld om mannelijke cursisten te laten praten over hun verlangens, emoties, affiniteiten en interesses. Het ‘huiswerk’ voor de cursus is niet zo anders dan dat van programma’s als ReThink Masculinity, maar de lesmethodes zijn toegespitst op jongere deelnemers. Zo begint ieder programma met een oefening die ‘genderbox’ heet. De coach schrijft een vierkant op een schoolbord en cursisten mogen om de beurt eigenschappen opnoemen die zij associëren met mannelijkheid. Al die termen - zoals flink, pestkop, woede en vechter - worden op het bord, in het vierkant geschreven. Wat er gebeurt als je je niet aan genderregels houdt wordt buiten het vierkant opgeschreven, zoals uitgelachen worden, in elkaar geslagen worden en gedumpt worden. De complete tekening is uiteindelijk het startpunt voor een discussie over hoe beperkt onze definitie van mannelijkheid eigenlijk is, en welke effecten dat heeft op jongens en meisjes. Ook worden er oefeningen gedaan waarin cursisten elkaar bevragen over wederzijdse instemming en genderverhoudingen.

Volgens een externe beoordeling door de University of Southern Maine zijn immersieve leeroefeningen zoals deze zeer effectief om de houding van jongens ten aanzien van gender, geweld en gelijkheid te sturen. Volgens de producent van MBTM, Heidi Randall, wennen de leerlingen zich heel makkelijk een nieuwe houding aan.

“Zo hoorde een groepje cursisten in de klas dat een er een student op een minachtende manier ‘homo’ werd genoemd, en ze namen het voor hem op,” zegt ze. “Daarna begonnen ze een hele discussie over waarom dat niet oké was.”

Ook was er een student, een nogal macho-achtige sportieve jongen, die aan zijn vriendengroep toegaf dat hij graag make-up draagt, vertelt Randall. Ook noemt ze het voorbeeld van de jongen die zijn vader en jongere broer meenam naar de vertoning van de The Mask You Live In, gemaakt door MBTM, zodat hij “een open gesprek over mannelijkheid kon hebben met de mannen in zijn leven”.

F1542303565242-Stocksy_txp87198926eU9200_Small_880443
Foto door Visualspectrum, via Stocksy.

Elk type training voor de bevordering van gezonde mannelijkheid heeft zijn eigen unieke recept voor het aanleren van ‘progressieve mannelijkheid’ – sommige cursussen zijn gefocust op emotionele intelligentie; andere op wederzijdse instemming en geweldloos communiceren. De lessen van kunstenaar Daniel Crook zijn gericht op kwetsbaarheid. Volgens Crook is kwetsbaarheid iets wat je aan kunt leren en wat een enorm verschil kan maken in het veranderen van hoe mannen omgaan met zichzelf en anderen.

Crook groeide op met, zoals hij het noemt, het soort vader dat je neus breekt als je hem verkeerd aankijkt. Hij raakte gefascineerd door de agressieve, door alcohol ingegeven manier van communiceren die mannen in zijn boerse, conservatieve geboortedorp gebruikten om hun gezag te laten gelden. Als queer man die zich uitdraagt als vrouw en al op jonge leeftijd uiting had gegeven aan een andere genderexpressie, kon Crook niet begrijpen waarom mannen vechten om zich man te voelen. Tegelijkertijd merkte hij dat hij hen wilde helpen.

“Ze waren zo boos en kwetsbaar,” zegt hij. “Ik had door dat ze zich op die manier gedroegen omdat ze dachten dat dat was hoe mannen zouden moeten zijn. Ik had een manier van uiten gevonden waarbij ik me gelukkig en veilig voelde – als ze dit zelf ook willen, dan kon ik ze toch helpen om hetzelfde te doen?”

Als volwassene begon Crook dit in de praktijk te brengen door middel van kunst. Hij nodigt heteroseksuele cis-mannen uit in zijn atelier om model te staan voor naaktportretten. Tijdens zo’n sessie probeert hij (in overleg) hun gevoel van mannelijkheid te deconstrueren door een intieme discussie, het soort dat de typische man-tot-man-gesprekken ver overstijgt. Hij vraagt dingen als: “Kan je je nog herinneren wanneer je voor het eerst werd ontmoedigd om je mannelijke vrienden aan te raken, te knuffelen of emotioneel te zijn?” en “Hoe voelt het om een ‘watje’ te worden genoemd?” of “Hoe voelt het als er tegen je wordt gezegd dat je je moet ‘vermannen’?”

De kwetsbaarheid van het beantwoorden van deze vragen terwijl je naakt bent – in het bijzijn van het type man waarvan ze hebben geleerd dat het een bedreiging vormt voor hun seksuele reputatie – kan een levensveranderend effect hebben.

“Ik denk dat het iets in ze losmaakt waar ze zich tegen hebben verzet,” zegt Crook. “Ik weet niet hoe vaak ik in een ruimte ben geweest met een man die gewoon echt wat tederheid nodig had.” Crook denkt terug aan het moment dat een model in zijn armen viel nadat hij boos werd op zichzelf voor het huilen om de dood van een geliefde. Er was op dat moment geen reden voor woede, maar Crook begreep dat de man zo reageerde – hij was al vijf jaar niet meer goed geknuffeld, vertelde hij aan Crook.

Een van Crooks leerlingen vertelt me dat de kwetsbaarheid die hij voelde terwijl hij model stond, hem hielp om eindelijk eens te worstelen met het deel van zijn psyche dat zijn leven lang relaties had beschadigd – zijn liefde voor veel jongere vrouwen. Een ander zegt dat hij geen emoties meer voelde en al jarenlang niet had gehuild, tot Crook hem hielp om uit zijn schulp te kruipen. “Het lucht op om te ontdekken dat je je als man niet op een bepaalde manier hoeft te gedragen,” vertelt hij me. “Soms moet je je een beetje kwetsbaar opstellen om die opluchting te voelen, maar je komt er zoveel sterker uit.” (Toch wilden beide mannen liever niet met hun naam in het artikel.)

“Als mannen leren hoe ze hun eigen emoties en de emoties van anderen kunnen herkennen en interpreteren, en dat er kracht schuilt in kwetsbaarheid, voelen ze zich vaak zekerder van zichzelf en hun plek in de maatschappij,” zegt Ronald Levant, docent psychologie aan de University of Akron en co-redacteur van het boek The Psychology of Men and Masculinities. “Dit zorgt ervoor dat ze minder snel boos worden en anderen pijn doen in een poging hun gezag te laten gelden.”

Uit een overvloed aan onderzoek blijkt ook dat mannen die zich vasthouden aan rolpatronen die zijn gebaseerd op mannelijke dominantie en emotionele onderdrukking, eerder last krijgen van psychische problemen. Het lijkt erop dat gezonde mannelijkheidsprogramma's ook een bredere impact kunnen hebben – studies hebben aangetoond dat wanneer mannen leren over bredere definities van mannelijkheid, gewelddadig gedrag afneemt. Er is zelfs enig bewijs dat meer progressieve uitingen van mannelijkheid klimaatverandering en vervuiling kunnen beperken en economisch rendabelere samenlevingen kunnen creëren.

“Het gaat om het planten van een zaadje,” zegt Hicks. “Je kan de wereld niet van de ene op de andere dag veranderen. Maar als je het leven van één man gezonder en positiever kunt maken, maak je er twee, vier, acht, zestien enzovoort beter. Het is de cumulatieve werking die het echte verschil maakt.”

Benieuwd naar nieuwe mannelijkheid in Nederland? Op Emancipator vind je meer informatie over mannen en emancipatie.

Tagged:
geweld
Toxic Masculinity
verkrachtingscultuur
#metoo