Ik ging een avondje undercover als toerist
Alle foto's door Wouter van Dijk

FYI.

This story is over 5 years old.

Ik ging een avondje undercover als toerist

Amsterdammers klagen vaak over toeristen die zich misdragen. Om erachter te komen wat al die vakantiegangers bezielt, kroop ik in hun huid.

Net als iedereen die in Amsterdam woont, erger ik me weleens kapot aan toeristen. Ik kan hier een heel rijtje opdreunen van de vervelende dingen die ze doen, maar onderhand weet je wel ongeveer wat ik bedoel. Volgens cijfers van het CBS is het aantal toeristen in Amsterdam gegroeid van acht miljoen in 2008 naar zeventien miljoen in 2016. Dat is aan de ene kant leuk, want al die mensen bij elkaar gaven vorig jaar 21 miljard uit. Aan de andere kant is het kut, want ze zorgen voor overlast en ze zijn de reden dat er zoveel domme kaaswinkels en van die Tours & Ticket-zaakjes zijn.

Advertentie

Als ik zelf op vakantie ben, doe ik altijd mijn best om me netjes te gedragen en de lokale gebruiken te respecteren. Daar kan ik niks aan doen, zo ben ik nou eenmaal opgevoed. Ik weet niet hoe het is om in een vreemde stad rond te dwalen en op plekken te kotsen die daar niet voor zijn bedoeld, zoals portieken of knieën van mensen. Je weet wel, de dingen die toeristen doen als ze in onze hoofdstad zijn. Als je iets niet begrijpt, moet je het bestuderen tot je het snapt. Daarom kroop ik in de huid van een toerist die lekker een poos aan het backpacken is en een avondje stoom komt afblazen in het centrum van Amsterdam.

Allereerst moet ik een goede outfit hebben. In een souvenirwinkeltje koop ik een T-shirt en een pet met het officiële logo van Amsterdam: jonko. Ik maak de toeristenlook compleet met een grote rugzak die ik af en toe per ongeluk open laat staan. Mijn gevoel zegt dat een toerist bij aankomst direct een coffeeshop induikt, en welke coffeeshop is er iconischer dan de Bulldog? Deze shop ligt bovendien op een gunstige locatie: midden op de Wallen. Binnen is het drukkend warm. Ik vraag de verkoper wat toeristen hier meestal kopen, en nadat hij me een tijdje schaapachtig aankijkt, bestel ik maar een voorgedraaide wietjoint. Ik laat het me smaken.

Een van de meest gehoorde klachten over het toeristische Amsterdam betreft de wafelwinkel. Ze zouden het straatbeeld vergallen, stiekem dingen doen die niet mogen als je geen horecavergunning hebt en geld witwassen. Wat een gezanik! Wafels met chocoladeprut lijken me bij uitstek iets wat je wil eten als je stoned bent. Gelukkig hoef ik niet lang te zoeken naar een etablissement dat de beruchte Nutella-wafel verkoopt. Voordat ik drie keer met mijn ogen kan knipperen hap ik in een magnetron-verwarmd stuk fabrieksdeeg met namaak-Nutella ter waarde van tien cent maar gekocht voor 4 euro 50. Het smaakt als een mierzoete abortus.

Advertentie

Ik gaf wafelwinkels altijd het voordeel van de twijfel. Oké, het zijn er bijzonder veel en als je erlangs loopt ruik je een weeïge walm van heb ik jou daar, maar het eten dat ze verkopen zou toch op z'n minst erg lekker moeten zijn. Hoe vreselijk zat ik ernaast. Ik moet dringend op zoek naar een plek waar ik met grote hoeveelheden drank deze nare smaak uit mijn mond kan krijgen.

Dankzij TripAdvisor weet ik dat er in de Warmoesstraat een populaire tent zit waar reizigers hun dorst lessen en elkaar verhalen vertellen over ontberingen in bouwvallige Airbnb's. Deze oase draagt de naam Players en de inrichting lijkt rechtstreeks gekopieerd van een Amerikaanse sportsbar. Er hangen grote flatscreen-tv's aan de muur waar voetbal op te zien is en Rise Up van Yves LaRock klinkt door de boxen. Als ik de meisjes achter de bar uitleg dat ik undercover ben als toerist, roepen ze: "WAAROM?" en "Wij haten toeristen." Ik vraag of toeristen erger zijn dan de leden van het studentencorps, wier hoofdkwartier aan de overkant zit. "O nee, de studenten zijn nog honderd keer erger," zegt het ene meisje. Het andere meisje kijkt droevig voor zich uit terwijl ze zachtjes knikt.

Tijd voor shots!

Na vier Jägermeisters en een biertje begin ik wat licht te worden in mijn hoofd. Een goed teken, denk ik, maar ik besluit toch om even een frisse neus te halen. Ik sta een tijdje versuft midden op straat. Ook typisch iets wat toeristen doen. En eigenlijk ook wel heel gezellig.

Advertentie

Er komt zo'n gekke pubcrawl voorbij en ik besluit om ze een stukje te volgen. De jongen die de tocht leidt – herkenbaar door twee grote flessen wodka die uit zijn rugzak piepen – maakt een verslagen indruk. Hij sjokt door een steeg als Jezus naar de Golgotha, maar dan met een tas vol goedkope drank in plaats van een onhandig kruis. 'Jugs: 15 euro', belooft een bordje op het raam van een café dat we passeren. Dat klinkt mijn toeristische alter-ego als muziek in de oren. Weldra nestel ik me op een knus terrasje naast de Oude Kerk met een kleine vijver aan Sex on the Beach. Dit begint erop te lijken.

Oef.

Echt lekker is het niet.

Maar ja, je gaat ook geen kostbare drank weggooien. Een meisje aan het tafeltje naast me kijkt me vreemd aan. "Bottom's up," lal ik met dubbele tong. Ik probeer het resterende vocht in één keer naar binnen te krijgen, wat lastig is, omdat er genoeg ijsblokjes in zitten om een bescheiden iglo van te bouwen.

Sorry, maag. Je bent de beste maag en ik zal je zoiets als dit nooit meer aandoen. Vergeef me.

Ik heb tijd nodig om dit alles te verwerken, dus ik loop heen en weer over de Wallen en filosofeer over de vraag of je moreel gezien een prostituee kunt neuken of niet. Ik doe het niet, maar het feit dat ik het kortstondig overweeg zegt misschien genoeg. Is dit een dilemma waar de gemiddelde toerist ook mee zit? Ik moet er niet aan denken om seks te hebben met een buik vol wafels en anderhalve liter Sex on the Beach. Als ik niet zo opgefokt was van alle suiker, zou ik me misschien sip voelen.

Advertentie

Dit is niet het moment voor verdriet, maar voor een ritje in het allerleukste vervoersmiddel ter wereld! Geef het op voor de fietstaxi!

Haha, denk ik, als ik zie dat er een gordel in het bakje zit. Hm, denk ik even later, als de dollemansrit ten einde is gekomen. Ik heb in een klap een enorme berg respect gekregen voor fietstaxichauffeurs (noem je die zo?). Vakkundig manoeuvreert hij langs omhoogstekende putdeksels, stuurt op het allerlaatste moment hard terug naar rechts, ontwijkt op een haar na voetgangers en paaltjes en vraagt zonder blikken of blozen een bedrag van vijftien euro voor een ritje van zeshonderd meter – van de Damstraat naar het Rembrandtplein. Voor dat geld kun je zes keer heen en weer met een Uber.

Ik wil meer. De adrenaline giert door mijn lijf. Mijn ogen staan wijd open. Ik heb een droge mond. Er is maar één plek waar ik nu wil zijn: een café waar ze een rad van fortuin hebben en waar de winst wordt uitgekeerd in drank. Gelukkig zit er zo'n plek niet ver hier vandaan: Amstel 54. Voor tien euro mag je een zwieper geven aan een rad, en maak je kans op mooie prijzen. Tien shotjes, bijvoorbeeld. Of drie Jägerbombs, of een fles wijn – mijn god, ik hoop niet dat ik een fles wijn win. Of tien shotjes. Een beetje nerveus, maar met vertrouwen in het lot, overhandig ik het geld.

Ik win vier flesjes Smirnoff Ice. Had erger gekund, maar ik ben er niet zeker van dat het woord 'winnen' hier van toepassing is.

Advertentie

Voordat ik me aan de Smirnoff waag, trek ik me even terug op het toilet om moed te verzamelen middels het nemen van een flinke snuif. Omdat ik wel het gevoel wil van drugs gebruiken die je bij een spannende straatdealer hebt gekocht, maar geen zin had om vijftig piek uit te geven aan een fijngemalen paracetamol (of erger: witte heroïne), graaf ik in mijn tas naar een Rennie. Lijkt net echt.

Zo kan ik in elk geval vier Smirnoff Ice drinken zonder bang te zijn voor brandend maagzuur.

Nu ben ik klaar voor de grande finale: het zingen van karaoke. Mijn avond als toerist zit er bijna op, en ik moet zeggen: het valt niet tegen. In de karaoke-bar hebben ze een drankje dat 'Pornstar Martini' heet. Twee voor twintig euro. Die aanbieding laat ik niet aan me voorbijgaan!

Het smaakt heerlijk. Ik heb mijn nieuwe lievelingscocktail gevonden tijdens mijn wilde vakantie in Amsterdam. Dit ga ik thuis aan al mijn vrienden vertellen. Niet vergeten om morgen de ingrediënten van deze heerlijke drank op te zoeken. Maar eerst een lied om dit heuglijke feit te vieren.

En vooruit, nog eentje.

Mijn vriendin is me op komen halen. Ik denk dat ze zich zorgen begon te maken nadat ik zeer incoherent reageerde op berichtjes. Ik brul als een door de duivel bezeten rockster door de microfoon en zie haar vanuit mijn ooghoek af en toe zuchten. Als ze met haar ogen begint te rollen, is het tijd om naar huis te gaan. Maar voordat ik mijn fiets pak, moet ik eerst even uitrusten.

Ik kan niet meer normaal praten of nadenken. Eigenlijk ook niet bewegen. Ik voel me fantastisch. Eindelijk begrijp ik wat toeristen bezielt. Ik begrijp hun angsten en hun dromen. Ik weet hoe ze zich voelen. Ze zijn zat en niks kan ze wat schelen. Ze zijn op een plek waar niemand ze kent, en waar ze zich schaamteloos kunnen misdragen. Een speeltuin, waar drank per emmer wordt verkocht, waar je op elke straathoek wiet en zoetigheid kunt kopen en waar je iemand geld kunt geven om aan je geslacht te zuigen. Alles kan in Amsterdam en dat is fantastisch. Laten we er trots op zijn, en laten we ons vooral af en toe in deze naar Nutella stinkende anarchie storten. Bovendien levert toerisme blijkbaar 21 miljard op, dus waar klagen we nog over? Ik ga in het vervolg wat liever doen tegen toeristen. Zelfs als die gore, naar pik ruikende teringlijers op het fietspad lopen.