Japanese cheesecake
Illustratie door Japanese Cheesecake
Onder de Gaydar

Hoe het is als de immigratiedienst je geaardheid in twijfel trekt

Elias vluchtte van Libanon naar Nederland, maar de IND twijfelde of hij wel echt gay was omdat hij een baard had.
E
door Elias
BH
zoals verteld aan Bo Hanna
2.8.18

Door Elias, zoals verteld aan Bo Hanna

Let op: dit artikel werd gepubliceerd in 2018.

Als je als lhbt+-vluchteling naar Nederland komt, wordt er in de asielprocedure vooral gekeken of je wel ‘echt’ lhbt+’er bent. Die vraag wordt onder andere beantwoord door te kijken of je bijvoorbeeld een macho uiterlijk hebt, en of je wel uit de kast bent gekomen.

In juni 2018 publiceerde COC Nederland een onderzoek waaruit bleek dat het Nederlandse asielbeleid voor lhbt+’ers gebaseerd is op kwalijke stereotypen. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) hanteert – en dat is logisch – criteria om te beoordelen of iemand wel écht een lhbt+’er is, en niet doet alsof, om zo in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning. Maar die criteria blijken vaak gebaseerd op heteronormatieve ideeën over hoe een lhbt+’er zich gedraagt of eruitziet.

Het COC drong er bij staatssecretaris van Asiel Mark Harbers op aan om het beleid te veranderen. In het ergste geval worden lhbt+’ers teruggestuurd naar landen waar hen de doodstraf boven het hoofd hangt als ze worden opgepakt voor homoseksuele handelingen. Ook bij Elias (31), die drie jaar geleden naar Nederland vluchtte, werd eraan getwijfeld of hij wel écht gay was.

Drie jaar geleden vluchtte ik naar Nederland. Hoewel de Libanese hoofdstad Beiroet relatief veiliger is voor lhbt+’ers dan andere steden in het Midden-Oosten, vreesde ik voor mijn leven nadat ik op televisie was geweest. Toen ik 28 jaar oud had ik me namelijk als lhbt+-activist op het nieuws uitgesproken over de ellendige situatie waarin veel lhbt+’ers in het Midden-Oosten verkeren, en dat had een grote impact op mijn leven. Doordat mijn identiteit publiekelijk bekend was geworden kreeg ik bedreigingen van conservatieve groeperingen en werd ik op m’n werk ontslagen omdat ik hiv-positief ben. Natuurlijk baalde ik hiervan, maar ik was niet van plan om me te verstoppen en te stoppen met mijn strijd voor gelijke rechten. Na een tijd kwam ik tot het inzicht dat er geen normaal leven voor mij meer mogelijk was in het Midden-Oosten en liet ik alles achter om opnieuw te beginnen in Europa.

In eerste instantie wilde ik naar Frankrijk vluchten – vanwege het feit dat ik al Frans sprak – maar ik kon makkelijker een toeristenvisum krijgen bij de Nederlandse ambassade, omdat ik al eerder op bezoek was geweest bij vrienden in Den Haag. Het was wel eng om hierheen te komen, want ik kende het systeem, de cultuur en de taal niet.

Verwachtingen had ik niet per se van Nederland, maar ik wist dat in Amsterdam het eerste homohuwelijk ter wereld had plaatsgevonden. Hierdoor had ik het idee dat er hier meer vrijheden voor lhbt+’ers waren dan in het Midden-Oosten. Al vrij snel bleek dat het helemaal niet zo progressief is als ik dacht.

De eerste nacht dat ik in Ter Apel sliep ging het al mis. Ik moest een kamer delen met een andere vluchteling, die me vertelde dat hij zijn kamer helemaal niet met een homo wilde delen. Hij begon me meteen te bedreigen. Hij zei dat mijn bloed niets waard was en dat hij me zou vermoorden. Door deze dreigementen voelde ik me vogelvrij verklaard in Ter Apel en was ik vreselijk bang. Ik besloot me te melden bij het personeel van het asielzoekerscentrum. Na een gesprek ben ik overgeplaatst naar een aparte kamer waar andere lhbt+’ers zaten. Het is niet zo dat iedereen in het asielzoekerscentrum homofoob was hoor, maar het was bij nader inzien slimmer geweest als ze me meteen in de lhbt+-kamer hadden geplaatst.

De procedure duurt een week. Je slaapt dan in het asielzoekerscentrum en op de eerste dag worden vragen gesteld over hoe je naar Nederland bent gekomen. Je moet dan ook vertellen wie je familieleden zijn en de ambtenaren van de IND leggen je uit wat de procedure precies inhoudt en wat je rechten zijn. Die week was vrij intensief, want de gesprekken duurden in totaal zo’n acht uur per dag.

Op de eerste dag van de procedure kreeg ik een vraag over mijn baard. Werknemers van het IND zeiden dat ik er door mijn baard mannelijk en macho uitzag, en eigenlijk niet echt gay oogde. Alsof je als homo geen baard kunt hebben en mannelijk kunt zijn of macho kunt lijken. Ik kreeg toen een beetje het idee dat ze denken dat alle homo’s een handtasje hebben en op hakken lopen. Ook gebruikten ze mijn baard als tegenargument voor mijn asielaanvraag. Ze zeiden dat ik door mijn uiterlijk veilig zou zijn in het Midden-Oosten. Een andere vraag was waarom ik niet in de kast was gebleven. Een gekke vraag, omdat in de kast blijven betekent dat je een dubbelleven leidt, en daar komt veel stress bij kijken. Dat is niet gezond, en dat zouden ze toch moeten weten. Bovendien stond Nederland in mijn beleving juist voor lhbt+-rechten, dus waarom niet voor mijn rechten? Mogen alleen lhbt+’ers in Nederland uit de kast komen en gelukkig worden? Ik strijd toch juist voor de rechten die Nederland internationaal ook verdedigt?

Ik had het gevoel dat ik mijn uiterlijk en beslissingen in mijn leven moest verdedigen om te bewijzen dat ik écht gay was. Daardoor had ik soms het idee dat ik bijna moest toneelspelen, me ‘nichterig’ of ‘verwijfd’ moest gedragen en antwoorden om hen ervan te overtuigen dat ik wel degelijk homo ben.

Op de tweede dag werden me meer vragen gesteld over waarom ik naar Nederland was gekomen. Ze vroegen me waarom ik dacht dat ik niet meer veilig was in Libanon en ik kreeg veel vragen over mijn verleden. Personeelsleden van het IND wilden details horen over eerdere (homoseksuele) relaties; hoe ik mijn ex-vriendjes had leren kennen en hoe lang ik met ze samen was geweest. Ze vroegen me ook wanneer ik erachter was gekomen dat ik op mannen viel en of ik mijn homoseksualiteit makkelijk kon accepteren, of dat het voor een crisis met mezelf en mijn omgeving had gezorgd. Ze begrepen niet echt dat het fenomeen ‘uit de kast komen’ een westers concept is, en dat veel lhbt+’ers in andere landen hier niet echt mee bekend zijn. Homoseksualiteit is in veel landen taboe, waardoor je dus ook niet uit de kast kunt komen.

Ik kreeg ook vragen over mijn seksleven. Dat laatste vond ik erg ongevoelig, omdat het IND eigenlijk zou moeten weten dat veel lhbt+’ers uit gebieden waar ze vervolgd worden – en dus gevaar lopen – helemaal niet zo makkelijk over hun seksualiteit praten. Ik heb zelfs van tal van andere homovluchtelingen gehoord dat het IND zelfs om seksfoto’s, seksvideo’s of Grindr-gesprekken vroeg als bewijs. Ik heb gelukkig alleen een foto samen met mijn vriendje hoeven laten zien. Ik kon namelijk aan de hand van nieuwsberichten aantonen dat ik écht een lhbt+-activist ben en daardoor wel degelijk gevaar liep in mijn vaderland.

Het meest vervelende is dat de nadruk in het proces op het uitsluiten van fakers ligt. Ik begreep al snel dat er mensen zijn die doen alsof ze gay zijn om in Nederland te mogen blijven. Toch vind ik het apart dat ze zo argwanend zijn naar alle lhbt+’ers die hierheen komen, omdat het voor mij voelde alsof ik me moest verdedigen. Ik ben geen crimineel en vind niet dat ik hoef te bewijzen dat ik lhbt+’er ben om hier asiel te krijgen. Niemand laat vrijwillig alles achter om hiernaartoe te komen. Het is, zoals ik al zei, kwalijk dat er een stereotype van de westerse homo-identiteit zoals die hier bekend is als maatstaf wordt gebruikt. Seksualiteit is in mijn cultuur minder bepalend voor je identiteit, ook voor hetero’s. Ik denk dat er meer kennis nodig is over lhbt+-thema’s – en de culturele verschillen – bij die instanties, maar helaas leven we in een heteronormatieve wereld waar deze kennis niet vanzelfsprekend is.

Vanwege privacyredenen is de achternaam van Elias niet opgeschreven. Zijn achternaam is bij de redactie bekend.

Primary Oneness organiseert 1 november in samenwerking met LGBT Asylum Support een benefietavond met diner voor lhbt+-vluchtelingen. Om je aan te melden of een donatie te doen kun je mailen naar primaryoneness@gmail.com