Advertentie
Psychologie

Waarom we onbewust een hekel hebben aan mensen die te aardig lijken

Psychologen noemen het ‘antisociaal straffen.’

door Jesse Hicks
23 oktober 2018, 2:51pm

Getty Images

Je kent ze wel: de collega’s die altijd voor je klaarstaan, doen wat je van ze vraagt, niet klagen, en dat alles met een brede glimlach. Deze goedlachse, vriendelijke goedzakken, die altijd ieder los eindje aan elkaar knopen, moeten toch wel de meest populaire mensen in hun omgeving zijn? Dat zou je denken, maar toch zijn het deze types – mensen die niet meedogenloos competitief of onverschillig zijn – die vaak en snel worden afgerekend op hun aardigheid en voor ‘heilige boontjes’ worden uitgemaakt. Alsof er iets inherent mis is met aardig en behulpzaam zijn.

Dus waarom hebben mensen zo snel een hekel aan de goedzak? Een nieuw onderzoek suggereert dat het niet meer is dan een competitieve tactiek, en daarbij ook nog eens onbewust gebeurt. Stel, je bent op zoek naar een partner -- of het nou om mee te daten is, of om mee samen te werken. In beide gevallen is het belangrijk dat je goed samen kan werken. Niemand wil gekoppeld worden aan iemand die dat niet kan, dus om de beste partner te krijgen wil je zo coöperatief mogelijk overkomen. Maar wat je ook kan doen is de betrouwbaarheid van anderen in twijfel trekken, om zo met de beste partner te eindigen. En een effectieve manier van twijfel zaaien over andermans goede bedoelingen is ze als heilig boontje bestempelen.

“We vinden het vaak fijn als de goede persoon beloond wordt en de slechte persoon hun verdiende loon krijgt,” zegt Pat Barclay, professor op de University of Guelph en co-auteur van het eerder genoemde onderzoek. “Maar soms worden ook de goede personen gestraft of bekritiseerd.”

Het lijkt onlogisch, maar dit fenomeen is in veel samenlevingen terug te vinden, zegt Barclay. In het Engels wordt het ‘do-gooder derogation’ of ‘antisocial punishment’ genoemd, oftewel kritiek op mensen hebben die zich té behulpzaam en aardig opstellen. Het vindt vooral plaats wanneer mensen concurreren voor een partner, en het is volgens de onderzoekers een manier om een voorsprong te krijgen op een ander. Door deze tactiek lijk je zelf niet zozeer beter, maar de behulpzame, aardige persoon misschien wel minder – zijn of haar aardigheid lijkt te mooi om waar te zijn.

“Je kan het in één zin opsommen: ‘hey man, vergeleken met jou ben ik niet zo goed,’” vertelt Barclay. In plaats van dat de verliezende persoon beter probeert te zijn, verwijten ze de ander een heilig boontje te zijn.

Om de hypothese te testen dat antisociaal straffen vaker voorkomt wanneer er sprake is van concurrentie, heeft Barclay samen met zijn co-auteur Aleta Pleasant twee scenario’s bedacht. In beide gevallen moesten deelnemers een spelletje spelen waarbij hun bereidheid tot samenwerken werd getest, en konden zij andere deelnemers ‘bestraffen.’ In het experiment werd er één toeschouwer aangewezen die aan het eind van het spel een partner moest kiezen en hem of haar passend zou belonen.

Zoals de onderzoekers al hadden verwacht, lag het de antisociale strafgehalte hoger in het competitieve scenario. Maar dat betekent niet dat deelnemers bewust ervoor kozen om de heilige boontjes te bestraffen. “Heel weinig mensen calculeren heel nauwkeurig en bewust de gevolgen van hun handelingen,” aldus Barclay. Hij zegt dat mensen vaak onbewust reageren op de andere persoon. Emoties als jaloezie worden opgewekt doordat we de ander als welvarender of aantrekkelijker zien, en dit dicteert vaak hoe we met deze persoon omgaan.

Dit heeft ook zijn goede kanten. Barclay zegt dat deze emoties bestaan, omdat ze voordelig kunnen zijn. “De reden dat wij emoties voelen, is omdat ze ons tot handelingen kunnen zetten die ons op langer termijn ten goede komen,” zegt hij. En door te begrijpen hoe deze emoties werken kunnen we beter met ze leren omgaan.

Hoe zouden we bijvoorbeeld de belaagde goedzak kunnen helpen? Barclay zegt dat we manieren kunnen bedenken om antisociaal straffen tegen te gaan. En als je er het slachtoffer van bent, is het antwoord misschien om je met betere mensen te omringen. “Laat de goede mensen met andere goede mensen omgaan,” zegt hij. “Zij zullen er uiteindelijk veel beter aan toe zijn dan hun critici. We moeten een manier verzinnen om goedheid te belonen in plaats van te bestraffen, want dan zullen meer mensen vanzelf dat pad gaan bewandelen.”