Advertentie
Munchies

De mensenrechten van landarbeiders worden op gruwelijke wijze geschonden

Elk jaar overlijden er 170.000 mensen in landbouw en wij willen de lelijke realiteit achter de productie van ons eten maar niet zien.

door Hannah Keyser
30 oktober 2018, 11:41am

De moderne intellectueel doet niets liever dan op extreem cynische wijze verkondigen hoe verschrikkelijk commerciële bedrijven zijn – om nog maar te zwijgen over de regeringen die (misschien wel opzettelijk) te weinig doen om deze bedrijven te reguleren. Bovendien weten ze maar al te goed dat er in onze kapitalistische samenleving geen ethische consumenten bestaan. Maar ook de moderne intellectueel moet eten. En tenzij je alles zelf verbouwt of iedere dag de lokale markt afstruint, ben je hiervoor grotendeels afhankelijk van boeren waar je helemaal niks afweet, waar mensen werken die je waarschijnlijk nooit zal ontmoeten. We worden ons er steeds meer bewust van dat we ons als consumenten bezig zouden moeten houden met waar de planten en dieren die op ons bord belanden vandaan komen. Maar hoe zit het met de mensen die ervoor zorgen dat de flora en fauna om hen heen uiteindelijk in ons voedsel verandert?

“Dit systeem geeft vaak de voorkeur aan kostenbesparende initiatieven en winst ten koste van werknemers in de landbouw,” schrijft Hilal Elver in een rapport dat vorige week werd gepresenteerd aan de Derde Commissie van de Derde Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Elver, die zich als speciale VN-rapporteur bezighoudt met het recht op voedsel, verwijst hiermee naar het globale landbouwsysteem. Op het eerste gezicht lijkt haar uitspraak nogal voor de hand liggend: natuurlijk kun je dit verwachten van bedrijven en systemen die worden gedreven door hebzucht. Maar juist die pessimistische kijk die wij met z’n allen op de situatie hebben, zorgt ervoor dat we bijna gevoelloos zijn geworden voor het menselijk leed dat schuilgaat achter ons voedsel. We zijn blind voor de lelijke realiteit die voor de consument verborgen wordt gehouden.

Eerder dit jaar stelde Elver al een rapport op waarin dit aan het licht werd gebracht met een aantal verontrustende statistieken over de 1,3 miljard mensen die wereldwijd in de landbouwsector werken (waaronder 70 procent van de beroepsbevolking in ‘ontwikkelde’ landen). Er zijn zoveel verschillende krachten van invloed op het leven van de arbeiders in al deze landen, dat je er een compleet levenswerk aan zou kunnen wijden. Hoewel de 22 pagina’s van Elver dus ook niet alles kunnen aankaarten, staan er wel een aantal statistieken en systematische problemen in het rapport die de moeite waard zijn om hier te benoemen.

Bijvoorbeeld dat er per jaar gemiddeld 170.000 landarbeiders omkomen tijdens hun werk, en dat landarbeiders een twee keer zo grote kans hebben op een dodelijk arbeidsongeval dan mensen in andere sectoren. Hieronder vallen ook de geschatte 26.000 niet-gemelde sterfgevallen per jaar. Veel ongevallen worden niet gemeld omdat er in geen andere sector zoveel “informele werkgelegenheid” is als in de landbouw. Dat kan oplopen tot wel 90 procent van de werknemers.

Een van de ernstigere gezondheidsrisico’s is de veelvuldige blootstelling aan pesticiden – wat vooral problematisch is voor vrouwen die zwanger zijn of kunnen worden, en voor vrouwen met jonge kinderen. Een ander groot probleem is het gebrek aan schoon drinkwater. Hoewel een deel van deze gevaren alleen voorkomt binnen de landbouwsector, heeft het grootste deel simpelweg te maken met een gebrek aan reguleringen. Zo laat 96 procent van de Guatemalaanse landarbeiders bijvoorbeeld weten dat ze het gevoel hebben “blootgesteld te zijn aan constant gevaar,” terwijl slechts 3 procent van hen toegang heeft tot medische zorg. Maar ook in de Verenigde Staten komt dit voor: een zonnesteek is daar de belangrijkste oorzaak van sterfgevallen in de landbouw. “Toch is er geen universele wet die stelt dat landbouwarbeiders recht hebben op water- en schaduwpauzes,” staat in het rapport.

De extreem lage lonen (die meestal te laat worden uitbetaald en om het maar niet over opslag te hebben), het gebrek aan sociale voorzieningen (slechts 20 procent van de landbouwarbeiders wereldwijd heeft toegang tot goede gezondheidszorg) en de afgelegen plekken, zorgen ervoor dat de werknemers en hun families vastzitten in deze gevaarlijke arbeidscycli.

“Mensen die in Zambia in de landbouw werken, verdienen bijvoorbeeld minder dan 1,75 euro per dag op boerderijen van grote bedrijven. Het feit dat ze op het gebied van arbeidskansen afhankelijk zijn van de eigenaren van deze boerderijen, houdt de armoede onder de bevolking van generatie op generatie in stand,” meldt het rapport.

71 procent van de kinderarbeid komt voor in de bredere landbouwsector, waar de fysieke last en de blootstelling aan chemicaliën blijvende schadelijke gevolgen kunnen hebben.

Er is weinig wat de Verenigde Naties hieraan kunnen veranderen. Ze kunnen alleen helpen bij het opstellen van protocollen die “niet-bindende richtlijnen bieden aan de staten” of “werkomstandigheden aanbevelen die in lijn zijn met de internationale mensenrechtenwetten”. Helaas zijn de meeste van deze aanbevelingen inmiddels al jaren, zo niet tientallen jaren oud, maar blijven de problemen voortbestaan.

In 1973 vond bijvoorbeeld een minimumleeftijdsconventie plaats, waarmee kinderarbeid in verschillende industrieën wereldwijd beperkt zou moeten worden, en in 1999 werd geëist dat kinderarbeid die de “veiligheid of moraal” van de betrokken kinderen in gevaar bracht per direct verboden zou worden. Toch komt 71 procent van de kinderarbeid (met 108 miljoen kinderen) vandaag de dag nog steeds voor in de bredere landbouwsector, waar de fysieke last en de blootstelling aan chemicaliën blijvende schadelijke gevolgen kunnen hebben.

Elver benadrukt dat “de wettelijke verantwoordelijkheid van de wetgever bestaat uit het aannemen van wetten om de rechten van werknemers te beschermen en corrigerende maatregelen te nemen wanneer de bestaande wetgeving een ongunstig effect op die rechten heeft.” Ze geeft hierbij echter wel toe dat bepaalde bevolkingsgroepen, zoals vrouwen en migranten, waarschijnlijk kwetsbaarder zullen blijven voor misbruik. Zelfs als er wetten bestaan die arbeiders beschermen, “zorgt een gebrek aan beleid en programma’s ter bestrijding van culturele vooroordelen en geweld tegen vrouwen op de werkplek ervoor dat vrouwen niet volledig gebruik kunnen maken van hun rechten”. Dat geldt niet alleen voor de landbouw, maar voor alle sectoren wereldwijd.

Pogingen om deze problemen aan te pakken, worden daarnaast vaak belemmerd doordat een groot percentage van de landouwarbeiders bestaat uit immigranten die niet de juiste papieren hebben. De kans dat zij mensenrechtenschendingen aangeven is klein, omdat ze bang zijn om het land uitgezet te worden. En met het oog op de huidige Amerikaanse politiek, lijkt het er niet op dat dit de komende tijd zal veranderen.

Het lijkt vanzelfsprekend om te zeggen dat regeringen het als hun verantwoordelijkheid moeten zien om iets aan de schendingen van mensenrechten binnen de landbouwsector te doen. Desondanks legt het rapport juist de nadruk op bedrijven (die “niet direct of indirect bij moeten dragen aan het schenden van mensenrechten”) en consumenten (die hun “koopkracht en de behoeften van de markt kunnen gebruiken ter bevordering van de werknemersbescherming”). Dat lijkt misschien weinig zin te hebben, maar het is best logisch: een groot deel van het misbruik in de landbouwindustrie speelt zich immers toch al buiten het zicht van de wet af, en bedrijven zullen er altijd baat bij hebben als de arbeidskosten zo laag mogelijk blijven.

De populariteit van producten waar “fair-trade” op staat, is een stap in de goede richting. Maar wees je er hier bewust van dat daarmee niet alle problemen zijn opgelost: deze verpakkingen vermelden alleen het deel van het productieproces waar het bedrijf trots op is.

Je hebt het waarschijnlijk al vaak genoeg gehoord, maar het beste wat we als consumenten kunnen doen is onszelf onderwijzen. De uitbuiting die in het VN-rapport wordt beschreven, komt voort uit het feit dat deze arbeid een vergeten onderdeel van de productieketen is geworden. De groeiende populariteit van producten waar in kleurrijke letters “fair-trade” op staat, is al een stap in de goede richting. Maar wees je er hier ook bewust van dat daarmee niet alle problemen zijn opgelost: deze verpakkingen vermelden alleen het deel van het productieproces waar het bedrijf trots op is.

Wie streeft naar ethische landbouw, komt bovendien al snel bij een andere kwestie terecht: namelijk privileges. Niet iedereen is in staat om in de supermarkt voor een duurder product te kiezen, ook al weten ze dat het allergoedkoopste eten waarschijnlijk geproduceerd is door onderbetaalde landbouwarbeiders. En dat is precies wat misbruik binnen de landbouwsector zo ingewikkeld maakt: het wordt in stand gehouden door de wereldmarkt waar wij allemaal onderdeel van zijn. Toch is simpelweg zeggen dat er geen ‘ethisch kapitalisme’ bestaat een slap excuus om niks aan je gedrag als consument te veranderen.

Steun de mensen die de problemen aan het licht brengen, verdiep je in die informatie, lees meer over de wetgeving die van invloed kan zijn op ons voedsel en blijf je vooral bewust van het menselijk leed dat schuilgaat achter de gemakken van ons dagelijks leven.

Volg MUNCHIES op Facebook, Instagram en Flipboard.