Identiteit

Hoe Johan Derksen de leeuwinnen aan een gelijkwaardiger salaris helpt

De loonkloof in het betaalde voetbal is misschien wel de grootste op aarde, en sterspeler Miedema vindt het hoog tijd dat dit verandert.
28 november 2017, 2:47pm
Foto via Proshots
Foto via Proshots 

Vivianne Miedema gaf vorig weekend in een interview met The Guardian een voorzet voor een leuke discussie aan de nationale spreekbuis van het patriarchaat: Voetbal International. Miedema zei in het interview dat ze het wel zo eerlijk zou vinden als vrouwen van het nationale voetbalteam net zoveel betaald zouden krijgen als mannen. Johan Derksen zou Johan Derksen niet zijn als hij deze kans niet aan zou grijpen om “meisje Miedema” uit te leggen dat vrouwenvoetbal in Nederland “geen reet” voorstelt, en te zeggen dat “de meiden op hol zijn geslagen”.

Een argument dat we vanuit de argumentatie-analyse een ‘ad hominem’ zouden noemen: het zogenaamde ‘op de man spelen.’ Een veelgebruikte methode om zo niet op het argument zelf in te gaan, maar de spreker van geloofwaardigheid te ontdoen. Desalniettemin zorgden de uitspraken van zowel Miedema als Derksen ervoor dat er weer flink wat aandacht was voor het inkomen van onze voetbalvrouwen – iets wat ik alleen maar toe kan juichen.

Wat is er precies aan de hand?

Sterspeler van de Oranje Leeuwinnen Vivianne Miedema (twee goals in de EK-finale tegen Denemarken) speelt inmiddels bij Engelse topclub Arsenal, en stelde in het interview aan de kaak dat het loonbeleid van de KNVB wel wat progressiever kon. Op dit moment verdienen de vrouwen van het nationale team stukken minder dan hun mannelijke collega’s, en Miedema vindt dat niet meer van deze tijd. Tegen The Guardian zei ze: “It’s really important as we put the exact same effort into our national side as the men do, I think you deserve the same.”

De uitspraak van Miedema komt niet op een toevallig moment: de voetbalvrouwen zijn al een tijdje in onderhandeling met de KNVB over hun beloning voor EK- en WK-wedstrijden. Tegen het AD zei Lieke Martens, uitgeroepen tot beste vrouwelijke voetballer ter wereld en actief lid van de spelersraad die de onderhandelingen voert, dat ze het na hun overwinningen deze zomer tijd vonden voor een betere regeling: “We hebben heel lang voor de eer gespeeld, maar we hebben in de zomer natuurlijk wel wat gepresteerd. Dan mag er ook wat veranderen.”

In oktober maakte de Noorse Voetbalbond (de FA) bekend dat het de beloningen voor vrouwen en mannen van de nationale voetbalteams gelijktrekt. Volgens The Guardian was de FA eerst van plan om het marketingbudget voor het vrouwenvoetbal te verhogen, maar kwam toen op het lumineuze idee om in plaats daarvan de gender gap wat te dichten – de publiciteit die dat vervolgens opleverde, liet zien dat een gelijkwaardig loonbeleid voeren uiteindelijk de beste marketingstrategie is.

Voor veel nationale vrouwenteams is gelijke betaling een belangrijk punt: vrouwenvoetbal wordt immers steeds groter en populairder, en zoals ook Martens al aangaf, hebben vrouwen die momenteel in de nationale teams spelen steeds minder zin om dankbaar te zijn voor alle kansen die ze krijgen.

Helaas staat het team van Noorwegen nog op vrij eenzame hoogte wat betreft dit progressieve (of misschien normale?) loonbeleid. Veel vrouwenteams proberen momenteel de kwestie aan te kaarten – in Denemarken besloten de vrouwen het veld niet meer op te gaan zolang de voetbalbond niet aan hun salariseisen tegemoetkomt, waardoor Denemarken een oefeninterland tegen Nederland afzegde. Ook de voetbalvrouwen in de Verenigde Staten liggen al een tijdje overhoop met hun nationale voetbalbond, wat onder meer dit filmpje opleverde. Daarin weerleggen ze alle zogenaamde argumenten, noemen ze het verschil in beloning een vorm van discriminatie, en leggen ze uit waarom “maar het is nu eenmaal zo” geen goede reden is.

Oké, dan kan de KNVB net als bij de Noren gewoon over de brug komen met knaken toch?

Voor hetzelfde werk moeten mannen en vrouwen hetzelfde betaald krijgen, dat staat immers zo in onze grondwet. Maar natuurlijk is het allemaal net iets complexer dan dat. Hetzelfde werk is namelijk een nogal grijs gebied, en je hebt bijvoorbeeld te maken met iets als marktwerking: vraag en aanbod.

De beloningen van voetballers worden verdeeld door organisaties met een op z’n zachts gezegd niet zo’n transparant financieel beleid. In het kort komt het neer op het volgende: internationale toernooien worden niet door de KNVB georganiseerd maar door de FIFA (WK’s) en de UEFA (EK’s). De vergoedingen bij deze toernooien hangen voor een groot deel af van hoe ver een team in het toernooi komt, en die vergoedingen en prijzengelden liggen bij het mannenvoetbal veel hoger dan bij het vrouwenvoetbal.

De Oranje Leeuwinnen kregen als team voor het winnen van de EK-finale 1,2 miljoen euro, en verliezend finalist Denemarken kreeg 1 miljoen. Kampioen Portugal kreeg op het EK 2016 voor mannen 8 miljoen euro, en verliezend finalist Frankrijk 5 miljoen.

De 1,2 miljoen voor de winnende Nederlandse vrouwen ging vervolgens naar de KNVB, en de spelers kregen een percentage daarvan. Wat dat percentage precies was, blijft de vraag – verschillende bedragen deden de ronde, maar tegen het ADzei Miedema vorige week dat de vergoeding die ze kregen voor het winnen van het EK net genoeg was voor een weekje vakantie naar Spanje.

Omdat er voor mannen zo’n 6,8 miljoen euro meer te verdienen is op een EK, en er dus meer op het spel staat, kun je beargumenteren dat het logisch is dat mannen een hogere vergoeding krijgen voor het spelen in het nationale team. Maar zolang de UEFA en de FIFA de investering in het toernooi voor mannen en vrouwen niet gelijktrekken, verandert er niet zo veel en zullen de mannen (veel) meer blijven verdienen. Het salarisverschil kan ook kleiner worden als voetballers collectief besluiten dat ze met minder geld ook tevreden zijn, of als de bonden zelf besluiten dat de bedragen exorbitant zijn. Iets wat Derksen zelfs vindt, en waarover hij schreef in deze column uit 2013. Hij noemt het daarin “maatschappelijk onaanvaardbaar hoge salarissen”.

Gaat het ooit gebeuren, gelijke beloning in het voetbal?

Lieke Martens, Shanice van de Sande en Vivianne Miedema gaan waarschijnlijk nooit net zo veel verdienen als Robin van Persie, Wesley Sneijder en Arjen Robben. Hoewel de sponsordeals voor de vrouwen steeds lucratiever worden, is de gender wage gap in het betaalde voetbal misschien wel de grootste op aarde. Lieke Martens verdient als spits bij FC Barcelona 200.000 per jaar, terwijl Lionel Messi 30.000.000 per jaar verdient – het salaris van Martens is 0,66 % van dat van Messi. Of: Messi hoeft maar twee dagen te voetballen voor het salaris van Martens.

Dat de huidige voetbalvrouwen dit gigantisch gapende gat zullen dichten, is misschien te hoog gegrepen.

Maar er staat voor de Oranje Leeuwinnen meer op het spel dan alleen de keiharde pegels: de ontwikkeling van vrouwenvoetbal, zowel op nationaal als op internationaal niveau. Door het winnen van het EK en hun aanstellingen bij topclubs wordt er nu eindelijk geluisterd naar vrouwen zoals Miedema en Martens, en daar maken ze slim gebruik van. In de slipstream van hun onderhandeling met de KNVB stippen ze aan dat het voor de ontwikkeling van vrouwenvoetbal in Nederland wel handig zou zijn als de vergoedingen in de competitie ook wat omhoog zouden gaan, zodat spelers niet alleen maar in het buitenland op een hoger niveau kunnen spelen.

Volgens dit artikel van de NOS krijgen voetballende vrouwen nu namelijk vaak slechts een onkostenvergoeding van 600 euro per maand van hun club, en moeten ze er allerhande baantjes naast doen. Door de vergoedingen voor de nationale teams gelijk te trekken, kan de KNVB een belangrijk signaal afgeven richting de clubs in Nederland, en dat straalt hopelijk weer af op de gehele competitie in Nederland.

De onderhandelingen die de vrouwen momenteel voeren met de KNVB, hebben dus ook een symbolische waarde. En de verschillende vrouwenteams in de wereld maken dankbaar gebruik van elkaars PR-momenten, om betaling voor vrouwenvoetbal over de gehele linie te verbeteren. De strijd wordt niet alleen gespeeld aan de tafels van de nationale voetbalbonden, maar ook in de media; want bij iedere individuele of nationale overwinning, is het gehele vrouwenvoetbal gebaat.

Als er één zekerheid is in het leven van een Nederlandse voetbalvrouw, is het dat Johan Derksen geen enkele kans onbenut zal laten om te benadrukken dat vrouwenvoetbal minder waard is dan mannenvoetbal. Daar maakte Miedema met haar stellige en misschien provocerende uitspraak slim gebruik van, want door de denigrerende opmerking van Derksen stonden de salarisonderhandelingen toch weer een week lang in de krant, en kregen de voetbalvrouwen veel kansen om uit te leggen waarom gelijke betaling wel belangrijk is.

Derksen heeft zich dus als een mak lammetje voor het PR-karretje van de Oranje Leeuwinnen laten spannen.