De Burkinese vrouwen die automonteur willen worden, ondanks wat hun mannen zeggen

Ik sprak de filmmaker van Ouaga Girls over haar roots, West-Afrikaanse genderrollen doorbreken en een zwarte, vrouwelijke regisseur zijn in Europa.
22.11.17
Still uit de docu
Still uit de docu 

“Hoe ga je ooit iemands vrouw zijn en zwanger worden, als je de hele tijd onder een auto hangt?”; “Maar als je werkt, zit je haar dan niet in de weg?”; “Stop daarmee en doe liever iets normaals, zoals kapper of secretaresse worden”. Dit is wat de vrouwen uit Burkina Faso die een opleiding volgen tot automonteur, vaak te horen krijgen.

Toen Theresa Traore Dahlberg (34) vier jaar geleden naar het West-Afrikaanse land ging, wees iemand haar op een feministisch project in de hoofdstad Ouagadougou: een meisjesschool voor monteurs. Ze besloot de studenten in hun laatste jaar van de opleiding te volgen met haar camera. Daaruit ontstond de documentaire Ouaga Girls, die vanaf vandaag te zien is op IDFA.

Ik sprak de documentairemaker over haar roots, West-Afrikaanse genderrollen doorbreken en een zwarte, vrouwelijke regisseur zijn in Europa.

Theresa Traore Dahlberg – foto door Patricia Reyes

Broadly: Hoe kwam je op het idee om deze docu te maken?
Theresa Traore Dahlberg: Mijn vader is Burkinees en mijn moeder Zweeds, dus ik groeide afwisselend op in beide landen. Zeven jaar geleden maakte ik de documentaire Taxi Sister , over een vrouw in Senegal die besloot om tegen de stroom in taxichauffeur te worden. Ze was een van de vijf vrouwen tussen vijfduizend mannen. Toen ik een paar jaar geleden weer in Burkina was, vertelde iemand me over deze meisjesschool.

Tijdens mijn eerste bezoek vond ik het al geweldig interessant: de meisjes zijn tussen de 16 en 23 jaar oud en konden om verschillende redenen – tienerzwangerschap, moeilijke gezinssituaties, overleden ouders – hun middelbare school niet afmaken. Deze school is er speciaal voor hen: het is goedkoper dan een traditionele opleiding, en het stelt ze in staat om te werken en geld te verdienen.

Ze zijn pioniers, want de eerste vrouwen die aan auto’s sleutelen daar. Maar daar kiezen ze zelf eigenlijk niet voor.
Precies. Sommige meiden hebben totaal andere dromen. En ze weten dat het niet gemakkelijk wordt als vrouwelijke monteur: er zijn een hoop garages die geen meisjes aannemen en het is mogelijk dat hun man later niet akkoord gaat met dit beroep. Sommige meiden in de klas willen om die reden het beroep eigenlijk niet leren, anderen worden er juist sterker en meer gemotiveerd door. Chantal bijvoorbeeld: zij beseft dat de opleiding een manier is om te ontsnappen aan haar huidige situatie. Daarom zie je haar in de film ook stoer reageren op mannen die tegengas geven. Zo van: vrouwen zijn even sterk als mannen, wij kunnen dit ook.

Als een man niet akkoord gaat met het beroep van automonteur, hoe uit zich dat?
Bintou’s vriendje zegt constant dat hij niet wil dat ze littekens op haar huid heeft, en hij vraagt haar hoe ze in godsnaam ooit met hem kan trouwen of moeder kan zijn als ze van plan is onder een auto te gaan liggen. Mannen hebben vooroordelen over vrouwelijke monteurs: het zijn automatisch vrouwen die geen moer geven om hun uiterlijk.

Alle foto’s zijn stills uit de film

Uit je documentaire blijkt het tegendeel: de meisjes verstoppen zich achter een auto om elkaars haren te vlechten.
Ja, je krijgt beelden te zien van de meisjes op school, bij hen thuis en in het nachtleven. Het wordt al snel duidelijk dat ze net als andere meisjes houden van dansen, naar concerten gaan, juwelen, schoenen en make-up. Het is niet zo dat ze daarom minder vrouwelijk zijn omdat ze aan auto’s sleutelen.

Het lijkt er zelfs op dat ze door het vrouw-zijn juist goed zijn in wat ze doen. Zo vergelijkt een van hen, een vrouw die ook moeder is, de kracht die ze nodig heeft om een auto vooruit te duwen met persen bij een bevalling.
Dat is inderdaad heel mooi om te zien. Ik vind het ook speciaal hoe ze elkaar heel geduldig en met volle concentratie helpen. Soms werkten ze allemaal aan hetzelfde probleem, in complete stilte. In harmonie, als een groep. Dat zie je bij mannen minder.

Wat maakt het zo waardevol dat dit een school is met enkel meisjes, en niet een gemengde school?
Een van de meisjes zegt het zelf in de film: “Deze school voelt meer als een thuis dan mijn eigen thuis”. Ze spreken er over alles, van verkrachting binnen een familie tot tienerzwangerschappen. Het is hun safe space, waarin ze vrij zijn om over zulke dingen te praten zonder dat er mannen in de buurt zijn. Door dat te delen, komen ze meer in hun kracht te staan – een beetje zoals nu met #MeToo gebeurt.

Welke scène heeft op jou diepe indruk nagelaten?
De scène in klas, wanneer de Franse lerares de regels opsomt waaraan een vrouw zich moet houden om “een goede vrouw” te zijn en niet in de problemen te komen. Bijvoorbeeld: niet zwanger worden, en als je wel zwanger wordt is dat je eigen keuze en schuld. Aan deze meisjes is al vaak verteld dat ze falen in het leven; hopelijk zien ze zichzelf door deze film niet langer zo, en hopelijk zien ook andere kijkers hen als het tegenovergestelde van een mislukkeling.

Wat wil je nog meer bereiken met je film?
Ik wil discussie uitlokken. Toen de film gescreend werd op een groot filmfestival in Burkina, werd op de radio en televisie veel aandacht besteed aan de verwachtingen van vrouwen in bepaalde beroepen, genderrollen en de positie van vrouwen in het land. Mijn doel is niet dat mensen denken dat alle vrouwen monteurs moeten worden – wel om tradities en genderrollen die we als normaal ervaren, opnieuw te bevragen.

Maar ook wil ik andere, diverse verhalen over Afrika brengen. Films die zich daar afspelen gaan zo goed als altijd over extreme armoede of oorlog, of als het positieve films zijn, over muziek, sport of hipsters in hoofdsteden, zodat Europa zich ermee kan identificeren. Dit is een positieve film over het alledaagse leven, met een universeel onderwerp. Namelijk: de vrouwenzaak. Hoe het is om iemands dochter, vriendin of moeder te zijn, in het laatste jaar van je opleiding, voordat je de onzekere poel genaamd ‘het volwassen leven’ inspringt.

Chantal, een van de meisjes in de meisjesschool voor monteurs

Wat waren de grootste obstakels bij het maken van de film?
Filmen in veertig graden terwijl ik zwanger was. Ik had zelfs een miskraam tijdens het filmen, en werd deels daardoor heel close met de meisjes die ik filmde. We gingen samen door veel turbulente tijden. Ik begon single aan de film en eindigde met een man en een kind.

Het was ook heel lastig om filmhuizen ervan te overtuigen dat mensen in Europa geïnteresseerd zijn in dit soort films, zodat ik financiering kon krijgen. Meestal kreeg ik als antwoord dat mensen daar niet op zitten te wachten, of dat mijn film dan enkel op Afrikaanse filmfestivals gedraaid zou kunnen worden. Maar Taxi Sister draaide uiteindelijk op zowel feministische, Afrikaanse, fictie-, en hedendaagse kunstfestivals, en Ouaga Girls is tot zover uiterverkocht geweest op elk filmfestival, over de hele wereld. Mensen willen dit soort films dus wel zien.

Dat het zo lastig is om financiering te vinden voor zo’n film zegt best wat over de filmindustrie.
Ik zou filmhuizen en filmscholen graag willen zeggen: moedig mensen van verschillende achtergronden aan om hun verhalen te vertellen. Een paar jaar geleden heeft het filminstituut dat bijna alle Zweedse films financiert een regel ingevoerd dat vijftig procent van het geld naar mannelijke, en vijftig procent naar vrouwelijke filmmakers gaat. Daar kwam veel commentaar op, bijvoorbeeld dat de kwaliteit van de films achteruit zou gaan. Maar die eerste films van vrouwen zijn nu af, en kennen wereldwijd een groot succes.

Wat kunnen we nog van jou verwachten in de toekomst?
Ik heb net een korte film af over de vrouw van de Franse ambassadeur in Ouagadouga, waarin ik haar ook volg in haar dagdagelijkse leven.

Bedankt, Theresa.