Foto door Kayla Snell via Stocksy 

Ik heb pillen nodig tegen mijn depressie, maar mensen accepteren dat niet

Ik ben 27 en slik al 10 jaar lang pillen tegen mijn depressie en angststoornis. Inmiddels ben ik het wel gewend dat mensen me aanraden om yoga en ademhalingsoefeningen te doen, maar ik weet zeker dat mijn leven veel slechter zou zijn zonder medicatie.

|
25 mei 2018, 3:52pm

Foto door Kayla Snell via Stocksy 

Iedereen die ooit last heeft gehad van een psychische ziekte of gemoedsstoornis, weet hoe het is om overspoeld te worden met ongevraagde adviezen van vreemden. Als het op psychologie aankomt, zijn veel mensen er ineens van overtuigd dat ze prima door kunnen gaan voor arts. Een van de onderwerpen die maar al te vaak worden aangekaart, is medicatie – en dan vooral iemands afkeer daarvan. Wanneer je openlijk over je mentale gezondheidsproblemen praat, word je al snel geconfronteerd met het wijdverspreide idee dat medicijnen onnodig en ongezond zijn, of zelfs laten zien dat je hebt gefaald als persoon. Alsof je niet hard genoeg je best doet om normaal en gelukkig te zijn.

Toen ik vorig jaar tijdens het carpoolen aan mijn medepassagier vertelde dat ik stukken over mentale gezondheid schrijf, legde hij me uit dat de chemicaliën in ons kraanwater verantwoordelijk zijn voor het toenemende aantal mensen met een depressie. Volgens hem zouden etherische oliën dé oplossing zijn om gifstoffen uit mijn bloedbaan te verwijderen.

Als het op psychologie aankomt, zijn veel mensen er ineens van overtuigd dat ze prima door kunnen gaan voor arts.

En deze man is niet de enige geweest die zijn goedbedoelde adviezen met me wilde delen. Een aantal jaar eerder kwam mijn toenmalige baas erachter dat ik Prozac en Wellbutrin gebruikte, waarop ze me waarschuwde dat ik voorzichtig moest zijn. Ze had namelijk veel van haar creatieve vrienden “gevoelloos” zien worden door het gebruik van antidepressiva.

Ook wanneer mijn ADHD toevallig wordt benoemd in een gesprek, komt de sociologiewetenschapper in iedereen naar boven. Ik hoor regelmatig dat ADHD een pseudo-medisch fenomeen is, voortgekomen uit onze smartphonecultuur. Iedereen zou er last van hebben, wat betekent dat dus eigenlijk niemand er echt last van heeft, wat betekent dat Adderall vergif is! En dan zijn er natuurlijk nog de mensen die Adderall juist fantastisch vinden, en me voor de honderdste keer vertellen hoe ze tijdens hun studie stiekem wat namen voor hun examens.

Onlangs plaatste ik een lovende tweet over Mariah Carey, die in een interview met People Magazine openlijk vertelde over haar bipolaire stoornis type 2 en de medicatie die ze daarvoor slikt. Ik gaf aan hoe belangrijk deze openheid is, in een wereld waarin mensen met psychische aandoeningen vaak extra gestigmatiseerd worden voor het gebruiken van medicijnen. Binnen een paar uur reageerde iemand op mijn tweet met een onderzoek van drie pagina’s over de rol van psychiaters in de gruweldaden van nazi’s.

Nu ik 27 ben, en al 10 jaar medicijnen gebruik voor mijn angststoornis en zware depressie, ga ik er niet eens meer op in wanneer iemand in zo’n tirade losbarst. Op vreemden die me online aanvallen, reageer ik al helemaal niet. Het is zwaar om keer op keer mijn manier van leven te moeten verdedigen, en de kans dat ik iemands kijk op medicijnen verander, is nihil. Ik bewaar mijn energie liever voor een nieuwe aflevering van The Bachelor – daarnaar kijken is even tijdrovend en frustrerend, maar het geeft je in ieder geval voldoening.

Met een mentale stoornis kampen is al zwaar genoeg, maar de constante haat tegenover medicatie moeten aanhoren, maakt het nog lastiger. Het zorgt ervoor dat je het liever geheimhoudt of zelfs ontkent. Maar dat zou niet moeten. Medicijnen hebben mij, en talloze anderen, geholpen om een leven te leiden dat anders onmogelijk zou zijn geweest.

Die ongevraagde adviezen over langdurig medicatiegebruik voor psychische problemen komt misschien vaak voort uit goedbedoelde bezorgdheid, maar het houdt wel een stigma in stand dat vergaande gevolgen heeft. Onder andere dat mensen geen hulp durven zoeken (uit een onderzoek van het Trimbos Instituut uit 2011 bleek dat tweederde van de mensen met psychische problemen hiervoor geen medische hulp zocht).

Dat wantrouwen om de juiste hulp te krijgen, zou kunnen voortkomen uit het wantrouwen dat men heeft jegens farmaceutische bedrijven, die natuurlijk maar wat graag medicatie verschaffen. Maar kunnen we niet zowel sceptisch zijn over de farmaceutische industrie, en tegelijkertijd geloven dat voor sommigen die medicatie gewoon echt de beste oplossing is?

Met een mentale stoornis kampen is al zwaar genoeg, maar de constante haat tegenover medicatie moeten aanhoren maakt het nog lastiger. Het zorgt ervoor dat ik het liever geheimhoud of zelfs ontken.

In de media wordt vaak gefocust op de horrorverhalen rondom mentale gezondheid. In april bijvoorbeeld, schreef The New York Times een stukmet de kop “ Veel mensen die antidepressiva slikken komen erachter dat ze niet meer kunnen stoppen”. Het zette de angstaanjagende en niet echt onderzochte keerzijde van antidepressiva op lange termijn in de schijnwerpers: de sterke afkickverschijnselen, waar ze niet voor waren gewaarschuwd, waardoor het bijna onmogelijk lijkt om te stoppen met de medicatie. De anekdotes zijn herkenbaar en verdrietig; de afgelopen jaren heb ik met veel van die symptomen te maken gehad terwijl ik met mijn arts zocht naar de juiste dosering. Maar voor mij is de oplossing niet om volledig te stoppen met medicatie – maar om een plan te vinden dat voor mij wel werkt.

Het afwijzen van mensen die al lang medicatie gebruiken kan heel schadelijk zijn. De onderliggende aanname: natuurlijk wil je zo snel mogelijk stoppen met die verschrikkelijke medicijnen. Edward Shorter, een onderzoeker in de psychiatrie aan de Universiteit van Toronto, omschreef deze zienswijze: “In het Westen is inmiddels één op de twee personen depressief, en één op de twee gebruikt antidepressiva. Je kunt je afvragen wat dat zegt over onze cultuur.”

De niet zo subtiele subtekst: je depressie is een culturele trend. En als je depressief bent, dan is dat geen medisch probleem, maar een cultureel probleem. Iets wat overgaat als je dat maar graag genoeg wilt. Maar depressie is voor sommigen een chronische ziekte. Zoals Danielle Tcholakian zegt in eenessay voor The Cut: “Nergens in het artikel [Times] wordt genoemd dat het stoppen met antidepressiva een van de meest veelvoorkomende redenen van overlijden is voor mensen met een depressie. Voor veel van hen is een alternatief voor de nare bijwerkingen het gevoel dat ze dood willen. Of erger nog: uiteindelijk overlijden aan hun ziekte.”

Ik weet zeker dat wanneer ik stop met mijn medicatie, mijn symptomen ervoor zouden zorgen dat ik zwakker zou worden. Ik weet dit uit jaren ervaring. Alsnog wordt er regelmatig tegen me gezegd dat ik gewoon moet gaan sporten, of geen gluten meer moet eten. Maar ik weet ook zeker dat ik was gestopt met mijn studie en geen enkele baan had kunnen volhouden, als ik niet de juiste medicatie had gehad.

En ja, ik eet groente en fruit, ik schrijf in mijn dankbaarheidsdagboek, ik drink genoeg water. Ik doe alle dingen waarvan mensen denken dat ze mijn depressieve episodes (wat zij zien als ‘gewoon verdrietig’ zijn) en angststoornis (wat zij zien als ‘zenuwen’) zouden oplossen, en ik heb nog steeds pillen nodig.

Ik deal al met de reacties op mijn medicatie sinds ik een tiener ben. Een vage bekende die commentaar levert op mijn twitterpost doet me dus niet zoveel meer. Maar wat me wel raakt – en wat ook daadwerkelijk invloed heeft op mijn mentale gezondheid – is wanneer dit stigma doorwerkt in het professionele behandelveld.

Het anti-medicatie standpunt neemt vaak vorm in wat “therapeutisch pessimisme” wordt genoemd. “Onderzoek wijst keer op keer uit dat psychische zorgaanbieders pessimistisch zijn over de kans op genezing, wat door de mensen die ziek zijn als een drempel wordt ervaren om hulp te zoeken” legt het onderzoek uit.

Ik doe alle dingen waarvan mensen denken dat ze mijn depressie of angststoornis zouden verhelpen, maar ik heb nog steeds pillen nodig.

Verschillende onderzoeken laten zien dat mensen die wél hulp zoeken, vaak niet de juiste behandeling krijgen wegens “een gebrek aan kennis over de behandeling van de ziekte” onder medische professionals. Ik kan geen enkele andere medische aandoening bedenken waarin decennia aan bewijs over de werkzaamheid van medicatie zo gemakkelijk aan de kant wordt geschoven.

Dit jaar liep ik een aantal maanden bij een therapeut die alsmaar bleef zeggen dat mijn medicatie een “gemakkelijke oplossing” was, die het echte emotionele werk dat ik moest doen verhulde. Ze bleef verhalen opperen van ex-patiënten die gestopt waren met hun medicatie en daarna beter werden. Uiteindelijk moest ik wel een nieuwe therapeut zoeken omdat ze niet stopte met deze succesverhalen aan me op te dringen.

Therapie kan ongetwijfeld helpen om depressie, angststoornissen en vele andere mentale gezondheidsproblemen aan te pakken, en meestal werkt medicatie juist heel goed samen met therapie. Maar door te ontkennen dat er ook een biologisch, erfelijk component meespeelt bij sommige mensen, draag je bij aan de mythe dat mentale gezondheid een fase is, of iets wat je kunt oplossen door positief te denken en erover te praten. Uit onderzoek is gebleken dat juist de combinatie van medicatie en therapie vaak de beste resultaten geven, net zoals dat het doet bij mij.

Stoppen met medicatie is voor mij geen doel (of realistisch streven) ondanks alle mensen die, zonder ooit in mijn schoenen te hebben gestaan, zeggen dat dat het beste voor me zou zijn. Mentaal zo gezond zijn als ik kan, dat is voor mij het belangrijkst.