Advertentie
Identiteit

De hardloper die haar geslacht verborgen hield om een marathon te lopen

“De medische gemeenschap was bezorgd dat vrouwen onvruchtbaar zouden worden van intense fysieke inspanning, zoals hardlopen of gewichtheffen."

door Bianca Betancourt
01 april 2019, 1:04pm

Foto door Antony Matheus Linsen/Fairfax Media via Getty Images 

Een jaar of vijftig geleden was het niet alleen ongehoord dat vrouwen een marathon liepen, het was zelfs algemene medische kennis dat vrouwen die hardlopen op termijn mannelijke, gespierde lichamen zouden ontwikkelen. Hun baarmoeders zouden eruit vallen!

Kathrine Switzer raakte door deze idiote opvattingen alleen maar meer gemotiveerd. In 1967 – ze was toen twintig – besloot ze mee te doen aan de beroemde Boston Marathon. Ze schreef zich in voor de race onder de genderneutrale naam K.V. Switzer, zodat niemand haar inschrijving in twijfel zou trekken.

De rest is vrij letterlijk geschiedenis, en werd vastgelegd op een aantal iconische foto’s. De foto’s leggen de ongelijke genderdynamiek van de jaren zestig vast: nadat blijkt dat Switzer een vrouw is, probeert iemand van de wedstrijdleiding haar van achteren vast te grijpen om haar rugnummer van haar kleding te trekken. Tegelijkertijd probeert Switzers vriend, die ook meedoet met de marathon, de man aan de kant te duwen zodat ze kan blijven rennen

1553540504803-GettyImages-591900346
Photo by Paul Connell/The Boston Globe via Getty Images

In haar memoires, Marathon Woman, schrijft Switzer dat ze op dat moment geen idee had wat voor gevolgen haar deelname aan de marathon zou hebben. “Ik deed niet mee om een statement te maken, ik wilde gewoon een marathon lopen.”

Het ongeloof dat Switzers uit vrije wil deelnam aan de marathon – naast het geloof dat vrouwen niet konden of mochten hardlopen – paste binnen het culturele klimaat van de jaren zestig, waar vrouwonvriendelijke denkbeelden de dienst uitmaakten en bepaalden wat het beste was voor vrouwen.

“De medische en atletische gevestigde orde was zo geschokt door vrouwen in het algemeen, en door Katherine Switzer in het bijzonder, omdat ze in de jaren zestig nog steeds vasthielden aan de overtuiging dat vrouwen volledig ongeschikt waren voor fysiek zware sporten,” vertelt historicus Natalia Mehlman Petrzela aan Broadly.

“De medische gemeenschap was bezorgd dat vrouwen onvruchtbaar zouden worden van intense fysieke inspanning, zoals lange afstanden hardlopen of gewichtheffen. Maar deze ideeën vonden nog meer weerklank omdat ze aansloten bij culturele opvattingen van de tijd. Mensen die streden voor het recht van vrouwen om sport te beoefenen moesten opboksen tegen de veronderstelling dat sporten voor een gespierd lichaam en een competitieve instelling zou zorgen, twee dingen die een vrouw in die tijd niet had moeten willen.”

1553542018518-GettyImages-637450930
Foto door S&G/PA Images via Getty Images

Het verbod voor vrouwen om marathons te lopen, of überhaupt hard te lopen, was een patriarchale beslissing. Degenen die de regels bepaalden van wie er wel en niet mocht sporten werden sterk beïnvloed door culturele normen.

“Vrouwen werden niet bij elke sport buitengesloten,” voegt Mehlman Petrzela toe. “Langeafstandslopen mocht niet, want vrouwen die het tegen elkaar opnamen in een individuele sport, dat was niet de bedoeling. Maar in de 19e eeuw werden golf, groepsdansen, tennis en gymnastiek wel gezien als geschikte sporten voor vrouwen.”

Switzer was niet de eerste vrouw die onofficieel een marathon liep. Roberta Gibb rende een jaar eerder al mee – maar zij had zich niet ingeschreven. Switzers sluwe deelname (hoewel het technisch gezien niet tegen de regels was, omdat er geen specifieke regel was die vrouwen verbood om de Boston Marathon te lopen) was een belangrijk kantelpunt, dat liet zien dat vrouwen niet alleen mee konden doen aan intensieve sporten, maar er ook in konden uitblinken.

Toch mochten vrouwen in 1972 pas officieel meedoen aan de Boston Marathon. Tot die tijd mochten ze geen afstanden van meer dan 1500 meter lopen – waardoor marathons per definitie uitgesloten waren. In de decennia erna is het aantal vrouwen dat marathons loopt toegenomen van 11 procent in 1980 tot 42 procent in 2012.

In 2007 schreef Switzer een essay voor de New York Times waarin ze terugblikte op de Boston Marathon. Ze schreef dat de stijgende populariteit van marathons onder vrouwen “helpt bij het veranderen van hoe fysieke kracht bij vrouwen wordt gezien, en zorgt voor meer zelfvertrouwen. Bovendien is het een goedkope en makkelijke manier om fit te blijven.”

Voordat Switzer haar legendarische eerste marathon liep, dacht ze alleen eraan meedoen op haar eigen voorwaarden. Maar na alle interviews, pers en erkenning die haar van de finish tot vandaag de dag hebben gevolgd, bleek haar deelname een onbedoeld moment van activisme dat de weg heeft vrijgemaakt heeft voor vrouwen wereldwijd om hun kracht te laten zien in alle sporten.

“Vrouwen hebben het recht verworven om mee te rennen, en door dat zo krachtig te doen, inspireren ze anderen,” gaat Switzer verder in haar essay. “In veertig jaar tijd zijn vrouwelijke marathonlopers veranderd van indringers tot de grote sterren van de sport.”