FYI.

This story is over 5 years old.

Stuff

De laatste exorcist

Don Gabriele Amorth is de ‘hooggeëerde president voor het leven’ van de Internationale Vereniging van Exorcisten en heeft in zijn lange loopbaan al tienduizenden uitdrijvingen voltrokken.

Don Gabriele Amorth naast een beeld van de Heilige Maagd Maria, die hij tijdens de eerste jaren van zijn gewijde leven bestudeerde. Don Amorth was ook hoofdredacteur van Madre di Dio, een maandelijks magazine over de Heilige Moeder. De Romeinse buurt Garbatella geldt als achterstandswijk, maar lijkt meer op een Britse tuinstad. In 1920, dus vlak na de Eerste Wereldoorlog, stichtte koning Victor Emmanuel III deze nederzetting om 50.000 landarbeiders een plekje in Rome te geven. Zoals overal in Rome wonen er in Garbatella ongelooflijk veel zwerfkatten. Toch zie ik het als een voorteken als er eentje mijn pad kruist. Misschien komt dat omdat ik besef dat de duivel overal is, nu ik buiten het kantoor sta van Don Gabriele Amorth, de ‘hooggeëerde president voor het leven’ van de Internationale Vereniging van Exorcisten. Don Amorth is gepokt en gemazeld door zijn vijfentwintig jaar lange gevecht tegen niemand minder dan Satan zelf. De man is ziekelijk: onlangs werd hij nog opgenomen in het ziekenhuis en zijn gehoor en mobiliteit laten te wensen over. Toch heeft hij nog steeds het lef—of de dwaasheid—om de dag voor mijn bezoek op het lokale nieuws te verschijnen. Daar predikte hij dat ware katholieken geen Harry Potter moeten lezen of kijken (wat uiteraard tot satanisme leidt) en dat ze niet aan yoga moeten doen, want “je denkt dat het goed voor je spieren is, maar eigenlijk leidt het tot hindoeïsme.” Dit is de man die in zijn boek Memoires van een Exorcist. Mijn Leven in Strijd met Satan schrijft: “De duivel zelf sprak tot me via een bezeten vrouw en dreigde me in mijn slaap open te snijden.” Don Amorth komt de kamer binnen in een zwarte pij. Hij draagt een grote leren koffer die hij na wat aardigheidjes over en weer openmaakt. In de koffer zitten de meeste van zijn boeken (hij schreef er tien, die in meer dan veertig talen zijn vertaald), een exemplaar van Madre di Dio (De Moeder van God, een maandelijks magazine over de Heilige Maagd, waarvan hij jaren hoofdredacteur was), een greep uit zijn uitdrijvingsgereedschap (daarover later meer) en een zak spijkers, bouten en andere metalen objecten. “Ik bezit ongeveer twee kilo aan metaal, uitgespuugd door mensen die bezeten waren door de duivel,” zegt hij. “Soms komen die demonen uit het rectum. Ook waren er veel stukken glas. Ik kan je verzekeren dat ze verstoffelijken zodra ze de mond verlaten; er zit nooit speeksel of bloed op. Als je een röntgenfoto zou maken van een bezeten ziel, dan vind je in de ingewanden geen enkel spoor. Ze verschijnen vanuit het niets, een paar millimeter verwijderd van hun lippen. Toch zegt de bezeten persoon meestal de pijn die de demonen binnen in hem of haar veroorzaken echt te voelen.” Don Amorth toont ons een paar boeken die hij heeft geschreven en een zak spijkers en schroeven die tijdens uitdrijvingen zijn uitgespuugd door bezetenen. Ik heb er een paar in mijn handen gehad, wat onze cameraman nogal ranzig vond. Don Amorth zegt tijdens zijn leven tienduizenden uitdrijvingen te hebben voltrokken: “Bij 70.000 ben ik gestopt met tellen.” Voor de duidelijkheid: dit betekent niet dat hij 70.000 mensen heeft geholpen. Demonen zijn nou eenmaal hardnekkige klootzakken en dus hadden de 2.000 tot 4.000 mensen die Don Amorth hielp meerdere uitdrijfsessies nodig. “Om een lichaam te bevrijden van bezetenheid door demonen, moet ik vaak jarenlang werken en minstens één rite per week voltrekken,” zegt hij. “Veel herhaling dus. Dat is de sleutel tot succes. Maar het eerste wat wij moeten doen, is beseffen dat de duivel bestaat. Als je niet in zijn bestaan gelooft, doe je hem een plezier. Dat is precies wat hij wil dat je gelooft. En in dat geval is exorcisme nutteloos. Maar geloof me: hij bestaat.”
Ik knik en begin hem mijn lange lijst vragen af te nemen, maar hij negeert ze. Al snel kom ik erachter dat Don Amorths slechte gehoor betekent dat voornamelijk hij aan het woord zal zijn. “De duivel houdt zich bezig met twee zaken,” zegt hij. “Hij heeft zijn normale bezigheid en een buitengewone bezigheid. Zijn normale bezigheid is om mensen tot het kwaad te verleiden, mensen verlokkingen voor te schotelen, mensen te laten zondigen en Gods wetten te laten breken. Zijn buitengewone bezigheid—en die is heel zeldzaam—is om mensen kwaadaardige aandoeningen te geven.” Volgens Don Amorth kan Satan op vier manieren in iemands ziel huizen. De ergste vorm is bezetenheid door demonen: “Satan of een van zijn volgelingen dringt het lichaam van de bezetene binnen. Het lijkt alsof er een duivel in hem leeft. Satan gebruikt zijn mond om te praten en zijn energie om te bewegen. Hij spreekt alle talen ter wereld. Hij kent de toekomst en heeft bovennatuurlijke krachten. Soms heb ik meer dan vijf mensen nodig om een bezetene stil te houden, terwijl hij alles overhoop haalt en spuugt en schreeuwt en vloekt.” De tweede vorm van duivels kwaad is obsessie (ook wel kwelling geheten). Dit treedt op als kwade krachten iemand van buitenaf teisteren, in plaats van vanuit de ziel. “Denk aan [de gestigmatiseerde heilige] pater Pio. Hij werd tot bloedens toe verminkt door de duivel. Steeds als hij in slaap viel werd hij uit bed gesmeten. Toch was hij niet bezeten. Hij werd gewoon gekweld. Denk ook aan mensen die een bepaald idee of concept in hun hoofd hebben dat hun ziel binnenkruipt en hen aanzet tot krankzinnigheid of zelfs zelfmoord. Dat is duivelse kwelling.” Dit is Don Amorths kleine wijwaterflesje, dat hij gebruikt tijdens zijn uitdrijvingen, en daarnaast zijn crucifix, een speciaal wapen tegen de duivel (opgewaardeerd met een ingelegd medaillon van de heilige Benedictus). De derde soort is een vagere en indirectere vorm van duivels kwaad: de vloek die iemands werk, gezondheid en liefdesleven kan beschadigen. De vloek is makkelijk te verwarren met ziekte. Daarom werkt Don Amorth soms samen met dokters en psychiaters wanneer hij vermoedt dat iemand aan zo’n soort aandoening lijdt. Als ook zij niets meer kunnen betekenen, is het misschien wel tijd voor gewijde interventie.
De vierde soort is het welbekende spookgebeuren, waar huizen, objecten en zelfs dieren aan ten prooi kunnen vallen. Als Don Amorth klaar is met zijn langdurige en uitvoerige ontleding van het kwaad stel ik hem een vraag over zijn rituele praktijk. “Als ik begin met de uitdrijving,” zegt hij, “raakt de persoon in een trance. Hij begint te spugen en te schreeuwen en kan niet meer tegen heilige symbolen, sacramenten en wijwater. Dan bepaal ik mijn plan van aanpak en pak ik mijn gereedschap. Ik gebruik mijn stola [een kerkelijk kledingstuk dat op een sjaal lijkt] die langer is dan normaal. Ik neem een uiteinde en plaats dat op de schouder van de bezetene. Dan pak ik een flesje met wat gaatjes erin om wijwater te sproeien. Ook heb ik een speciale crucifix, ingelegd met het medaillon van de heilige Benedictus, de onofficiële beschermheilige van alle exorcisten. Het laatste gereedschap dat ik gebruik is heilige zalf. Ik heb de Bijbel niet meer nodig. Na 25 jaar van dit werk ken ik die wel uit mijn hoofd. Het is belangrijk om de Bijbel uit je hoofd te kennen: zo heb ik twee handen vrij om de bezetene stil te houden.” Iemand die zich fulltime bezighoudt met al het kwaad dat de mensheid bestiert, heeft vast wel een mening over de recente sociaal-politieke opstanden in Italië en de rest van de wereld. Kan het misschien zo zijn dat we op een apocalyptische gebeurtenis afstevenen? “Ik kan alleen zeggen dat de bewijzen voor wat er nu gebeurt al zijn geleverd. We leven in rampzalige tijden. Al die oorlogen en natuurrampen zijn slechts het begin, de antipasti. Wat komen gaat zal nog veel erger zijn. Ik ben optimistisch over de toekomst, maar weet dat we getroffen zullen worden en dat zij worden gestraft—zij die een wereld zonder God nastreven.” Dit vond ik een goed moment om weg te gaan. Houd deze site in de gaten voor onze video over Don Gabriele Amorth.