FYI.

This story is over 5 years old.

reizen

Bloem van de Flevopolder

Lelystad wordt door velen gezien als een droevige stad in de polder waar je zelfs je hond nog niet begraaft. We namen de stad onder de loep.

“Lelystad is eng” kopte De Telegraaf in 1990. Prompt kocht de gemeentelijke afdeling voorlichting advertentieruimte om dit misverstand recht te zetten. “Lelystad is enig”, kopte zij. Een Duitse krant noemde de jonge gemeente “Die graue Stadt aus den Meer”. Joris van Casteren schreef een boek over de plek die “de aanzienlijkste plaats in het nieuwe gebied” had moeten worden, maar dat niet werd. Reden te meer om vanuit Amsterdam naar Lelystad te fietsen, en zelf een kijkje te nemen.

Advertentie

Afstappen om een foto te schieten van de lange dijkweg naar Lelystad is er in de wondere wereld van het wielrennen niet bij. “Kankertoeristen!” roept een groepje voorbijrazende renners. Een goed begin is het halve werk. Eufemistisch gesteld schetst het boek van Van Casteren Lelystad niet als zeer opbeurende plaats. Desondanks is onze eerste indruk van Lelystad geen treurige. Waar de Oostvaardersplassen eindigen liggen kekke nieuwbouwwoningen uit het water. “Lelystad geeft lucht” staat er te lezen op het plaatsnaambord.

Lelystad zoals het bedoeld was. Van Casteren schrijft: De minister van Verkeer en Waterstaat had besloten dat de gerenommeerde stedenbouwkundige Cornelis van Eesteren Lelystad mocht ontwerpen. Deze formuleerde, geïnspireerd door Stockholm aan het Mälarmeer, “Lelystad moet uit het water oprijzen, als metafoor voor de gewonnen strijd tegen het water. Wie met de boot komt aanvaren wordt van verre getroffen door de imposante aanblik van Lelystad”. Lelystad zou een metropool worden, waar de hoofdstad bij verbleekt.

Van Casteren vervolgt: De Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders huiverde bij al dit enthousiasme. Bij de rijksdienst werkten vooral ingenieurs uit Wageningen met een agrarische achtergrond. In een werkgroep met mensen van de Rijksdienst en Zuiderzeewerken werd van Eesterens baai-idee meteen afgekeurd. Een baai was ‘romantisch’ en ‘al te sierlijk’. Uiteindelijk werd van Eesteren’s plan naar de prullenbak verwezen. Daarop gingen de ingenieurs ijverig aan de slag. “Ze legden witte bladen op hun tekentafels en gaven de stad een vierkante vorm. Door het vierkant trokken ze horizontale en verticale lijnen, dat waren de verbindingswegen die het vierkant opdeelden in hokjes. In de hokjes kwamen wijken. Van boven leek de stad op ruitjespapier.
Zoals een baas van de Rijksdienst het zegt: “Wij zijn zeer pragmatische mensen. Niet de mensen die in de eerste plaats getroffen worden door een mooi vormpje.”

Advertentie

De grote “dreven” (lanen) dwars door de stad lijken logistiek zeer verantwoord, maar zijn ze voor fietsers verboden terrein. Pas aan het eind van de dag zullen we erachter komen dat het fietspadennet compleet is losgekoppeld van het wegennet voor auto’s. Dat schijnt verkeersdoden te besparen. Het betekent echter dankzij het chaotisch stratenplan en de tactisch misplaatste bewegwijzering ook dat navigeren onmogelijk is.

Na 55 kilometer fietsen strijken we neer bij restaurant De Lekkerbek. Vanuit de grauwe snackbar maken we kennis met het centrum. De klandizie lijkt te bestaan uit personen die hun gebrek aan IQ-punten compenseren met stemvolume. Na de lunchpauze breng een wandelingetje ons bij een futuristisch oranje theater, waar een kofferbakmarkt aan de gang is. Gezelligheid kent geen grenzen in Lelystad.

Ook op de terrasjes tussen de kleurloze flats roeien de inwoners met de riemen die ze hebben. Een kopje koffie tegenover de Xenos tussen de toverwoorden “beton” en “staal” doen een mens goed. Een bord op “’t Pleintje” – een plein met flats waar Oostblokkers niet dood gevonden willen worden wordt in Lelystad een perfecte plek om te stappen geacht - weet te melden: “Wildplassen is hier niet toegestaan. Wild zijn we zelf al!”

Ingenieur Lely, drooglegger van de polder en naamgever van de stad, is ook aanwezig. Op een dertig meter hoge paal staat zijn standbeeld midden in het centrum op een verlaten plein. Een goedkoop afgietsel overigens. De ontwerper van een eerdere versie vond dat zijn kunst beter te zien moest zijn. Daarom staat het origineel nu op een bezienswaardige plek: Bataviastad. Onder toeziend oog van Lely en een enorme betonnen televisietoren vergrijpen honderden dagjesmensen zich aan koopjes in de in koloniale huisjes gevestigde fashion outlet shops. Vanaf een pleintje klinkt een nummer van Jan Smit.

Tijd om naar huis te gaan. Dankzij twee wandelaars weten we ons te ontworstelen aan het labyrint van romantiekloze huizen. Hun commentaar op het chaotisch stratenplan: “Dat is om de mensen binnen te houden.”

MARTIJN WEHRENS