Advertentie
Music by VICE

We vroegen dancegigant Cloud 9 waarom ze investeren in hiphop en wat publishing eigenlijk is

Dit is alles wat je als beginnende artiest moet weten.

door Souf Kinani
01 november 2016, 8:36am

​Beeld door Rebecca Camphens​

Begin april werd de samenwerking tussen publisher Cloud 9 en Rotterdam Airlines groots aangekondigd. Waarom? Cloud 9 is vooral bekend om haar werk in de dancewereld, waar artiesten als Hardwell gigantische bakken geld binnenharken. Dat zo'n bedrijf zich interesseert in een relatief klein hiphoplabel als Rotterdam Airlines, betekent dat hiphop groeit, lucratief is en dat zelfs een dancegigant dat nu merkt. 

Ik ging langs bij het kantoor van Cloud 9 – een gigantisch pand in Amsterdam-West met een onvoorstelbare hoeveelheid gouden platen aan de wand, een club en twee studio's – om met General Creative & Marketing Consultant Pieter van Bodegraven en Consultant Mo Fouradi te praten over waar de interesse in hiphop vandaan komt en wat een publisher in godsnaam eigenlijk doet.

Noisey: Cloud 9 is vooral bekend om haar dance-artiesten. Waarom zijn jullie sinds kort bezig in de hiphopindustrie?
Pieter van Bodegraven: We hebben inderdaad een stal vol dance-artiesten zoals Armin, Hardwell en Fedde Le Grand, maar urban ontbrak nog. Ik vond de catalogus zoals we die hadden niet representatief voor wat de bevolking nu luistert.

Ik snap dat jullie representatief willen zijn, maar het is natuurlijk ook gewoon zakelijk een interessante overweging, toch?
Mo Fouradi: Natuurlijk. Als bedrijf is het slim om deze kant ook op te gaan, Nederlandse urban is nu erg populair en is het harder gegroeid dan andere genres. Logisch dus om die kant op te gaan. 

Publishing is een bekend begrip in de muziekindustrie, maar volgens mij weten veel mensen niet precies wat het is. Kun je het kort uitleggen?
Pieter: Iedereen die ook maar iets met liedjes doet, moet geld betalen aan Buma/Stemra. Denk aan downloads, streaming, cd's, radio, tv, series, reclamespotjes: iedereen moet betalen. Al dat geld komt bij Buma/Stemra. Zij nemen dan een administratief percentage van zo'n acht procent en de rest verdelen ze. Een derde is voor degene die de muziek heeft gemaakt, een derde gaat naar de tekstschrijver en het laatste deel is voor de uitgever. Wat wij dan doen, is met bijvoorbeeld Rotterdam Airlines samen een nieuw publishingbedrijf opzetten, zodat zij die inkomsten kunnen investeren in hun label. Verder zorgen we ervoor zorgen dat alle muziek is aangemeld bij Buma/Stemra, dat alle nummers auteursrechtelijk beschermd zijn en dat de artiest die het geld hoort te incasseren het ook daadwerkelijk krijgt. Een goede publisher kost wat, maar het levert je ook geld op.

Pieter: We doen nog meer, hoor. Ten eerste financieren we de jongens. Ze krijgen een voorschot op het moment dat ze een deal met ons aangaan. Stel je voor dat we vijfduizend euro geven aan een componist, dan sturen wij samen met hem een brief naar Buma/Stemra en zeggen we dat we hem dat bedrag hebben gegeven. Totdat het voorschot is ingelopen, moeten ze het geld aan ons overdragen. Zo'n voorschot is essentieel voor getalenteerde artiesten om sneller door te groeien. Ze kunnen opeens hun studio isoleren, een nieuwe microfoon of laptop kopen, dat soort dingen.

Mo: We proberen ook een brug te slaan tussen platenmaatschappijen, producers en schrijvers. We doen namelijk ook plaatsingen voor onze artiesten. 

Pieter pakt een A4tje en begint de geldstromen schematisch te tekenen.

Wat bedoel je precies?
Mo: Als Lil' Kleine met een nieuw album komt, en hij wil met een andere producer dan Jack Shirak werken, stellen wij andere producers voor. 

Is dat niet iets wat in Nederland zonder publisher ook wel lukt?
Mo: Dat is gedeeltelijk waar. Ondanks de groei van urban: we blijven Nederland en de scene is vrij klein. Veel artiesten komen elkaar tegen en regelen onderling een samenwerking, maar toch kan het helpen om een publisher te hebben. Daarnaast moeten we niet vergeten dat vooral veel producers de ambitie hebben om naar het buitenland te gaan, en dan kunnen wij regelen dat ze bij buitenlandse schrijvers kunnen zitten of dat hun werk bij de juiste mensen terechtkomt.

Verwachten jullie dat veel rappers naar het buitenland gaan?
Mo: Zeker, de ambities zijn er en we merken steeds meer dat taalbarrières een minder grote rol spelen. Kijk maar naar Franse rappers die nu ook in Nederland populairder worden, terwijl het gros van de mensen ze niet verstaat.
Pieter: In het buitenland kunnen we veel artiesten helpen. We hebben een groot netwerk, want de inkomsten van onze dancejongens komt voor negentig procent uit het buitenland. Dat kunnen we inzetten voor internationale schrijfsessies, maar ook om bijvoorbeeld rechten te incasseren als je muziek in het buitenland wordt gedraaid. 

Even iets anders: hebben hiphopartiesten een langetermijnvisie?
Pieter: Steeds meer. Kijk, nu hebben veel artiesten shows en daarmee een inkomen, maar het aantal jongens dat op hun vijftigste nog staat te rappen is klein. Wat wij doen, is ze laten inzien dat het een business is. Dat hebben we met Rotterdam Airlines, Van Klasse en nog een hoop producers gedaan. Daarnaast is er altijd een kans bij dat iemand een evergreen schrijft. Dan is publishing opeens belangrijk, want je muziek is zelfs zestig jaar na je overlijden nog geld waard en daar kan je familie van eten. Gass zou heel goed een evergreen kunnen worden. Geld dat je nu met optredens verdient, is er op een dag niet meer. 

Wat is volgens jullie het grootste verschil tussen urban en de dancewereld?
Pieter: Het grootste gedeelte is administratief niet goed georganiseerd. In de urbanscene is het een grotere chaos omdat het helemaal van de straat komt. Het begint met jongens die beats maken, vrienden springen erop en niemand die echt beseft dat er dan een liedje ontstaat dat geld waard is.

Denken jullie dat hiphop dance inhaalt? Dat iemand als Sevn ooit even groot wordt als Hardwell?
Pieter: Qua inkomsten niet. Wat er in dance wordt verdiend met optredens en dergelijke is ongelofelijk. Maar urban in Nederland kan zeker groter worden dan dance. Je ziet nu al dat urban meer geconsumeerd wordt – in streams bijvoorbeeld – dan dance.