Dit artikel is meer dan vijf jaar oud.
Photos

Leven in communistisch Roemenië was echt geen pretje

Andrei Pandele is de enige fotograaf die het lef had om foto's te maken van de harde werkelijkheid in Roemenië tijdens het bewind van Ceaușescu.

door Ioana Moldoveanu, photos by Andrei Pandele
25 oktober 2011, 12:00am

1985. De bussen reden zelden en waren vaak zo vol dat ze met de deuren open reden. De achterkant is door het gewicht helemaal doorgezakt.

Andrei Pandele is de enige fotograaf die het lef had om in Roemenië te fotograferen onder het regime van Ceaușescu in de jaren zeventig en tachtig. Het was een periode waarin het maken van een foto van ontberingen, zoals mensen die in de rij stonden voor een stukje brood, werd gezien als “denigrerend tegenover de socialistische realiteit”. Je riskeerde bovendien zes jaar gevangenisstraf. Pandele, nu 65, heeft een enorm fotografisch archief van het leven in communistisch Roemenië vergaard. Toen wij hem vroegen naar zijn ongepubliceerde werk stuurde hij ons een CD met 11.000 foto's. Ze waren stuk voor stuk ongelofelijk boeiend en verbazingwekkend, maar ook behoorlijk deprimerend.

VICE: Je hebt je foto's pas in 2005 openbaar gemaakt. Waarom?

Andrei Pandele: Mensen waren beledigd door mijn werk. Ze vonden dat de eer van Roemenië geschaad was. Maar dat is alleen de kritiek van het communisme. In 1993 liet ik bijvoorbeeld mijn werk zien aan de huidige directeur van het National Museum of Contemporary Art in Boekarest. Hij was zo ontzet dat hij mijn foto's weggooide. Mensen hadden nog geen vrede met het verleden, en velen hebben dat nog steeds niet.

Hoe kwam je erbij om het dagelijks leven vast te leggen tijdens het communisme?

Ik ben niet alleen fotograaf, maar ook architect. Toen Ceaușescu kerken en hele wijken begon te slopen, wilde ik mijn geliefde Boekarest vastleggen in haar originele staat. Het was niet illegaal, maar het zag er wel verdomd verdacht uit. Tijdens het eerste anderhalf jaar ben ik zo'n dertig keer ondervraagd. Ik kwam erachter dat hetgeen politieagenten, criminelen en honden gemeen hebben, is dat ze agressief worden als ze bang zijn. Ik veranderde mijn aanpak en leerde een manier om met de politie te praten zodat ze me met rust lieten. Daarnaast zocht ik uit welke agenten boven ze stonden, zodat ik met hun namen kon dreigen. Ook had ik een perskaart omdat ik als freelance fotojournalist had gewerkt voor twee sportnieuwscentra. 

Was je ooit bang?

Nou, ik wist dat als ik iets bijzonders wilde doen, ik risico's moest nemen. Mensen dachten dat ik me verstopte als ik foto's nam, maar ik ben bijna twee meter lang. Hoe kan ik me dan verstoppen? Ik heb een foto van een kerk die gesloopt wordt. In die foto zie je een politieagent me strak aankijken om te zien of ik aan het fotograferen was. Ik was niet zo dom dat ik mijn camera voor mijn gezicht ging houden. Wat ik meestal deed is dat ik mijn camera om mijn nek liet hangen, met mijn rechterhand erop terwijl ik tegelijkertijd iets anders met mijn linkerhand deed om de aandacht af te leiden. Ik kreeg zo natuurlijk niet altijd goede foto's, maar sommigen werden fantastisch.

Veel mensen claimen dat je ermee weg bent gekomen omdat je een informant was.

Ik heb ook gehoord dat sommigen dachten dat ik Ceaușescu's fotograaf was, wat raar is omdat ik geen enkele foto van hem heb. Per toeval werkte ik in het centrum van Boekarest in een torenhoog gebouw dat uitkeek over een grote straat, wat het gemakkelijk maakte om foto's te nemen als er iets aan de hand was.

Hoe kwam je aan je camera en fotorolletjes?

Mijn vader was een beroemde gynaecoloog. Elke keer als hij naar een congres ging buiten Roemenië nam hij fotorolletjes voor me mee. Dit was echter erg duur en ik kon me slechts tien rolletjes per keer veroorloven. Hij heeft mijn eerste camera voor me gekocht in Wenen. Het ontwikkelen deed ik bij hem thuis. Als de politie mijn huis doorzocht was het enige wat ze vonden het filmrolletje ‘Roemenië vs. Duitsland', met daarop 34 foto's van een handbalwedstrijd.


1988. Communistische hipsters droegen jeans en merksneakers die de matrozen meenamen vanuit het Westen. Samen met LP's, die snel werden overgezet op cassettebandjes.

1981. De Davis Cup-finale in 1972 tussen Amerika en Roemenië werd in Boekarest gehouden. De Roemenen, die al maanden werden gedrild met “Jullie moeten winnen, jullie moeten winnen”, verloren, waarschijnlijk vanwege de grote druk. Tien jaar later verveelden politieagenten die sportevenementen bewaakten zich zo erg dat ze zich vaak uitkleedden om te zonnen, met hun geweer nog in hun handen.

1987. Het was niet toegestaan om buiten Roemenië te reizen als toerist, dus alle vakanties waren in eigen land, in de bergen of bij de kust. Sommigen reisden per fiets, anderen per auto. Diegenen die reden, gebruikten hun auto als een all-inclusive hotel waar ze konden eten, slapen, drinken en (als ze mazzel hadden) een meisje mee naartoe konden nemen.

1980. Mensen staan in de rij voor voetbalkaartjes. De wedstrijden waren redelijk rustig aangezien niemand de aandacht te veel op zich wilde vestigen. Elke keer als Roemenië tegen een ander land speelde, werden de Roemeense toeschouwers door veiligheidstroepen gescheiden van de buitenlandse.

1985. Auto's waren duur en er was een wachtlijst van zeven jaar om er één te krijgen. Er was ook niet veel keus in automerken: de meesten waren Roemeense Dacia's, die het vaak midden op de weg begaven. Om benzine te besparen mochten de auto's met even nummerplaten in het weekend rijden, die met oneven nummerplaten doordeweeks. Als je geen garage had, moest je auto overwinteren door maanden onder de sneeuw te liggen tot het lente werd.

1986. Ceaușescu bezocht in 1971 China en Noord-Korea en kwam terug met de megalomane eis dat hij duizenden mensen zijn naam wilde laten roepen. Vanaf dat moment werden de parades gezien als nationaal vermaak, waar busladingen mensen uit heel Roemenië op af kwamen. Uiteindelijk waren deze spektakels onderdeel van elke feestdag. Zo ook aan het begin van het schooljaar, als geselecteerde leerlingen negen uur lang in de zon zaten, wachtend op Ceaușescu. Meestal kwam hij niet opdagen. De uitgekozen kinderen moesten dagen van tevoren in quarantaine om te voorkomen dat Ceaușescu een virus zou oplopen.

1989. Kippen wogen vaak minder dan een half pond en waren kleiner dan duiven. Er was altijd voedseltekort. Buiten Boekarest was het moeilijk om aan brood te komen. In Boekarest zelf moest je bij zonsopgang al in de rij staan. Vlees werd niet verkocht, tenzij je de juiste mensen kende.

1989. Sommige voetbalwedstrijden werden niet uitgezonden op tv. Mensen klommen het dak op en installeerden daar zelf grote antennes zodat ze de wedstrijden via een Bulgaars kanaal konden volgen.

1975. Deze vrouw draagt een zelfgemaakte jurk.Kleding werd eerder gemaakt dan gekocht; als je een gat in je sok of blouse had, werd deze gelijk gerepareerd.

 

1992. Dit gehandicapte kind speelt accordeon op Unirii Boulevard in Boekarest.

Tagged:
Fotos