​Een herziening van de zucht

Zuchten is eigenlijk een hele nuttige fysiologische reactie, volgens een Belgische zuchtwetenschapper.
22.1.16

Tijdens het schrijven van dit artikel heb ik meerdere dingen geleerd:

1) Er bestaat een wetenschapper in België die haar carrière wijdt aan wetenschappelijk onderzoek naar zuchten

2) Mensen die veel zuchten verdienen het om in een veel minder negatief daglicht te staan

3) We moeten ons beeld van de zucht bijstellen

4) Het is bizar moeilijk om een artikel over zuchten te schrijven zonder extreem bewust te zijn van het feit dat ik heel vaak zucht

Ik zucht, ook buiten het schrijven van artikelen over zuchten, best wel vaak. Zuchten wordt over het algemeen gezien als een redelijk universele uiting van verveling, frustratie, verdriet of opluchting, wat zou betekenen dat ik een verveeld, gefrustreerd, verdrietig persoon ben die zich vaak bevindt in vervelende situaties die uiteindelijk minder vervelend blijken te zijn dan gedacht.

Dat laatste kan best kloppen, maar ik wilde daar uitsluitsel voor vinden in de wetenschap – ik wilde weten of het echt zo is dat mijn zuchtfrequentie erop duidt dat ik een depressieve grottrol van een mens ben. En of het terecht is dat mensen die vaak zuchten gezien worden als aanstellerige, zeurderige mensen. Wat blijkt: het valt alleszins mee.

Een zucht blijkt namelijk veel complexer dan de meeste mensen in eerste instantie denken. Zuchten heeft volgens de Belgische zuchtwetenschapper Elke Vlemincx van KU Leuven een zeer nuttige functie. Zuchten werkt volgens haar onderzoek namelijk als een soort resetknop voor je ademhaling en gemoed, een simpele, vaak onbewuste methode om letterlijk voor opluchting te zorgen.

Vlemincx is een van de weinige mensen op aarde die wetenschappelijk onderzoek doen naar de fysiologie, oorzaken en gevolgen van zuchten. De gezondheidspsychologe schreef haar thesis in 2010 over zuchten en sindsdien heeft het fenomeen haar nooit meer losgelaten.

"Er waren eerder wel onderzoeken gedaan naar de fysiologische functies van zuchten bij dieren, maar bij mensen was dit nooit goed onderzocht," vertelt ze aan de telefoon. De fysiologische onderzoeken wezen erop dat zuchten een manier zijn voor het lichaam om door een diepere ademhaling ervoor te zorgen dat de longblaasjes niet dichtklappen. Het zorgt ervoor dat die blaasjes flexibel blijven en zo effectiever werken voor gasuitwisseling.

Vlemincx' theorie als psychologe was dat zuchten bij mensen naast een fysiologische functie ook een emotionele functie vervult. "Zuchten is emotioneel gezien gelinkt aan opluchting, het is een soort marker van opluchting. Maar het gekke is dat een zucht ook oplucht. De spierspanning daalt na een zucht en ademhaling wordt regelmatiger. Een zucht faciliteert in feite opluchting," vertelt ze me. Vlemincx voegt daaraan toe dat proefpersonen ook zelf aangeven dat ze opluchting voelen na een goede zucht.

Haar theorie was dan ook dat zuchten werken als een soort psychofysiologische resetknop – een simpele schakeling die het lichaam en emoties helpt ontspannen en er tevens voor zorgt dat het ademhalingsritme weer stabiliseert.

Deze hypothese kwam deels tot stand door het gegeven dat mensen met een paniekstoornis opvallend vaak zuchten. "Deze mensen scannen hun omgeving constant op basis van stimuli die tot paniek kunnen leiden, waardoor ze vaker even moeten 'resetten,'" vertelt ze. Omdat deze patiënt zo gejaagd op zoek zijn naar gevaren, is hun ademhaling onregelmatiger. Een zucht zorgt ervoor dat het ademhalingsritme weer stabiliseert.

Om haar theorie te testen induceerde Vlemincx stress bij proefpersonen in een laboratoriumsetting. Dit deed ze door de proefpersonen bijvoorbeeld bloot te stellen aan een hard geluid, wat ze al dan niet verwachtten. Als het geluid uitbleef, slaakten de proefpersonen vaker een zucht. Ook bij het ophouden van het geluid zuchtten de proefpersonen vaker. Hieruit werd geconcludeerd dat een zucht inderdaad gelinkt is aan een vorm van opluchting – mits het zuchten met mate gebeurt.

Te veel zuchten kan, zoals geobserveerd bij de patiënten met paniekstoornis juist leiden tot deregulering van de ademhaling, wat weer bijdraagt aan de symptomen van paniek.

Zuchten zijn volgens Vlemincx ook niet altijd te wijten aan negatieve emoties als angst of stress – verliefde mensen zuchten bijvoorbeeld ook heel vaak en die zijn meestal niet aan het balen van hun crush. "Er is ook onderzoek geweest waarbij verlangen geïnduceerd werd, in plaats van stress. Dat is een emotie die algemeen als positief wordt ervaren, maar wel voor hoge arousal – een psychologische term voor een opgewonden staat –zorgt. Een zucht helpt daarbij om fysiologische activatie te temperen."

Een zucht werkt dus als een soort reset voor emoties en je lichaam, tegelijkertijd als oorzaak en gevolg van een stressvolle staat die overgaat in een minder stressvolle staat. In feite zou het dus zo kunnen zijn dat mensen die je om je heen hoort zuchten, elke keer een beetje opgelucht zijn omdat ze iets volbracht hebben. Misschien zijn chronisch zuchtende mensen dus wel heel productief.

Een ander interessant aspect van zuchten is het communicatieve. Als iemand iets saais vraagt, dan is de eerste, haast onbewuste reactie vaak een zucht. Een zucht die in de ogen van de vragensteller meestal "Pffffff, hou liever je bek" of "Eeeeecht geen zin in jouw domme vraag" communiceert. Maar dat zou door de ogen van de theorie van Vlemincx eigenlijk best eens mee kunnen vallen.

Je zou die zucht namelijk ook kunnen zien als een reactie van het lichaam om het slachtoffer van de vraag voor te bereiden op de moeite om die vraag te beantwoorden. Een switch van de mijmeringen waar diegene zich eerder in bevond, naar een staat van alertheid om een vraag te beantwoorden. Eigenlijk gewoon een beleefde reactie die "Moment, ik bereid me lichamelijk voor om op je verzoek te communiceren" betekent. Maar dat maak ik er nu zelf van, omdat ik vaak zucht als mensen me iets vragen.

Helaas is er in elk geval ook weinig wetenschap om me te ondersteunen. Volgens Vlemincx is er nog vrijwel geen onderzoek gedaan naar de communicatieve of sociale rol van de zucht. Wél voerde professor Karl Teigen van de Universiteit van Oslo in 2008 een aantal onderzoeken uit naar de perceptie van de zucht, waarmee hij de igNobel-prijs voor de Psychologie won.

De onderzoeken probeerden te bepalen hoe mensen dachten over zuchtende mensen. Veel vaker dan niet associeerden de proefpersonen een zucht met een negatieve emotie als verdriet, teleurstelling, frustratie, irritatie, moeheid of verlangen – en dan vooral als iemand in zijn eentje was als diegene zuchtte.

Vreemd genoeg bleek bij een volgend onderzoek dat de perceptie van iemand anders die zuchtte, sterk verschilde van de perceptie als de beoordelaar zelf zuchtte. Bij anderen associeerden de meeste mensen een zucht als een teken dat diegene verdrietig was, terwijl ze bij zichzelf – in precies dezelfde situatie! – een zucht zagen als een reactie op een frustrerende omgeving. In andere woorden, als ik jou zie zuchten, denk ik dat je verdrietig bent, maar als ik zelf zucht, vind ik dat dat komt door frustratie.

Dit gegeven kan je dan ook doorvoeren naar iemand in je omgeving aan wie je je ergert omdat diegene vaak zucht. Je projecteert in dit geval waarschijnlijk een negatievere emotie op diegene dan hij of zij op dat moment voelt. Diegene is niet zonder woorden aan het zeuren, dat maak jij ervan.

Ik heb bij het schrijven van dit artikel precies 43 keer gezucht. Ik heb het bijgehouden. Verder kan ik vaststellen dat ik niet verdrietig ben of stilletjes aan het zeuren ben over dit artikel, ik vond het best boeiend om te schrijven. Alles wat mijn zuchten betekenen is dat ik mezelf elke keer voorbereid om me te kunnen focussen op de volgende zin of paragraaf. De zucht is positief.

Denk hier dus de volgende keer aan als je iemand naast je heel erg hoort zuchten.