Advertentie
Stuff

Welke filosofie is de beste verklaring voor 2016?

De Trump-stemmer van nu heeft veel gemeen met de vervreemde arbeider onder het kapitalisme van Karl Marx.

door Tom Whyman
19 december 2016, 4:50pm

Laten we er geen doekjes om winden: 2016 was een klotejaar.

Maar waarom was 2016 zo slecht? En hoe kunnen we ervoor zorgen dat 2017 in ieder geval een beetje beter wordt? Een van de interessantste dingen aan de algehele kutheid van 2016, is dat het ons in een positie heeft geplaatst waarin we eigenlijk helemaal niks meer begrijpen: de liberale politieke consensus, die zowel de Brexit als president Trump als iets onmogelijks zag, is totaal versplinterd, en heeft geleid tot het wijdverbreide gedachtegoed dat we nu in een duister tijdperk van "post-waarheid" leven.

Maar wie kan ons helpen te dealen met deze crisis van waarheid en begrip? Nou, wat dacht je van de mensen die hun leven specifiek gewijd hebben aan het bestuderen van de aard van waarheid en begrip? Juist, ik heb het over filosofen.

Plato en Aristoteles

Het probleem is wel dat filosofie ondertussen al zo'n 2500 jaar bestaat ofzo. En in die tijd zijn er een hoop ideeën geweest die mensen bedacht hebben die ondoordacht, nutteloos of gewoon slecht waren. Dus wat zijn de beste filosofieën om 2016 te begrijpen? Hier zijn wat suggesties, in een uiterst filosofisch lijstje.

Postmodern relativisme

"Post-waarheid" (of "post-truth") is dan wel hard op weg om het woord van het jaar te worden, maar de angst dat we leven in de begindagen van een dystopisch tijdperk van post-waarheid is niet nieuw. Het idee dat er niet langer zoiets bestaat als objectieve waarheid werd in het einde van de twintigste eeuw al regelmatig geopperd door postmoderne filosofen als Jacques Derrida, Michel Foucault en Richard Rorty.

Het verschil tussen toen en nu is, natuurlijk, dat deze filosofen meestal links waren, en de angst was dat ze de "waarheid" hadden opgegeven voor trendy en Marxistische redenen in plaats van bevooroordeelde en racistische redenen. In plaats van de waarheid, stelden zij een soort allesomvattend "cultureel relativisme" voor, waarmee zij de betrouwbaarheid van – onder andere – de natuurwetenschappen betwistten.

In feite wilden de meeste postmodernisten niet per se van het idee van waarheid af. Hun positie kwam voort uit de simpele observatie dat wat wij als "waar" beschouwen zeker niet sinds het begin der tijden als waar is gezien – en waarschijnlijk ook niet voor altijd als waarheid gezien zal blijven worden.

De waarheid is dan ook niet eeuwig en absoluut. De waarheid berust op algemene overeenstemming binnen een specifieke sociale context; iets waarover twijfel kan ontstaan, iets wat kan versplinteren en kapot kan gaan. Dit is eigenlijk wat we nu zien met het fenomeen "post-waarheidpolitiek": een oude consensus is uitgehold en een nieuwe wordt geleidelijk geboren.

Het echte gevaar voor de liberalen is als ze te eigenwijs blijven vasthouden aan hun oude ideeën alsof ze eeuwige, vaststaande feiten zijn. Op die manier zullen ze nooit in staat zijn om de nieuwe waarheid die nu opkomt te bevatten – en zoals we allemaal weten ziet deze waarheid er, op het moment, behoorlijk grimmig uit.

Karl Marx

Vervreemding

Maar waarom is het liberale gedachtegoed aan het versplinteren? Het lijkt vrij duidelijk dat de huidige politieke crisis verweven is met het voortdurende effect van de financiële crisis van 2008. Op een bepaalde manier en tot op zekere hoogte zijn de stemmers voor Trump en de Brexit allemaal in de steek gelaten door een politiek en economisch systeem dat hen ooit welvaart beloofde, en dat nu niet meer kan bieden.

Kortom, wat zij ervaren is iets dat Marx in zijn vroege werk "vervreemding" noemde. Het is een troop van de Duitse idealistische en de romantische traditie waar Marx uit voortkwam dat de wereld, idealiter, een "thuis" voor ons moet vormen: precies zoals dat (fijne) familiehuis dat ons de warmte, appeltaart en kussengevechten geeft die we nodig hebben om onszelf vrijelijk te kunnen ontwikkelen en een identiteit te ontplooien.

Vervreemding is eigenlijk de staat waarin de wereld faalt om als een thuis te functioneren: waarbij de wereld iets dwingends is geworden, iets dat onze energie en grondstoffen opzuigt, en niet in staat is om ons leven van betekenis te voorzien. Dit is, natuurlijk, de conditie van de arbeider onder het kapitalisme, zoals Marx die beschrijft in zijn werk. En het zijn nou net deze vervreemde arbeiders die, volgens Marx, uiteindelijk een klassenbewustzijn zullen ontwikkelen en zich zullen realiseren dat het in hun voordeel en hun macht is om het kapitalistische systeem omver te werpen.

Maar dit is niet precies wat er nu aan de hand is. De Brexit- en Trumpstemmen waren allebei een duidelijk 'nee' tegen het bestaan, maar in de Hegeliaanse termen die Marx hier mogelijk zou gebruiken, waren dit slechts "onbestemde" negaties. Het waren rudimentaire woedeaanvallen die geen reële, haalbare doelen hadden: de mensen die voor de Brexit stemden staan al klaar om zich tegen Theresa May te keren wanneer de "harde Brexit" niet de verwachte economische welvaart brengt waar ze op hoopten.

Wat misschien ook de reden is dat deze anti-establishmentbewegingen zo makkelijk gekaapt zijn door racisten en fascisten die nu, natuurlijk, geweldige plannen klaar hebben liggen om de monsterlijke uitwassen van het kapitalisme nog verder te versnellen.

De Mac

Machiavellistische Realpolitik

Maar misschien, in ieder geval in de context van de presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten, had hoe de kiezers zich voelden er weinig mee te maken. Een theorie die steeds meer aan terrein wint is dat Trump heeft gewonnen omdat Vladimir Poetin de verkiezingen zou hebben gemanipuleerd, door zijn leger van hackers informatie te laten verzamelen en lekken die Hillary Clinton zou schaden. Er zou zelfs zijn gerommeld met de elektronische stemmachines. President Obama heeft de CIA opdracht gegeven om grondig onderzoek te doen naar Ruslands betrokkenheid bij de afgelopen verkiezingen – al is het wel vreemd dat iemand die blijkbaar gelooft dat het mogelijk is dat een buitenlandse macht met de Amerikaanse verkiezingen heeft geknoeid, ook heeft gezegd dat hij de uitslag zal blijven respecteren.


In deze interpretatie zijn de effecten van het kapitalisme op het individu minder belangrijk. In plaats daarvan stappen we in de wereld van Machiavelli's Il Principe, waar het allemaal draait om de geopolitieke machtsspelletjes van belangrijke mannen en de naties die zij leiden. Dit zou zeker een manier zijn om de discrepantie te duiden tussen de peilingen en de uitslagen bij zowel de Brexit als Trumps overwinning. Wie weet zijn we niet allemaal bange xenofoben; misschien is dit onderdeel van een of ander groot complot van Rusland om de NAVO en de EU te ondermijnen zodat Poetin de Baltische staten kan annexeren. In de reeds onsterfelijke woorden van een veel slimmere en diepere geest dan de mijne: "Jongens. Het is tijd voor wat speltheorie."

Walter Benjamins theorie van geschiedenis

De Duits-Joodse filosoof en cultuurcriticus Walter Benjamin was maar al te bekend met slechte jaren: hij stierf in 1940, toen hij zelfmoord pleegde aan de Frans-Spaanse grens terwijl hij de nazi's probeerde te ontvluchten. Benjamins laatste werk Über den Begriff der Geschichte bestaat uit achttien aforismen waarin het idee van historische "vooruitgang" met bittere ironie op z'n kop wordt gezet. De geschiedenis wordt door Benjamin gepresenteerd als één oneindige catastrofe – een doorlopende ramp die alleen gestopt kan worden door een messianistisch moment van verlossing, dat gekoppeld wordt aan de komst van het communisme. Dit is niet iets dat we alleen weten door hoe slecht het momenteel gaat in de wereld: het is iets dat, aldus Benjamin, de "traditie van de onderdrukten" ons in het algemeen leert. Er is geen enkel moment geweest sinds het begin van de mensheid dat de dingen goed gingen voor de meerderheid van de mensen op deze planeet.

In eerste instantie klinkt dit allemaal nogal wanhopig: de enige vorm van hoop die Benjamin ons feitelijk biedt is een hoop die in onze huidige positie vrij onwaarschijnlijk is. Maar ik vind Benjamins theorie zowel geruststellend als leerzaam. Alles is nu kut, tuurlijk. Maar ergens is dat oké, omdat alles al het grootste gedeelte van de menselijke geschiedenis kut is geweest, en sommige mensen er toch nog in zijn geslaagd om een relatief gelukkig leven te leiden; en kinderen te krijgen die een nieuwe generatie vormen; en misschien zullen die kinderen niet allemaal in- en inslecht zijn. Als dit blijkbaar het beste is dat we kunnen bereiken met z'n allen, dan moeten we de moed niet verliezen – want afgezien van het koninkrijk der hemelen en het communisme is niemand in de geschiedenis veel verder gekomen dan dit.


Aan de andere kant betekent dit niet dat we maar gewoon op ons gat moeten blijven zitten. Het lijden der wereld maakt de dringendheid van de ramp duidelijk, en het is onze plicht om die te verlichten. Maar nogmaals, omdat we niet de zoon van God zijn, hoeven onze oplossingen niet alomvattend, perfect, of eeuwig te zijn: ze kunnen gewoon een beeld van een betere wereld benaderen, de ramp een beetje vertragen. Dat is waar echte hoop in zit. Het werk gaat altijd door.