Ik was een nacht in de Amsterdamse snackbar die klanten rustig probeert te houden met vogelgeluiden

Ik was een nacht in de Amsterdamse snackbar die klanten rustig probeert te houden met vogelgeluiden

Ik zocht uit of het gekwetter mij in een rustigere, gelukkigere snackbarklant zou veranderen.
8.4.17

Een van de idiote bijkomstigheden van drinken is de vetzucht. Na een paar glazen gif op je lever moet er frituurvet bij. En de plekken waar je die smoezelige trek kan stillen zijn nooit fraai. Stond je net nog in een schemerige kroeg of donkere club het leven te vieren, sta je nu ineens onder verzengend tl-licht ongezonde keuzes te maken. Op zo'n plek kom je nooit omdat het er gezellig is (dat is het niet), of omdat je er zo lekker kan eten (dat kan je er niet), of omdat de mensen die je dürüm rollen zo vriendelijk voor je zijn (nope), of omdat het eten er zo vrolijk geprijsd is (het is takkeduur). Maar je komt er toch.

Op het eerste gezicht is snackbar Corner Inn op de Amsterdamse Kinkerstraat net zoals al die andere vreselijke snackbars: het liefst verlaat je de tent zo snel mogelijk nadat je je bestelling in handen geduwd krijgt, zonder al te veel oogcontact te maken met dronkelappen uit angst om een klap op je muil te krijgen. Toch is de Corner Inn anders. In een myriade aan snackbars heeft de snackbar een mythische status gekregen. Naam en faam. Niet om wat je er kan eten, maar om wat je er hoort.

Lees verder op Munchies.