Ik sprak met Nicky Romero over zijn favoriete spelletjes

“Alle grote wereldleiders schaken.”
21.10.16
Timo Pisart

Door alle CO2-kanonnen, lasershows en gekkigheid op Amsterdam Dance Event zou je haast vergeten dat EDM-supersterren ook maar gewoon mensen zijn. Zelfs Armin van Buuren heeft weleens een ochtendhumeur, David Guetta's haar zit soms voor geen meter en Martin Garrix haalt af en toe gewoon een sixpackje Klok-bier bij de AH.

Ik nam de taak op me om te laten zien dat alle halfgoden die op ADE rondlopen ook gewone stervelingen zijn. Eerder vandaag sprak ik Hardwell over zijn hondje Jäger, en nu ontmoet ik Nick Rotteveel aka Nicky Romero. We zijn allebei geboren in januari 1989, en we wonen allebei in de provincie Utrecht. Maar Nicky Romero heeft met Dafne Schippers, heeft 6,5 miljoen likes op Facebook en een stel EDM-knallers op zijn naam staan. Eens kijken of hij ook gewoon van vlees en bloed is.

Advertentie

THUMP: Hoi Nicky! Waar zullen we het eens over hebben? De tandarts, attractieparken, gezelschapsspelletjes of Kerstmis?
Nicky Romero: Het zijn allemaal onderwerpen waar wel wat over te zeggen valt. Ik had eigenlijk gehoopt op het Trump-Clinton-debat, dan is de tandarts toch een beetje saai. Ik ben bang voor de tandarts, dus ik zou zeggen: Kerstmis of spelletjes.

Laten we het over spelletjes hebben. Ben jij meer een dammer of een schaker?
Een schaker. Ik heb geleerd dat alle grote wereldleiders vroeger schaakten, ook Caesar. Zelfs de mensen die een hoop schade hebben berokkend. Hitler bijvoorbeeld.

Jeetje, ja.
Dat klinkt heel heftig, men heeft natuurlijk een enorme afkeer tegen die man, maar hij was op zijn gebied wel een genie. Dat kwam mede door zijn strategie. Uiteindelijk heeft hij het verloren – en gelukkig maar, hij heeft een hoop slachtoffers gemaakt, hij was heel slecht voor de wereld. Maar ik vind het wel interessant hoe die man tot zoveel macht is gekomen. Als je bedenkt dat al dat soort mensen schaakte: dat betekent dat schaken een spelletje is waar je strategisch inzicht van krijgt. Dat vind ik wel interessant.

Wow. Ik had niet meteen zo'n heftig verhaal verwacht. Schaak je vaak?
Nee, helaas niet. Ik heb een opa gehad die ontzettend goed was in schaken. Hij was regionaal kampioen in Utrecht, we woonden in Bilthoven. Hij had alle soorten schaakspellen: van glas, van hout, en zelfs – heel modern voor die tijd – een digitaal schaakbord dat terugschaakte. Wij kregen dat mee. Ik zou het graag vaker willen doen. Mijn vader is ook erg goed, ik moet het tegen hem afleggen. Maar ik vind het wel leuk om op te pakken.

Advertentie

Kun je tegen je verlies?
Nee, eigenlijk niet. Maar ja: als iemand anders superieur is, dan kan ik er wel van genieten. Om dat door te trekken naar een computerspelletje: Counter Strike. Je hebt een speler, HeatoN, Emil Christensen. Hij was de beste, mijn held. Dankzij muziek heb ik hem ontmoet, en spreek ik hem regelmatig op WhatsApp. Soms speel ik een spelletje met hem. Dan is hij honderdduizend keer beter, ik kan er wel van genieten dat hij zo goed is.

Wat maakt een speler in Counter-Strike goed? Is het tactiek of behendigheid?
Tactiek is zeker twintig à dertig procent, maar het allerbelangrijkste is dat je supervlug met de muis bent. Je kunt niet sprayen, zoals we dat noemen, je kunt niet de muisknop inhouden. Je moet kleine salvo's van twee of drie shots afvuren. Best moeilijk.

Ik heb het vroeger wel een klein beetje gespeeld, maar de inbelverbinding bij mijn ouders was niet zo goed. Het is nu nog steeds precies hetzelfde spel, toch?
Ja, met dezelfde maps, maar opnieuw ontworpen, en er zijn wat dingen bij gekomen.

Terug naar bordspelletjes: als ik twee uur in Risk of Monopoly heb geïnvesteerd en verlies, kan ik de hele avond chagrijnig zijn.
Oh, dat heb ik niet. Wel op het moment, maar nee joh! Je moet het elkaar niet zo moeilijk maken. Als ik heb verloren, wil ik altijd nog een potje spelen totdat ik win. Met tafeltennis heb ik dat ook: we hebben op de zaak een tafel staan en tot nu toe win ik van iedereen op de zaak. Een man zit achter ons met zijn bedrijf, Sander, die is zó verschrikkelijk goed dat ik telkens een rematch wil. Daardoor word je ook beter.

Advertentie

Verliezen zou ook tegen kunnen gaan staan, toch?
Nee joh, zo moet je het echt niet zien. Je kunt alleen goed worden als je fouten maakt. Het is alleen maar leuk om te zien dat iemand anders heel goed is: dan zie je dat het mogelijk is, je hoeft alleen maar te trainen. Dat zie ik ook zo met muziek maken: in het begin ben je natuurlijk niet goed, maar elke keer dat je gaat zitten is er weer wat te leren. Zo is het met gezelschapsspelletjes ook. Althans, als het om tactische spelletjes gaat, niet wanneer het domweg geluk is. Dan vind ik het niet leuk om te spelen. Je moet wel controle hebben, gooien met een dobbelsteen vind ik zonde van mijn tijd.

Dus eh.. Monopoly is niet aan jou besteed?
Ik vind Monopoly wel gezellig, totdat je hotels en huizen gaat kopen. Dan vind ik het niet meer leuk.

Tot het moment dat je op Kalverstraat met drie huizen komt..
Precies!

Heb je een favoriet gebied met Monopoly?
De beste vond ik Rotterdam, de groene, samen met de rooie: Groningen. Die moet je hebben, als je het mij vraagt.

Zijn er nog andere gezelschapsspelletjes die je speelt? Van die kleine met kaarten?
Ik speel met mijn vriendin best wel vaak Ligretto. Mijn vriendin is écht van de spelletjes: ze heeft alle soorten spelletjes. En dan moet ik er ook af en toe aan geloven. Dat is wel leuk: dan moet je kaarten opleggen, je hebt strategieën met kleuren en zo. Het is vooral heel snel reageren: BAM BAM. Dat doe je niet voor je ontspanning.

Advertentie

Is ze goed?
Ja, ze wordt heel snel goed in alles wat ze doet. Dat is wel eens vervelend: ze wint heel veel, eerlijk waar.

En in het vliegtuig? Speel je dan spelletjes op je telefoon?
Nee, helemaal niet. In het vliegtuig ga ik vaak lezen, filmpje kijken, muziek luisteren of foto's bewerken. Ik speel sowieso geen spelletjes op mijn telefoon.

Geen Pokémon Go, dus?
Zeker niet, dat vind ik écht zonde van mijn tijd. Ik ga liever op de bank FIFA '17 spelen, wij reizen al zoveel. Als ik kids door het dorp zie rennen om een zeldzame Pokémon te vangen, denk ik: vertel me, wat kun je dadelijk als je dertig Pokémon hebt? Wat kun je dan? Dan ben je een trainer? Tegelijkertijd vind ik het mooi dat die kids tussen de tien en zeventien een beetje beweging krijgen met het spelen van een game, dat is natuurlijk de achterliggende gedachte.

Dat wordt wel een interessante ontwikkeling, hè?
Ja, zeker. Met 3D-spellen, schietspellen en RPG's waarbij je de straat op moet om vervolgens bij de Albert Heijn 'je geweer' op te pakken. Dat klinkt heel gek in deze tijd, maar je begrijpt me wel: je moet een pakketje ophalen om in een ander level iets te kunnen doen. Dat de gamewereld zich naar de echte wereld gaat verplaatsen is supergrappig. En een beetje gevaarlijk, misschien.

We zijn door onze tijd heen. Dankjewel, Nicky!

Ik kwam er op Amsterdam Dance Event achter dat ook Tiësto en Hardwell gewoon mensen zijn.