Kunst

Een korte geschiedenis van poep in kunst

We doken in de gekste shit die kunstenaars uit hun uitwerpselen hebben gekneed. Van de bruine periode van Picasso tot tot opblaasbare drollen

door Arnaud Pagès
21 februari 2017, 4:32pm

Al jaren storten kunstenaars zich op poep. De een gebruikte het om te schilderen, de ander verhief het tot onderwerp. Hun publiek toonde ook vies veel interesse in kak. Het beste bewijs hiervan is de bergen aan poepkunst die nu in verzamelingen en musea te zien is.

Of het nu door die ultieme provocatie of door onze fascinatie voor het warme, stinkende goedje dat we dagelijks creëren is, poep werd ontleed en in zijn veelzijdigheid toegepast in artistieke experimenten. Schilderijen, sculpturen, installaties, machines; overal was wel een drolletje in te fietsen. De kunst, en vooral die met uitwerpselen, kent geen grenzen.

Kakverf

Een pionier op dat gebied is de Belgische kunstenaar Jacques Lizène. Hij werd in de jaren zeventig beroemd doordat hij zijn verf verving door uitwerpselen. Zijn kunstwerk kreeg verschillende bruine tot geel-beige lagen. Lizène haalt het systeem van de galeries en verzamelaars onderuit door de culturele elite schilderijen te presenteren die gemaakt zijn van drollen. Dit was zijn kritiek op het artistieke establishment.

Een muur beschilderd met kak van Jacques Lizène

In het midden van de jaren negentig zorgde Britse kunstenaar Chris Ofili voor oproer met zijn werk The holy virgin Mary. Als lid van de Young British Artists, beeldde Offili de moeder van Jezus af met knipsels uit pornoblaadjes die hij aan elkaar plakte met olifantenpoep. Met kak kun je allicht iemand choqueren.

Onlangs verklapte een nakomeling van Pablo Picasso dat hij tijdens zijn bruine periode gebruik maakte van de uitwerpselen van zijn dochter om zijn schilderijen een mooi kleurtje te geven. De Spaanse grootmeester vond namelijk dat die specifieke kleur bruin perfect was en niet na te maken was met klassieke verf.

Tussen kunst en kak 

Herrieschopper en Italiaanse kunstenaar Piero Manzoni was de eerste die zijn eigen derrie verkocht als kunstwerkjes. In zijn serie Merde d'Artiste uit 1961 volgde hij het idee dat alles wat door een kunstenaar gemaakt was het potentieel had om kunst te zijn. Hij werd beïnvloed door de readymade-werken van Marcel Duchamp en verkocht 90 conservenblikken die hermetisch gesloten werden en 30 gram stront bevatten. Hij verkocht zijn werkjes voor dezelfde prijs van goud. Tegenwoordig hebben zijn poepblikken dezelfde waarde als drie kilo goud. Doordat sommige blikken een klein lek hebben, zitten sommige eigenaars nu met een onbetaalbaar meurend conservenblikje opgescheept.

Merda d'artista van Piero Manzoni

Belgische kunstenaar Wim Delvoye vestigde in 2000 internationale aandacht op onze darmen met zijn werk Cloaca. Hij vond namelijk een manier uit om het verwerkingsproces van onze darmen te reproduceren in een indrukwekkende installatie. Bijgestaan door wetenschappers en ingenieurs, bouwde Delvoye een machine van twaalf bij twee meter die onze spijsvertering nabootste. Het voedsel dat in Cloaca wordt gestopt, gaat door zes glazen kolven die met elkaar verbonden zijn door pompen en leidingen die bacteriën, sappen, zuren en enzymen bevatten. De smurrie wordt op lichaamstemperatuur gehouden en ondergaat het spijsverteringsproces totdat er een mooie drol uitrolt.

De poep die de Cloaca verlaat, wordt ingeblikt en voorzien van een label. Op die manier bekritiseert Delvoye de consumptiemaatschappij. Elk pakketje wordt voor ongeveer duizend dollar verkocht. Hoewel de maker het werk zelf ook nutteloos vond, was het toch een groot, succes. Cloaca werd tentoongesteld in New York, Zurich, Wenen, Düsseldorf, Lyon en Toronto. Ook kende het werk verschillende varianten, zoals bijvoorbeeld de Cloaca Turbo, die op een razendsnel tempo tegelijkertijd poep en wc-papier produceerde. Sommige producenten van toiletartikelen zochten zelfs contact met de kunstenaar in de hoop dat ze hun producten bij hem konden testen. De kunstenaar weigerde dit echter, aangezien dat ten koste zou gaan van zijn artistieke vrijheid.

Cloaca van Wim Delvoye

Radicale kak

Ook de provocerende Amerikaanse kunstenaar Paul McCarthy – die van de – levert geen half werk. Hij predikt slechte smaak en strijdt tegen politieke  correctheid. Met (later omgedoopt tot ) verkende hij in 2008 het thema van de ontlasting met gigantische, opblaasbare sculpturen. Het werk beeldt op een verrassend esthetische manier een grote hoop schijt van bijna vijftien meter hoog uit. De drol werd tentoongesteld in het Zentrum Paul Klee in Bern en in Hong Kong (waar het beschadigd werd door een storm). Het werk laat nogmaals zien dat de mening van zijn publiek en critici hem aan zijn reet kan roesten.

Self Portrait van Andres Serrano

Andres Serrano, een van de bekendste fotografen van de hedendaagse kunstscene, choqueert zijn publiek met verontrustende kritieken op religie en politiek. Hij kwam vooral onder vuur te liggen bij de katholieken met zijn foto Piss Christ, waarschijnlijk omdat hij voor de foto een kleine crucifix in zijn eigen urine had ondergedompeld. In Self Portrait stelt hij zichzelf voor als een grote drol die hij van dichtbij gefotografeerd heeft. Het werk is gemaakt in een periode dat Serrano twijfelde aan alles en iedereen. Met het werk lijkt hij ons te willen zeggen dat hij niet meer is dan een stuk stront.

Conclusie

Sex sells, maar mocht je nou even geen seks voor handen hebben, kun je het altijd met poep proberen.