Advertentie
Tech by VICE

De voor- en nadelen van een microchip onder je huid

Een microchip onder je huid klinkt extreem handig en extreem eng. We vroegen twee experts – een voorstander en een tegenstander – naar de voordelen en de gevaren.

door Richard Wordsworth and Kevin Warwick
06 juli 2015, 1:45pm

Een hand met een NXT-chip erin, naast de sensor. (Foto door Amal Graafstra via)

Vorige week was er het nieuws van Byron Wake, een tiener die zelf een microchip in zijn hand had geïnstalleerd. De vijftienjarige Brit had een NXT-chip besteld uit Amerika, die vervolgens onder zijn huid geplaatst, en de chip daarna aan zijn telefoon gekoppeld, waardoor hij bijvoorbeeld een setje bluetoothspeakers in kon schakelen door ze simpelweg even aan te raken.

Dat klinkt natuurlijk megavet, maar het is niet dat zoiets je nou zeeën van tijd gaat opleveren. Zo'n chip scheelt je ongeveer drie keer klikken op je telefoon, en je moet die chip eerst steriel maken en vervolgens jezelf verdoven en een gat in je hand maken. En dan hebben we het nog niet eens over de gezondheidsrisico's. Voorstanders van de chips zeggen dat de mogelijkheden eindeloos zijn, maar over de risico's hoor je ze nauwelijks. En een onderhuidse chip klinkt misschien tof, maar heb je er nou echt iets aan? We vroegen het twee experts, die er verschillende meningen op nahielden.

De eerste expert die we vroegen was Richard Wordsworth, een freelance schrijver, die zijn master in bio-ethiek aan het afronden is in London, waar hij onderzoek doet naar human enhancement en bioterrorisme. Hij is geen fan van onderhuidse technologie.

Richard Wordsworth: Ik zou het idee van een lichaam vol gadgets heel graag heel mooi willen vinden. Echt waar. Nooit meer een lichtknop hoeven bedienen, nooit meer een pinpas of paspoort om kwijt te raken – waarom zou je dat niet willen?

Nou, vooral omdat we in 2015 al genoeg technologie en chips in onze smartphones hebben, die niet geïmplanteerd hoeven te worden. Hier zou ik de voorstanders van technische implantaten graag een keer over aan de tand voelen, voordat er ooit iets onder mijn huid geplaatst wordt. Wat kan ik met een RFID-chip onder mijn huid wat ik niet met mijn smartphone kan? Behalve dan de punten die ik onder mijn nerdvrienden zou scoren.

In zekere zin is mijn telefoon al een draadloos heupimplantaat; er bestaan al apps die sloten overbodig maken, je contactloos laten betalen en allerlei andere RFID dingen kunnen. Het enige wat chipimplantaten voorlopig echt toevoegen is risico.

Privacygerelateerde risico's zijn het meest voor de hand liggend. Er wordt al enorm veel data over me verzameld, maar je telefoon kun je ten minste uitschakelen of uit het raam gooien als je wil. Dat gaat toch wat lastiger als het apparaat onder je huid zit.

Daarnaast is vernieuwing een beetje een problematische factor. Hoe groot waren de voordelen die je laatste nieuwe telefoon met zich mee bracht? Denk aan die oude telefoons ergens in je bureaulaatje tussen de kapotte batterijen en oude oordopjes. Stel je nu in plaats van een warrig ladekastje een arm voor, vol littekens van je vorige chips. Ik word nu al zenuwachtig van de druk om altijd bij te blijven met de nieuwste technologie, en ik bedank voor de extra zorgen over scalpels en verdovingsnaalden.

Ten slotte is er de veiligheidskwestie. Ongeveer een jaar geleden sprak ik Avi Rubin, een digitale veiligheidsexpert, over hoe hacken wordt weergegeven in Hollywood. Een hacker is meestal een bleke, stoïcijnse antiheld of schurk die een paar regels code typt en daarmee een kwaadaardige drone op Jack Bauer afstuurt of van een afstandje een gasfabriek opblaast waar Bruce Willis net aan het rondlopen is.

Dat is natuurlijk een beetje overdreven, maar er zit wel een kern van waarheid in. Rubin vertelde dat hij in zijn werk veel voorbeelden tegenkomt van draadloze apparaten die op papier veilig zijn, maar in werkelijkheid enorm simpel te hacken zijn. Denk aan de OV-chipkaart, bijvoorbeeld. Stel je voor wat hackers zouden kunnen als we chips voor medische controle zouden gaan gebruiken, of ter toediening van medicatie uit een ingebouwd medicijnenreservoir.

Rubin gaf een voorbeeld van een groep onderzoekers die ontdekten dat ze zelfs de allernieuwste pacemakers uit konden schakelen vanaf een laptop. Dergelijke kwetsbaarheid die de technologie met zich meebrengt is natuurlijk zeer kwalijk, maar de gezondheidsvoordelen van een pacemaker zijn het in zekere zin wel waard. Hoe dan ook, we moeten dus eerst wel heel goed nadenken voordat we dingen gaan implanteren tegen minder levensbedreigende problemen.

Zolang je het hebt over onderhuidse OV-chipkaarten hoeven we ons niet zoveel zorgen te maken, maar als chips belangrijkere functies gaan vervullen dan alleen dat moeten we echt goed nadenken over de gevaren en risico's.

Professor Kevin Warwick (Foto door Lwp Kommunikáció via)

Professor Kevin Warwick is vicevoorzitter van het bestuur van de Universiteit van Coventry, en tevens de eerste mens die een NXT-chip liet implanteren. In tegenstelling tot Richard Wordsworth is hij wél fan van onderhuidse microchips.

Professor Kevin Warwick: De vijftienjarige Byron Wake van vorige week was de jongste persoon met een implantaat, maar niet de eerste. In augustus 1998 was ik de eerste mens met een dergelijk implantaat. Ik vroeg me af hoe goed het zou werken en wat er mogelijk was; het was een onderzoeksproject. Ik had een implantaat van 2,5 centimeter en mijn huisarts heeft hem erin gezet. Tegenwoorden is de NXT net zo groot als een rijstkorrel, en kun je hem gemakkelijk zelf installeren.

Door mijn chip ging het licht thuis automatisch aan, openden mijn deuren vanzelf, en werd ik begroet door de sensor zodra ik binnenkwam, simpelweg omdat de sensor de code van mijn chip herkende.

En zulke apparaten bieden nog veel meer opties dan het openen van deuren en het inschakelen van lampen. In Mexico waren er al belangrijke ambtenaren die alleen toegang hadden tot bepaalde faciliteiten via een onderhuidse chip, waardoor onbevoegden niet binnen konden komen – tenzij ze iemand gijzelden. Onlangs nog werden er kantoormedewerkers in Stockholm gechipt zodat ze koffie konden halen en konden kopiëren zonder knoppen in te hoeven drukken. Nu de technologie toegankelijker wordt begint men pas echt te kijken naar de potentiële toepassingen.

Er zit echt heel veel potentie in onderhuidse chips. De meest voor de hand liggende toepassing is een chip ter vervanging van ID-kaarten en paspoorten, ik denk dat veel mensen hier geïnteresseerd in zouden zijn. Daarnaast zou het handig kunnen zijn voor dementerende ouderen, die dan hun spullen niet meer kwijt kunnen raken, of bijvoorbeeld om gevangenen op hun plek te houden met een chip en een sensor die afgaat zodra ze een bepaalde ruimte verlaten. Geïmplanteerde identificatie zou ook voor militairen en brandweermannen handig zijn, als het noodlot toestaat.

Even ter illustratie: dit is hoe het werkt. De chip (RFID staat voor Radio Frequency Identification Device) wordt in een siliconen jasje gehuld, waardoor het geen lichamelijke risico's met zich meebrengt. Er zijn geen bewegende delen en er zit geen batterij in. Het bestaat slechts uit een kleine spoel en wat geheugenkaartjes, die niets doen totdat de spoel aangedreven wordt door een grotere elektrische spoel, net als bij een transformator. Als die grotere spoel in verbinding staat met een computer, kan er dus van alles in geprogrammeerd worden voor de specifieke code van de chip.

Wat ons momenteel nog afremt is niet zozeer de technologie zelf, want die is er wel klaar voor, maar de sociale acceptatie ervan. Een goede en zinvolle toepassing van onderhuidse chips hangt geheel af van het begrip van de maatschappij. Totdat mensen er meer over leren en het beter begrijpen zal het vooral een wetenschappelijke interesse voor mensen zoals Byron en ik blijven, in plaats van een stukje consumententechnologie.

Tagged:
DIY
chips
Technologie
engeland
rfid
Vice Blog
NXT chip
De toekomst
implantaten
microchip implantaat
onderhuidse technologie