Hele oude foto's van moord en doodslag in Parijs

FYI.

This story is over 5 years old.

Fotos

Hele oude foto's van moord en doodslag in Parijs

Toen in 1839 de fotografie werd uitgevonden werd deze al snel toegepast op forensisch onderzoek. De alleroudste foto's van misdaad en moord zijn verzameld in een boek.
31 maart 2015, 1:52pm

Een ongeïdentificeerde man werd vastgebonden gevonden in Lac Daumesnil in Bois de Vincennes in november 1912. De foto's zijn gepubliceerd met toestemming van de politie van Parijs.

In 1839 ontwikkelde Louis Daguerre de moderne fotografie. In de jaren zeventig van die eeuw werd die fotografie beschikbaar voor rechercheurs van het Seine-departement van de politie. Een paar jaar later, in 1887, werd deze manier van fotograferen verbonden aan de fotografische methode van Alphonse Bertillon om criminelen te identificeren. Deze criminoloog en bedenker van de antropometrie legde de basis voor het forensisch onderzoek van nu. Het politiekorps van Parijs beschikt dankzij deze vooruitgang in misdaaddocumentatie over miljoenen foto's van misdaden in Parijs, sinds het eind van de negentiende eeuw.

Nadat hij lange tijd onderzoek deed naar de overlijdensgevallen die geschiedenis schreven (waardoor hij de bijnaam 'de Indiana Jones der begraafplaatsen' kreeg) – raakte Philippe Charlier, arts en onderzoeker, geïnteresseerd in de allereerste fotografische bewijsmaterialen. In zijn boek Seine de Crimes, in januari uitgegeven door Rock Editions, verzamelt hij honderden foto's en probeert hij deze uit te leggen. Ze zijn gemaakt tussen 1871 en 1937 en zouden de beste representatie zijn van de moorden, aanslagen, zelfmoorden en ongelukken van die tijd. "Door foto's uit meerdere decennia te bekijken, zie je vooral hoezeer de technische kant van het doen van opsporingen en het omgaan met criminaliteit is veranderd," legt de auteur uit in het voorwoord van zijn boek. Ook vat hij de geschiedenis van het Parijse politiekorps kort samen. "Afgezien van de duidelijke medische interesse, laten deze foto's evengoed de wrede aard van de mens zien als de levens van de mensen die voor ons leefden," voegt hij eraan toe.

Antropometrisch bestand van Raoul Villain, een nationalistische student en moordenaar van Jean Jaurès. Hij werd vrijgesproken in 1919. Zijn dossier is kenmerkend voor het criminologische systeem dat Bertillon invoerde. Het bevat vingerafdrukken, nauwkeurige metingen en biografische informatie van de moordenaar.

Een aantal beroemde gevallen staan in het boek – zoals de aanval op het Louvre in 1905 en de aanslag op Jean Jaurès in 1914 – maar de meeste zijn onbekende personen, die vaak op gruwelijke wijze zijn vermoord. Zo kun je bijvoorbeeld lezen over de dood van Julien Delahieff, "gewikkeld in doek en opgesloten in een koffer" in 1896; over Madame Candal, "die van katten hield" en werd doodgeslagen in 1914; of over Suzanne Lavollée, een prostituee die in 1924 werd gewurgd en verminkt (haar geslachtsdeel werd "afgesneden" en vervolgens "uit elkaar getrokken")

Vanwege de soms moeilijke aard van de foto's in het boek, twijfelt Philippe Charlier enigszins aan de legitimiteit van zijn werk. "Deze foto's zijn historisch en vertrouwelijk, maar ze zijn ook meer dan dertig jaar oud, waardoor ze openbaar mogen worden gemaakt," legt hij uit. "Het gaat er dus niet om of het wel of niet legaal is, want dat is het, maar of het ethisch gezien door de beugel kan. Is het eigenlijk wel acceptabel om de medische vertrouwelijkheid en privacy van anderen te overschrijden?" Als antwoord op deze vraag noemt de medisch onderzoeker het "concept van zuivere wetenschap", oftewel het respectvol omgaan met andere mensen zonder dat het vooruitgang en kennis in de weg staat. Des te meer reden om vandaag de dag te begrijpen hoe de eeuwenoude methoden van Parijse criminologie werken – die volgens Philippe Charlier nauwelijks zijn veranderd.

Jules Jacques Schoenën, zes jaar oud, woonachtig in het huis van zijn ouders in rue Caillé nummer 7. Werd op 25 februari 1881 vermoord door een zestienjarige. Hij werd gevonden met zijn handen vastgebonden, zijn jas gespietst en zijn shirt bevlekt met opgedroogd bloed. Dit is één van de eerste zaken ooit die is gefotografeerd.

Madame Debeinche, bewoner van rue Chalgrin 9, werd op acht mei 1903 dood aangetroffen op de vloer van haar appartement. "De bruinige kleur van haar handen en voeten kan zijn vanwege het rotten van haar lichaam... Hoe lang geleden was de misdaad gepleegd?" vraagt Philippe Charlier zich af, voordat hij stelt dat dit mogelijk het resultaat was van een gewelddadige worsteling.

Valentine Botelin, na de autopsie op veertien september 1904. Nadat haar hoofd en haar waren schoongemaakt, waren er drie kogelgaten in haar slaap en linkerwang te zien.

In de nacht van 31 mei 1905 werden Alphonse XIII, de koning van Spanje, en Émile Loubet, president van Frankrijk, slachtoffer van een bomaanslag bij het Louvre, toen ze daar in een auto langsreden. "De Koninklijke stoet reed op de weg naar L'avenue de l'Opéra, toen de bom afging. Een gele vlam woedde aan de linkerkant van de auto van de koning. Een paard vloog door de lucht en viel zonder ingewanden dood neer. Een ander paard ging ervandoor en rende op een groep toeschouwers in, op de stoep van rue de Rivoli. Er ontstond vreselijke paniek onder het publiek en er werd geschreeuwd van de pijn," schreef het Petit Journal op elf juni 1905. Hoewel de twee staatshoofden het er zonder kleerscheuren vanaf brachten, raakten twintig mensen gewond en overleed één paard.

Hoewel het witte wapen wordt vastgehouden door het slachtoffer, bleek uit onderzoek dat er geen sprake was van zelfmoord. Vingerafdrukken maakten het mogelijk om vast te stellen dat Mademoiselle Ferrari was vermoord door haar geliefde, Sir Garnier, die haar met een mes in haar hart had gestoken.

Deze misdaad vond plaats op vijf september 1910, in een slaapkamer op passage de Thionville 23. Het bed, de lakens en de vloer zijn bedekt met bloed en de stof was deels verbrand door zuur. "Geen lichaam. Had het slachtoffer tijd om te vluchten en behandeld te worden in het ziekenhuis? Of is het lichaam is al naar het mortuarium gebracht?" vraagt Philippe Charlier zich af.

Op negen augustus 1913 werd een oudere vrouw liggend op haar buik gevonden in rue des Rosiers 31, in Saint-Ouen. De vogels in hun kooien op de achtergrond lijken de enige getuigen van de misdaad te zijn.

Clémentine Pichon, elegant moordslachtoffer, aan het dagdromen op haar autopsietafel.

Op 30 november 1897 vermoordde de 34-jarige paddenstoelenkweker Xavier-Ange Carrara een kantoorbediende met de naam Augustin Lamarre, waarna hij zijn lichaam verbrandde. Nadat hij schuldig was bevonden werd hij op achttien juni 1898 terechtgesteld, op Place de la Roquette in Parijs. Anatole Deibler, de beroemdste Franse beul, nam de taak op zich. Aan het bewijs van executie zit een knoop van het jasje van de veroordeelde moordenaar bevestigd.

Hoewel foto's van plaatsen delict vaak werden aangevuld met schetsen en getekende kaarten van de omgeving, om deze zo accuraat mogelijk in kaart te brengen, werd bij menselijke lichamen een andere meetmethode gebruikt: perspectometrisch framen. De camera die deze methode mogelijk maakt, moet recht boven het lichaam hangen. De middenlijn van de gedrukte foto gaat precies tussen de ogen van het lichaam door. Deze foto werd door de politie gemaakt om te laten zien wat de ideale camerapositie is.

Een perspectometrische foto van Monsieur Falla, op 27 augustus 1905 in zijn slaap vermoord, in de gang van zijn appartement op 160 rue du Temple in Parijs. Zijn benen zijn verhoogd vanwege lijkstijfheid en het doek om zijn nek doet vermoeden dat hij is gewurgd.

Genomen door het politiekorps. De foto laat de methode zien om een lijk te fotograferen als onderdeel van de antropometrische identificatie, voorafgaand aan de autopsie. Het lichaam is overeind geholpen en het hoofd word ondersteund door een houten hoofdsteun. De fotograaf maakt zich klaar om een foto van de rechterkant van het slachtoffer te maken, terwijl een andere man een liniaal vasthoudt om de juiste afstand tussen de camera en het lichaam te meten. De derde persoon, de 'autopsie-assistent', heeft een formeel uniform (een zwart hoedje en wit schort) aan en wacht op het signaal om het "lichaam te mobiliseren", legt Phillipe Charlier uit.