Muziek

De eerste Syrische rapper woont nu in Duitsland

Murder Eyez was voor het uitbreken van de burgeroorlog een van de beroemdste rappers in Syrië. Nu woont hij in Rostock, een kleine stad aan de Duitse noordkust, en is hij op zoek naar vrienden en werk.

door Ben Mauk
16 januari 2016, 6:00am

Dit artikel verscheen eerder in het decemberissue van ons magazine.

Portret door Joseph Wolfgang Ohlert

Op een druilerige zaterdagmiddag in mei 2014, verzamelt zich een groepje dagjesmensen bij de Berlijnse Kaiser-WilhelmGedächtniskirche, voor het jaarlijkse Vredesfestival in de Duitse hoofdstad. Te midden van alle luxe winkels steekt de gebroken torenspits van de kerk de lucht in – een aangrijpend aandenken aan de hevige bombardementen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Rondom de kerk staat een knutseltentje, een 'falafel voor vrede'-kraampje en een bescheiden podium. Een line-up van amateurmuzikanten speelt voor een aantal halflege picknicktafels. Iets na twee uur, nadat een vrouw in een zelfgemaakt vlinderkostuum een niet al te spetterende cover van Pharrells Happy heeft gezongen, rent rapper Abdul Rahman Masri, ook wel Murder Eyez, het podium op.

Masri is een rapper uit Aleppo, de stad die er de laatste vier jaar uit is komen te zien als Berlijn kort na de oorlog. Het is alsof Masri per ongeluk het verkeerde festival is komen binnenwandelen. Hij is stevig en bebaard, en draagt een pet van de LA Raiders en een geblokte Arafatsjaal – als kleine hint van zijn sympathie voor de Palestijnen. Onder een projectie van een foto van Mahatma Gandhi, scandeert hij dat alle Arabische leiders "leugenaars" en "bitches" zijn, waarna de beat van The Next Episode in start. Terwijl hij zijn eigen nummers inzet, begint het ineens harder te regenen. De kartonnen borden op de picknicktafels worden langzaam nat, paraplu's gaan open en het publiek loopt langzaam door. Masri roept mensen nog op om te blijven, maar hij ziet dat het geen enkele zin heeft. Dan, terwijl zijn set nog geen vijf minuten bezig is, bedankt hij de overgebleven kijkers, wenst hij iedereen behalve alle Arabische leiders vrede toe en zegt hij gedag.

Hoewel de naam Murder Eyez bij niet veel mensen een belletje zal doen rinkelen, is hij één van de populairste rappers in de hiphopgeschiedenis van Syrië. Ook was hij één van de eerste. Zijn debuutsingle nam hij meer dan tien jaar geleden op, nog voordat de meeste Syriërs een cd-speler hadden, laat staan een computer. Murder Eyez trad wekelijks op in Aleppo, nam nummers op voor de Arabische hiphop-grootheid Fredweck, en trad op in steden als Dubai en Caïro – plekken waar Syrische muzikanten nauwelijks aandacht krijgen. In 2010 was hij een van de drie finalisten in House of HipHop, een soort Idols voor rappers in het Midden-Oosten. In 2011, na de eerste demonstraties in zijn thuisland, hoorde je zijn muziek overal. In taxi's, restaurants, kapsalons: Aleppo was dol op Murder Eyez.

Hij bezat in die tijd een eigen studio, een label en twee kledingwinkels. In feite had hij het door hard werken, talent en wat geluk voor elkaar gekregen om een soort miniatuurversie van een Amerikaans hiphopleven te leiden – iets waar hij als kind van droomde. De laatste jaren voor de pleuris uitbrak hielp hij jong talent, door ze uit te nodigen in zijn studio. Door veel jonge rappers werd hij daarom 'de Gothfather' genoemd.

Toen brak de oorlog uit in Syrië. Masri raakte zijn studio, zijn werk en zijn huis kwijt. Zijn leven sinds de oorlog klinkt als dat van zoveel vluchtelingen: vol gevaarlijke ontsnappingen en lange perioden van onzekerheid. Hij vroeg asiel aan in Duitsland, waar hij nu één van de ruim 161 duizend Syriërs is. Er wordt verwacht dat er nog aanzienlijk meer vluchtelingen naar Duitsland zullen reizen (tussen januari en augustus vroegen 44 duizend Syriërs asiel aan in Duitsland). Toch valt het aantal in het niet bij de bijna 12 miljoen Syriërs die hun huis moesten verlaten.

Nu Masri een plek heeft in Rostock, een kleine stad aan de Duitse noordkust, is hij vooral op zoek naar vrienden en werk. Om tijd de doden repareert hij laptops voor kennissen en geeft hij vrijwillig computerles in een Libanees restaurant, terwijl hij contact houdt met zijn gigantische achterban, bestaande uit Syrische jongeren. Die zijn dan wel gevlucht en verspreid over verschillende landen, maar nog altijd fanatiek actief op Facebook, Twitter en YouTube. Om de zoveel dagen post de rapper een zelfportret, een paar wijze woorden, of een enthousiast plan voor een nieuwe clip. Hoe dan ook, Masri's leven buiten Syrië is uiteraard vele malen minder rooskleurig dan zijn leven van tot een paar jaar geleden, toen hij nog beroemd en succesvol was. "Hier in Rostock ben ik altijd alleen," zegt hij. "In heb een heel klein appartementje waar ik nog probeer een beetje muziek te maken, maar het gaat niet van en leien dakje allemaal. Het is jammer dat ik in een klein, racistisch plaatsje woon. Ik heb gewoon geen vrienden."

Masri heeft problemen met zijn gezondheid – hij onderging onlangs een operatie voor nierstenen, heeft vaak nachtmerries en voelt zich vervreemd van zijn Duitse en zelfs zijn Arabische buren. De duizenden likes en comments op zijn socialmedia-accounts onderstrepen zijn eenzaamheid. Hij heeft het nog niet voor elkaar gekregen om een lokale schare fans op te bouwen; zelfs toen het festivalseizoen in de zomer keihard aan de gang was, werd hij door geen enkel festival gebeld. Het verregende Vredesfestival was zijn eerste en enige optreden van het jaar.

"Ik heb heel veel kracht, maar ik kan er gewoon niet bij," zegt hij.

Voor de revolutie was Aleppo de grootste stad van Syrië, en het economische hart van het land. De reputatie van de stad als ijzersterk handelscentrum is eeuwenoud. De inwoners overleefden aardbevingen, hongersnood, ziekten en veroveringen – van de Babyloniërs en de Ottomanen tot de Fransen. De opkomst van de Arabische Socialistische Ba'athpartij, in de jaren zestig, zorgde voor een rustige periode in de stad, maar zelfs vrede kan in Aleppo roerig zijn. In maart 1980 stuurde Assad twaalfduizend soldaten naar de stad om een protest, dat gericht was op democratische hervormingen, hardhandig de kop in te drukken. Honderden mensen zouden daarbij om het leven zijn gekomen. De afgelopen jaren maakt de oude stad de meest gewelddadige periode in ruim zevenduizend jaar mee: Aleppo is gebalkaniseerd door vrijheidsstrijders, onophoudelijk gebombardeerd door Assads leger en verlaten door de meeste bewoners. Achttien verschillende bewapende partijen patrouilleren de straten. Veel buurten in het oosten van de stad zijn totaal verwoest.

Ter contrast: het Aleppo waar Masri in 1981 werd geboren was een vredig middelpunt van industrie en cultuur. Op school was hij een standaard B-boy, die zich onophoudelijk bezighield met breakdancen en het playbacken van nummers van Ice Cube, Xzibit en Dr. Dre. Op zijn achttiende bracht hij een groep amateurrappers bij elkaar (Murder Eyez was oorspronkelijk een trio) voor een show – misschien wel het eerste hiphopconcert ooit in heel Syrië. Hij had een lokale muzikant gevraagd om instrumentale covers te maken van hun favoriete nummers en rapte er tijdens de show zorgvuldig geschreven, maar incorrect Engelse teksten overheen. Er kwamen zo'n vijftig mensen kijken, maar voor hem voelde het "als vijf miljoen".

Masri studeerde informatietechnologie aan de Universiteit van Aleppo, maar muziek bleef zijn hobby. Tijdens zijn verplichte legerdienst nam hij zijn eerste lo-fi singles op en deelde ze uit aan familie en vrienden. Na zijn dienst nam hij een paar it-baantjes aan om geld te sparen voor zijn eigen ondernemingen. Die waren vooral hiphopgerelateerd: zijn bedrijfjes richtten zich op mode, grafisch design en productie.

"Ik was de eerste Syrische rapper", zegt hij. "De jongens die nu rappen – waarvan de meesten zich inmiddels hebben aangesloten bij Assad, of bij de rebellen van bijvoorbeeld het Vrije Syrische Leger of al-Nusra – luisterden gedurende hun hele jeugd naar mijn muziek." Masri was misschien de eerste Syrische rapper, maar hij was in zijn tijd niet de enige rapper uit de Arabische wereld. Net als andere Arabische rappers die er vroeg bij waren, voornamelijk de Palestijnse DAM, begon Masri met teksten die hij kende van Amerikaanse rappers. Maar al snel zag hij in dat die teksten over andere dingen gingen dan de dingen die hij in zijn eigen leven tegenkwam. Vanaf dat moment begon hij te rappen over de zorgen van de jongeren uit zijn eigen land, zoals het vinden van een culturele identiteit in de schaduw van grote buurlanden als Egypte, Jordanië en Iran. In die tijd werd de kleine hiphopscene in Syrië beheerst door jonge rappers uit de hogere middenklasse, volgens de linkse, atheïstische rapper Mohammad Abu Hajar, die afkomstig is uit de Syrische stad Tartus, maar nu in Berlijn woont. Dat waren namelijk de mensen die Engels spraken en überhaupt in contact kwamen met westerse media.

Vandaag kun je Arabische hiphop grofweg in twee groepen indelen: enerzijds de nummers met mainstream teksten over liefde en verlies, en anderzijds veel meer politiek georiënteerde tracks, over de status van het Midden-Oosten, onderdrukking, vrouwenrechten, westerse bemoeienis, armoede en revolutie. Deze laatste scene is nooit – zoals in Amerika wel gebeurde – op enige wijze beïnvloed door commercialisering, waardoor het altijd trouw is gebleven aan de manier waarop het genre ooit in de South Bronx is begonnen. Maar terwijl de nummers van sommige vroege Syrische rappers extreem kritisch waren over de machtsverdeling in de regio (Abu Hajar uit al sinds 2004 kritiek op de staat, met nummers over eerwraak, oliegeld en onterechte gevangenschappen), bleef het vroege oeuvre van Murder Eyez dichter bij mainstream hiphop, en stipte hij slechts incidenteel even iets politieks aan, over het belang van saamhorigheid in de Arabische wereld. (Uit het nummer Wake Up: "Jullie moeten stoppen met elkaar naar het leven staan met tongen als messen / Genoeg om jullie zakken te vullen en de miljoenen armen te vergeten.") Arabische hiphop krijgt in het Westen alleen een podium als de rapper zelf past binnen het plaatje van Arabische Lente-demonstrant. En zelfs dan alleen als het om een politiek nummer gaat. Murder Eyez, met zijn beats uit de jaren negentig en opschepperige, vaak vrolijke teksten zonder politieke boodschap, hoefde dus niet op aandacht te rekenen. Maar in Syrië had de rapper een hoop fans.

In 2010 opende Masri zijn eigen studio en startte hij zijn label Big Change Recordz. Hij noemde het "de eerste platenmaatschappij van Syrië", al was het in realiteit meer een collectief bestaande uit gelijkgestemde vrienden. Masri gaf de meeste van zijn singles weg en verdiende geld door zijn studio te verhuren aan onbekende amateurs. Vrijwel alle populaire muziek in het vooroorlogse Syrië was totaal DIY. Er waren namelijk geen wetten die het auteursrecht beschermden, dus bleef de professionele muziekindustrie weg uit het land.

"Ik was de eerste Syrische rapper. De jongens die nu rappen – waarvan de meesten zich inmiddels hebben aangesloten bij Assad of bij de rebellen van het Vrije Syrische Leger of al-Nusra – luisterden in hun jeugd naar mijn muziek."

Het enige wat iemand in Syrië moest doen om een nummer op te nemen, was zich inschrijven bij de Nationale Muziekunie. Die unie erkende rap niet als muzikale uiting, dus schreven rappers zich in als pianist. Door de hoeveelheid bootlegs, en het uitblijven van officiële muziekverkoop, was het belangrijk in de media te komen, maar daar moest je voor betalen.

Een beginnend muzikant kon eigenlijk alleen naam maken door veel in restaurants, clubs en zaaltjes te spelen. Masri reed dus naar Homs, Damascus en andere steden om een voet aan de grond te krijgen. Ondertussen nam hij om de paar weken nieuwe nummers op. Zijn bekendheid volgde langzaam, tót zijn deelname aan House of Hip-Hop. Na die talentenjacht werd hij meteen benaderd door producer Fredweck en bracht Masri zijn eerste lp uit.

"Ik had de tijd van mijn leven. 's Avonds gingen we uit en reden we door de stad, 's ochtends ging ik naar mijn winkels en werkte ik in de studio. Ik sliep nooit."

Masri's revolutie was muzikaal van aard, niet politiek. Na decennia van censuur wist de jonge generatie Syriërs dat ze voorzichtig moesten zijn met bepaalde onderwerpen. "De overheid zou het nooit accepteren als ik te diep ging met mijn teksten", zegt hij. In 2009, bijna op het hoogtepunt van zijn bekendheid, kreeg Masri toch te maken met de censuur van de Syrische overheid. Toen hij met de jonge rapper Omar in Damascus had geflyerd voor een show in een lokale bar, werden ze door Assads agenten beschuldigd van satanisme. Hun hiphopkleding was nogal opgevallen en er stond een stierenkop met hoorns op de flyer. Dat dit het logo van de bar was maakte niet uit. De twee werden opgesloten in een donkere, vieze cel.

Na twintig dagen werden ze veroordeeld voor het verspreiden van satanistische muziek, maar toch vrijgelaten, met de boodschap dat ze nooit meer over politieke onderwerpen mochten rappen. Na zijn korte gevangenschap had Omar steeds minder vertrouwen in de overheid, maar Masri legde de link tussen hun arrestatie en de problemen binnen het rechtssysteem niet. "Ik vond het eigenlijk wel grappig", zegt hij. "Ik wist wel dat iemand zou zien dat het gewoon een foutje was. Zolang je de juiste mensen kent, is er niet zoveel aan de hand."

Met optredens onder de naam Murder Eyez bouwde Abdul Rahman Masri zijn eigen hiphopimperium in Syrië. Alle foto's zijn van Masri

Zijn houding was typisch. Toen de demonstraties in de zomer van 2011 volop aan de gang waren, hielden de stadse inwoners van Aleppo zich aanvankelijk namelijk afzijdig. Masri's familie hoorde bij een elitegroep van eigenaren van bedrijven die geen enkele problemen hadden met de overheid, en Murder Eyez' grootste succesnummer, waarin hij waarschuwde voor revolutionaire politiek, werd overal gedraaid. Zijn track viel samen met een onverwachte golf van steun voor de overheid van jonge Syriërs. Murder Eyez was ineens de meest herkenbare en populairste rapper van het land, al kreeg hij ook af en toe anonieme bedreigingen.

Sinds die periode weigert hij zijn loyaliteit uit te spreken voor Assad of de rebellen. "Als ik nu een kant kies, zorgt dat alleen maar voor meer geweld," zegt hij. Masri is ook bang voor de veiligheid van zijn familieleden die nog steeds in Aleppo wonen: een zus, een zwager, een paar ooms en enkele neven – bijna allemaal met dezelfde achternaam. Assads leger reageerde aanvankelijk op de vroege demonstraties met arrestaties, mishandelingen en het neerschieten van verdachte deelnemers. Een aantal agenten deserteerden en startten het revolutionaire Vrije Syrische Leger. Gewapende gevechten bereikten Aleppo in de eerste helft van 2012, toen troepen en door de staat gewapende shabiha-soldaten het vuur openden tijdens een vredige demonstratie in de stad.

Het was de derde dag van de ramadan. Masri was in zijn studio toen zijn moeder belde. "Niet naar huis komen," zei ze. "Je oom is hier nu, en we gaan alles verhuizen." Op de achtergrond hoorde Masri het geratel van machinegeweren. Hij dacht aan Amerikaanse oorlogsfilms. De familie verhuisde naar een veiligere buurt, maar het geweld volgde hen, terwijl delen van de stad afwisselend in handen kwamen van het regime of de rebellen. In augustus maakte in de oostkant van de stad de oppositie dienst uit. Ondertussen zag Masri dat het met zijn diabetische moeder niet goed ging. ("Mijn vader was voor de oorlog al overleden, goddank.")

Richting de jaarwisseling, vlak voor de dramatische sluiting van het vliegveld van Aleppo, vloog de familie naar Egypte. Masri zat er helemaal doorheen. Hij stopte met muziek, kwam veel aan, en zag zijn bankrekening slinken. Pas na een jaar radiostilte nam hij een nieuw nummer op, het rouwige Sigh of Aleppo. De clip, vol beelden van een verwoest Aleppo, is zijn meest bekeken video op YouTube. Na de coup in Egypte waren Syrische vluchtelingen niet meer veilig, omdat ze door de Egyptenaren werden verdacht van loyaliteit aan het Moslimbroederschap. Masri's moeder kon dankzij een bijzonder visum naar haar zonen in Dubai, maar Masri kon niet mee. Zelfs nu weigeren de rijke Golfstaten, op enkele uitzonderingen na, Syrische vluchtelingen binnen te laten. Masri kende, gelukkig voor hem, een aantal jongens die naar Zweden waren gereisd, naar verluidt een veilige haven voor vluchtelingen. Misschien kon hij daar naartoe.

Hij besloot naar Griekenland te vliegen, waar hij bijna vierduizend euro betaalde om naar Italië te komen. Hij vroeg me nadrukkelijk om geen details te publiceren over hoe hij uiteindelijk in Europa aan wal is gekomen, maar hij liet me foto's zien die hij met zijn telefoon had genomen, waar aan af te zien was hoe gevaarlijk de reis voor hem en de andere mensen met wie hij reisde moet zijn geweest.

Eenmaal in Italië werden de vluchtelingen onder druk gezet om ter plekke asiel aan te vragen. Masri vertelt dat de politie sommige arrestanten mishandelde, net zolang tot ze toegaven. Maar de meesten weigerden, met het plan door te reizen naar Duitsland of Scandinavië, waar er meer en betere opvang zou zijn voor vluchtelingen. Degenen die weigeren om asiel aan te vragen in de armere EU-landen riskeren gevangenisstraf, maar dat is nauwelijks iets bedreigends voor vluchtelingen die wanhopig een oorlog zijn ontvlucht. Vaak hebben ze verhalen gehoord over kansen op een baan en de welvaart die er in die landen is.

Na drie dagen in een opvangcentrum werd Masri vrijgelaten, waarbij hem werd verteld dat hij Italië binnen 24 uur moest verlaten. Hij vond een lift naar Duitsland, maar werd met vier anderen vlakbij de noordkust opnieuw gearresteerd. "De politie was gelukkig wel vriendelijk en vol begrip," zegt hij. Een dag later verhuisde hij naar een vluchtelingencentrum in Rostock.

Eenmaal in Rostock kon Masri met zijn kennis en culturele gebruiken ineens niets meer. Hij keerde naar binnen en wilde niet inburgeren, maar ook niet blijven hangen in verbolgen heimwee.

Het conflict in Syrië zorgt nog steeds voor de grootste migratie sinds de Tweede Wereldoorlog. Dit jaar reizen in totaal zo'n achthonderdduizend mensen illegaal naar Europa. Velen doen dat per boot – een gevaarlijke reis die al aan tweeduizend mensen het leven heeft gekost. Er zijn maar weinig Syriërs die de middelen hebben zo'n reis te maken, en nog minder die Duitsland kunnen bereiken. In dat opzicht heeft Masri nog relatief geluk gehad.

In Juni, twee maanden voordat de enorme migratie de wereld in zijn greep kreeg, ging ik op bezoek bij Masri in Rostock, waar hij sinds 2013 woont. De Duitse overheid heeft hem een asielstatus gegeven, waardoor hij nu een uitkering krijgt, een woning kan huren en mag werken. Hij woont in Lichtenhagen, een arbeiderswijk aan de rand van de stad. "Dit is het," zegt hij, terwijl hij wijst naar een verlaten weg en hoge huizenblokken. "Er zijn geen mensen op straat."

Rostock was ooit de grootste Oost-Duitse haven, en één van de belangrijkste handelscentra van het Oostblok, maar na de val van de Muur stortte de scheepvaart in elkaar. Jaren van armoede en werkeloosheid volgden. Sindsdien kwam Rostock nog één keer groots in het nieuws. In 1992 viel een menigte rechts-extremisten een gebouw aan dat als opvang diende voor vluchtelingen – voornamelijk Vietnamezen, Sinti en Roma. De relschoppers riepen racistische dingen als "Duitsland is voor de Duitsers!" en "buitenlanders eruit!", en gooiden stenen en molotovcocktails. Zelfs toen het hele gebouw in lichterlaaie stond, en de asielzoekers op het dak klommen, stonden de politie en de brandweer te kijken naar hoe een paar duizend mensen aan het joelen waren. Toen de brand eenmaal geblust was, moest Rostocks burgemeester aftreden, maar slechts een klein deel van de ruim driehonderd relschoppers werd veroordeeld tot gevangenisstraf.

In het hele land werd er verbolgen gereageerd op de onlusten, en werden er vergelijkingen gemaakt naar de sfeer die er in de jaren dertig heerste. Nu nog steeds roept het noemen van Rostock in Duitsland het schrikbeeld op van een xenofobische stad. Meerdere Duitsers waren oprecht verbaasd dat ik hier een Syrische vluchteling ging opzoeken. Als bij toeval woont Masri om de hoek van het beruchte gebouw. Hier heeft hij een kamer met een bed, een bank en een bureau voor zijn tweedehands computer. Boven zijn bed hangt een poster van Marlon Brando als Don Corleone.

"Er is me verteld dat ik in een paar buurten niet moet komen", zegt hij terwijl hij een kopje Nescafé maakt. "Een paar keer hebben dronken mannen me iets racistisch nageroepen." Verder wordt Masri met rust gelaten. Elke dag zoekt hij naar werk, schrijft hij liedjes, of rijdt hij in zijn eentje op zijn fiets door het plaatsje. Hij vermijdt gezelschap, zelfs dat van andere vluchtelingen, al kan hij niet precies onder woorden brengen waarom. Uiteindelijk lukt het toch: "Mijn oom is vermoord. Twee neven zijn vermoord. Veel plekken uit mijn leven zijn verwoest. Het is me gewoon allemaal te veel."

Terugdenkend aan zijn leven in Aleppo geeft Masri soms plotseling een gevoel van hulpeloosheid, maar vaker vertelt hij er enthousiast over en maakt hij grapjes. Hij vindt het fijn om het over zijn muziek te hebben. Voor zijn fans heeft hij zorgvuldig een nogal ruig imago gecreëerd, met gephotoshopte foto's en boude uitspraken. "Some ppl playin HardCore," schreef hij vorig jaar op Facebook. "** I AM HARDCORE ** .. that's how I grew up n this is who I AM."

Toen we elkaar ontmoetten droeg hij een standaard hiphopuniform: een pet, een zonnebril en een shirt met dollarbiljetten en de woorden 'Hustla King' erop. Aangezien hij moslim is drinkt en rookt hij niet. Soms laat hij conservatieve wereldbeelden uit zijn religieuze jeugd doorschijnen. Toen de Amerikaanse overheid het homohuwelijk legaliseerde, postte hij een bericht op Facebook dat begon met "Fuck the #LGBT Fuck the #Rainbow_ Flag". Maar toen een homoseksuele man hem later confronteerde met zijn haat, schaamde hij zich.

"Hij deed me inzien dat ik egoïstisch was," zegt Masri. "Homoseksualiteit is verboden in mijn gemeenschap en religie, maar in Europa is het anders. Hier is het normaal." Boven alles haat hij geweld, zeker nu hij weet hoe het voelt om beschoten te worden. Hij vertelt dat zijn naam, Murder Eyez, een verwijzing is naar een sterke, vastberaden blik, en dat hij de gewelddadige connotaties ervan betreurt. Ooit, voor de oorlog was losgebarsten, was hij gevraagd om op te komen treden bij de Amerikaanse ambassade in Syrië. De enige voorwaarde was dat hij optrad onder zijn echte naam, omdat het bericht dat er bij de Amerikaanse ambassade een moslim had opgetreden die Murder Eyez heette, zeer waarschijnlijk kwaad bloed zou zetten.

In Syrië zijn sommige rappers waarmee hij werkte soldaten geworden, die vechten voor Assad, of voor het Vrije Syrische Leger. Zelfs de rappers die niet aan het front vechten zijn betaalde propagandisten. Masri zegt door beide kampen benaderd te zijn om mee te helpen, maar hij heeft alles afgewezen. Sinds de oorlog klinkt er in zijn muziek niet meer de onpartijdige vaderlandsliefde die hij zo omarmde in zijn grootste hit. In plaats daarvan ligt de focus op het lijden van zijn volk, de toekomst, zijn vrienden en familie en andere onderwerpen die je niet in de meest alledaagse hiphop tegenkomt.

Zijn meest recente single, Arab Mud, hekelt Arabische leiders om hun onverschilligheid. Hij filmde de clip zelf, in zijn keuken, voor een opgehangen laken. "Ik deed alles zelf: de muziek, de edits, het mixen, de video en de graphics", zegt de rapper. Het leven van een muzikant is zwaar, helemaal als je ook nog eens onderdeel bent van een minderheid.

Masri verlangt naar een leven in een grotere Duitse stad waar meer jongeren wonen, zoals Berlijn of Keulen, waar hij een groter publiek kan vinden voor zijn muziek. "Ik moet hier weg, en opnieuw een eigen studio beginnen", zegt hij. Verhuizen is niet makkelijk. Hij moet zich dan een weg door de Duitse bureaucratische rompslomp zien te banen en afstand doen van zijn uitkering.

Nadat Masri naar Egypte vluchtte, nam hij een jaar lang geen muziek op

Later die dag nemen Masri en ik de trein naar het Libanese restaurant waar hij vrijwilligerswerk doet als grafisch ontwerper en it-specialist. De afgelopen weken is het restaurant een ontmoetingsplek geworden voor de lokale Arabische gemeenschap. Hij stelt me voor aan onze ober, een Irakese barbier die zijn land ontvluchtte na de Amerikaanse invasie, en zachtjes vertelt dat het leven onder het regime van Sadam Hoessein beter was. Ondertussen gaat een groepje Duitsers zitten met een waterpijp, komt er een Arabische familie binnen voor thee en speelt Masri met wat kinderen.

"Deze generatie heeft geluk", zegt hij, terwijl hij een gierend meisje aan haar tuinbroek omhoog tilt. "Ze hebben niet te maken met de Arabische onderdrukking en groeien op in Europa. Ze gaan naar de beste scholen en worden Europees." De eigenaar van het restaurant, een grote Libanees-Palestijnse man die al twaalf jaar in Rostock woont, geeft me een hand en vertelt in vloeiend Duits over de gastvrijheid van de Duitsers.

In Masri's omgeving was pro-Europees sentiment de norm, maar andere Syriërs waren kritisch op het beleid van de EU en de conservatieve Duitse ideeën, terwijl ze tegelijkertijd de onbevooroordeelde houding naar buitenlanders prezen. Vluchten is ingrijpend. In een ander land wacht het risico op lichamelijk geweld, de cultuurshock en een taalbarrière, maar er is nog een hindernis voor vluchtelingen: het plotselinge ontbreken van macht. Zelfs de armste man kan in zijn eigen land immers bepaalde invloed uitoefenen. Maar toen Masri in Rostock aankwam, kon hij met zijn kennis en culturele gebruiken ineens niets meer. Hij keerde naar binnen en wilde niet inburgeren, maar ook niet blijven hangen in verbolgen heimwee.

"Ik heb geen vrienden, en al helemaal geen Arabische vrienden," vertelt hij. "Ik wil niet meer over de oorlog praten."

Een paar dagen na onze ontmoeting, mailde Masri dat hij een ambitieus plan had bedacht. Aan het begin van de ramadan had hij zeven Syrische rappers en producers bij elkaar gebracht, zowel hardcore Assad-sympathisanten als revolutionaire denkers, om een clip over Syrische vrede te schieten. Hij was bijna een maand met het project bezig en bracht Upside Down net voor het Suikerfeest naar buiten. Masri had een plan. Hij bedacht de hashtag #Syrian_Hip_ Hop_Unity en zou daarmee de stem van de jeugd laten horen. De stem van de jonge Syriërs die hun huis en toekomst in elkaar zagen storten, zowel door kogels als door de onzekerheid van het vluchten.

Toen we afgelopen oktober nog een keer contact hadden, vertelde Masri dat tientallen Syrische rappers hadden aangeboden de hashtag te gebruiken, hun politieke geschillen te vergeten en vrede te propageren. "Het is heel moeilijk om mensen na zoveel haat en geweld bij elkaar te brengen, maar blijkbaar werkt het, hahaha," schreef hij me op Facebook. Het kleine succes had hem een hoop kracht gegeven en Masri was niet langer ongelukkig. Sterker nog, hij was weer zichzelf: druk en vol enthousiasme. Hij had zes nieuwe tracks, vol bijdragen van Amerikaanse, Duitse en Franse rappers, en hij had bijna het nummer Foreign af, over het leven als vreemde in een nieuw land. Maar het beste nieuws was dat hij Rostock verlaat. Na maanden zoeken naar een baan en een huisje in een grotere, levendige stad, had hij geluk.

"Ik heb een Duits meisje ontmoet, een geweldige vriendin," vertelt hij. "We chatten met elkaar en ze helpt me met het inschrijven in Keulen." Masri zal zijn uitkering moeten opzeggen, maar daar is hij blij om. "Het is zo gênant om als man hulp te krijgen van de regering." Ondertussen heeft een antifascistische groep in Rostock gevraagd of hij wil optreden tijdens een demonstratie – zijn eerste concert sinds het Vredesfestival – en reageren organisators nu op mails voor het festivalseizoen van 2016.

Masri is back in business en maakt plannen om voorgoed in Duitsland te blijven. Hij zoekt een it-baan in Keulen om zo geld te sparen voor een nieuwe muziekstudio. "In Syrië had ik een underground label, maar nu wil ik het officieel doen, inclusief alle copyrightwetten." Eerder, toen ik in Rostock vroeg of hij ooit misschien naar huis zou gaan, onderbrak hij me. "Natuurlijk wil ik ooit terug. Maar er is daar niks meer. Geen kansen, niks. Laten we realistisch zijn: misschien groeit mijn kleinzoon wel op in Syrië."