Zo is het om een brandweervrouw te zijn in een Californische gevangenis

FYI.

This story is over 5 years old.

Stuff

Zo is het om een brandweervrouw te zijn in een Californische gevangenis

We spraken met vrouwelijke gevangenen, die voor een aalmoes de bosbranden in Californië bestrijden.
3.12.15

Vrouwen in het Malibu Conservation Camp #13 binnen het gevangenissysteem van Californië. Alle foto's door Tobin Yelland

Midden in de wijnvelden van de Santa Monica Mountains, staat een groep van enkele tientallen vrouwen in een rij te wachten op een bewaker die ze één voor één naar voren roept.

"Vasquez."

Samantha Vasquez, 26 jaar oud, stapt naar voren. Ze wacht om haar zware, zwarte werkschoenen in de modder te trappen, wat de bewaker net genoeg tijd geeft om haar gezicht aan de hand van de foto in zijn hand te identificeren.

Advertentie

"Vasquez," antwoordt ze, terwijl ze haar voet in de modder stampt.

Net als de rest van de vrouwen in de rij, is Vasquez een gevangene van het California Department of Corrections and Rehabilitation (CDCR) in het Malibu Conservation Camp #13. En net als de ongeveer 75 andere vrouwen in het kamp, zit het haar van Vasquez strak vast, waardoor er een tatoeage ter herdenking aan de vader van haar dochtertje op de linkerkant van haar nek te zien is. Er is niks aan te merken aan haar wenkbrauwen en haar make-up. Ze had nooit gedacht dat ze brandweervrouw zou worden voordat ze hierheen moest, maar nu heeft ze haar roeping gevonden.

"Ik hou er zo van. Het liefst zou ik doorgaan nadat ik vrij ben gekomen," zegt ze. "Ik vind het snijden en de kettingzaag echt tof, ik vind het heerlijk om in de bergen te zijn. Het is een van die plekken waar je je vrij voelt. Het voelt alsof je wat teruggeeft."

De strenge identificatie en het stampen van de schoenen maken deel uit van het dagelijkse ritueel dat bekendstaat als "oversteken" – dat wil zeggen, de oversteek van staatsgevangenistoezicht naar het toezicht van het Los Angeles County Fire Department (LACFD), dat gezamenlijk de gevangenis runt met het CDCR. Malibu is een van de drie conserveringskampen – vaker aangeduid als 'brandkampen', aangezien het merendeel van de gedetineerden bosbranden bestrijdt of probeert te voorkomen – waar vrouwen hun gevangenistijd kunnen uitzitten. Elke dag die een gevangene in een brandkamp spendeert, telt als twee dagen in de voltooiing van hun straf. In een staat met het op twee na hoogste aantal vrouwelijke gevangenen (Texas en Florida hebben de meeste), in een land dat meer van haar burgers in de gevangenis zet dan elk ander land ter wereld, ontsnappen de brandbestrijdende vrouwelijke gevangenen van Malibu aan het typisch wrede gevangenisbeleid van de 'gouden goelag'.

Advertentie

Het brandweerprogramma voor gevangenen in Californië werd opgericht in 1946, en de eerste vrouwen traden toe in 1983 (ten minste één andere staat, Nevada, heeft ook eigen vrouwelijke brandkampen). Tegenwoordig zijn ongeveer 225 van de 4000 deelnemers aan het programma vrouwen, volgens Bill Sessa, een woordvoerder van het CDCR. Ze zijn verdeeld over drie kampen: Malibu, Puerta La Cruz en Rainbow.

Het is niet eenvoudig om een plekje in een brandkamp te bemachtigen. Een gevangene moet de status van 'laag risico' hebben verdiend, niet meer dan zeven jaar straf overhebben en in de gevangenis goed gedrag hebben vertoond. "We vertrouwen op teamwork bij aan de vuurlinie, waar het samenwerkingsvermogen van een gevangene met anderen een zaak van leven of dood is," zegt Sessa. De gevangenen moeten strenge fysieke testen doorstaan, voordat ze toegelaten worden. Bosbranden blussen kost aanzienlijk veel kracht, uithoudingsvermogen en de mogelijkheid om met weinig of geen slaap een etmaal door te gaan. De brandkampgevangenen variëren in leeftijd van de late tienerjaren tot halverwege 60. In Malibu is de huidige oudste gevangene 52.

"Vrouwen doen het heel goed," zegt Matt Stiffler, een voorman van het LACFD. "Soms is het productieniveau lager, maar de kwaliteit is in het algemeen significant beter bij vrouwen." Een andere werknemer van het LACFD maakt ongeveer dezelfde observatie dat vrouwen "zorgvuldiger, maar langzamer zijn" binnen gehoorafstand van de gevangenen. Later kwam een van de vrouwen naar me toe om me te laten weten dat ze die opmerking afschuwelijk vond. "We handelen snel," zegt ze.

Er zijn bepaalde dingen die ik steeds weer hoor in de brandkampen van Californië. Een daarvan is dat het programma een "win-win-win" is, wat ik van zowel personeel van LACFD als CDCR hoor. De gevoel komt ook voor in het wetenschappelijke werk van socioloog Philip Goodman uit 2012 over dit onderwerp.

Advertentie

De eerste 'win' is voor het CDCR, dat positieve PR krijgt van het programma en een aantal bewakers een relatief makkelijke baan bij de kampen kan aanbieden. Steve Schlund is met zijn 15 jaar kampdienst de hoogste officier in Malibu. Daarvoor werkte hij bij conventionele gevangenissen met mannelijke gedetineerden, waar hij dagelijks geweld zag en hij moeite had om zijn werkomgeving gescheiden van zijn privéleven te houden. "Je raakte eraan gewend," zegt hij. "Het was zo van 'oh, weer een steekpartij of een ander gevecht.' Maar er waren dagen dat je heel gestrest thuiskwam – iedereen die dat ontkent, liegt. In Malibu is het vrediger," vertelt hij me. De vrouwen kunnen beter met de verschillende rassen in de kampen omgaan dan de mannelijke gevangenen waarmee hij werkte, en het enige wat hij te klagen heeft is dat zijn seniorenstatus hem geen roosterprivileges geeft.

De tweede 'win' is voor de gevangenen. Het eten is beter dan in een conventionele gevangenis. En ook de lonen, hoewel abominabel, zijn hoger dan bij alle andere gevangenisbaantjes in Californië, volgens Bill Sessa. "Vrouwen verdienen ongeveer twee dollar per dag in het brandkamp, en een extra dollar per uur als ze aan de vuurlinie staan." Een bewaker vertelde me dat het CDCR zelfs overweegt om dat naar drie dollar te verhogen.

Een aantal van de vrouwen vertelt me dat ze met respect worden behandeld in het brandkamp. Met name door het personeel van LACFD, en dat staat in schril contrast met de behandeling die ze kregen in de gevangenissen waarvan ze vandaan kwamen (gevangenen kunnen alleen worden overgeplaatst naar het brandkamp vanuit de gevangenis, ze kunnen er niet direct toe worden veroordeeld). Ze zijn elke dag buiten, en als er een brand in een ander deel van Californië is, reizen ze ernaartoe. Familie kan op bezoek komen daarvoor urenlang te hoeven wachten, en zonder grondige doorzoekingen en grimmige wachtkamers. En ze krijgen het gevoel dat ze "iets terug kunnen geven" – iets wat ik vaak hoor in het brandkamp. Er is ook geen twijfel dat ze dat doen: brandkampgevangenen worden ingezet bij elk vuur waar het LACFD naartoe wordt gestuurd, zegt kapitein Keith Mora. Dat aantal lag in 2014 op 453. Zelfs wanneer er geen vuur te bestrijden is, leveren de vrouwen vijf dagen per week intense fysieke arbeid bij verschillende natuurbeschermingsprojecten.

Advertentie

Elke vrouw die ik spreek, zowel die gekozen door het CDCR en degenen ikzelf benaderde, spreekt in de krachtigste bewoordingen dank uit over het brandkamp. Een vijftal vrouwen zegt van plan te zijn het werk voort te zetten als ze eenmaal voorwaardelijk vrij zijn. (Een ambtenaar van het LACFD vertelt me dat dit wellicht moeilijker is dan de gevangenen denken, omdat veel brandbestrijdingsorganisaties ex-gevangenen niet aannemen. Maar sommige gevangenen en medewerkers van het CDCR hebben nog steeds contact met vrijgekomen vrouwen die toch door zijn gegaan met brandbestrijding). De vrouwen hebben het gevoel dat ze deel uitmaken van iets dat groter is dan zijzelf, ze maken deel uit van een team, zijn trots op hun eigen bevoegdheden en uithoudingsvermogen en voelen zich getransformeerd door de structuur en discipline van het kamp.

Elke vrouw die ik spreek beschrijft dat ze een persoonlijke verandering op een specifiek gebied heeft ondergaan, vaak in de context van een beter moederschap of het zijn van een positief rolmodel voor hun kinderen. "Toen ik voor het eerst naar de gevangenis ging, was ik een wrak," zegt Samantha Vasquez. "Dit programma heeft me geleerd om hard te werken en dat werk te kunnen waarderen." Als ze voorwaardelijk vrijkomt, zal haar focus liggen op haar dochter, zegt ze. "Ik heb die kleine meid die naar mij kijkt. Ze zal alles wat ik doe kopiëren, niet wat ik zeg. Dus als ik haar laat zien 'Oké, mama gaat nu naar het werk, dat is wat ik doe', zal zij weten dat dit is wat je doet – je gaat naar je werk, zodat je je rekeningen kan betalen."

Alicia Gilbert

Alicia Gilbert is 35, een kleine blonde moeder van drie die barst van de energie. Ze is nu tweeënhalf jaar in Malibu, wat haar één van de langst verblijvende bewoners van het kamp maakt. Ze hanteert de kettingzaag, en heeft daarmee de hoogste verantwoordelijkheidspositie van haar team. Haar familie bezoekt haar twee keer per maand. "Mijn kinderen vinden het wel cool," zegt ze over het werk. "Een paar keer tijdens hun bezoek ging het brandalarm af, dus moest ik in de bus springen. Mijn jongste is drie, en een keer probeerde ze om met ons mee de bus in te springen," lacht ze. Voordat ze werd toegelaten tot het brandkamp, zat Gilbert in het California Institute for Women in Corona, een omgeving die zo grimmig was, dat ze haar kinderen niet toestond om haar te bezoeken. "Ze kennen geen enkele andere plaats, behalve deze. Daar ben ik toch wel blij om."

Advertentie

De derde 'win' is voor de staat. Hier wordt het volgens sommige arbeidsadvocaten op z'n zachtst gezegd wat troebel. Het CDCD schat dat het brandprogramma Californië 80 tot 100 miljoen dollar scheelt, door gevangenen in te zetten bij branden en ander onderhoudswerk. (Procureurgeneraal Kamala Harris uit Californië moest onlangs nog wat damage control doen, nadat haar advocaten in de rechtbank betoogden dat een federaal-besloten vrijlating van niet-gewelddadige gevangenen te diep zou snijden in de goedkope arbeidskrachtpoel, geleverd door de gevangenen).

"Het is niet alleen slavenarbeid, het is erg gevaarlijke slavenarbeid," stelt Paul Wright, redacteur van Prison Legal News en directeur van het Human Rights Defense Center. Aan de andere kant houdt het CDCR niet bij hoeveel letsel de brandkampgevangenen hebben opgelopen. Een paar mensen van het LAFCD vertellen me dat de ergste verwonding die ze kennen was, dat een mannelijke gevangene in zijn been werd geraakt door een rollende steen ter grootte van een bowlingbal. Ze zeiden nog nooit iemand hadden zien overlijden of een ledemaat verliezen.

"Dit is een goed voorbeeld van hoe gevangenisslavernij de lonen en salarissen voor niet-gevangenen ondermijnt," betoogt Wright. "Als ze geen gevangenen voor een schijntje zouden laten werken, zouden ze niet-gevangen vijftien tot twintig dollar plus bonussen moeten betalen. Kapitein Mike Valazquez van het LAFCD is het eens met de schatting. Hij zegt dat een normaal salaris voor soortgelijk werk rond de 40.000 dollar per jaar zou zijn. Als ik hem vraag of er ook voordelen aan het programma zitten, antwoordt Wright: "Ik denk niet dat ik ooit iemand heb ontmoet die vindt dat er een positieve kant aan de financiële uitbuiting van mensen zit. Dat is net zoiets als zeggen dat de slavernij Afro-Amerikanen heeft geleerd om hard te werken."

Advertentie

De vrouwen van kamp Malibu zijn bekend met Wrights argumenten. Jelena Supica is 26 jaar oud, lang, en heeft de uitstraling van een militair. "Het is controversieel," zegt ze. "Je kan dit werk zien als uitbuiting. Maar je kan het ook positief zien; voordat ik hier kwam was ik een verdwaald klein meisje. Dit programma helpt ons om productieve leden van de maatschappij te worden. Het is prachtig. Ze zouden juist meer van dit soort programma's moeten starten." Supica vraagt zich af waarom er geen kamp is voor vrouwelijke jeugdgevangenen, alleen voor mannen – volgens haar is dat een gemiste kans.

Jelena Supica

CDCR houdt geen data bij over recidivistenpercentages per instelling of programma, omdat "dat een te simplistische manier van meten is," aldus Bill Sessa. Er is in de afgelopen jaren slechts één rapport uitgekomen, en dat gaf aan dat het aantal recidivisten van alle programma's het laagste is onder de gevangenen die in de brandkampen zitten: 52 procent, in plaats van de ongeveer 63 procent onder de algemene gevangenisbevolking. Toch zegt socioloog Goodman dat de focus bij het programma niet op recidivistencijfers ligt, maar op iets minder tastbaars. "[Gevangenen, personeel en beleidsmakers] zien de kampen als een manier om degenen die zelf willen veranderen te helpen. De primaire focus ligt op morele, niet op actuariële, hervorming."

Voor de individuele gevangenen zijn plekken in de brandkampen erg gewild. Ze krijgen respect, verdienen meer, zijn relatief zelfstandig, krijgen beter eten, en hebben toegang tot bezoekers. Maar wat betekent het om een deel van een regime dat zo getroebleerd is als het gevangenissysteem in Californië op te hemelen – een systeem dat het woord 'rehabilitatie' in zijn naam gebruikt, maar slechts drie procent van de gevangenen de kans biedt om deel te nemen aan een brandkamp?

Vooral voor vrouwelijke gevangenen zit er nog een problematische laag aan de brandkampen. Tijdens mijn bezoek hadden verschillende gevangenen en zelfs een LACFD-medewerker in kamp Malibu het over vrouwen die onschuldig waren, maar wel een straf moesten uitzitten. "We zijn hier allemaal voor een reden, zelfs als we de misdaad niet hebben gepleegd," zei Jelena Supica. Ze heeft het over vrouwen die veroordeeld zijn voor criminele samenzwering omdat ze met een echtgenoot of vriend woonden die betrokken was bij drugshandel, of op een andere manier terechtkwamen in "het net" van het nietsontziende drugsbeleid. Of deze vrouwen een kans hebben gekregen om opnieuw te beginnen, of dat ze slaven van de staat zijn geworden door een reeks van ongelukkig keuzes, hangt ervan af wie je het vraagt.