FYI.

This story is over 5 years old.

INTERVIEW - TWEE MEXICAANSE VOORRUITWASSERS

11.11.08

Voorruiten van auto's wassen is een vies baantje. Toch kun je in Mexico nog steeds niet veilig stoppen voor een rood licht zonder dat een paar gasten, gewapend met schoonmaakdoekjes, vanaf de stoep naar je auto strompelen. Het doel van die boys is hun ranzige vochtige doekje over je voorruit te smeren en voor die 'dienst' vervolgens een handje pesos te vragen. Het is dus niet heel gek dat iedereen – van de Jaguar rijdende zakenman tot de roestbak rijdende crackjunk - op deze mensen neer kijkt. Iedereen haat deze knakkers tot op het bot. Maar wij niet. Wij vinden ze de schattigste verschoppelingen ooit. Althans, dat vonden we voor we een tijdje met ze optrokken. Om wat meer te weten te komen over hun dagelijkse leventje, bracht onze man in Mexico, Marco Tulio Valencia, wat tijd door met twee ruitenwassers in Garibaldi, Paseo de la Reforma. Maak kennis met Araceli, die haar frisdrankfles met water en zeep altijd bij zich heeft, en Enrique, die constant aan zijn hand ruikt.

Vice: Araceli, hoe lang maak jij al autoruiten schoon?
Araceli:  Vanaf mijn veertiende—dus ik doe dit nu al vijftien jaar
lang. Ik verdien hier meer geld dan als ik zou werken in een… hoe noem
je dat ook alweer? Een fabriek.

Dus dit is een betere baan?
Jazeker, helemaal nu ik geen papieren meer heb.

Waar slaap je?
Ik huur een hotelkamer.
Ik ook, ik ook. Mijn naam is Enrique Nicolas Marin.

Hallo Enrique. Hoe behandelen de mensen jou wanneer je hun auto wilt wassen?
Enrique: Hangt ervan af. Er zijn een hoop onbeschofte mensen…

Terwijl Enrique dat zei, probeerde een derde voorruitwasser mijn taperecorder van me af te
pakken. Maar hij was niet snel genoeg en ik rende vlug naar de overkant
van de straat. Hij rende achter me aan.

Derde voorruitwasser: Kankerlijer! Ik maak je af! Ik maak je kapot vuile lul!

Terwijl hij dat riep bleef hij me achtervolgen, maar hij was net niet
snel genoeg om me te pakken (hij zag er dan ook zwak en ondervoed uit).
Toch wilde ik een confrontatie kostte wat het kost vermijden. Gelukkig
scheurde er opeens een busje zonder kenteken de hoek om dat naast me
stopte. Twee mannen, waarvan ik later hoorde dat ze politieagent waren,
begonnen te schreeuwen. Eén van hen had mijn achtervolger inmiddels bij
de kraag gevat.

"Ga terug naar je doos onder de brug, jij stuk
ellende!", zei hij terwijl die gast een stukje op weg hielp door middel
van een perfect gemikte trap tegen zijn zeepsopreet. Als een hond met
zijn staart tussen zijn benen kroop 'ie terug naar z'n groepje. "Gaat
't? Heeft ie iets van je gestolen?" vroeg één van die politieagenten.
"Nee. Het gaat prima", zei ik.
Zo eindigde mijn verblijf bij de Mexicaanse voorruitwassers.

MARCO TULIO VALENCIA